Recensies voor NBD Biblion

(Sorry, but this part of the website is in Dutch only…)

Onderstaande recensies zijn de auteursteksten, dus de teksten zoals ik ze bij de redacteur van NBD Biblion heb aangeleverd. De definitieve teksten kunnen afwijken (en doen dat in veel gevallen ook) van de hieronder afgedrukte recensies.

Het zijn korte teksten, ze mogen uit hooguit 1100 tekens (inclusief spaties) bestaan.

De recensies zijn eigendom van NBD Biblion en mogen niet door andere websites worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming.


RECENSIES:


  • (320) 18 april 2017: Henri Oosthout, Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte, Deel II: De laatste duizend jaar (Klement 2017)

Filosoof en classicus Henri Oosthout ontpopte zich de afgelopen jaren als een bijzonder productieve schrijver van filosofische werken. Het eerste deel van de “Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte” verscheen in 2015. Dat was al een schitterende en erg leesbare geschiedenis van de Westerse filosofie, een standaardwerk en nuttige inleiding tot met name de Griekse filosofie. Het tweede deel, een baksteen van ruim 700 pagina’s, ook niet alleen een historische beschrijving van wijsgerige ideeën, personen en scholen, maar geeft ook een kijkje in hedendaagse interpretatiediscussies. Vrijwel alle belangrijke filosofen en scholen vanaf de elfde eeuw tot de moderne periode komen ter sprake en ook is er veel ruimte voor de ontluikende invloed van de natuurwetenschappen op de filosofie. Erg leuk is de aandacht voor vaak wat ondergesneeuwde denkers als Dilthey, Bergson en Whitehead en pragmatisten als Peirce en James. Sommige denkers worden erg summier behandeld, met name die van de laatste eeuw. Niettemin een indrukwekkend overzichtswerk. Met uitgebreid register voor beide delen.


  • (319) 12 april 2017: Gert Jan Kloens & Grethe van Duijn, Wat is liefde? Een pleidooi voor herijking (Damon 2017)

De titel suggereert dat het eeuwenoude mysterie van de liefde wordt opgelost. Dat is niet het geval. Liefde is en blijft het geheim waar alles mee begint, de diepste grond van het leven, aldus Kierkegaard. Dit derde boek van Kloens & Van Duijn vraagt naar de eigenschappen van het begrip liefde en van het liefhebben, dus de act van de liefde. Het is de drager van de ontmoeting van mens tot mens. Liefde is een keuze en een kracht die betrekking heeft op al onze relaties, dus met God, onszelf, de medemens en de wereld. Het boek is een historische en filosofisch getinte zoektocht die begint bij het joodse denken dat (samen met het denken van Kierkegaard) voor de auteurs van eminent belang is. Via de Grieken en vooral in de vroegmoderne tijd zien de auteurs een verinnerlijking van de liefde plaatsvinden, waarna vanaf de 19de eeuw een crisis intreedt. In de 20ste en 21ste eeuw wordt de liefde voor nieuwe uitdagingen gesteld. Een interessant en goed geschreven boek, dat liefde in breder perspectief plaatst dan de relatie tussen twee mensen en ook het belang van zelfliefde accentueert.


  • (318) 12 april 2017: Stan Maes, Van de Verlichting tot religieus terrorisme: Een psycho-educatieve visie (Garant 2017)

De auteur bekleedde in 2016 de wisselleerstoel ‘Willy Calewaert’ aan de faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. In dit boek, dat het resultaat van die aanstelling is, lijkt de balans op te worden gemaakt van een paar eeuwen Verlichting. De eerste vier hoofdstukken beschrijven de Verlichting, haar geschiedenis, gevolgen en de kritiek erop. De hoofdstukken 5 en 6 gaan over het positivisme van de sociale en gedragswetenschappen en pogen een integratieve mensvisie te ontwerpen. Hoofdstukken 7 en 8 gaan over de bedreigingen voor de verlichtingsideeën in de vorm van hedendaags nationalisme, migratie, terrorisme en de normen en waarden van de islam. Aan het slot wordt op basis van onderzoek getoond dat de fundamentele verlichtingsprincipes een positieve invloed op welzijn lijken te hebben. Het is niet geheel duidelijk wat de auteur met dit boek wil bewerkstelligen of wie het beoogde publiek is. De hoofdstukken over de Verlichting lezen vlot weg, het lange psychologische middenstuk is in vergelijking daarmee behoorlijk theoretisch.


  • (317) 05 april 2017: Henk van der Waal, Mystiek voor goddelozen (Querido 2017)

Volgens de meermaals bekroonde dichter en filosoof Henk van der Waal is de hedendaagse mens als ‘laatkomer’ per definitie het sluitstuk van de geschiedenis van de kosmos vóór haar. De mens is als sluitstuk ook een nieuw begin. En dat nieuwe begin kan een nieuw élan krijgen wanneer de mens weer een ‘aanhaker’ wordt, een wezen dat zich op grond van een late komst voegt naar het omvattende dat haar draagt. Een existentieel-mystiek besef dus van hoe het wezen van de mens samenhangt met al wat bestaat en bestaan heeft, en van hoe kosmos en mens allerlei ‘tijdvertragende’ technieken en technologieën hebben uitgevonden om het bestaan te rekken. Opgebouwd als een dialoog tussen de ‘welwillende’ en de ‘raadselachtige’ neemt de auteur de mens mee op een diepgravende zoektocht naar een modern, aansprekend seculier-mystiek inzicht in de werkelijkheid die ons draagt, omvat en verbindt. Filosofie van zeer hoog literair niveau. Wel voor doorzetters want erg moeilijk, mede door Van der Waals eigenzinnige jargon (met verklarende woordenlijst). Inspirerend en erg knap gecomponeerd.


  • (316) 05 april 2017: Arjen Kleinherenbrink, Alles is een machine (Boom 2017)

In 2014 verscheen van de Duitse filosoof Markus Gabriel het boek ‘Waarom de wereld niet bestaat’ waarin hij een nieuwe, ding-gerichte filosofie ontwierp. Nu komt de jonge Nederlandse filosoof Kleinherenbrink met een verwante ontologie, waarin hij ‘dingen’ als machines opvat, die niet herleid kunnen worden tot hun externe relaties, maar een interne ordening hebben. Stapsgewijs neemt hij de lezer mee in zijn vreemde, speculatief-realistische ontologie. Hij laat zien welke aspecten (kern, oppervlak, kwaliteiten en essentie) machines hebben en hoe uit hun onderlinge verbanden de ‘dingenzwerm’ van onze leefwereld ontstaat. Voortbouwend op het werk van o.a. Bergson, Deleuze, Serres en Latour beschrijft Kleinherenbrink een nieuw materialistisch wereldbeeld en geeft ook aan hoe dit raakt aan het denken over de mens. Ondanks dat voorbeelden ontleend zijn aan het leven van alledag, vermengd met een mild-ironische schrijfstijl, is dit een lastig boek. Origineel maar ook buitengewoon speculatief, waarbij je je af en toe afvraagt hoe serieus Kleinherenbrink zelf zijn ontologie neemt.


  • (315) 20 maart 2017: Ton de Kok, Wat is God? Wetenschappers & Kunstenaars op zoek (Thoth 2017)

In 2014 verscheen “Wat is God?”, waarin godsdienstfilosoof en leraar godsdienst Ton de Kok via 31 filosofen en schrijvers de geschiedenis van het Westerse denken over God in kaart bracht. Dit tweede deel behandelt de ideeën van 25 wetenschappers en kunstenaars over God. Het gaat om interessante denkers als Charles Darwin, Einstein, Max Planck, Gustav Mahler, Piet Mondriaan, Mark Rothko, Frederik van Eeden, Arvo Pärt, Leo Vroman, Salvador Dalí, Simeon ten Holt en de nanofysicus Cees Dekker. Jammer dat het boek talloze slordigheden en feitelijke fouten bevat. Zo meent De Kok ten onrechte dat Darwin van zijn geloof afviel vanwege de evolutietheorie en dat de evolutietheorie ook het vraagstuk van het lijden in de wereld voor Darwin ‘voorgoed uit de wereld’ hielp. En hij maakt van Cees Dekkers ‘theïstische evolutie’ een vorm van ‘deïsme’, wat volstrekt iets anders is. Niet geschikt als naslagwerk, op zich interessant vanwege de denkers die erin behandeld worden, die echter een getrouwere en minder door het persoonlijke atheïsme van De Kok gekleurde beschrijving verdienen.


  • (314) 14 maart 2017: Jan Peter Burger, Coornhert: Licht in Europa (Rozekruis Pers 2016)

De auteur van dit dure, ingebonden en fraai uitgegeven boek, voorzien van leeslinten, werkte in psychiatrische ziekenhuizen, studeerde deeltijd geschiedenis aan de VU, en studeerde in 2007 af op de filosoof Coornhert (1522-1590). In het boek staan twee stellingen centraal: dat het een mythe is dat calvinisme in de Gouden Eeuw massaal werd aangehangen (de meeste Nederlanders waren ‘gnostici’ aldus de auteur) en ‘dat er – afgezien van Plato en Jezus – in de geschiedenis geen denker te vinden is die zo van invloed is geweest op de Europese cultuur als Dirck Volckertszoon Coornhert’ (416). In ruim 400 pagina’s over denken en de impact van Coornhert (géén biografie) wordt betoogd dat hij aan de basis stond van de moderne wetenschap, filosofie, economie, etc. en de aartsvader is van de Rozenkruisers. Rommelig georganiseerd vol grote conclusies zonder bewijs of argumentatie. Samenzweerderige geschiedschrijving die stelt dat Coornhert is ‘weggeretoucheerd’ uit de geschiedenis door ‘gereformeerde en liberale propagandisten’. Geïllustreerd en met namen- en begrippenlijst, indexen, etc.


  • (313) 13 maart 2017: Karel D’huyvetters, Spinoza: De Brieven over God (Coriarius 2016)

Karel D’huyvetters raakte na zijn pensionering gefascineerd door Spinoza en richtte in 2012 de vereniging en website “Spinoza in Vlaanderen” op. Hij vertaalde eerder voor Uitgeverij De Wereldbibliotheek Spinoza’s “Staatkundige verhandeling” (2014). Het boek “Spinoza: de Brieven over God” bevat een selectie uit Spinoza’s briefwisseling met o.a. Hendry Oldenburg, Lambert Van Velthuysen en Jacob Ostens, Albert Burgh en Georg Schuller/Ehrenfried von Tschirnhaus die is toegespitst op Spinoza’s idee van God. De discussies gaan o.a. over Spinoza’s God en het universum, de rol van de natuurwetten, de Bijbel, de rol van Christus (en de opstanding), beschuldigingen van atheïsme en de menselijke vrije wil. D’huyvetters vertaalde zelf de brieven vanuit het Latijn in modern Nederlands en schreef uitgebreide toelichtingen die dit boek een feest maken om te lezen en bij vlagen zelfs ronduit spannend. Voor een goed verstaan is enige voorkennis van Spinoza’s godsconcept vereist. Dit boek is een must-read voor een ieder die geïnteresseerd is in godsdienstfilosofie en in de filosofie van Spinoza.


  • (312) 06 maart 2017: Desiderius Erasmus, De correspondentie van Desiderius Erasmus 14 (Ad.Donker 2016)

Dit veertiende deel van de serie “De correspondentie van Desiderius Erasmus”, waarin alle 3141 brieven van en aan Erasmus van Rotterdam (1466-1536) integraal worden gepubliceerd, bevat de brieven 1926-2081, vertaald door Jan Bedaux en Robin Buning. Het zijn brieven van en aan Erasmus uit de periode van januari tot en met december 1528. Het is een periode waarin hij belangrijke werken voltooide (waaronder een tiendelige Augustinus-editie) maar waarin hij ook last blijft houden van aanvallen vanuit de theologische faculteit van Parijs onder leiding van Béda, en van beschuldigingen van ketterij door Spaanse monnikenordes. Ook schrijft hij over plannen om Bazel te verlaten vanwege de oprukkende Lutherse reformatie. Ook dit deel baseert zich weer op de briefuitgave van Allen en Allen, ofschoon er ook nu weer (met reden) van wordt afgeweken. Voorzien van voorwoord, lijsten van brieven en van correspondenten en een register van persoonsnamen. Leesbaar vertaald en mooi uitgegeven, ingebonden met stofomslag en leeslint. Vooral interessant voor specialisten en liefhebbers van Erasmus.


  • (311) 27 februari 2017: Karl Jaspers, Nietzsche en het christendom (Erven J. Bijleveld 2017)

De psychiater en existentialistische filosoof Karl Jaspers (1883-1969) is een van de belangrijkste denkers uit de 20ste eeuw, maar is in Nederland nog maar weinig bekend. Hij had een grondige kennis van het werk van Friedrich Nietzsche. Deze korte studie over Nietzsches verhouding tot het christendom was een van de eerste Duitse boeken was die de geallieerden in 1946 lieten verschijnen. In dit boek probeert Jaspers Nietzsches denken aan nationaalsocialistische interpretaties te ontworstelen. Jaspers geeft aan dat Nietzsches verhouding tot het christendom complex was. Nietzsche was gegrepen door christelijke kernwaarden en christelijke motieven, zoals zijn visie op de geschiedenis, op de mens als mislukt wezen en door het onvoorwaardelijk streven naar waarheid. Tegelijkertijd probeerde Nietzsche via die motieven het christendom te vernietigen. Nietzsches denken is een ‘maalstroom’ aldus Jaspers, een dynamiek tussen omhelzen en afwijzen. Erg interessant, leesbaar vertaald door Jakob Mordegaai. Het weglaten van bronvermeldingen van de vele Nietzsche-citaten is echter een grote misser.


  • (310) 27 februari 2017: Peter Barthel, Professor, bestaat God? (Amsterdam University Press 2017)

In 2014 vierde de Rijksuniversiteit Groningen haar 400-jarig bestaan. In het kader daarvan werd de serie ‘400 vragen aan de RUG’ in het leven geroepen. De toen 7-jarige Anco Visser stelde de vraag: ‘Bestaat God? Kan de universiteit dit eens uitzoeken?’ Peter Barthel, astronoom aan de RUG, kreeg deze vraag op zijn bureau. In een brief, uitgesproken als lezing en later gepubliceerd in het dagblad Trouw beantwoordde Barthel deze vraag op persoonlijke wijze. Dit boekje bevat een uitgebreide versie van Barthels betoog. Over afscheid van een persoonlijk godsbeeld, over de rol van ervaring en rationaliteit, en over de verwerping van God als stoplap. Verwondering over de kosmos staat bij Barthel centraal. Verwondering die van ons een reactie vraagt. God is de bezielende Geest van de kosmos. De natuurwetenschappen bestuderen de Letter van de kosmos. Vrijzinnig gelovig denken dat raakt aan ideeën van Bonhoeffer en Wittgenstein, maar ook van Carel ter Linden, Klaas Hendrikse en Harry Kuitert. Erg fraai uitgegeven, met harde kaft, voorzien van kleurige illustraties van kosmos en kunstwerken.


  • (309) 23 februari 2017: Desiderius Erasmus, De correspondentie van Desiderius Erasmus 13 (Ad.Donker 2016)

In dit dertiende deel van de serie “De correspondentie van Desiderius Erasmus”, waarin alle 3141 brieven van en aan Erasmus van Rotterdam (1466-1536) zijn verzameld, bevat de brieven 1802-1925, vertaald door Tineke L. ter Meer. Het zijn brieven van en aan Erasmus uit de periode maart tot december 1527. Het is een periode waar een aantal van Erasmus’ brieven niet worden bezorgd, omdat de bezorger ze achterlaat in een herberg. Het gaat om brieven waarin Erasmus een officiële veroordeling van zijn boeken in Frankrijk probeert te voorkomen. Ook wordt duidelijk dat hij in Spanje onder vuur ligt. Het deel laat ook zien hoeveel werk op het gebied van de kerkvaders verzette. Ook dit deel baseert zich weer op de briefuitgave van Allen en Allen, ofschoon er ook van wordt afgeweken. Met voorwoord, lijsten van brieven en van correspondenten en een register van persoonsnamen. Leesbaar vertaald en andermaal mooi uitgegeven, ingebonden met stofomslag en leeslint. Voor specialisten en liefhebbers van Erasmus.


  • (308) 21 februari 2017: Ronald Wolbink, Levenskunst à la Montaigne (ISVW Uitgevers, 2016)

De auteur is bedrijfskundige en filosoof, gespecialiseerd in coaching. Hij verbaasde zich over het reductionistisch-individualistische mensbeeld van de literatuur over coaching, organisatieverandering en personeelsmanagement. Zelf ontleende de auteur inspiratie en inzichten uit de essays van de 16e-eeuwse denker Michel de Montaigne. Dit boekje is de neerslag van die inzichten. Het boekje biedt een moderne levenskunstfilosofie voor een breed publiek. In het eerste hoofdstuk staat de vraag ‘Wat is levenskunst?’ centraal. Levenskunst is het bewust vormgeven van je eigen leven, en dat vraagt tijd, oefening en doorzettingsvermogen. De overige hoofdstukken gaan over Montaignes inzichten over het goede leven met de dood voor ogen, leren van ervaringen in interactie met anderen en met je omgeving, denken en scepticisme, en het belang van persoonlijke ruimte. Laagdrempelig, in eenvoudige taal gevat, met citaten uit Montaignes “Essays”. Veel inzichten zijn toch behoorlijk open deuren. Niet bedoeld als inleiding in of vervanging van Montaignes hoofdwerk “Essays”.


  • (307) 13 februari 2017: Bart Cusveller & Marc de Vries, Cinemasofie: Grote vragen op het grote scherm (Buijten & Schipperheijn Motief, 2017)

Vanuit de christelijke filosofie (de vroegere ‘reformatorische wijsbegeerte’) is er de laatste jaren veel belangstelling voor de relatie tussen hedendaagse films en (levensbeschouwelijk getinte) filosofie. Daarmee wordt een leemte gevuld, want in de Nederlandse filosofische literatuur wordt verrassend weinig aandacht aan de relatie van filosofie en films gegeven. De auteurs van dit boek nemen films zoals ‘The Hunger Games’, Nolans ‘Batman’-trilogie, het oeuvre van Pixar en van regisseurs als Christopher Nolan, M. Night Shyamalan en Andrew Niccol tot uitgangspunt van een negental beschouwingen over politieke filosofie, wijsgerige antropologie, ethiek, kennisleer, godsdienstfilosofie, techniekfilosofie, metafysica, esthetica en wetenschapsfilosofie. Het christelijke aspect is niet overheersend, zodat dit boek geschikt is voor een breed publiek (bijv. als discussiemateriaal op scholen). Er wordt relatief weinig filosofisch jargon gebruikt, de teksten zijn goed leesbaar, en er worden nuttige kijk- en leestips gegeven. Een aanrader voor liefhebbers van films en filosofie.


