Het mysterie van het zelf (column)

Last One Before the Storm
“Last One Before the Storm”
(bron: https://dolphinjazz.tumblr.com/post/156778154540/lsleofskye-last-one-before-the-storm)

Er is in het Fries de uitdrukking De tiid hâldt gjin skoft. Vroeger werd dit nogal eens door de dominee gezegd wanneer hij een einde wilde maken aan een huisbezoek en dan ook meteen opstond om weg te gaan. De tijd staat niet stil. De tijd neemt geen rust. De tijd gaat altijd maar door en wij hebben ons daar maar toe te verhouden. De tijd gaat door en wij moeten ons aanpassen. Maar je kunt dit ook diepzinniger opvatten, in de zin van: alles is vergankelijk, alles verandert, er is niets dat blijft.

Denk bijvoorbeeld aan het eigen lichaam. Volgens sommige schattingen is je lichaam, hoe oud je ook bent, nooit ouder dan zeven tot tien jaar oud. Zo lang duurt het namelijk voordat alle cellen in je lichaam zijn vervangen. Ook als je vijftig jaar oud bent, zijn de cellen van je lichaam nooit ouder dan zeven tot tien jaar. Als vijftiger heeft je hele lichaam heeft zich dan dus al vijf tot zeven keer helemaal vernieuwt. Het houdt niet op. Ook na je dood gaan de cellen van je lichaam nog een tijdje door met leven. Zo is bekend dat bij doden de haren nog een tijdje blijven doorgroeien voor het algeheel verval intreedt (*).

Het voorbeeld van het menselijk lichaam levert een interessant filosofisch probleem op. Als het zo is dat de cellen van je lichaam, die componenten dus waar je lichaam materieel gesproken uit is opgebouwd, voortdurend vervangen worden, hoe zit het dan met je identiteit? Wie ben jij eigenlijk? We zeggen wel eens dat iemand van vijftig een andere persoon is dan toen zij vijftien was. Dat klopt natuurlijk qua uiterlijk. In de tussenliggende periode gebeurt er heel wat. Er is een ontwikkeling van een jonge vrouw naar een volwassene. Lichamelijk en geestelijk gebeurt er veel, er komen in die periode cruciale ervaringen bij, het lichaam verandert drastisch.

Wat is datgene dat de jonge vrouw van vijftien en de volwassene van vijftig met elkaar verbindt? Waarom zeggen we dat de jonge vrouw en de vijftigjarige dame weliswaar anders zijn maar toch ook dezelfde? Is het omdat de vijftigjarige nog herinneringen heeft aan haar vijftienjarige zelf? Maar ze zal zich ongetwijfeld niet alles meer herinneren, herinneringen zijn vaak fragmentarisch, we herinneren ons vaak vooral bepaalde gebeurtenissen. Bovendien is onze herinnering onbetrouwbaar. Soms menen we ons zaken te herinneren totdat we erachter komen dat het anders lag. Herinnering alleen is dus niet voldoende. En dus ook lichamelijk blijkt een vijftigjarige vrouw niet meer dezelfde te zijn als de vijftienjarige jonge vrouw. Niet alleen is het lichaam veranderd, maar ook letterlijk: alle cellen van het lichaam van de vijftigjarige vrouw zijn al een aantal keren vervangen door nieuwe.

Wat is dus de essentie van de persoon, die kern die door de tijd blijft, die ervoor zorgt dat de vijftigjarige dezelfde is als de vijftienjarige jonge vrouw? Of is die kern er niet? Bestaan essenties eigenlijk wel? Volgens boeddhisten is het ‘zelf’ een illusie. Er is namelijk geen essentie of kern die aangewezen kan worden. Er is niets blijvends, alles verandert, alles is vergankelijk. Ieder van ons is een golf op de oneindig diepe zee van het zijn, die plotseling verschijnt om na een poosje weer voor altijd te verdwijnen. Het vergt echter moed om die afgrond van het zijn onder ogen te zien, want uiteindelijk heeft het besef van de veranderlijkheid van alles menig denker ook tot waanzin gedreven.