  • (306) 10 februari 2017: The School of Life, Grote denkers (Nijgh & Van Ditmar, 2017)

Bij The School of Life staat naar eigen zeggen het ontwikkelen van emotionele intelligentie centraal. Geput wordt uit filosofische en andere culturele bronnen. Het resultaat is dat mensen aan het denken worden gezet over thema’s die de kwaliteit van leven bepalen. Een soort levenskunstfilosofie dus. In het boek “Grote denkers”, een stevig ingebonden boek van bijna 500-pagina’s, gedrukt in kleur, presenteert The School of Life zijn ‘canon’ van invloedrijke denkers. Het boek bevat een selectie van 60 belangrijke filosofen, politieke denkers, sociologen, psychologen, kunstenaars en schrijvers. De teksten vatten de belangrijkste ideeën van de betreffende denker samen, het gaat hier dus niet om een verzameling selecties uit primaire bronnen. Het geheel staat sterk onder invloed van nutsdenken: alleen die denkers en hun ideeën worden gepresenteerd die nu nog praktisch nut hebben voor ons dagelijks leven. Het geheel zet zich sterk af tegen academische filosofie, die als snobistisch, wereldvreemd, pedant en arrogant wordt neergezet. Alle teksten zijn door anonieme auteurs geschreven.


  • (305) 01 februari 2017: Floris van den Berg, Hoe komen we van religie af? Een ongemakkelijke liberale paradox. (2e druk) (Houtekiet, 2017)

Van den Berg is docent filosofie aan de Universiteit van Utrecht. Deze tweede druk (nieuwe epiloog) verschijnt n.a.v. Van den Bergs optreden in het TV-programma ‘Rot op met je religie!’. Religie is een ziekte, een instrument van onderdrukking dat zich van maffiapraktijken bedient en ‘Befehl ist Befehl’ predikt. Vanuit het liberalisme is religie niet te verbieden, maar wel te ontmoedigen. In het eerste hoofdstuk worden zestien strategieën gegeven om religie te bestrijden. Vervolgens wordt de hoofddoek-discussie besproken. In het derde hoofdstuk verklaart de auteur religie via de (pseudowetenschappelijke) mementheorie. Argumenten zijn alle in de trant van: ‘Het is duidelijk dat de waarheidsaanspraken van religie onwaar of betekenisloos zijn’ (14). De schrijver bedient zich vooral van retoriek. Alle gebruikte voorbeelden betreffen fundamentalistische uitwassen. Nergens blijkt dat Van den Berg zich serieus in theologie en geloof heeft verdiept, zoals het een universitair docent zou betamen. Kortom, een boek wat het ventileren van irrationele onderbuikgevoelens verwart met filosofie.


  • (304) 30 januari 2017: Paul Rasor, Geloof zonder zekerheid: Vrijzinnige theologie in de 21e eeuw. (Skandalon, 2017)

Vrijzinnige theologie (dus niet vrijzinnig in de Vlaamse betekenis van ‘atheïstisch’ maar als liberale theologie) meent dat menselijke religiositeit begrepen moet worden vanuit het perspectief van hedendaagse (ook natuurwetenschappelijke) kennis en levenservaring. Autonomie, ervaring en rede staan centraal. Dit boek, van de Amerikaanse theoloog Paul Rasor, is een studieboek dat een inleiding biedt tot en een overzicht geeft van een aantal thema’s van de vrijzinnige theologie. Hij doet dat op gedegen, en realistisch-kritische wijze, door op de sterktes en zwaktes van vrijzinnige theologie te wijzen. Hij geeft een schets van wat vrijzinnige theologie is, beschrijft een aantal van de (ook Amerikaanse) bronnen van vrijzinnige theologie en hoe moderne vrijzinnige theologie door het postmodernisme wordt uitgedaagd. Vervolgens gaat het over thema’s als het zelf, religieuze ervaring en taal, de kritiek van bevrijdingstheologie op vrijzinnige theologie en de kansen die dit biedt, en het probleem van racisme. Een erg Amerikaans boek, dat soms stroef leest, maar niettemin een standaardwerk is.


  • (303) 30 januari 2017: Sam Harris, De vrije wil. (Samsara, 2016)

Dit boekje van de filosoof Sam Harris verscheen in de VS al in 2012 en wordt nu pas in het Nederlands uitgebracht, voorzien van een voorwoord van Dick Swaab. Hoofdstelling van dit boek is dat de vrije wil een illusie is en dat mensen net zo min verantwoordelijk zijn voor de volgende gedachte die we denken en de handelingen die we uitvoeren, als voor het feit dat we geboren zijn. Harris neemt het beroemde Libet-experiment als voornaamste bewijsstuk voor deze stelling. Mensen een vrije wil, en daarmee verantwoordelijkheid voor hun handelingen, toekennen en op grond daarvan ook straffen of belonen, is volgens Harris een zuiver pragmatische aangelegenheid. Filosofisch heeft het boekje weinig omhakken. Argumentatie is sporadisch, het betoog drijft vooral op retoriek (zoals ook vaak in de rest van Harris’ oeuvre). Het boekje was in de VS geen succes, onduidelijk is waarom het nu in het Nederlands verschijnt, omdat het geen enkel nieuw inzicht bevat wat de discussie over de vrije wil verder helpt. De vertaling bevat heel wat slordigheden, zoals spelfouten en een enkele niet-lopende zin.


  • (302) 26 januari 2017: Charles Sanders Peirce, Lessen in pragmatisme. (Boom, 2017)

Voor het eerst verschijnt een selectie van geschriften van de beroemde Amerikaanse filosoof Charles Sanders Peirce (1839-1914) in Nederlandse. Samensteller en vertaler Kees Schuyt koos ervoor om een aantal artikelen te vertalen die nog tijdens Peirce’ leven verschenen zijn. Ze willen representatief zijn voor de breedte aan onderwerpen van Peirce’ filosofie. Die onderwerpen zijn nauw verweven met de grondslagen van zijn semiotiek (‘tekenleer’) en derhalve ligt de nadruk van de selectie op de essentiële artikelen van Peirce’ kennistheorie. De onderwerpen van de artikelen zijn o.a. een vroege kritiek op Descartes, het pragmatisme en Peirce’ opvattingen over wetenschap en de wetenschappelijke methode. Buiten beeld gelaten zijn Peirce’ kosmologische ideeën en zijn geschriften op het gebied van logica en wiskunde. De artikelen zijn buitengewoon lastig, Peirce was zeer exact in zijn formuleringen. De uitgebreide inleiding van Schuyt is dan ook welkom, ofschoon ook deze lastig leesbaar is. Het is te hopen dat door deze publicatie Peirce’ denken in Nederland bredere bekendheid krijgt.


  • (301) 12 januari 2017: Arnold Ziegelaar, Oorspronkelijk bewustzijn. (ISVW Uitgevers, 2017)

De filosoof Arnold Ziegelaar verraste in 2015 met zijn mystiek-filosofische boek ‘Aardse mystiek’. Met ‘Oorspronkelijk bewustzijn’ heeft Ziegelaar andermaal een verrassend boek afgeleverd zoals dat zijn gelijke in het Nederlands taalgebied niet kent. Een grondige, ruim 500 pagina’s dikke verhandeling over het raadsel van het bewustzijn. Ziegelaar weet de Continentaal-fenomenologische traditie probleemloos te combineren met de Angelsaksisch-analytische ‘philosophy of mind’. In het eerste deel beschrijft hij de geschiedenis van de bewustzijnsfilosofie vanaf de Oudheid tot nu, en komt hij via Heideggers begrip van ‘Lichtung’ en een uitgebreide fenomenologische analyse tot een originele en bruikbare definitie van bewustzijn. Het tweede deel behandelt een scala aan fysicalistische en non-fysicalistische verklaringen van bewustzijn. Ziegelaars eigen (tussen)positie van ‘naturalistisch dualisme’ ziet bewustzijn als oorspronkelijk fenomeen in het universum: anti-fysicalisme zonder iets bovennatuurlijks. Een on-Nederlands diepgravend werk dat het in zich heeft een standaardwerk te worden.


  • (300) 12 januari 2017: Michel Henry, Woorden van Christus. (Van Warven, 2016)

De Franse filosoof Michel Henry (1922-2002) is in Nederland niet heel bekend. ‘Woorden van Christus’ is zijn eerste boek dat in het Nederlands verschijnt, maar was het laatste boek dat de auteur net voor zijn dood voltooide. Henry was exponent van de ‘theological turn’ in de Franse filosofie en neemt de uitspraken van Jezus uit het Nieuwe Testament (en het Evangelie van Thomas) tot uitgangspunt in deze fenomenologische studie. Volgens Henry verkondigt het christendom een openbaring die niet slechts via geloof maar ook via fenomenologie (de studie van hoe de wereld aan ons verschijnt) te duiden is. De woorden van Christus openbaren God als het leven zelf en Jezus als de eerste openbaring van het leven als mens. Zo gaat ‘Woorden van Christus’ uiteindelijk over taal: de menselijke taal die Jezus sprak en het Woord van God dat Christus is. Het boek maakt duidelijk dat Jezus’ boodschap een radicale transformatie (een transsubstantiatie) van de mens beoogt. Zeer leesbaar vertaald, Franse filosofie met een spiritueel tintje. Met een inleiding van de Nederlandse Henry-kenner Ruud Welten.


  • (299) 14 december 2016: Bert Gasenbeek (red.), Vrijdenken & Humanisme in Nederland: 40 plekken van herinnering. (Thoth, 2016)

In een veertigtal artikelen van bijna evenzoveel verschillende auteurs wordt de geschiedenis van het vrijdenken en humanisme in Nederland beschreven. In het voorwoord wordt humanisme beschreven als de wil tot ‘geestelijke bevrijding in de cultuur’, en wel als kritische reflectie op religie, een moreel politiek streven naar sociale rechtvaardigheid en tegen intolerantie, en een ideaal van ontwikkeling, ontplooiing en vorming. Talloze bekende (Spinoza, Multatuli, Rudy Kousbroek) en minder bekende personen (Rudolf Agricola, Johanna Turner, Bart de Ligt, Benno Premsela) komen voorbij, evenals gebeurtenissen en instituten. De selectie van auteurs is afgewogen (er zitten ook enkele theologen bij). Ieder artikel is gekoppeld aan een bepaalde ‘plek van herinnering’ waarvan een foto is bijgevoegd. Het geheel is volledig in kleur uitgegeven en ziet er zeer verzorgd uit (met mooie layout en goed leesbaar lettertype). Er is zelfs een personenregister toegevoegd. Niet alle artikelen zijn even diepgravend, maar het geheel geeft een goed beeld van de geschiedenis van het vrijdenken in Nederland.


  • (298) 14 december 2016: Sören Kierkegaard, Opbouwende toespraken in verschillende geest. (Damon, 2016)

Het twaalfde deel van de serie Sören Kierkegaard Werken omvat de bundeling ‘Opbouwende toespraken in verschillende geest’ uit 1847. Hierin zijn opgenomen ‘Een gelegenheidstoespraak’, naar aanleiding van een biecht, ‘Wat wij leren van de lelies op het veld en de vogels in de lucht. Drie toespraken’ en ‘Het evangelie van het lijden. Christelijke toespraken’. De oorspronkelijke vertaling van wijlen pater Hans van Munster is geredigeerd aan de hand van de nieuwe Deense kritische uitgave. In de eerste toespraak staat de kwestie centraal: zuiverheid van hart is onverdeeld één ding [nl. het goede] te willen. Hierin gaat het om een ethiek van de zelfwording. In de tweede cluster toespraken gaat het om de verhouding van de enkeling tot God die voorafgaat aan iedere vorm van wereldse bezorgdheid. Ook hier gaat het over de relatie van het tijdelijke en het eeuwige. Het laatste deel zijn zeven toespraken over het paradoxale ‘evangelie van het lijden’ waarin het gaat om de verhouding van de enkeling tot lijden en kwaad. Mooi uitgegeven inclusief voetnoten en verhelderend nawoord.


  • (297) 05 december 2016: Dirk Tieleman & Geert Heymans, Terug naar Utopia. (Davidsfonds, 2016)

In 2016 wordt gevierd dat “Utopia” van Thomas More 500 jaar geleden verscheen. In het boek “Terug naar Utopia” en de bijbehorende DVD met de documentaire “Back To Utopia” zet aan tot reflectie over de erfenis en relevantie van More’s boek voor vandaag. Het boek bevat een nieuwe, zeer vlot lezende vertaling van alleen het tweede deel van More’s “Utopia”. De vertaling wordt afgewisseld met foto’s uit de DVD-documentaire en interviews met Herman van Rompuy (Belgisch politicus), psycholoog Marc Buelens, econoom Geert Noels, Belgisch politica Bea Cantillon, politiek filosofe Tinneke Beeckman en kerkjurist Rik Torfs over More’s invloed, relevantie en de haalbaarheid van zijn denkbeelden. De DVD bevat een fraai gefilmde, gedramatiseerde documentaire over More’s utopie als aanleiding om de misstanden van onze huidige wereld aan de orde te stellen. Documentairemaker Fabio Wuytack meent dat Utopia geen concrete plek is, maar een “state of mind”. Boek en DVD vullen elkaar uitstekend aan. Een mooi multimediaal geheel als eerste kennismaking met “Utopia” of als basis voor bijv. gespreksgroepen.


  • (296) 02 december 2016: Floris Cohen, Het knagende weten. (Prometheus, 2016)

Floris Cohen is wetenschapshistoricus aan de Universiteit Utrecht. Eerder publiceerde hij ‘De herschepping van de wereld: Het ontstaan van de moderne natuurwetenschap verklaard’. In zijn nieuwste boek gaat hij diepgravend in op de verhouding tussen geloof en wetenschap. Via analyses (of zoals hij het zelf noemt: een ‘figurenstudie’) van o.a. Kepler, Gijsbert Voet, Galilei, Pascal, Newton, Kant, Darwin, Max Weber en Albert Einstein laat hij zien hoe grote wetenschappers zich tot religieus geloof verhouden hebben. Cohen is bijzonder kritisch op denkers als Richard Dawkins en Herman Philipse die geloof met een vorm van ‘weten’ verwarren. Cohen is ook kritisch naar religie toe, maar in zijn vooral door Kant geïnspireerde visie is er toch ruimte voor wat hij noemt ‘als-of’ geloof. Niet altijd gemakkelijke lectuur (met name Kant is erg lastig), de keuze van de historische ‘figuren’ is nogal willekeurig, en ook stilistisch valt er wel wat op het boek aan te merken. Toch een diepgravende én geëngageerde studie; een van de beste boeken over geloof en wetenschap van de afgelopen jaren.


  • (295) 18 november 2016: Philippe Lepers, Edelste mens, grote egoïst of idioot? Nietzsche over Jezus. (Klement, 2016)

Dat de filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) niet bepaald positief tegenover het christendom stond, is algemeen bekend. Maar hoe zit het met de figuur van Jezus? De Vlaamse godsdienstwetenschapper en filosoof Philippe Lepers is in het werk van Nietzsche alle passages nagegaan waar Jezus ter sprake komt. Dit boek vormt de neerslag van dat onderzoek en geeft in een slothoofdstuk weer wat de relevantie ervan voor nu is. Lepers onderscheidt vier fasen in het denken van Nietzsche over Jezus. De vroege Nietzsche ziet Jezus als een ‘edel mens’ of zelfs als ‘de edelste aller mensen’. In de tweede fase onderzoekt Nietzsche welke neigingen en driften ten grondslag liggen aan Jezus’ ontwikkeling tot een edel mens. Daaruit concludeert hij dat Jezus eigenlijk een ‘grote egoïst’ was. In de derde periode, die van ‘Also sprach Zarathustra’ is Jezus geen hoogstaande figuur meer, maar hoort hij tot een lager soort mensen. In de laatste fase gaat Nietzsche zelfs zover Jezus tot ‘idioot’ te verklaren, wellicht onder invloed van Dostojevski. Interessant, origineel en erg toegankelijk geschreven.


  • (294) 08 november 2016: Maarten van Buuren, De essentie van Spinoza. (ISVW Publishers, 2016)

Maarten van Buuren is emeritus hoogleraar moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. De laatste jaren heeft hij zich echter ontpopt als één van de grote kenners van het werk van Spinoza. Eerder in 2016 verscheen van zijn hand al ‘Spinoza: Vijf wegen naar de vrijheid’, waarin hij Spinoza’s denken in detail bespreekt aan de hand van de registers die Van Buuren heeft opgesteld van sleuteltermen uit Spinoza’s verzameld werk. Dat boek is tamelijk uitgebreid en bij vlagen behoorlijk ingewikkeld. Nu verschijnt bij ISVW Publishers een soort samenvatting van het eerdere boek onder de titel ‘De essentie van Spinoza’. In dit boekje, dat een identieke opbouw kent als het eerder genoemde werk, bespreekt Van Buuren voor een groot publiek in een notendop de essentiële aspecten van Spinoza’s werk. Met nadruk op Spinoza’s denken als een vorm van levenskunst: de immanentie van God, ideeën over vrijheid, essentialisme, kentheorie, en Spinoza’s ethische en politieke ideeën. Zonder voetnoten, literatuurverwijzingen of uitweidingen, erg leesbaar geschreven, met concrete voorbeelden.


  • (293) 07 november 2016: Peter Rollins, De orthodoxe ketter en andere onmogelijke verhalen. (Uitgeverij Skandalon, 2016)

Peter Rollins (1973) is een jonge theoloog die momenteel steeds populairder wordt. Hij wordt gezien als vertegenwoordiger van de ‘radicale theologie’ (de opvolger van de God-is-dood-theologie). Hij is een theoloog die meent dat geloof en theologie minder zouden moeten draaien om geloof als overtuiging, maar vooral als houding. Religieuze waarheid kan alleen worden geleefd; het is betrokkenheid op lijden, onrecht en verdrukking. Rollins is o.a. geïnspireerd door de Continentale (godsdienst)filosofie en door de Amerikaanse theoloog John Caputo. Rollins schrijft niet alleen theologie, maar ook verhalen en toneelstukken. Dit boek is het eerste dat van hem in het Nederlands vertaald wordt. In dit boek wil Rollins zijn radicale ideeën bespreekbaar maken via zelfbedachte verhalen of parabels die hij vervolgens toelicht. De verhalen zijn origineel en kort. De toelichting vormt een goede inleiding op Rollins’ radicale denkwijze. Het levert wel een fragmentarisch geheel op, maar dat leent zich goed voor bijv. gespreksgroepen. Dit boek doet hopen dat meer van Rollins’ werk wordt vertaald.


  • (292) 07 november 2016: Margreet Klokke & Rienk Lanooy, Filosofen op de kansel: Negen wijsgeren en de bijbel – een ontmoeting. (Uitgeverij Skandalon, 2016)

Filosofie neemt in onze samenleving steeds meer de vraag van religie in. Kun je mogelijkerwijs een verbinding leggen tussen de ideeën van filosofen en de christelijke traditie? Dat is de vraag die Klokke en Lanooy – twee predikanten van de Haagse Kloosterkerk – boeide en die in 2014 en 2015 resulteerde in een serie ‘filosofische kerkdiensten’. Beelden van filosofen, gemaakt door kunstenares Eveline van Duyl, werden in de kerk tentoongesteld en daar omheen werd een filosofische dienst georganiseerd. Een aantal van de preken en de bijbehorende gebeden zijn in dit boek verzameld, een aantal kunstwerken is in mooie kleurendruk afgebeeld. De behandelde filosofen zijn Socrates, Plato, Augustinus, Descartes, Schopenhauer, Kierkegaard, Nietzsche, Sartre en Arendt. Het project is interessant, maar het resultaat blijft enigszins teleurstellend en oppervlakkig. De essayistische preken zijn te vrijblijvend en te weinig verrassend. Filosofie en bijbel blijven vooral naast elkaar staan. Van echte verstrengeling van twee disciplines is amper sprake. De uitgave is wel erg mooi vormgegeven.


  • (291) 02 november 2016: Etienne Vermeersch, Over God. (Uitgeverij Vrijdag, 2016)

Van de filosoof Etienne Vermeersch – door het Vlaamse “Knack” uitgeroepen tot Vlaanderens grootste intellectueel – komt een boekje dat poogt aan te tonen dat hedendaagse gelovigen lijden aan cognitieve dissonantie omdat ze niet willen beseffen dat er voldoende rationele argumenten zijn die overtuigend laten zien dat de God van jodendom, christendom en islam niet bestaat. En als hij al bestaat, zo meent Vermeersch, is God een monster dat onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist en tot grootste immoraliteit aanzet. Het boekje is opgedeeld in drie delen. In de prolegomena vertelt Vermeersch over zijn eigen levensweg van jezuïet tot atheïst en over cognitieve dissonantie. Het tweede en langste deel bevat zijn atheïstische argumenten. In het derde deel worden een aantal hedendaagse auteurs – gelovig en ongelovig – tamelijk genuanceerd maar kort besproken. Een boekje waar veel over te zeggen valt, dat genuanceerder is dan veel nieuw-atheïstische lectuur, maar dat verder geen enkel nieuw argument of inzicht bevat. Het lijkt vooral voor de Vlaamse schare Vermeersch-fans te zijn uitgegeven.


  • (290) 01 november 2016: Rikko Voorberg, De dominee leert vloeken: Over woede, onmacht en daadkracht. (Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016)

Rikko Voorberg is een jonge hond (geboren in 1980). Een tegendraadse theoloog die de studeerkamer achter zich op slot heeft gedaan en de wereld intrekt – letterlijk. Deze ‘hipstertheoloog’ kwam in het nieuws vanwege zijn oproep tot vloeken als theologisch zinvol. Dit boek is een persoonlijk document. Hierin vertelt hij hoe hij tot het inzicht kwam dat woede, onmacht en agressie (niet als geweld, maar opgevat als daadkracht) soms noodzakelijk zijn om onrecht en lijden aan de orde te stellen. Een betere wereld hangt volledig van ons mensen af. Hij vertelt over zijn ontmoeting met pedofiel Benno L., over hoe vloeken opgevat kan worden als een vorm van bidden, en over zijn reis naar Lesbos en zijn acties voor vluchtelingen. Tussendoor vertelt hij ook over zijn eigen vrijgemaakt-gereformeerde achtergrond, over acteren en kunst en over zijn visie op religie. Niet al te diepgravend, een boek dat ook niet echt blijft hangen en te luchtig is geschreven om echt aangrijpend te zijn. Maar wel een realistisch boek, boeiend geschreven en een verfrissend geluid. Een boek dat velen zal aanspreken.


  • (289) 01 november 2016: Andreas Kinneging, Paul de Hert, Maarten Colette (red.), Montesquieu: Enigmatisch observateur. (Uitgeverij Vrijdag, 2016)

Charles-Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (1689-1755) is vandaag de dag vooral beroemd door zijn staatkundige ideeën. Zijn hoofdwerk “Over de geest der wetten” (uit 1748) en zijn eveneens geroemde “Perzische brieven” (uit 1721) worden nog altijd gelezen. Deze werken staan ook centraal in de artikelenbundel die nu in de serie van De Debatten verschijnt (en waarin eerder al bundels over Toqueville, Rousseau en Benjamin Constant verschenen). De nadruk van de artikelen, geschreven door Vlaamse en Nederlandse denkers, ligt op het staatsrechtelijke denken van Montesquieu. Het lijvige, diepgravende en soms lastige boek zal dan ook vooral rechtsfilosofen aanspreken. Toch wordt ook Montesquieus invloed op het ontstaan van de latere sociale wetenschappen niet genegeerd. Duidelijk wordt dat Montesquieu zich bevindt op het kantelmoment van de overgang van een premodern naar een modern wereldbeeld. Oude normen staan op de tocht, maar hebben hun gezag nog niet verloren. Inclusief uitgebreid notenapparaat en literatuuropgaven, maar een index ontbreekt jammerlijk.


  • (288) 27 oktober 2016: Alvin Plantinga, Kennis en geloof. (Brevier, 2016)

De Amerikaanse filosoof (met Nederlandse voorouders) Alvin Plantinga wordt algemeen beschouwd als een van de grootste godsdienstfilosofen. Hij heeft baanbrekend werk verricht op het gebied van de modale logica en epistemologie (kennisleer). Hij is ook een overtuigde protestantse gelovige die zijn filosofische kennis en kunde gebruikt om de rationaliteit van het christelijk geloof te verdedigen. In dit boek doet hij een poging om zijn zeer moeilijke ideeën omtrent de rationaliteit van het christelijk geloof voor een breder publiek inzichtelijk te maken. Hij bespreekt de bekende bezwaren tegen geloof in God, doet vervolgens zijn ‘Thomas & Calvijn-model’ uit de doeken om te betogen dat geloof in God en het christelijk geloof (geloof in de Drie-eenheid, incarnatie, verzoening, opstanding) waarborg heeft en dus een vorm van kennis is. Ten slotte weerlegt hij bezwaren die op basis van historische bijbelkritiek, religieus pluralisme en het kwaad tegen zijn model geopperd worden. Erg lastig boek dat veel discussie zal oproepen. Arend Smilde leverde een uitstekende vertaling af.


  • (287) 20 oktober 2016: Rinse Reeling Brouwer, Eeuwig leven: Agamben & de theologie. (Sjibbolet, 2016)

Dat de filosoof Giorgio Agamben de theologie iets wil zeggen, is evident. Hij snijdt in zijn boeken en artikelen talloze theologische onderwerpen aan en ontving een eredoctoraat in de theologie van de universiteit van Fribourg (Zwitserland). Theoloog Rinse Reeling Brouwer (Protestantse Theologische Universiteit) gaat in dit boek het gesprek aan met Agamben. Opgebouwd als een dogmatisch traktaat (van schepping tot voleinding) in vier delen van elk vijf fragmenten behandelt hij o.a. de stem en het spreken, politieke theologie en de dynamiek van in- en uitsluiting, de wet (Paulus) en de rol van Agambens ideeën over ‘onwerkzaamheid’ en de Messias. De ‘vormgeving’ van de tekst is ‘experimenteel’, geeft Reeling Brouwer toe: ‘Het is aan de lezer te beoordelen wat deze vormgeving oplevert’. Het resultaat is helaas een compromisloos duister, esoterisch en bij vlagen onbegrijpelijk essay voor louter ingewijden, dat erg veel (en voor velen: teveel) van de lezer vergt, niet alleen qua kennis van Agamben, wiens ideeën amper worden uitgelegd, maar ook van de theologiegeschiedenis.


  • (286) 18 oktober 2016: Ruud Welten, Als de graankorrel niet sterft: Een filosofische archeologie van openbaring. (Klement, 2016)

De filosoof Ruud Welten werd onlangs bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Thomas More aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Dit essay vormde de basis voor de rede die hij uitsprak bij aanvaarding van het ambt. Eerdere boeken zijn “Het ware leven is elders” (2013) en “Onder vreemden” (2014). Zijn meest recente boek wil licht werpen op het concept van openbaring – een niet onbekend begrip in de hedendaagse Continentaal-fenomenologische filosofie. Openbaring is niet alleen cruciaal voor religie, stelt Welten, maar ook voor onze humaniteit. Welten laat zien hoe de moderniteit het concept van openbaring probeert weg te moffelen, omdat openbaring ontregelt en traumatiseert. Vervolgens probeert hij aan de hand van Levinas, Lacan en Michel Henry te komen tot een “archeologie” van openbaring, dus op te graven wat onder de moderniteit bedolven ligt en van cruciaal belang is voor de toekomst van onze humaniteit. Moeilijk, maar relevant, omdat het gelezen kan worden als een diagnose van de sociaal-politieke worsteling in onze hedendaagse samenleving met het fenomeen religie.


  • (285) 10 oktober 2016: Hans Achterhuis, Koning van Utopia: Nieuw licht op het utopisch denken. (Lemniscaat, 2016)

De prominente Nederlandse filosoof Hans Achterhuis heeft in het verleden ferme kritiek geuit op utopische denkstijlen. Nu, in dit nieuwe boek, komt hij daar deels van terug omdat hij meent dat de tijdgeest veranderd is. Zoals hij zelf schrijft: ‘Ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat de grote utopie van een totaal andere samenleving voor mij nog steeds uit den boze is. Maar zonder kleinere utopische experimenten en ideeën dreigt de kapitalistische utopie ons te verlammen’ (21). Achterhuis beschrijft in dit boek hoe hij door het boek ‘Utopia’ van Thomas More (uit 1516) geïnspireerd raakte – een boek dat in 2016 speciale belangstelling geniet vanwege het 500-jarig bestaan ervan en dat vaak geldt als prototype van utopisch denken. Achterhuis laat uitgebreid zien hoe de tekst van More in zijn ogen door de eeuwen heen is misverstaan. Hij beschrijft vervolgens andere utopieën en culturele en sociale experimenten, veelal met concrete voorbeelden. Aan het eind van dit uiterst leesbare boek blijkt hoe Achterhuis kleine utopieën onopgeefbaar acht voor een levensvatbare samenleving.


  • (284) 06 oktober 2016: Gerrit Teule (red.), Pierre Teilhard de Chardin: Een man van geest en toekomst. (Aspekt, 2016)

Het denken van de paleontoloog en katholiek priester Teilhard de Chardin (1881-1955) is weinig populair. En dat is jammer, menen de schrijvers van deze artikelenbundel – deelnemers aan de Haagse Teilhard Studiegroep – unaniem. Zijn ideeën waren volgens de auteurs visionair, met name dat van de noösfeer (‘het netwerk van cultuuruitingen, dat de mensheid om de aarde gespannen heeft’) en zijn verwerping van de materialistische wetenschap. De auteurs schenken aandacht aan de biografie van Teilhard en zijn evolutietheorie. Ze focussen met name op de relatie van zijn denken tot de moderne natuurwetenschap, geloof en wetenschap en nieuwe (kosmische) spiritualiteit. De auteurs flirten soms met grenswetenschap (Jean Charon) en met anti-Darwiniaanse stellingnamen. Teilhards christelijk geloof wordt in deze bundel opvallend genoeg vrijwel volledig buiten beschouwing gelaten: Paul Revis meent zelfs dat de christologische focus van Teilhard een atavistische restant is, die we nu achter ons moeten laten. Daardoor is het de vraag hoeveel in dit boek recht doet aan de visie van Teilhard zelf.


  • (283) 04 oktober 2016: Hans Feddema, Een keizer zonder kleren: Ken jezelf, God als kracht en het dogma voorbij. (Aspekt, 2016)

De kerken lopen leeg en essayist/publicist, antropoloog en historicus Hans Feddema meent dat de kerken dit deels aan zichzelf te danken hebben. Wie naar de samenleving als geheel kijkt, ziet dat er genoeg belangstelling is voor individuele spiritualiteit. Feddema voert in dit boek dan ook een pleidooi voor het afschaffen of radicaal wijzigen van de leerstellingen van de kerk, inclusief het flink bijstellen van gods- en mensbeelden, en eerherstel voor Pelagius (die de erfzondeleer ontkende) en de gnostici. Want: “Alleen een kerk die haar geloofsleer afschaft en kiest voor immanentie van het transcendente zal overleven” (146). Een spirituele transformatie van de kerk, inclusief ruimte voor esoterie, gnostiek en reïncarnatie, want volgens Feddema is het leven een “uitdaging voor geestelijke groei of een leerschool van transformatie voor de ziel” (136). Het betoog is warrig. De auteur argumenteert amper. Serieuze theologische uiteenzettingen ontbreken. Wel veel verwijzingen naar “grenswetenschappelijke” en esoterische auteurs (o.a. Mellie Uyldert) alsof het betrouwbare bronnen betreft.


  • (282) 26 september 2016: Ziauddin Sardar & Iwona Abrams, Chaos: Een visuele introductie. (Librero, 2016)

Rond het jaar 2000, toen de eerste druk van dit boekje in het Engels verscheen, was de chaostheorie een enorme hype, met name door de kleurrijke fractals die overal opdoken. Chaostheorie is de wetenschap van instabiel, aperiodiek gedrag dat deterministisch is, maar waarbij de gevoelige afhankelijkheid van begincondities ervoor zorgt dat het gedrag van chaotische systemen uiteindelijk onvoorspelbaar wordt. Bij Librero verschijnt nu een herdruk van de “visuele introductie” tot de chaostheorie. Via korte tekstjes en grote zwartwit cartoons wordt de geschiedenis van de chaostheorie uitgelegd. Lastige wiskundige ideeën komen ter sprake, de wetenschappers achter de theorie worden belicht en in de tweede helft staan de consequenties van chaostheorie voor het denken over economie, stedenbouw, geneeskunde, klimaat, wetenschap en wereldbeeld centraal. Het blijft alles tamelijk oppervlakkig en de cartoons zijn niet altijd verhelderend. Een aardig boekje om eens door te bladeren. Niet actueel, vernieuwend of baanbrekend, want de storm rond chaostheorie is al jaren geleden geluwd.


  • (281) 17 september 2016: René van der Rijst (red.), Filosoferen over God. (Boekencentrum, 2016)

De “Toer Reeks” waarin dit boekje verschijnt, wil gesprekken in kerkelijke gemeentes over allerlei thema’s stimuleren en verdiepen. In dit deel gaat het over denkers die kenmerkend zijn voor de terugkeer naar religie die momenteel in de filosofie plaatsvindt. Het zijn veelal niet-gelovige filosofen die traditionele godsbeelden verwerpen, maar wel de waarde van God en religie erkennen en in hun denken een plaats geven. In zeven beknopte hoofdstukken door verschillende auteurs en voorzien van gespreksvragen, wordt het denken over religie van Gianni Vattimo, Peter Sloterdijk, Slavoi Zizek, Richard Kearney, Alain de Botton, Alain Badiou en Joke Hermsen beknopt besproken. Er zijn grote verschillen tussen de denkers, maar toch ook interessante parallellen. Niet altijd even gemakkelijke lectuur, de teksten bevatten een enkele slordigheid (Roger Scruton is geen Franse maar een Britse filosoof). Zeer de moeite waard omdat op toegankelijke wijze inzicht wordt gegeven in een zeer actuele trend in de hedendaagse filosofie. Jammer dat een lijstje van verdiepende literatuursuggesties ontbreekt.


  • (280) 07 september 2016: Ulrich Libbrecht (m.m.v. Heinz Kimmerle; red. Els Janssens), Filosofie zonder grenzen (Garant, 2016)

De Vlaamse filosoof Ulrich Libbrecht is bekend geworden met zijn “comparatieve filosofie”, een model dat hem in staat stelt totaal verschillende vormen van denken – westerse en oosterse – op een gelijkwaardige manier met elkaar te vergelijken. Hij schreef een serie lijvige boeken die dat model in detail uitwerken. Dit boek, dat voortkomt uit een cursus niet-westerse wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, is in zeker opzicht een samenvatting van die serie lijvige boeken. Redacteur Els Janssens introduceert kort Libbrechts model. Daarna geeft Libbrecht “systeemanalyses” van het denken over natuur, rationaliteit en mystiek van achtereenvolgens de Chinese, Indische en Japanse filosofie. Daarna volgen islamitische, joodse en christelijke filosofie, en de filosofie van de indianen en Afrikaanse filosofie (een hoofdstuk van Heinz Kimmerle). Libbrecht besluit met een aantal voorbeelden van comparatief denken (zoals Spinoza). Diepgravend, soms erg moeilijk, maar telkens weer interessante en verrijkende analyses van westerse en niet-westerse manieren van denken voor hedendaagse wereldburgers.


  • (279) 05 september 2016: Mieke Mosmuller, De kunst van het denken (Occident, 2016)

Mieke Mosmuller (1951) begon als regulier arts, maar raakte in de ban van Rudolf Steiner, de grondlegger van antroposofie. Vervolgens ging ze over op homeopathische behandelwijzen. Sinds 1994 schrijft ze vooral esoterisch aandoende boeken die verschijnen bij de door haar man (speciaal voor haar boeken) opgerichte uitgeverij Occident. In dit boekje ontwerpt ze een negentien-weken durende meditatiecursus over de kunst van het denken. Mediteren door niet op iets anders te focussen, maar door zelf te denken. De eerste helft van de cursus gaat uit van een schema van de middeleeuwse mysticus Raymon Lull, de tweede helft mengt dit met categorieën en de logica van Aristoteles. Het gaat dan vooral over denken over begrippen als “goedheid”, “grootheid”, “wil”, “deugd”, “macht” en logische categorieën van Aristoteles (waarbij ze zegt dat we erover moeten nadenken, maar daarbij niet aangeeft hoe we dat moeten doen). Uiteindelijk loopt het uit op een abstract, wiskundig aandoend denksysteem. Nut en noodzaak van de hele exercitie blijven onderbelicht, reeds wordt verwezen naar een volgend boek.