De menselijke persoon — het zelf — is er en tegelijkertijd is de persoon ook ongrijpbaar en afwezig. De menselijke persoon is daarmee een presentie die ook afwezig is. De menselijke persoon is een wonderlijk weefsel dat verkeert op de grens van aan- en afwezigheid. De vijftigjarige vrouw is dezelfde als de vijftienjarige en toch ook niet. Niemand twijfelt eraan en toch kunnen we niet aangeven waarom ze nog dezelfde is. In vroegere tijden werd het woordje ‘ziel’ gebruikt om de essentie van de persoon aan te duiden. De ziel was het onvergankelijke element, dat door God geschapen was en aan ieder individu werd toegekend. De ziel was de essentie van de menselijke persoon. Het lichaam mocht dan veranderen, de ziel bleef gelijk, en zelfs na de dood bleef de ziel bestaan.

Veel mensen vinden het vandaag de dag moeilijk om in zoiets ongrijpbaars als de onsterfelijke ziel te geloven, vooral omdat de wetenschap niet in staat is om het bestaan van zo’n onsterfelijke ziel vast te stellen of zelfs maar aannemelijk te maken. De ironische conclusie is dat nu de ziel verdwenen is, het mysterie van het zelf alleen maar groter geworden is.

(*) Pepijn van Erp was zo vriendelijk mij opmerkzaam te maken op dit artikel: https://www.quest.nl/artikel/na-je-dood-groeien-je-haren-en-nagels-verder-fabeltjeskrant.

One thought on “Het mysterie van het zelf (column)”

  1. Taede Smedes,

    [Veel mensen vinden het vandaag de dag moeilijk om in zoiets ongrijpbaars als de onsterfelijke ziel te geloven, vooral omdat de wetenschap niet in staat is om het bestaan van zo’n onsterfelijke ziel vast te stellen of zelfs maar aannemelijk te maken. De ironische conclusie is dat nu de ziel verdwenen is, het mysterie van het zelf alleen maar groter geworden is.]
    Dat de ziel verdwenen zou zijn lijkt mij onjuist, de conclusie zou moeten zijn dat de ziel onverbrekelijk met het sterfelijke lichaam is verbonden. Of het mysterie van de ziel daarmee groter is geworden betwijfel ik, die onsterfelijkheid was daar immers een belangrijk aspect van want die voerde rechtstreeks naar het mysterie van een bestaan na de dood. Met een sterfelijke ziel is dàt mysterie in elk geval opgelost. Wat overblijft is een fenomeen wat lastig te onderzoeken is.
    Echter, als het lichaam centraal gesteld wordt en uit allerlei onderzoek blijkt dat het brein concepten kan vormen over wat het waarneemt, zou het duidelijk moeten zijn dat het eigen lichaam in de eerste plaats prominent wordt waargenomen. De volgende stap die het brein blijkbaar heeft kunnen maken is dat is dat het een concept van een ‘zelf’ heeft gevormd van iets wat zichzelf waarneemt, dit concept laat op overtuigende wijze een beeld zien van een lichaam dat zijn eigen acties waarneemt. Je kunt dat beeld een illusie noemen, zoals Daniel Dennett dat doet. Oliver Sacks had het over een hallucinatie. Het ‘ik’ lijkt mij veeleer een synthese, een creatie die op jonge leeftijd ontdekt wordt, nog vóór men taal kent, waardoor men zich daar later niet over kan uitspreken. Het zelf lijkt daarmee een vanzelfsprekendheid te zijn die het beslist niet is. Het ‘zelf’ een mysterie noemen komt neer op de bewering dat het brein zoiets nooit voor elkaar zou kunnen krijgen. Een dergelijke karakterisering is alleen maar een teken dat de vermogens van het brein op grove wijze onderschat wordt.

Comments are closed.