  • (278) 05 september 2016: Hans Thijssen, Wat filosofen weten: Over het verlangen naar geluk en de honger naar kennis (Vantilt, 2016)

Hans Thijssen is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit. In dit bescheiden boekje klapt hij min of meer uit de school door de academische wijsbegeerte (“professorenfilosofie”) te verwijten wereldvreemd geworden te zijn en zodoende zichzelf in een academisch verdomhoekje te hebben gemanoeuvreerd. Teruggaand naar de Griekse wijsbegeerte, in het bijzonder naar Aristoteles, laat Thijssen zien dat de antieke filosofie begon als “gelukskunde”: een aansporing tot het zoeken naar geluk in dit leven. Bij Augustinus wordt het accent verlegd en wordt geluk in het hiernamaals gelokaliseerd: alleen de doden zijn gelukkig. Die impuls wordt in de middeleeuwen moderne tijd nog verder doorgetrokken onder invloed van de christelijke theologie, met de hedendaagse, abstracte en wereldvreemde “professorenfilosofie” tot gevolg. Thijssen eindigt met een pleidooi dat academische filosofie beter moet reageren op het “religieuze temperament” van de hedendaagse mens en om zo het stokje van zingeving van verdwijnende religie te kunnen overnemen. Prikkelend boek, erg beknopt, maar goed geschreven.


  • (277) 03 augustus 2016: René Gude, Het agoramodel: De wereld is eenvoudiger dan je denkt (ISVW Uitgevers, 2016)

Toen de ‘Filosoof des Vaderlands’ René Gude in 2015 overleed, werkte hij nog altijd aan wat zijn hoofdwerk had moeten worden: het agoramodel. Aangezien hij uiteindelijk zelf niet meer in staat was om het te voltooien, hebben Florian Jacobs, Erno Eskens en Peter Henk Steenhuis de taak op zich genomen om Gudes model verder uit te werken op basis van bestaande teksten en vooral op basis van gesprekken met Gude zelf. Het agoramodel biedt niet alleen een eenvoudig overzicht van ons sociale bestaan, maar bovenal een visie voor de samenleving. Gude deelt ons sociale leven in een aantal ‘levenssferen’ in: privé, privaat, publiek en politiek, welke min of meer corresponderen met ‘trainingssferen’: religie, sport, kunst en filosofie. Dit boek laat op informele wijze door middel van gespreksvorm Gude zelf aan het woord over zijn model, dat het collectief nieuw élan wil geven boven individualisme en dat zingeving en Bildung (met name in het onderwijs) opnieuw op de agenda wil zetten. Publieksfilosofie op zijn best: leesbaar en tot (zelf)reflectie aanzettend. En boeiend tot de laatste letter.


  • (276) 24 juli 2016: Gary Hayden & Michael Picard, Paradoxen: Van illusies tot oneindigheid (Librero, 2016)

Paradoxen blijven boeien, maar zijn soms ook moeilijk te doorgronden. In dit erg leuke (en goedkope) boekje passeren talloze klassieke en modernere paradoxen de revue, zoals de rivier van Herakleitos, het schip van Theseus, Hilberts hotel, het driedeurenprobleem, het prisoner’s dilemma, etcetera. Een paradox is een absurde, tegenstrijdige of tegenintuïtieve conclusie die voortkomt uit een schijnbaar geldige redenering. Het gaat om hersenkrakers die ontstaan vanwege taalkundige vaagheid, maar ook om logische en wiskundige paradoxen, kansparadoxen, natuurkundige paradoxen (tijd en ruimte) en verschillende vormen van onmogelijkheid. De auteurs leggen op betrekkelijk eenvoudige wijze uit waar het paradoxale in schuilt, beschrijven soms alternatieven, en geven opdrachten die de lezer zelf tot nadenken aanzetten. Ook worden korte beschrijvingen gegeven van filosofen die zich met paradoxen hebben beziggehouden. De uitgave verscheen oorspronkelijk in 2013 en is een qua vorm en inhoud ongewijzigde herdruk.


  • (275) 20 juli 2016: Miriam van Reijen, Stoïcijnse levenskunst: Evenveel geluk als wijsheid (ISVW Publishers, 2016)

Eerder verschenen zes colleges van Miriam van Reijen over de stoïcijnse levenskunst als luisterboek. Die verschijnen nu in enigszins bewerkte vorm (d.w.z. voorzien van noten en aanvullende literatuur) in boekvorm. Stoïcijnse levenskunst, praktische filosofie en cognitieve emotietheorie worden in deze lezingen aan elkaar gekoppeld. Een emotie is volgens de auteur een meestal vervelend gevoel, dat ontstaat door een onware gedachte, die nogal hoogmoedig en normatief is en een hoog ego-gehalte heeft. Het is nooit een gebeurtenis die een emotie veroorzaakt, maar een emotie ontstaat als reactie op wat iemand van de gebeurtenis denkt of vindt. Stoïcijnse levenskunst is dan de vereniging van diepste gemoedsrust en acceptatie met de grootst mogelijke actiebereidheid. Het gaat om doen wat in je macht ligt en accepteren van dat wat niet (meer) in je macht ligt. Geïllustreerd aan de hand van o.a. Epicurus, Seneca, Spinoza en Sartre. Helder boekje op het snijvlak van psychologie en filosofie, waarin het voordrachtkarakter behouden is gebleven: niet te ingewikkeld, wel allemaal wat omslachtig.


  • (274) 30 juni 2016: Peter Abspoel, Zingeving in het westen: Traditie, strijdersethos en christendom (Vantilt, 2016)

Peter Abspoel (1962) is cultureel antropoloog en deed onderzoek in Mali en Kameroen. Daardoor kreeg hij een bepaalde kijk op traditie en zingeving die hij verder uitwerkte in een proefschrift (onder begeleiding van Paul van Tongeren). ‘Zingeving in het westen’ is de publieksversie van het proefschrift dat hij in oktober 2015 aan de Radboud Universiteit in Nijmegen verdedigde. In dit ruim 500 pagina’s dikke boek bespreekt Abspoel een drietal zingevingspatronen die alledrie tot op de dag van vandaag bepalend zijn voor het westerse leven: traditionele zingeving (die zich beroept op traditie), het strijdersethos (in het westen groot gemaakt door de Germanen, verzet zich tegen afhankelijkheid van de traditie) en het christendom (die de traditionele zingeving wil redden vanuit het idee dat het vertrouwen in de toewijdingswaardige wereld bemoeilijkt wordt door zonde, onrecht en onderdrukking). Moeilijk, maar indrukwekkend, verhelderend en met een bijzonder originele en vernieuwende kijk op de westerse cultuurgeschiedenis en de hedendaagse worsteling met religie in de samenleving.


  • (273) 30 juni 2016: André Klukhuhn, Licht: De Nederlandse Republiek als bakermat van de Verlichting (De Bezige Bij, 2016)

De auteur is scheikundige en filosoof. Van zijn hand verscheen eerder ‘De geschiedenis van het denken’ en ‘Alle mensen heten Janus’. Uit die boeken kwam een enorme eruditie en belezenheid naar voren. Dat is met ‘Licht’ niet anders, maar dit boek is wel beknopter dan de eerder genoemde, en meer toegespitst. Het tijdperk is de Nederlandse Gouden Eeuw, waarin revolutionaire vernieuwingen plaatsvonden in natuurwetenschap en techniek, filosofie en kunst. Klukhuhn neemt licht als verbindend element om dit tijdperk te beschrijven. Het is het tijdperk van nieuwe filosofie, schilderkunst, literatuur en muziek; van Galilei, de telescoop en de microscoop; van camera obscura, clair obscur en Hollandse luchten; van Descartes en Spinoza, Rembrandt en Vermeer; van Christiaan Huygens en Van Leeuwenhoek. Nauwelijks origineel te noemen, de feiten zijn in elk boek over de Verlichting en de Gouden Eeuw terug te vinden. Wel erg fijn geschreven, lezend als een roman, met als uitsmijter een fikse kritiek op het hedendaagse wetenschaps- en cultuurbeleid, dat een tweede Gouden Eeuw onwaarschijnlijk maakt.


  • (272) 30 juni 2016: Hans Huizenga, De 3 leefregels van Spinoza (Scriptio, 2016)

De filosoof Spinoza (1632-1677) blijft tot de verbeelding spreken, met name onder niet-gelovige zinzoekers. Dit boek, van de Groningse leraar filosofie Hans Huizenga, interpreteert Spinoza’s denken in termen van een praktische filosofie, waarbij Spinoza een inspiratiebron wordt voor hedendaagse niet-gelovige levenskunstenaars. Na een inleiding op Spinoza’s leven en denken, presenteert Huizenga een ‘hertaling’ van Spinoza’s onvoltooid gebleven ‘Vertoog over de verbetering van het verstand’. Huizenga neemt de lezer stap voor stap mee door de zeventien paragrafen, om te laten zien hoe Spinoza’s zoektocht naar een gelukkig leven ook voor ons vandaag nog relevant is. Uiteindelijk resulteert dit in Spinoza’s formulering van drie leefregels. Het boekje is leesbaar geschreven, maar met slordigheden. Onduidelijk blijft welke brontekst voor de ‘hertaling’ is gebruikt en ook ontbreekt een methodische verantwoording. Een bibliografie en index zijn afwezig, het notenapparaat aan het eind is onbruikbaar, omdat geen titels worden gegeven, maar alleen auteursnaam en paginanummers.


  • (271) 06 juni 2016: Arthur Rörsch, Science Friction: Wetenschap tussen crisis en vooruitgang (Elmar, 2016)

Op het eerste gezicht lijkt dit boek een inleiding in de wetenschapsleer. Het wil inzicht geven in hoe de natuurwetenschap behoort te functioneren en wat de belemmeringen zijn bij de vooruitgang van de wetenschap. De auteur – een 83-jarige chemicus – benadrukt het belang van tegenspraak in de wetenschap en van wetenschappelijke geletterdheid (aan de hand van criteria van Aron). De auteur is ook een notoire klimaatscepticus en dat zet dit boek in een heel ander daglicht, namelijk als een apologetisch boek voor denkers zoals de auteur zelf. Hij is van mening dat in de huidige wetenschap afwijkende meningen niet getolereerd worden en illustreert dit aan de hand van een aantal casussen (duurzaamheid, klimaatdiscussie en moleculaire biologie). Met aanbevelingen hoe het beter kan. De schrijfstijl is erg afstandelijk en formeel. Onduidelijk is wie het beoogde lezerspubliek is, ook vanwege de talloze lange Engelstalige citaten. Het lijkt vooral bedoeld te zijn voor studenten natuurwetenschap (mede afgaand op de aanbeveling in het voorwoord dat door twee Leidse studenten geschreven werd).


  • (270) 30 mei 2016: Julien Offray de Lamettrie, Het geluk (Wereldbibliotheek, 2016)

De Franse arts en verlichtingsdenker Julien Offray de Lamettrie (1709-1751) is vooral bekend van zijn geruchtmakende boek “L’Homme machine” waarin hij betoogt dat de mens slechts een geavanceerde machine is. Toch beschouwde De Lamettrie zijn boek over “Het geluk” als zijn meest gelukte filosofische werk. Jabik Veenbaas heeft het boek nu vertaald en opgenomen in een nieuwe serie “pareltjes” van de verlichtingsfilosofie die bij Wereldbibliotheek verschijnt. Het boek haalt fel uit naar Seneca en de Stoïcijnse filosofie. De Lamettrie meent dat geluk in principe voor ieder mens binnen handbereik ligt. Geluk is een lichamelijke beleving en ieder mens streeft instinctief naar eigen geluk. De rede staat geluk vaak in de weg. Opvoeding slaagt slechts wanneer ze overeenkomstig de instincten verloopt of die permanent weet om te vormen. De mens zou zich moeten bevrijden van schuldgevoelens. Objectief goed en kwaad bestaan niet, alles is relatief. Een origineel, soms geestig, maar toch ook lastig en dwarrelend essay, dat vandaag nog altijd aanleiding geeft voor discussie.


  • (269) 20 april 2016: Jan de Jongh, God in de kring van de goden: Griekse tragedies en het christendom (Skandalon, 2016)

Het christelijk geloof neemt met haar almachtige God de tragiek van het menselijk bestaan niet serieus. Want het idee van een allesbepalende God ontneemt de mens haar vrijheid en verantwoordelijkheid. Het polytheïsme van de Griekse tragedies geven een heel ander beeld en kunnen daarom een bron zijn voor een nieuwe theologische en existentialistische reflectie over menselijke vrijheid, verantwoordelijkheid en lijden. Dat is de centrale boodschap van dit boek van emeritus predikant Jan de Jongh. Hij schreef eerder boeken over liturgie en over de religieuze verbeelding. In dit boek staan de tragedies van Aischylos, Sofokles en Euripides centraal. Na een aantal inleidende hoofdstukken worden een aantal bekende tragedies besproken in dialoog met Bijbel en de dagelijkse realiteit. Voor een goed begrip is enige kennis van de Griekse tragedies en mythologie wenselijk. Interessant boek, jammer van de wat rommelige redactie. Ook had de theologische doordenking systematischer gekund, de auteur lijkt een ‘christelijk polytheïsme’ te propageren, maar dat wordt niet helemaal duidelijk.


  • (268) 11 april 2016: Rick Benjamins, Jan Offringa, Wouter Slob (red.), Liberaal Christendom: Ervaren, doen, denken (Skandalon, 2016)

Wat vroeger in Nederland “vrijzinnige theologie” heette, heet nu “liberale theologie”. Deze term is niet echt handig gekozen, vanwege de associatie met politiek-liberaal denken, waar het niets mee te maken heeft. Liberale theologie “is een theologie die het evenwicht zoekt tussen geloof en rede, die niet veronderstelt dat geloofsvoorstellingen een ware beschrijving van de echte wereld geven en die grote ruimte biedt voor een vrije omgang met de traditie” (15-16). De verschillende auteurs van deze bundel – allen predikant en verbonden met Op Goed Gerucht en/of de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten – proberen vanuit deze invalshoek de lezer aan te zetten tot denken over verschillende theologische onderwerpen, zoals God, Jezus, de Bijbel, liturgie, kerk, religie en geweld, liefde en vrijheid. De artikelen zijn goed geschreven maar niet makkelijk. Hoog niveau met een filosofische inslag. De bundel is voortgekomen uit de werkgroep “Relivant”, waarvan een soort manifest is opgenomen. Het boek was in een paar maanden tijd al aan een tweede druk toe, de belangstelling ervoor is groot.


  • (267) 11 april 2016: Maarten van Buuren, Spinoza: Vijf wegen naar de vrijheid (Ambo Anthos, 2016)

Maarten van Buuren is emeritus hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Utrecht. Reeds uit het boek “Erfenis zonder testament”, over de tien geboden, dat hij samen met filosoof Hans Achterhuis schreef, werd duidelijk dat Van Buuren een zwak heeft voor Spinoza (1632-1677). Zijn boek “Spinoza” is een doorwrochte maar zeer heldere inleiding op het denken van deze verlichtingsfilosoof. Van Buuren laat zien hoe Spinoza’s revolutionaire denken cirkelt om het probleem van de vrijheid (ofschoon Spinoza een overtuigd determinist was) die de spil is van zijn ethiek. Van Buuren begint bij Spinoza’s ontologie (“God”) die de basis vormt voor zijn ethisch denken, en beschrijft de pijlers van Spinoza’s denken: streven naar autonomie, ontplooiing van macht, de rol van de rede en intuïtie, samenwerking met anderen en het streven naar vrijheid als zelfontplooiing. Spinoza blijkt sterk beïnvloed door het Stoïcisme. Zijn denken is nog altijd actueel in debatten over vrijheid, natuurrecht, naturalisme en liberalisme. Interessante en originele toevoeging aan de groeiende berg Spinoza-literatuur.


  • (266) 11 april 2016: Thomas Jefferson, De Jefferson Bijbel (ISVW Uitgevers, 2016)

Thomas Jefferson (1743-1826) was de derde Amerikaanse president en schrijver van de Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776. Het was een zeer belezen man (hij zou rond de 10.000 boeken verzameld hebben) die als kind van de (Amerikaanse) Verlichting de rede centraal stelde. Hij was ook een gelovig man, met heel eigen ideeën die hij vanwege de religieuze situatie in Amerika behoorlijk privé hield. Zo meende hij dat Jezus niet de Zoon van God was, maar een gewoon mens, een revolutionaire denker vergelijkbaar met (maar ook superieur aan) Socrates. De Jefferson Bijbel bestaat uit door Jefferson gerangschikte fragmenten uit het Nieuwe Testament, die het leven van Jezus vertellen volledig ontdaan van alle bovennatuurlijke bagage (dus zonder demonen, engelen, wonderen, voorspelde geboorte, verrijzenis en hemelvaart) en met nadruk op Jezus’ morele leer als voorbeeld voor allen. Dit is de eerste vertaling in het Nederlands. Met een interessante en verhelderende inleiding over de Amerikaanse Verlichtingscontext door de vertalers Sadije Bunjaku en Thomas Heij, die ook de tekst becommentariëren.


  • (265) 04 april 2016: Joakim Garff, Søren Kïerkegaard: Een biografie (Ten Have, 2016)

Het Deense origineel van deze magistrale biografie van de Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855) verscheen in 2000 en werd al gauw in het Engels en Duits vertaald. Vandaag geldt dit boek als een van de allerbeste biografieën van de excentrieke denker. De schrijver is theoloog en als onderzoeker verbonden aan het Søren Kierkegaard Research Centre in Kopenhagen. Hij is een van de grootste kenners van het oeuvre van Kierkegaard en dat blijkt ook uit dit boek, waarin de auteur vooral citeert uit onuitgegeven dagboekaantekeningen en brieven. Niet alleen beschrijft dit boek de bekende zaken zoals de invloed van Kierkegaards vader, zijn obsessie met Regine Olsen en de “Corsaire”-affaire. Maar Garff beschrijft de allerkleinste details van het leven en denken van Kierkegaard, inclusief de vele bijfiguren en het dagelijks leven in het negentiende-eeuwse Kopenhagen. Het boek is daarmee niet slechts een biografie, maar een tijdsbeeld. Het is bovendien als een echte “pageturner” geschreven, boeiend tot de laatste letter. Met noten, literatuuropgave, nawoord van de vertalers en index.


  • (264) 04 april 2016: KIJK-redactie, Wat als… 50 scenario’s die de wereld op zijn kop zetten (Fontaine/KIJK, 2016)

Vier jaar lang liet het populair-wetenschappelijke maandblad “Kijk” door een keur aan wetenschapsjournalist een alternatieve werkelijkheid verkennen. Zo kwamen vragen aan de orde als: Wat als mensen niet meer zouden hoeven slapen? Wat als Friesland zich van Nederland losmaakt? Wat als we vakantie afschaffen? Wat als robots intelligenter worden dan mensen? Wat als de aarde stopt met draaien? Wat als ET ons belt? Wat als iedereen vegetariër wordt? Deze en talloze andere historische, sociaalwetenschappelijke en vooral natuurwetenschappelijke scenario’s werden in de reeks artikelen aan de orde gesteld. De redactie van “Kijk” heeft deze scenario’s nu gebundeld in een omvangrijk en prachtig uitgegeven boek voorzien van fullcolour illustraties. Het is geen boek om van begin tot eind door te lezen, maar om uren in te grasduinen. Geschikt voor een breed publiek. Met beschrijvingen van de auteurs en literatuurverwijzingen per scenario. Wel jammer dat een index ontbreekt.


  • (263) 04 april 2016: Gerrit Teule, De formule van de mentescoop: Een onderzoek naar de geest en de ziel van de evolutie (Aspekt, 2016)

Gerrit Teule (1942) is computerdeskundige en filosofisch geïnteresseerd. Hij schreef al meerdere boeken om het gedachtegoed van de omstreden Franse filosoof Jean-Émile Charon (1920-1998) voor het voetlicht te brengen. In dit boek probeert Teule de rol van de geest en de ziel in het kosmische evolutieproces van de oerknal tot en met het leven op aarde te beschrijven door middel van de ingewikkelde “eonen-these” die Charon opstelde. Eonen zijn de bewuste innerlijke kernen van elektronen. Het menselijk bewustzijn komt voort uit de werking van eonen. Vandaar dat geest en materie aan elkaar gekoppeld worden, en de evolutie een “bezield” en via intelligentie geleid proces is. De mentescoop is een speculatief en tot op heden fictief apparaat waarmee via electronen en eonen de menselijke geest bestudeerd kan worden. Een rommelig en tamelijk onbegrijpelijk boek, dat allerlei wiskundige, natuurkundige, biologische en pseudowetenschappelijk-esoterische ideeën aan elkaar koppelt tot onfalsifieerbaar wereldbeeld, een “theorie van alles” die door middel van de Euler-formule wordt samengevat.


  • (262) 21 maart 2016: Francis Bacon, Novum Organum (Boom, 2016)

Dit is de eerste Nederlandse vertaling van het hoofdwerk van de Engelse jurist en filosoof Francis Bacon (1561-1626), oorspronkelijk in 1620 verschenen, en dat vaak samengevat wordt met de slogan “kennis is macht” (volledig in de geest is van aforisme 3 van het eerste boek). Het gaat Bacon om via het verkrijgen van kennis weer macht over de natuur te krijgen. Die ging verloren bij de Zondeval. Met kennis van de natuur, wil Bacon terug naar een gereconstrueerd Paradijs op aarde. Maar om de natuur te overwinnen, moet men zich eerst aan haar onderwerpen, haar eerst gehoorzamen. Dat gaat via de principes van inductie (generalisatie) en het experiment. Bacons hele boek is gericht tegen de toen heersende aristotelische natuurfilosofie, die in zijn ogen kennisverwerving blokkeert. “Novum Organum” bevat de eerste twee delen van wat uiteindelijk een zesdelig werk had moeten worden. Het boek bestaat uit aforismen, als het ware als samenvatting of boekopzet. Lastig boek, vertaald door Willem Visser. Prachtig uitgegeven, met verhelderend nawoord van filosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen.


  • (261) 21 maart 2016: Willem J. Ouweneel, Wijsheid voor denkers: Een inleiding tot de christelijke filosofie (Aspekt, 2016)

De reformatorische filosoof en theoloog Willem Ouweneel heeft meer dan 150 boeken op zijn naam staan. Dit boek is het eerste deel van een “Academische reeks voor beginners”, waarin Ouweneel de christelijke filosofie behandelt. Hij baseert zich volledig op het gedachtegoed van Dooyeweerd (1894-1977) en Vollenhoven (1892-1978), de grondleggers van de zogenaamde “Wijsbegeerte der Wetsidee”. Voor Ouweneel is de WdW de enig zuiver-christelijke filosofie. Uitgangspunt is dat alle kennis en wetenschap berust op een soort geloof, een Laatste Grond voor denken en handelen. Die Laatste Grond is ofwel op God gericht of afvallig. De meeste huidige wetenschap is volgens Ouweneel ideologisch en afvallig van aard en moet dus door christenen verworpen worden. Een van de weinige Nederlandstalige inleidingen in de WdW, behandelt ook de ethische implicaties. Maar ook een calvinistisch-conservatief (en in de ogen van velen achterhaald) filosofisch systeem. Essentiedenken dat niet vrij is van superioriteitsgevoel, want Ouweneel verwerpt resoluut vele andere christelijke denkers als heidens.


  • (260) 21 maart 2016: Bert Keizer, Vroeger waren we onsterfelijk: De troost van filosofie, literatuur en geneeskunde (Lemniscaat, 2016)

Bert Keizer is verpleeghuisarts, filosoof en schrijver van o.a. “Tumult bij de uitgang” en “Het refrein is Hein”. Ook is hij columnist bij o.a. Trouw en Filosofie Magazine. Dit boek is een bundeling van essays en columns, verzameld rond een aantal thema’s: Keizer als kind van de jaren zestig, godsdienst, filosofie, biologie (mens en dier), kunst en ellende, en geneeskunde. Alleen het eerste thema bevat chronologisch opgebouwde herinneringen en anekdotes, de overige thema’s bevatten schijnbaar willekeurig gerangschikte essays en columns over Keizers stokpaardjes als godsdienst (katholicisme), de verhouding tussen lichaam en ziel, de dood, geneeskunde, en zijn lievelingsauteurs (Bertrand Russell, Wittgenstein, Gerard Reve, Samuel Beckett). Rode draad in is de hoop en de troost die mensen – volgens Keizer al dan niet terecht – ontlenen aan filosofie, literatuur en de geneeskunde. Godsdienst is bij Keizer een gepasseerd station. Niet bijster originele, maar wel prikkelende, tot nadenken stemmende teksten. Vooral bedoeld voor de liefhebber van Keizers werk of als eerste kennismaking.


  • (259) 08 maart 2016: Herman Hissink, Natuurlijk bestaat God: Dagboeken en brieven. Gekozen door Gerard Koolschijn (Van Oorschot, 2016)

Herman Hissink (1915-2011) was leraar Nederlands aan het Haagse Sorghvliet-gymnasium. Tijdens de Tweede Wereldoorlog drukte hij illegale krantjes. Na de oorlog maakte hij vele reizen, onder andere naar Griekenland en Frankrijk, waar hij wandelvakanties organiseerde, ook met leerlingen. Hij organiseerde toneeluitvoeringen en raakte bevriend met sommige van zijn leerlingen, waaronder de vertaler en romanschrijver Gerard Koolschijn. Bij zijn dood in 2011 liet Hissink duizenden pagina’s dagboeken en brieven achter. Op verzoek van de familie maakte Koolschijn hieruit een selectie waarin de eruditie, belezenheid en eigenzinnigheid van Hissink tot uiting komt. Het boek wordt ingeleid door Koolschijn. Hissink was eigenwijs maar ook humoristisch, had een enorme kennis van en hart voor de natuur, verafschuwde techniek en was zeer gelovig. Uit het dagboek blijkt zijn worsteling met de evolutietheorie en het lijden en de veranderingen die zijn geloof in de loop der jaren onderging. Teksten die een eeuw omspannen en de lezer tot nadenken aansporen. Een prachtig, niet zelden ontroerend portret.


  • (258) 07 maart 2016: Dionysius de Areopagiet, Verzamelde werken (Christofoor, 2015)

Hij wordt “Dionysius de Areopagiet” genoemd, soms “Pseudo-Dionysius”, maar feitelijk blijft de auteur van uiterst invloedrijke verzameling mystieke teksten uit de late vijfde of zesde eeuw een onbekende. Ze presenteren een “negatieve” of “apofatische” theologie, waarin centraal staat dat over God niets positiefs kan worden gezegd. God blijft een mysterie, we kunnen alleen zeggen hoe God níet is. Maar ook dit is niet helemaal het laatste woord, want ook de mystieke ervaring van God speelt een rol bij Dionysius. Met deze uitgave komen niet alleen alle bekende teksten van Dionysius voor het eerst in één Nederlandstalige bundel beschikbaar, maar ook worden de teksten voorafgegaan door een aantal degelijke, maar moeilijke inleidende artikelen van o.a. vertaler Michiel ter Horst, Andrew Louth en Ben Schomakers. Maar ook is de vertaling stevig geannoteerd met verklarende eindnoten. Het gaat om erg moeilijke teksten, de opzet van het boek is niet altijd even logisch en een index ontbreekt, toch is deze uitgave een van de hoogtepunten in de theologische literatuur van de laatste jaren.


  • (257) 27 februari 2016: Paul van Tongeren, Nietzsche (Amsterdam University Press, 2016)

Paul van Tongeren wordt internationaal beschouwd als een van de grootste Nietzsche-kenners van dit moment. In de reeks “Elementaire deeltjes” van Amsterdam University Press verschijnt nu zijn beknopte monografie over de filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900), een van de meest invloedrijke denkers in de Europese geschiedenis. De uitgave oogt bescheiden van formaat en klein van stuk, maar is een van de beste inleidingen tot Nietzsche die momenteel in het Nederlands verkrijgbaar is. De auteur volgt Nietzsches levensloop en beschrijft beknopt de inhoud van diens werken. Hij doorbreekt de vele schoolboek-beschrijvingen van Nietzsches denken door erop te wijzen dat deze filosoof geen systeemdenker was, maar primair bestaande kaders wilde doorbreken en mensen verleiden tot zelf denken. De lezer moest daarbij zekerheden en idealen loslaten. Verder is Nietzsches oeuvre vooral gekenmerkt door zelfkritiek en een open einde. Ook latere misvattingen en foutieve interpretaties van zijn denken worden beknopt beschreven. Met nuttige leeswijzer. Een goed geschreven, rijk, enthousiasmerend boekje.


  • (256) 08 februari 2016: Tim Whitmarsh, Hemelbestormers: Atheïsme in de klassieke oudheid. (Ambo Anthos, 2016)

Whitmarsh is docent Oudgrieks aan de universiteit van Oxford. In dit boek neemt hij de lezer mee naar het religieuze en filosofische landschap van de klassieke oudheid, dus van pakweg 2000 v.Chr. tot ongeveer 400 n.Chr. (toen het Romeinse rijk gekerstend werd). Centrale vraag is of er in de oudheid al atheïsten waren en hoe daarmee werd omgegaan. De auteur maakt duidelijk dat er in de oudheid inderdaad al filosofen waren die het bestaan van goden ontkenden, maar dat atheïsme geaccepteerd was of gedoogd werd vanwege een andere omgang met teksten etc. Pas toen religie meer geïnstitutionaliseerd werd en verweven raakte met politiek, werd atheïsme een gevaarlijker bezigheid omdat het als gevaar werd gezien voor de stabiliteit van de samenleving (denk aan de veroordeling van Socrates in 399 v.Chr.). Boeiend tot de laatste letter. Laat niet alleen zien wat atheïsme in de oudheid inhield, maar ook dat er toen met religie heel anders werd omgegaan dan vandaag de dag. Met uitgebreid notenapparaat. Maar onverteerbaar bij zo’n complex boek is de afwezigheid van een index.


  • (255) 27 januari 2016: Matthijs van Boxsel, De draagbare encyclopedie van de domheid. (Querido, 2016)

Sinds 1980 heeft Van Boxsel deskundigheid ten aanzien van domheid tot levenswerk verheven. Deze “morosofie” heeft geresulteerd in verschillende boeken, waaronder een “Encyclopedie van de Domheid”. Volgens Van Boxsel is domheid “het vermogen tegen je eigenbelang te handelen, met de dood als uiterste gevolg” (55). Domheid is ook de motor achter de beschaving, zoals de auteur met talloze vaak geestige voorbeelden laat zien. Door domme handelingen wordt het overlevingsinstinct geprikkeld, waardoor de intelligentie en het vernuft aangesproken worden: “Onze cultuur is niets dan het product van steeds hernieuwde pogingen achteraf de schade te beperken” (76). Dit niet samen te vatten boek is een caleidoscoop van verhalen en anekdotes, soms schijnbaar lukraak bijeengezet, soms thematisch (politiek en monarchie). De flaptekst suggereert dat het een bloemlezing is uit al gepubliceerd werk en lezingen, maar nergens worden bronvermeldingen gegeven (overigens ook niet bij citaten uit boeken). Een absurdistische en filosofische perspectiefwisseling op het leven van alledag, die tot nadenken stemt.


  • (254) 21 januari 2016: Fareed Zakaria, Lof van de geesteswetenschappen: De noodzaak van helder denken, goed argumenteren en grenzeloze nieuwsgierigheid. (Atlas Contact, 2016)

In dit boek zingt de Amerikaanse journalist Zakaria een lofrede op de ‘liberal education’: een Amerikaanse, universitaire opleidingsvariant die inzet op breedte van kennis en geïnspireerd is door het Middeleeuwse ‘zeven vrije kunsten’ vermengd met idealen uit de Verlichting. De geesteswetenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Deze ‘liberal education’ (de term wordt ook in het boek niet vertaald omdat er in het Nederlands geen equivalent voor is) staat in de VS steeds meer onder druk vanuit de politiek die wil dat de universiteiten aansluiting zoeken bij de arbeidsmarkt. Zakaria betoogt dat een ‘liberal education’ meer doet dan klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook om het verbreden van de persoonlijke horizon, voorbereiden op de snel veranderende wereld en het opbouwen van de capaciteit voor vrijheid. Het boek is goed leesbaar vertaald. Hoewel de inhoud is toegesneden op de Amerikaanse situatie (het gaat meer over het Amerikaanse universitaire systeem dan over het belang van geesteswetenschappen op zich) is het een belangrijk boek ook voor Nederlandse discussies.


  • (253) 09 januari 2016: Henk van der Werf, De goddelijke dimensie: De godsidee van Seneca, de christenen en “ietsisten”. (Aspekt, 2016)

De auteur is jurist en classicus en oud-president van de rechtbank te Den Bosch. Hij heeft zich geruime tijd beziggehouden met het werk van Cicero en Seneca, en heeft over die laatste ook verschillende boeken geschreven. Ofschoon dit boek ook een insteek neemt bij Seneca, gaat het toch vooral over het persoonlijke geloof van de auteur, dat hij “orthodox ietsisme” noemt, en waarvan hij veel elementen bij het stoïcijnse wereldbeeld van Seneca herkent. In de eerste hoofdstukken van het boek wordt het leven en denken van Seneca beknopt geïntroduceerd, in de rest van het boek gaat het vooral om een verwoording van het “ietsisme” van de auteur in conversatie met Seneca enerzijds, en het christelijk geloof van o.a. Kuitert en andere “vrijzinnige” denkers anderzijds. De auteur noemt zijn positie “orthodox ietsisme”, omdat hij toch betrokkenheid voelt bij het christelijk geloof, ofschoon hij van veel theologische noties en het christelijk geloof als instituut afscheid heeft genomen. Een heel aardig boekje voor zinzoekers. Zonder rancune, maar op fijne, positieve toon geschreven.


  • (252) 22 december 2015: Henri Oosthout, Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte, Deel I: Oudheid, patristiek, vroege middeleeuwen. (Klement, 2015)

Kwalitatief goede filosofiegeschiedenissen zijn in Nederland dungezaaid. Het eerste deel van een geplande tweedelige “Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte” is dan ook zeer welkom. Filosoof en classicus Henri Oosthout heeft zich de afgelopen jaren als een bijzonder productieve schrijver van filosofische werken ontpopt. Dit werk van 500 bladzijden is niet slechts een historische beschrijving van wijsgerige ideeën, personen en scholen, maar biedt ook een kijkje in hedendaagse interpretatiediscussies. Het is een magistraal en erg goed leesbaar werk geworden, dat niet alleen de potentie heeft een standaardwerk te worden, maar dat ook erg nuttig is als inleiding tot de westerse filosofie. Beginnend bij Hesiodus in de achtste eeuw v.Chr. beschrijft Oosthout de geschiedenis van de Presocratische filosofen, Socrates, Plato, Aristoteles, Stoa en Epicuristen, Neoplatonisten, en eindigt bij Johannes Scotus Eriugena in de achtste eeuw n.Chr. Ook Philo en de patristiek (Augustinus) worden niet overgeslagen. Met uitgebreid register. Maakt erg nieuwsgierig naar het tweede deel.


  • (251) 21 december 2015: Jan Keij, Kierkegaard anders gezien: Over de denker die het verschil maakt. (Klement, 2015)

Filosoof Jan Keij maakte al naam met boeken over Levinas en Nietzsche. Deze keer probeert hij het denken van de Deense existentiefilosoof Sören Kierkegaard op nieuwe wijze te belichten, door Kierkegaard als “differentiedenker” te karakteriseren. Waar Hegel een sluitende eenheid nastreefde, wil Kierkegaard de menselijke existentie karakteriseren door middel van het uithouden van het spanningsvolle en paradoxale verschil. Via Levinas en Derrida brengt Keij Kierkegaards mensbeeld op systeem in een helder schema. Vervolgens komen verschillende thema’s van Kierkegaards existentiefilosofie aan bod, zoals angst en vrijheid, subjectiviteit, de drie stadia op de levensweg en Kierkegaards ideeën over het geloof (die in seculier-ethische termen worden vertaald). Keij stelt geen accurate Kierkegaard-exegese te beogen, maar vooral constructief verder te willen denken in het voetspoor van deze denker. Of hij recht doet aan deze denker wordt aan de lezer overgelaten. Interessant boek, dat in ieder geval een praktisch en voor een breed publiek geschikt perspectief op een moeilijke denker biedt.


  • (250) 14 december 2015: Marjolein Kuperus, Van God los? Over de rationaliteit van religie. (Aspekt, 2015)

De schrijfster was twintig jaar advocaat, maar ging op latere leeftijd filosofie studeren om zich met zinvragen bezig te kunnen houden. Ze studeerde cum laude af op de godsidee bij Immanuel Kant. In dit boek doet ze verslag van haar persoonlijke worsteling met religie. Ze laveert tussen “wiskunde” en “poëzie” zoals ze het zelf noemt, tussen rationaliteit en verbeelding. Immanuel Kant is de grote man van de rationele benadering. Aurelius Augustinus die van de religieuze verbeelding. Ook muziek en taal komen uitgebreid aan bod. Bij religie blijkt de scheidslijn tussen rationaliteit en verbeelding poreus. Wie over God spreekt, spreekt vooral over de mens en diens verlangens, zo concludeert de schrijfster. God is allereerst te vinden in het innerlijk van de mens. Of God ook “echt” bestaat, daarover blijft ze agnostisch. De christelijke traditie krijgt een grote waardering. Verrassend goed geschreven, persoonlijk, open, eerlijk, voor een breed publiek van zinzoekers geschikt. Alleen jammer dat van de citaten geen bronvermelding gegeven wordt. Met beknopt literatuurlijstje, zonder index.


  • (249) 14 december 2015: Tim de Mey (red.), Het nadeel van de zekerheid: Uitgedaagd door het scepticisme. (Lemniscaat, 2015)

In 2014 verscheen van filosoof Tim de Mey het boek “Het voordeel van de twijfel”, waarin verschillende vormen van scepticisme en de respons erop worden besproken. Omdat het een overzichtswerk was, moesten veel zaken onbesproken blijven. Lacunes worden nu deels gevuld door deze door De Mey samengestelde bundel artikelen, die op zichzelf staat, maar ook het supplement is van het eerdere boek. Nederlandstalige filosofen gaan in op bijv. de relatie tussen scepticisme en christendom; middeleeuwse filosofie en sceptische argumenten; en scepticisme bij Descartes en Locke. Maar ook vragen naar de rol van scepticisme bij Heidegger, Wittgenstein en Rorty, of vragen omtrent scepticisme en wetenschap komen uitgebreid aan bod. Historische en meer systematische beschouwingen staan naast elkaar en vullen elkaar aan. Dit geldt ook voor vragen omtrent het bestaan van de buitenwereld (metafysisch scepticisme) en vragen naar de mogelijkheid van kennis (epistemologisch scepticisme). Goed geschreven, een bijzonder boeiende en actuele bundel, die de lezer uitdaagt en stimuleert tot verdere studie.


  • (248) 03 december 2015: Frank Close, Niets. (Amsterdam University Press, 2015)

Kan iets uit niets voortkomen? Deze eeuwenoude filosofische vraag staat centraal in dit populair-wetenschappelijke boekje van de theoretisch fysicus Frank Close. Het natuurwetenschappelijke antwoord op deze filosofische vraag blijkt af te hangen van wat onder “niets” wordt verstaan. In het eerste hoofdstuk behandelt Close in sneltreinvaart over het “niets” van de presocratici via Aristoteles tot Galileo en Newton. In de hoofdstukken daarna gaat het over de “leegheid” van atomen. Daarna gaat het over ruimte, electromagnetische velden, relativiteitstheorie en gekromde ruimtetijd, naar de oneindige zee van het quantumvacuüm en het Higgsveld. Wie deze termen niets zegt, moet het boek niet gaan lezen. Het is een klein, maar moeilijk boek en Close veronderstelt redelijk wat kennis van moderne deeltjesfysica en fysische kosmologie en is zeker niet voor beginners. Het niets blijkt uiteindelijk met alles te maken te hebben. Toch een knappe prestatie, die voor enigszins ingewijden boeiend en interessante lectuur oplevert. Deel 33 uit de serie “Elementaire deeltjes”. Met bibliografie en index.


  • (247) 24 november 2015: Roger Scruton, Eindeloos verlangen naar het heilige (Amsterdam University Press, 2015)

De Britse filosoof Roger Scruton is ook in Nederland geen onbekende. Hij schreef boeken over o.a. cultuur, esthetica en muziekfilosofie, en nu over godsdienst. Het heilige is volgens Scruton datgene dat ‘aan de horizon van onze wereld’ staat. Heilige voorwerpen, woorden, dieren, en plekken behoren tot de sfeer van het goddelijke, maar tegelijkertijd ook tot de wereld. In het boek is het dialogische ‘ik-jij’ denken van Martin Buber voortdurend op de achtergrond aanwezig. In verschillende hoofdstukken geeft Scruton talloze prachtige voorbeelden uit de dagelijkse praktijk, uit de ethiek, politiek en kunst (vooral architectuur en muziek) waarmee hij duidelijk maakt hoe wij voortdurend dingen vanuit een interpersoonlijk perspectief benaderen. Onze omgang met de werkelijkheid is dus altijd een ontmoeting tussen personen. En wie goed kijkt, ziet soms de werkelijkheid even doorzichtig worden voor het goddelijke. Een verrassend, rijk, maar ook moeilijk filosofieboek van een filosoof die via sceptische en rationele argumentatie uiteindelijk bij een heel gelovige levensbeschouwing uitkomt.


  • (246) 17 november 2015: Harry Schram, Weg van het midden: Een concept van polair denken (Valkhof Pers, 2015)

In onze samenleving zijn we vooral geneigd om dualistisch te denken, in termen van óf-óf. Maar wat als we nu eens inclusief gingen denken, in termen van én-én? In dit boek wordt een voorzet gegeven om dualistisch en dialectisch denken te overstijgen en te komen tot een concept van wat de auteur noemt ‘polair denken’. Bij dualisme en dialectiek wordt geprobeerd om één van beide polen uit te schakelen. Bij polair denken probeert men de andersheid te erkennen en de spanningsvolle relatie tussen beide polen te laten bestaan in een constructieve, dialogische relatie. In dit boek wordt eerst het concept van polair denken uiteengezet. Vervolgens volgt een uitgebreide bijbels-theologische verkenning van dit concept. Daarna wordt gekeken naar polair denken bij enkele verlichtingsfilosofen, bij Habermas, Buber en Levinas. Ten slotte wordt het dialoog-gerichte model meer praktisch vormgegeven. Erg interessant, toegankelijk en actueel boek, dat tot denken aanzet over een nieuwe, respectvolle manier van omgaan met elkaar en elkaars denkbeelden met inachtneming van de andersheid van de ander.


  • (245) 09 november 2015: Drs. P. Eikelboom, Schuld en vergeving (De Banier, 2015)

Stichting De Vluchtheuvel is een christelijke hulpverleningsinstantie voor psychosociale problemen. In 2010 schreef drs. Eikelboom voor deze stichting de brochure “Schuld en vergeving”. De ontvangst was dermate goed, dat Uitgeverij De Banier de brochure nu als een beknopt boekje uitgeeft. Het is een psychologische en pastorale beschrijving van dit gevoelige thema. Eerst worden begrippen als schuld, schaamte en bedrog verhelderd. Daarna wordt, in gesprek met Bijbel en kerkgeschiedenis, verkend wat vergeving vanuit gelovig (reformatorisch) perspectief inhoudt. Moeilijke onderwerpen, zoals schuldgevoelens bij nabestaanden van suïcide worden niet gemeden. Vergeving is een proces waarnaar gestreefd moet worden, zo benadrukt de schrijver, maar het is ook genade, en vergeving tussen mensen is niet altijd mogelijk. Dan is aanvaarding en het in Gods hand laten het hoogst haalbare. Geen pasklare antwoorden, worstelingen met schuld en vergeving worden helder beschreven, concrete casussen werken verhelderend. Prima boekje voor gesprek, maar vooral voor reformatorisch gelovigen.


  • (244) 02 november 2015: Julian Baggini, Herwonnen vrijheid: De mogelijkheid van een vrije wil (Nieuw Amsterdam, 2015)

“Een goed begrip van wat de vrije wil inhoudt is de eerste noodzakelijke stap om zo vrij mogelijk te kunnen zijn”, schrijft de Britse filosoof Julian Baggini, om te vervolgen: “Helaas moeten we die zetten in een doolhof van misvattingen, dat de laatste jaren alleen maar onoverzichtelijker is geworden” (p. 240). Het opruimen van die misvattingen is het doel van dit uitstekende boek, dat bij de beste boeken over de vrije wil van de afgelopen jaren behoort. De auteur laat zien dat met name de aanname dat een vrije wil ook absoluut vrij moet zijn onjuist is. Aan de hand van voorbeelden van kunstenaars, dissidenten, psychopaten en verslaafden en in gesprek met talloze filosofen van naam en faam laat hij zien dat vrijheid en verantwoordelijkheid prima samengaan met onbewust en automatisch gedrag. Zuivere, onvoorwaardelijke keuzevrijheid is een illusie, maar dat impliceert nog niet dat de vrije wil dat ook is. Ook laat hij zien hoe de discussie uiterst relevant is voor bijvoorbeeld de rechtspraak. Uitstekend vertaald, met notenapparaat en index, maar wel voor de filosofische doorzetter.


  • (243) 28 oktober 2015: Hans Achterhuis & Maarten van Buuren, Erfenis zonder testament: Filosofische overwegingen bij de tien geboden (Lemniscaat, 2015)

Filosoof Hans Achterhuis en letterkundige en publicist Maarten van Buuren komen beide uit een gelovig milieu. Als nu seculiere denkers vragen ze zich af: Hebben de tien geboden ons vandaag nog iets te zeggen? Ieder gebod wordt eerst vakkundig onderzocht op zijn betekenis in de oorspronkelijke bijbels-historische en culturele context. Vervolgens wordt de lijn doorgetrokken naar de actualiteit van vandaag, vaak via een grote denker en/of actueel thema. Uiteindelijk blijken de tien geboden te draaien om de beteugeling van vormen van geweld, een thema waarover Achterhuis al eerder schreef. Ieder hoofdstuk is een essay op zich, toegankelijk geschreven, met persoonlijke anekdotes en mijmeringen, en tegelijkertijd met grote diepgang. Achterhuis en Van Buuren maken duidelijk dat de tien geboden ook vandaag nog niets aan relevantie hebben ingeboet en een bron van seculiere levenskunst kunnen zijn. Een prachtig, inspirerend boek dat interessant is voor een breed publiek van lezers die geïnteresseerd zijn in levensbeschouwelijke kwesties omtrent religie, filosofie, ethiek en levenskunst.


  • (242) 23 oktober 2015: Paul Cliteur & Dirk Verhofstadt, Het Atheïstisch Woordenboek (Houtekiet, 2015)

De Nederlandse rechtswetenschapper Paul Cliteur en de Vlaamse hoogleraar Media & Ethiek stelden samen het eerste Nederlandstalige “atheïstische woordenboek” samen. Ze geven zelf toe dat het boek meer het karakter heeft van een encyclopedie, en trekken de vergelijking met Voltaires “Filosofisch woordenboek” (1764) en Anthony Graylings “Ideas that Matter” (2009). Lemma’s behandelen onderwerpen die te maken hebben met atheïsme, pseudowetenschap, religie en irrationaliteit. De meeste lemma’s zijn zeer toegankelijk geschreven en geven heldere en compacte informatie, voorzien van literatuurverwijzingen en eindnoten. Veel aandacht is er voor de internationale sociale en politieke context van atheïsme vandaag. Ook vindt de geïnteresseerde biografische informatie van prominente Nederlandse en Vlaamse atheïsten. Het boek zou bij een volgende druk uitgebreid kunnen worden, want er ontbreken nu filosofische lemma’s over bijvoorbeeld materialisme, naturalisme, natuurwetenschap, atheïstische spiritualiteit, of zingeving. Interessant boek, en echt niet alleen voor atheïsten.


  • (241) 20 oktober 2015: Rik Peters, Verlichte kost: Filosofen van toen over het eten van nu (Houtekiet, 2015)

Filosoof Rik Peters is als publicist werkzaam voor o.a. NRC Handelsblad en KIJK. In dit boekje trekt hij wat lijntjes tussen filosofen van weleer en alles wat met ons eten te maken heeft. Zo wordt Schopenhauer gekoppeld aan de filosofische hekel aan eten; Socrates wordt gekoppeld aan overconsumptie en overgewicht; Rousseau aan biologisch en natuurlijk eten; John Stuart Mill (met Jeremy Bentham en Peter Singer) aan vegetarisme en veganisme; Cicero belicht gezellig samen eten; Thomas More voorzag in zijn “Utopia” al onze bio-industrie; Erasmus schreef over etiquette tijdens het eten; Nietzsche had eigenzinnige visies op eten en op vrouwen in de keuken; Aristoteles at al insecten en misschien doen wij dat binnenkort ook; en John Locke had zo in dienst kunnen treden bij Monsanto om zijn religieus-filosofische ideeën die compatibel zijn met het huidige beleid omtrent voedselpatenten. Het boekje heeft weinig om het lijf, het lijkt niet bedoeld als serieuze filosofie maar vooral joligheid ten top. Een licht verteerbaar boekje dat het goed zal doen in bad, bed, of op het toilet.


  • (240) 20 oktober 2015: Simon J. Dingemanse, Leven tussen goed en kwaad: Denken over God en het goede leven bij ervaringen van zinloosheid (Boekencentrum, 2015)

Wij leven tussen goed en kwaad, zo schrijft de auteur – een predikant – in de inleiding van dit boekje. Beide maken indruk en schudden ons heen en weer. Maar de daaruit voortkomende ervaren tegenstrijdigheid kan ook tot wanhoop en vertwijfeling leiden. Dit boekje wil handvaten bieden om samen na te denken over vragen omtrent God, lijden en het goede leven. In het eerste deel van het boekje gaat het vooral over ervaringen van lijden in relatie tot ideeën over God, met name over Gods macht (die in de filosofie vaak voorop wordt gesteld) en Gods goedheid (die volgens de auteur in de Bijbel voorop staat). Het tweede deel staat het goede leven centraal. Het wil ‘een kleine ethiek van de opstandigheid’ zijn, geïnspireerd op de Tien Woorden van de Sinaï, die door de auteur op originele wijze worden ingevuld. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met gespreksvragen. De complexiteit van de lijdensproblematiek (met name de verstrengeling van goed en kwaad) wordt geïllustreerd via film en literatuur. Concrete antwoorden worden vermeden. Geschikt voor een breed (gelovig) publiek.


  • (239) 12 oktober 2015: Arnold Ziegelaar, Aardse mystiek: Inleiding in de filosofie van de verwondering (ISVW Publishers, 2015)

Dit boek, het resultaat van HOVO-cursussen die de auteur over dit onderwerp verzorgt, speelt allereerst in op de populaire filosofie van de levenskunst, maar tilt die met dit boek op een hoger plan. Het is een inleiding in de ‘levensfilosofie’, filosofie die vanuit de menselijke ervaringswereld metafysische, antropologische en ethische inzichten verwerft die ook weer voor dat leven bruikbaar zijn. In de eerste hoofdstukken wordt gekeken naar de levensfilosofie van de presocraten, Aristoteles, Stoïcijnen en Epicuristen. In een tweede deel wordt de moderne levensfilosofie besproken aan de hand van begrippen als ontplooiing en voltooiing, en wordt gekeken naar het denken van Heidegger en Nietzsche. In het derde deel komen originele inzichten van de auteur zelf aan de orde, voortbordurend op inzichten uit de voorgaande delen. ‘Aardse mystiek’ draait dan om noties van eenzaamheid, innigheid en voorval (d.w.z. betekenisvolle gebeurtenissen). Een aanrader, buitengewoon originele, mystieke filosofie met gevoeligheid voor het religieuze, die de wereld als heilig ervaart, maar dan zonder God.


  • (238) 05 oktober 2015: Peter Trawny, Heidegger en de mythe van de Joodse wereldzamenzwering (Klement, 2015)

De Duitse filosoof Trawny is betrokken bij de redactie van de academische uitgave van Martin Heideggers verzamelde werken. In 2014 werd het deel “Überlegungen” (“Overdenkingen”) gepubliceerd, de eerste van de reeks “Zwarte Schriften”. Al voor de publicatie was dit deel controversieel, omdat duidelijk werd dat Heideggers antisemitisme dieper met zijn filosofie lijkt te zijn verweven dan eerder werd gedacht. Trawny beschrijft in “Heidegger en de mythe van de Joodse wereldsamenzwering” wat Heideggers filosofische (“zijnshistorische”) antisemitisme behelst. Dat blijkt uiteindelijk tamelijk genuanceerd te liggen, maar niettemin lijkt Heideggers denken geïnspireerd door de “De Protocollen van de Wijzen van Sion”. In Duitsland sloeg het boek in als een bom. Trawny maakt duidelijk dat het echte onderzoek naar de “contaminatie” van de rest van Heideggers oeuvre nog moet beginnen. Een boek waar geen enkele continentaal-filosofisch geïnteresseerde lezer omheen kan. Spannend maar lastig essay, kennis van Heideggers terminologie is wenselijk. Vertaling van de derde herziene en uitgebreide druk.


  • (237) 25 september 2015: Floris van den Berg, Beter weten: Filosofie van het ecohumanisme (Uitgeverij Houtekiet, 2015)

De auteur van deze bundeling gelegenheidsgeschriften (essays, boekbesprekingen, meditaties, brieven en een “woordenlijst van ecohumanisme”) is atheïst, liberaal, humanist en veganist. De auteur meent dat deze levensvisies noodzakelijkerwijs uit zijn begrip van filosofie voortvloeien. Helaas doet hij geen enkele moeite dit te beargumenteren. Het boek is dan ook geen systematische uiteenzetting van ecohumanisme, maar vooral een verzameling teksten die thematisch zijn geclusterd (bijv. rond atheïsme, liberalisme, duurzaamheid, veganisme, vrijdenken), maar verder los zand zijn. De extreme religiehaat is vermoeiend; de auteur pleit zelfs tegen vervanging van de huidige kalender vanwege het religieuze karakter ervan. Soms lijken de teksten eerder door een cabaretier geschreven dan door een academicus, zoals wanneer hij Moeder Teresa neerzet als een “evil bitch”. Van den Bergs tegendraadse mening is amusant, maar van serieuze filosofie is in de ruim 700 pagina’s helaas nauwelijks sprake. Oorspronkelijke publicatie van de teksten wordt overigens nergens vermeld en ook ontbreekt een index.


  • (236) 17 september 2015: Pieter Wierenga, Openbaringen van het denken: Over het verstandig worden door het eten van de appel van kennis van goed & kwaad (Uitgeverij Van Brug, 2015)

De auteur heeft een bont verleden van verschillende functies, maar was de laatste jaren van zijn leven – hij overleed in 2014 – als regressietherapeut werkzaam. Hij schreef verschillende boeken. Dit boek is een bundeling van tamelijk losstaande teksten, het is ‘een verzameling denkmetaforen’ volgens de uitgeverij, die samen een beeld geven van het wereldbeeld van deze man en zijn spirituele ideeën, waarin denken een uiterst negatieve rol speelt, waarbij opvoeding traumatisch voor kinderen blijkt, zodat problemen van de psyche (eventueel uit vorige levens) zich lichamelijk uiten. Ziekte is een keuze van de patiënt, meent de auteur. Door inzicht te verschaffen in het verleden en de psyche van de patiënt (‘bewustwording’), poogt hij de lichamelijke klachten te verlichten. Mooi uitgegeven, maar met veel taal- en stijlfouten. Het wollige taalgebruik en de zelfbedachte terminologie, tezamen met rommelige opbouw van de teksten maken dit boek tot een uitdaging voor iedere lezer. Bovendien wordt nergens duidelijk hoe de auteur aan zijn ‘kennis’ en aan de verschillende citaten is gekomen.


  • (235) 02 september 2015: Yves Bossart, Zonder vandaag morgen geen gisteren: Filosofische gedachte-experimenten (Nieuw Amsterdam, 2015)

De Zwitserse filosoof Yves Bossart werkt als redacteur voor een Zwitsers televisieprogramma en geeft filosofie op een middelbare school. Hij is dus in staat om filosofie voor een breed publiek interessant te maken, en die didactische kwaliteiten komen ook in dit boek goed hun recht. Ingewikkelde filosofische kwesties omtrent geluk, kennis, moraal, schoonheid en kunst, vrijheid, recht en rechtvaardigheid, hersenen en geest, God en geloof, logica en taal en ruimte en tijd worden behandeld aan de hand van vaak klassieke gedachte-experimenten. Vanuit een concreet voorbeeld wordt de lezer vervolgens langzaam en pijnloos naar abstractere niveaus geleid. Definitieve antwoorden zijn schaars, het gaat erom de lezer zelf aan het denken te zetten. Geen geschiedenis van de filosofie, maar een thematisch geordende inleiding, leesbaar vertaald door Ronnie Boley. Met register en per hoofdstuk wordt bovendien de oorspronkelijke bron van het gedachte-experiment aangegeven. Inspirerend voor een breed publiek, en goed bruikbaar voor leesgroepen of middelbare scholen. Mooi uitgegeven met harde kaft.


  • (234) 07 juli 2015: Peter Sloterdijk, De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd (Boom, 2015)

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk is een van de meest bewonderde én verguisde filosofen van deze tijd. Zijn boeken staan bol van onbegrijpelijk jargon en metaforen, afgewisseld met bijzondere inzichten. In dit boek beschrijft hij hoe vanaf de Franse revolutie (met wortels in een verder verleden) de vanzelfsprekende continuïteit tussen generaties afbrokkelt, zodat afstamming en erfelijkheid er steeds minder toe doen. Ieder individu hangt boven een bodemloze afgrond, en poogt de eigen autonomie en vrijheid te bevestigen en te legitimeren, met het oog op een beter leven. Maar juist vanwege de discontinuïteit kruipt in die legitimering gemakkelijk een element van bedrog en corruptie. Er ontstaat bij iedere generatie dan ook voortdurend een schuld die vroegere generaties religieus als ‘erfzonde’ benoemden. Zo geeft Sloterdijk aanzet tot wat hij noemt een ‘seculiere hermeneutiek van de corruptie’. Argumenteren doet Sloterdijk niet. Essayistisch denken voor de liefhebber van taalfetisjisme, vaag en soms onbegrijpelijk, zodat je je uiteindelijk kunt afvragen wat het echt te bieden heeft.


  • (233) 29 juni 2015: Johan van de Gronden, Wijsgeer in het wild: Essays over mens en natuur (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2015)

In dit boek ontpopt Van den Gronden, filosoof en directeur van het Wereld Natuur Fonds, tot een boeiende essayist. De auteur bewandelt het grensgebied van filosofie en natuurbescherming. Centraal in de veelkleurige essays is de (soms spanningsvolle) verhouding tussen mens en natuur in wat de auteur ‘het Anthropoceen’ noemt. Moeiteloos schakelt de auteur over van Henri David Thoreau naar Thomas Cole en de Amerikaanse schilderkunst; van de relatie tussen landschap en moraal, taoïsme en natuurbeeld naar de evolutie van talen en pogingen om Europa te ‘verwilderen’; van vlinderjacht in Suriname naar boeren en grutto’s in het Friese Idzega. De insteek is voortdurend een persoonlijke. In het laatste essay worden op briljante wijze alle thema’s uit de voorgaande essays samengebracht. De auteur neemt afstand van stemmingmakende duurzaamheidsprofeten en al te stellige klimaatwetenschappers. De laatste vijf pagina’s zijn adembenemend. Nuchter en realistisch, maar met een idealistische en inspirerende grondtoon. Prachtig uitgegeven met kleurenkatern en verschillende zwart-wit illustraties.


  • (232) 29 juni 2015: Mieke Mosmuller, Het menselijk mysterie (Occident, 2014)

Mieke Mosmuller (1951) begon ooit als regulier arts, maar raakte helemaal in de ban van Rudolf Steiner, de grondlegger van antroposofie. Vervolgens ging ze over naar homeopathische behandelwijzen. Van 1984 tot 1998 was ze lid van de antroposofische vereniging en van de ‘Freie Hochschule für Geisteswissenschaft’. In 1998 kwam het tot een breuk vanwege haar stellige ontkenning van Steiners racisme. Sinds 1994 schreef ze talloze boeken die verschenen bij de door haar man (speciaal voor haar boeken) opgerichte uitgeverij Occident. In ‘Het menselijk mysterie’ legt Mosmuller de theoretische bouwstenen voor een meditatieve methode om door de zintuigen tot het innerlijk van de mens te komen via wat zij noemt schouwend denken. Dit is weliswaar op het denken van Steiner gebaseerd, maar vooral Mosmullers eigen interpretatie. Het is een onbegrijpelijk boek voor de oningewijde, met een volstrekt eigen mix van Steineriaanse, astrologische, mineralogische, en psychologische terminologie, die zonder verantwoording van de ingrediënten wordt geserveerd.


  • (231) 19 juni 2015: John Brockman, Wetenschappelijk onkruid: 179 hardnekkige ideeën die vooruitgang blokkeren (Maven Publishing, 2015)

Ieder jaar stelt redacteur John Brockman op de website Edge.org een vraag waar een groot aantal wetenschappers vervolgens een kort essay over schrijft. De Edge-vraag van 2014 was: “Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenbak?” Uitgeverij Maven heeft ook een aantal Nederlandse bijdragen toegevoegd, zoals van Stine Jensen, Christine Mummery en Peter Hagoort. Onderwerpen variëren van kosmologie en natuurkunde (oerknal, kwantumtheorie, snaartheorie, multiversum) tot biologie en neurowetenschappen (evolutie, dualisme, vrije wil, het zelf, genetica). Geen boek om van a tot z te lezen. Het is aan te raden om de inhoudsopgave eerst te bekijken. Er komen dan vanzelf onderwerpen voorbij waarbij de lezer zich zal afvragen: Maar waarom zou je dat willen afschaffen? Waarom blokkeert bijvoorbeeld vrije wil of het idee van oorzaak en gevolg de vooruitgang in de wetenschap? De bijdragen zijn zonder uitzondering fascinerend, goed geschreven en vaak tegendraads. Zoals ergens in het boek vermeld staat: “Je gaat ongetwijfeld iets tegenkomen waarvan je over de rooie gaat”. Spannend!


  • (230) 17 juni 2015: Gerard Visser, Oorsprong & Vrijheid (Sjibbolet, 2015)

Dit boek verschijnt in de essay-reeks “Oratio” bij gelegenheid van het afscheid van Gerard Visser bij de Universiteit van Leiden waar hij dertig jaar cultuurfilosofie gaf. Het is de uitgewerkte tekst van zijn afscheidsrede. Het onderwerp draait om de spanning die we vandaag de dag zien tussen “vrijheid” of “vrije wil” en “noodzaak” (of determinisme). De neurowetenschappen spelen die twee begrippen tegen elkaar uit. Aan de hand van het voorbeeld van een episode uit het leven van de kunstenaar Alberto Giacometti wil Visser echter betogen dat vrijheid samengaat met innerlijke noodzaak en beter als ‘speelruimte’ opgevat kan worden. Als stadia van zijn analyse bespreekt hij ideeën van Aristoteles, Schelling, Heidegger, Nietzsche, Kierkegaard en Meister Eckhart. Het boek betrekt eveneens ideeën uit Vissers eerder verschenen boeken. Filosofie van hoog niveau en met een hoog literair gehalte, vol prachtige maar ook abstracte zinnen. En ofschoon het een dun boekje is, is het tevens erg moeilijk en alleen toegankelijk voor degene die de analyse van Visser van begin tot eind wil volgen.


  • (229) 17 juni 2015: Giorgio Agamben, Profanaties (Boom, 2015)

De laatste jaren worden steeds meer teksten van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben in het Nederlands vertaald, zoals “Homo Sacer” (2002) en recentelijker nog “Pilatus en Jezus” (2014). “Profanaties” is een bundeling essays die in 2005 in het Italiaans is verschenen en nu door Ype de Boer in het Nederlands is vertaald. Alle elementen van Agambens filosofie – religie, het sacrale messianisme, geste, indifferentie, pure middellijkheid, etc. – komen in deze opzettelijk vervreemdende essays terug. Magie en geluk, de dag des oordeels, parodie, verlangen en het auteur-zijn als geste zijn een aantal thema’s die Agamben op volstrekt unieke wijze belicht. De stijl wisselt af van frivool naar duister-filosofisch en het is meestal niet duidelijk wat het punt is dat Agamben wil maken. Het lange en erg interessante essay “Lofzang op profanatie” formuleert de spil waaromheen de overige essays draaien. De vertaler schreef een verhelderend nawoord en voegde verhelderende noten toe, die het boek geschikt maken als inleiding op het ingewikkelde en vaak ronduit duistere denken van deze filosoof.


  • (228) 17 juni 2015: Jan Knol, Spinoza in 107 vragen & antwoorden (Wereldbibliotheek, 2015)

Jan Knol heeft al een aantal werken over Spinoza op zijn naam staan (o.a. “Je zult spinazie eten” en “Spinoza’s intuïtie”) en is een van de meest prominente Spinoza-kenners van Nederland. Dit boekje komt voort uit de lezingen die Knol gaf, het is met name gebaseerd op de vragen die hij na afloop van de lezingen kreeg. In 107 korte stukjes wordt zo’n beetje de hele filosofie van Spinoza samengevat. Het is wel vooral Knols interpretatie, soms afgewisseld met originele (vertaalde) citaten uit Spinoza’s werk (met bronvermelding). Knol noemt het een ‘vademecum’, maar het zou ook een catechismus kunnen heten. Zo worden onder andere besproken: God, substantie en modus, kennis en verbeelding, de affecten, en het goede leven. Niet al te diepgravend, maar de lezer krijgt snel een behoorlijk goed overzicht van het denken van Spinoza, dat zich nog altijd op een groeiende populariteit mag verheugen. Expliciet bedoeld voor reflectie over zingeving en levensbeschouwing, waar volgens Knol nog altijd behoefte aan is, zelfs (of vooral) nu de traditionele religie in Nederland op zijn retour is.


  • (227) 08 juni 2015: Bas Hengstmengel, Denken met het hart: Christelijke filosofie in de traditie van Augustinus en Calvijn (Buijten & Schipperheijn Motief, 2015)

Dit lijvige boek, een bescheiden maar gedegen en gedetailleerde geschiedenis van de gereformeerde filosofische traditie, is ontstaan uit een paper dat de auteur als student filosofie aan de Erasmus Universiteit bij Ger Groot en Roel Kuiper schreef. Het Augustijns-Calvinistische denken wordt gekarakteriseerd als ‘denken met het hart’: waar godskennis en zelfkennis samenkomen, denken met het hoofd vanuit het hart. De auteur begint bij Augustinus en laat zien hoe de Augustijnse traditie zich in de middeleeuwen verhield tot de Thomistische. Vervolgens wordt het denken van Calvijn besproken, dat de inspiratie was voor het latere neocalvinistische denken van Abraham Kuyper en Herman Bavinck. Het hoogtepunt van het boek is een uitgebreide beschrijving van het vrijwel vergeten denken van Herman Dooyeweerd (Wijsbegeerte der Wetsidee), waarna dit in gesprek wordt gebracht met de filosofie van de Amerikaanse godsdienstfilosoof Alvin Plantinga en zijn reformed epistemology. Erg knap boek, goed geschreven, dat wellicht een standaardwerk gaat worden voor de gereformeerde filosofie in Nederland.


  • (226) 19 mei 2015: José Ortega y Gasset, De opstand van de massamens (Lemniscaat, 2015)

De schrijver en nobelprijswinnaar Albert Camus vond de filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955) de beste Europese schrijver sinds Nietzsche. De lezer mag zelf oordelen of Camus gelijk heeft. Feit is dat deze nieuwe vertaling van het integrale hoofdwerk van de beroemde Spaanse filosoof – de tweede Nederlandse vertaling sinds die van Brouwer uit 1933 – een must is voor elke serieuze (cultuur)filosofie- of essayliefhebber. Oorspronkelijk verschenen als feuilleton in een Spaanse krant rond 1930, wordt beklemmend geanalyseerd hoe de Westerse beschaving is overgenomen door ‘de massamens’, dat is ‘iedereen die zichzelf geen enkele specifiek goede of slechte waarde toekent, maar het gevoel heeft dat hij is “als ieder ander” en zich daar niet druk over maakt’ (70). Het is een griezelig herkenbare beschrijving van de huidige samenleving vol hoogopgeleide mensen, amorele grijze muizen die liefst niet willen uitblinken. Een vloeiende vertaling, met een verhelderende inleiding en eindnoten, en met als bonus nog een aantal aanvullende, verdiepende teksten over o.a. democratie en pacifisme.


  • (225) 19 mei 2015: Waldo Swijnenburg, De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god (Balans, 2015)

Atheïsten zijn langzamerhand een bedreigde diersoort, schrijft socioloog en filosoof Waldo Swijnenburg. Niet alleen zijn ze wereldwijd in de minderheid en volgens de laatste cijfers zelfs langzaam aan het verdwijnen, maar hun wereldbeeld is ook niet bepaald wervend: atheïsten doen weinig moeite om hun visie met argumenten te onderbouwen, meent Swijnenburg, en een wereld zonder god wordt vaak als kil en koud gepresenteerd. In dit goed geschreven en genuanceerde boek bespreekt Swijnenburg uitgebreid de ‘Godhypothese’ door de literatuur omtrent godsbewijzen (ontologisch, kosmologisch, teleologisch) te bespreken en te laten zien waar hun sterktes en zwaktes zitten. Hij meent dat godsbewijzen, ondanks hun zwaktes, ‘inspirerende intellectuele kunststukjes zijn die de bijzonderheid van het bestaan onderstrepen’ (47). Over godsbewijzen is het boek helaas weinig vernieuwend en pas in het laatste hoofdstuk laat Swijnenburg zien hoe een atheïstisch wereldbeeld niet pessimistisch is, maar positieve zin kan geven. Het biedt troost, schoonheid en is een bron voor verwondering over het bestaan.


  • (224) 22 april 2015: Marcel Mauss, Essay over de gift (Boom, 2015)

De Franse etnoloog Marcel Mauss (1872-1950) was een neef van Emile Durkheim. Hij werd beroemd met het essay ‘Essai sur le don’ dat in 1925 in het tijdschrift ‘L’Année Sociologique’ verscheen, in 1950 in boekvorm verscheen, en in 1954 in het Engels werd vertaald. De vertaling in de Boom-reeks ‘Grote Klassieken’ is de eerste vertaling in het Nederlands. Mauss beschrijft hoe het fenomeen van geven en teruggeven in ‘primitieve’ en ‘archaïsche’ samenlevingen zoals in Polynesië, Melanesië en de indianen in Noordwest-Amerika, zich tot systemen van ‘totale prestaties’ ontwikkelt die de relaties tussen mensen bepalen en zo alle aspecten van de maatschappij doordringen zoals politiek, economie, religie, wetten, moraliteit en zelfs kunst. In het laatste hoofdstuk gebruikt Mauss de gewonnen inzichten om een moreel appel te doen en een (nog altijd zeer actuele) kritiek te formuleren op het liberalistisch-economische nutsdenken. Het korte (100 pagina’s tekst, 70 pagina’s noten) en erg leesbaar vertaalde werkje beïnvloedde denkers als Georges Bataille, Jacques Derrida en de theoloog John Milbank.


  • (223) 17 april 2015: Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid: Inleiding tot de metafysica (Damon, 2015)

Dit boek is een inleiding in de metafysica, gebaseerd op een serie colleges, en het pretendeert niet meer te zijn dan dat. Volgens de schrijver zelf is het een serie denkoefeningen. Het boek biedt een goed geschreven serie verkenning van het veelkleurige en complexe gebied van de metafysica, waarin stemmen uit verleden en heden resoneren over allerlei onderwerpen, zoals het zijn en de zijnden, tijd, ruimte, de mens, transcendentie en God. De metafysica ‘stelt verdergaande, verdiepende vragen aan deze werkelijkheid’ (189). Metafysica heeft volgens Vergeer een basis in de natuurlijke werkelijkheid zoals door de natuurwetenschappen beschreven, en dus niet in een bovennatuurlijke werkelijkheid. In gesprek met voornamelijk Aristoteles, Kant en Heidegger laat Vergeer fraai zien hoe in de loop der geschiedenis (met name sinds de middeleeuwen) het idee van metafysica is veranderd. Een boek dat boeit op verschillende niveaus. Essayistisch geschreven, niet altijd even makkelijk. Soms moet men langzaam lezen om woordbetekenissen en gelaagde zinnen te laten bezinken. Helaas ontbreekt een index.


  • (222) 15 april 2015: Nick Broers, Achter Darwins horizon (Damon, 2015)

In zijn persoonlijke atheïstische manifest rekent Nick Broers (statisticus, Universiteit Maastricht) stevig af met godsgeloof en godsdienst. Godsgeloof is projectie en wensdenken. Tegelijkertijd zet hij zich af tegen een populaire atheïstische visie (van bijv. Dawkins) dat het leven geen zin heeft. Juist door middel van ‘schijnbaar betekenisvol toeval’ laat Broers zien hoe onze individuele levens zijn opgenomen in een (ondoorgrondelijk) groter verband. Wel zal een atheïst twee aannames moeten ‘geloven’: het bestaan van een ‘niet-lokale samenhang’ van twee gebeurtenissen, dat wil zeggen dat er geen herleidbare schakel is tussen twee gebeurtenissen, maar wel een mysterieuze correspondentie tussen de twee. De tweede aanname is die van ‘een convergentieproces, waarbij gebeurtenissen en/of handelingen van personen uitmonden in een betekenisvolle uitkomst’ (215), dus het verwezenlijken van een schijnbaar vooraf gegeven doel. Erg interessant, uitstekend geschreven boek, dat naast kritiek op religie vooral een constructieve aanzet wil geven tot een atheïstisch-spirituele levensbeschouwing.


  • (221) 12 april 2015: Sebastien Valkenberg, Op denkles (Ambo/Anthos, 2015)

De auteur is publicist en schrijft o.a. voor Trouw, Elsevier en Filosofie Magazine. Hij schreef eerder ‘Het laboratorium in je hoofd’ (2006) en ‘Geluksvogels’ (2010). Dit boek gaat op dezelfde toon verder. De hoofdstukken zijn relatief losstaande essays die zijn samengesteld uit eerdere publicaties (essays, boekbesprekingen, etc.). De titel suggereert dat het gaat om een gaat om een handleiding om zo zuiver mogelijk te denken en denkfouten te vermijden. Het boek wil de lezer wapenen tegen ‘dooddoeners’ die discussies plat slaan, zoals ‘wetenschap is ook maar een theorie’, ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid’ of ‘wetenschap is ook maar een vorm van geloof’. Dat is enigszins misleidend. In de 14 hoofdstukken berijdt Valkenberg vooral zijn eigen – bij voorkeur politiek incorrecte – stokpaardjes: postmoderne filosofie is gevaarlijke filosofie en ideologie, openheid voor alternatieve geneeskunst is spelen met levens, religieus geloof is achterlijke onzin en gelovigen zijn goedgelovige fantasten. Vooral voor liefhebbers van niet al te diepgravende, populistische filosofie.


  • (220) 08 april 2015: Jean-Jacques Rousseau, Het maatschappelijk verdrag (Boom, 2015)

Een nieuwe uitgave van wellicht een van de invloedrijkste boeken uit de moderne politieke geschiedenis: “Du contrat social” (1762) van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Centraal staat de vraag naar hoe de “degeneratie” van de beschaving een halt kan worden toegeroepen, en hoe de vrijheid en de drang tot zelfbehoud van het individu gewaarborgd kan blijven. Het begrip “volkssoevereiniteit” dat Rousseau vervolgens op organische wijze uitwerkt en toelicht, geldt als een van de pijlers van onze democratie, maar leverde ook een excuus voor het totalitarisme. Rousseau blijft daarom omstreden, met name ook door de beperking die hij voorstelt aan de rol van religie in het politieke leven. Blijft staan dat hij een origineel en inspirerend denker en begenadigd stilist was. De vertaling van deze uitgave is minimaal herzien ten opzichte van de 6e druk uit 2002, en is met name in het begin wat versoepeld. Ook de inleiding blijft in grote lijnen hetzelfde. De grootste veranderingen zitten in de geactualiseerde literatuurverwijzingen. Een politiek-filosofisch standaardwerk.


  • (219) 08 april 2015: Thomas Dixon, Wetenschap & Religie (Amsterdam University Press, 2015)

Discussies over geloof en wetenschap blijven prikkelen, maar daarin hebben veelal vooroordelen de overhand. De Britse historicus Thomas Dixon schreef al in 2008 deze uitstekende inleiding in het discussieveld van geloof en wetenschap in de serie “short introductions” van Oxford University Press. De uitstekende vertaling in de serie “elementaire deeltjes” van Amsterdam University Press maakt dit boek momenteel tot de beste Nederlandstalige inleiding in dit complexe veld. Dixon behandelt de misverstanden omtrent de veroordeling van Galileo, wonderen, Darwins evolutietheorie en de religieuze reacties daarop door het Amerikaanse creationisme en intelligent design, en vragen omtrent geest en moraliteit in relatie tot de hedendaagse neurowetenschappen. Er wordt geen gelovig standpunt ingenomen, maar het heersende conflictidee wordt ontluisterd door de (historische en politieke) complexiteit genuanceerd in kaart te brengen. Erg goed en vlot vertaald, geschikt voor een breed publiek. Voorzien van eindnoten, een uitstekende literatuurlijst die uitnodigt tot verdere verdieping, en een index.


  • (218) 08 april 2015: Antoine Mooij, In de greep van de taal (Sjibbolet, 2015)

Filosoof en psychoanalyticus Antoine Mooij is een kenner van het werk van de Franse psychiater en filosoof Jacques Lacan (1901-1981), waarover hij eerder al de klassieker “Taal en verlangen: Lacans theorie van de psychoanalyse” schreef. In dit boek brengt Mooij het complexe denken van Lacan in gesprek met dat van de neokantiaanse filosoof Ernst Cassirer (1874-1975), om zo een aanzet te geven voor een wijsgerige antropologie van de symboliserende mens. Volgens beide denkers representeert de mens de werkelijkheid via de taal in beelden, woorden en formules, maar toch gaat de werkelijkheid zelf in die representaties niet op. Beide denkers leggen echter eigen accenten. Cassirer benadrukt dat de mens zich met behulp van taal symboliserend uitdrukt, Lacan stelt dat de mens aan de taal onderworpen is en dat de zelfbepaling van de mens zeer beperkt is. Uitgave ter gelegenheid van het 5-jarig jubileum van uitgeverij Sjibbolet. Verzorgd uitgegeven, interessant, maar erg moeilijk geschreven. Een boek een hoog abstractieniveau, veel ingewikkelde formuleringen en uitweidingen.


  • (217) 11 maart 2015: Heine Siebrand, Fantoomreligie: Over het spel van gedaanteverandering en rolverwisseling (Uitgeverij Pagina 3, 2015)

De auteur is remonstrants predikant en godsdienstfilosoof. In het voorwoord wordt dit boek als ‘een werkboek vol innovatieve inkijkjes en lokkertjes’ beschreven dat zich laat lezen ‘als een schervenroman’. Het is een erg vaag boek met veel onbegrijpelijke formulering, waardoor onduidelijk blijft wat de auteur wil betogen. In 26 korte hoofdstukjes wordt religie beschreven als een ‘fantoomledemaat’: het is weg, maar men gedraagt zich alsof het er nog is. Geloof is niet langer een ‘tegenover’ maar verbergt zichzelf helemaal in het publieke leven. Geloof laat zich ook niet meer aflezen uit het gedrag of de verantwoording van het morele handelen in de publieke ruimte. De moderne mens zoekt geen zekerheid meer in geloof in God, maar schept zich zelf een taalhandeling die het perspectief schept waarin men wil treden. Dit alles wordt aan de hand van o.a. Coetzee en Tolstoy uitgewerkt. Aanleiding van het boek is een lezing, die achterin integraal (in het Engels) is opgenomen, maar helaas al net zo vaag is als de rest van het boek. Fraai uitgegeven in harde kaft en met kleurenillustraties.


  • (216) 11 maart 2015: Carola Dietze, Helmuth Plessner: Leven en werk (Lemniscaat, 2015)

De Duitse filosoof Helmuth Plessner (1892-1985) genoot ooit in Nederland redelijke bekendheid, maar is vandaag bijna vergeten. Deze boeiende en soms zelfs spannende ‘historische biografie’ beschrijft het veelbewogen en bij vlagen tragische leven en werk van deze filosoof die uiteindelijk nergens thuis was, met grote aandacht voor de historische context. Door de sterke focus op Plessners leven, komt zijn filosofische werk er wat bekaaid vanaf, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van dit werk, dat in Duitsland een prestigieuze prijs won. Voor Nederlandse lezers interessant is de uitgebreide aandacht voor Plessners Groningse periode. Ook is er veel aandacht voor zijn moeizame carrière en zijn kritische verhouding tot het nationaal socialisme. Uitstekend vertaald, met indrukwekkend bronnenapparaat van bijna 1500 eindnoten (ruim 200 pagina’s) die eveneens de moeite van het lezen waard zijn. Wel wordt behoorlijk wat kennis van de Duitse filosofie verondersteld. Magistraal werk dat hopelijk de aandacht voor deze nog altijd actuele filosoof verder zal aanwakkeren.


  • (215) 25 februari 2015: Herman Westerink, Verlangen en vertwijfeling: Melancholie en predestinatie in de vroege moderniteit (Sjibbolet, 2014)

De psychoanalytisch georiënteerde godsdienstpsycholoog Westerink koppelt het doorbreken van de moderniteit direct aan het ontstaan van de protestantse predestinatieleer. Deze leer bracht voor gelovigen ordening, zin en bestemming in onzekere en chaotische tijden waarin traditionele geloofsvoorstellingen afbrokkelden. Maar deze leer zorgde ook weer voor veel onzekerheid en angst, vanwege de absolute, ondoorgrondelijke wilsbesluiten van God. Geloof is dan het uithouden van die spanning, geboren uit verlangen, maar niet zelden eindigend in vertwijfeling. Het boek lijkt aanzetten te willen bieden tot een psychoanalytische verklaring voor de predestinatieleer op basis van psychoanalytische ideeën over melancholie. Maar helemaal helder wordt dat nergens. Ook is onduidelijk is op welk lezerspubliek gemikt wordt. Het is in een uiterst wetenschappelijk-droge stijl geschreven met soms alinea’s van anderhalve pagina. Ook wordt er erg veel theologische en psychoanalytische voorkennis verondersteld (met name van Freud, Lacan en De Certeau), zodat het louter interessant lijkt voor vakgenoten.


  • (214) 25 februari 2015: Adriaan Bekman, Bezieling: Filosofie van het georganiseerde leven (Christofoor, 2015)

De auteur heeft een indrukwekkende staat van dienst als adviseur, manager, docent en begeleider. Met dit boek (ruim 500 pagina’s) wil hij de filosofische grondslagen van zijn werk en overige publicaties al schrijvend doordenken. Uitgangspunt is dat onze wereld een door de mens georganiseerde werkelijkheid is geworden. Vervolgens gaat de schrijver de geschiedenis van de westerse filosofie door, met het oog op de relevantie van filosofische inzichten voor het georganiseerde leven. Het draait daarin om vragen naar onze oorsprong, de ziel en onze vrijheid en de vraag is hoe wij van de georganiseerde wereld een morele wereld kunnen maken. Het antwoord ligt in de ziel die in ieder individu en ook in organisatieverbanden verschijnt. In georganiseerde verbanden opent de ziel zich voor de ander en dat levert bezieling op. Een boek over (humanistische) levenskunst en bezieling in organisaties, dat veel tijd en denkwerk vergt. Overweldigend, abstract, verwarrend, rommelig gestructureerd. Met honderden filosofische citaten, maar zonder bronvermelding. Kleine literatuurlijst, geen index.


  • (213) 15 februari 2015: Voltaire, Verhandeling over de verdraagzaamheid (Van Gennep, 2015)

De beroemde verlichtingsfilosoof Voltaire (1694-1778) publiceerde dit traktaat in 1763, naar aanleiding van de veroordeling en terechtstelling van Jean Calas in 1762. De man was formeel (onterecht) veroordeeld was voor de moord op zijn zoon, maar de echte motieven waren van religieuze aard: de man was protestant in een overwegend katholiek gebied. Voltaire haalt daarom in zijn traktaat hard uit, niet naar godsdienst in het algemeen, maar naar ‘een dogmatische instelling en een verkeerde toepassing van de slecht begrepen christelijke godsdienst’ die leidt tot bijgeloof en fanatisme, en die een gevaar vormt voor de stabiliteit van de samenleving. Hij laat vervolgens zien hoe in de geschiedenis samenlevingen en religies gebaat waren bij en opriepen tot verdraagzaamheid en roept zo op tot nieuwe religieuze verdraagzaamheid. Voltaire is een optimist: hij meent dat de filosofie van zijn dag de ‘leefregel van de rede’ laat zien als weg naar verdraagzaamheid, en dat het vooruitgang is dat de wereld steeds minder bijgelovig wordt. Een bijzonder actueel essay, uitstekend vertaald met noten.


  • (212) 13 februari 2015: Alvin Plantinga, Het echte conflict: Wetenschap, religie en naturalisme (Buijten & Schipperheijn Motief, 2015)

Alvin Plantinga is nog altijd een van de toonaangevende Amerikaanse filosofen, en een gelovige van gereformeerde signatuur. In dit boek zet hij zijn visie op geloof en wetenschap uiteen. Niet geloof en natuurwetenschap zijn met elkaar in conflict, zoals vandaag vaak wordt beweerd, maar vooral geloof en naturalisme. Het draait om een clash van levensbeschouwingen. Plantinga laat zien hoe bijv. het idee van Gods handelen en wonderen niet in strijd is met de natuurwetenschappen, en hoe de evolutietheorie te combineren valt met de voorzienigheidsleer. Uiteindelijk concludeert Plantinga dat naturalisme zelfs de wetenschap zelf ondermijnt. Sterk apologetisch, toch een van de beste godsdienstwijsgerige werken van de laatste jaren. Taai, maar vlot en met humor geschreven en leesbaar vertaald door C.S. Lewis-vertaler Arend Smilde. De vertaler veroorlooft zich overigens wel wat vrijheden, zodat dit boek ook het karakter van een bewerking krijgt. Ook is niet het hele Engelstalige origineel vertaald; alle technische excursen zijn weggelaten. Met index en voorwoord van René van Woudenberg.


  • (211) 13 februari 2015: Emanuel Rutten & Jeroen de Ridder, En dus bestaat God: De beste argumenten (Buijten & Schipperheijn Motief, 2015)

Dit boek verzet zich fel tegen de idee dat geloven irrationeel zou zijn en dat er geen argumenten zouden zijn voor het bestaan van God. Rutten en De Ridder, beide werkzaam aan de filosofische faculteit van de VU in Amsterdam, stellen dat de laatste jaren de argumenten voor het bestaan van God zijn uitgediept en aangescherpt. Dit boek presenteert voor een breed publiek de ‘beste argumenten’ in eenvoudige bewoordingen. Acht argumenten passeren in dit apologetische boek de revue: het Leibniziaanse argument dat God noodzakelijk bestaat; het kosmologisch argument (God als ultieme oorzaak); het argument uit de fine-tuning van het heelal; een argument uit kosmische orde: het Anselmiaanse ontologisch argument; het ‘modaal-epistemisch’ argument van Rutten; het argument uit de moraal; en het argument uit religieuze ervaring. Rutten en De Ridder nemen om beurten een hoofdstuk voor hun rekening. Weliswaar toegankelijk geschreven voor de (gelovige of twijfelende) doorzetter. Maar het blijft lastige materie, en met name Ruttens eigen argument is erg esoterisch. Geïllustreerd, zonder index.


  • (210) 31 januari 2015: Pouwel Slurink, Aap zoekt zin (ISVW Uitgevers, 2014)

Dit is een filosofieboek dat vele lijnen uit de “sociobiologie” (ook wel “evolutionaire psychologie” genoemd) bijeenbrengt en zo een aanzet geeft tot een evolutionistische levensbeschouwing, waarin de ziel en God geen plaats hebben, maar waarin de mens als een geëvolueerde, “zinzoekende roofaap” centraal staat. Slurink onderscheidt vier causale niveaus die op elkaar inwerken: genen, geest, cultuur en omgeving. Uitgangspunt is dat de evolutie van het leven draait om de overlevingsdrang van genen, die echter in lichamen zitten, voertuigen die een efficiënte besturing nodig hebben. De genen hebben dan ook een “dashboard” (metafoor van Slurink) ontworpen, de geest, die het voertuig bestuurt. De geest zorgt dan vervolgens via strategieën als altruïsme en samenwerking bij mensen voor de ontwikkeling van de cultuur, die in zekere zin efficiënt reageren op en aanpassen aan de omgeving mogelijk maakt en zo overleving bevorderd. Controversieel, reductionistisch en materialistisch, maar ook erg interessant en actueel. Goed geschreven, met handige samenvattingen, illustraties en literatuurlijst.


  • (209) 30 januari 2015: Ulrich Libbrecht, Adieu à Dieu: Naar een religieus atheïsme (Garant, 2014)

De Vlaamse filosoof Ulrich Libbrecht (*1928) is vooral bekend geworden met zijn “comparatieve filosofie”, een methode om westerse en oosterse denkwijzen samen te brengen en zo op een nieuwe manier met bijv. vragen omtrent geloof en wetenschap om te gaan. Dit boek, dat verscheen in zijn 85ste levensjaar, is persoonlijk van aard. Het is een poging om zijn “atheïstische godsbeeld” te verantwoorden, zijn eigen “Vernunftreligion” (religie op basis van de rede). Libbrecht noemt zichzelf een “philosophe bricoleur”. O.a. vanuit zijn kennis van boeddhisme en taoïsme probeert hij de mystieke kern van alle religie op het spoor te komen, de interactie van eeuwige energie en informatie, om zo te komen tot een wetenschappelijk verantwoord maar tegelijkertijd mystiek wereldbeeld met elementen uit Oost en West. De absolute energie waaruit alles voortkomt noemt Libbrecht God: onpersoonlijk, één met de wereld, ver weg van antropomorfe godsbeelden. Enorm interessant, ofschoon niet gemakkelijk. Het spiritueel rijke resultaat van een leven lang denken over filosofie, religie en de natuurwetenschappen.


  • (208) 27 januari 2015: Henk Driessen (red.), Het hart van de wetenschap: Over de waarde van veldwerk (Wereldbibliotheek, 2015)

Traditioneel behoort veldwerk tot de gereedschapskist van de wetenschapper. Toch is in veel wetenschappen de laatste jaren de nadruk sterker komen te liggen op kwantitatief-statistisch onderzoek. Veldwerk is immers tijdrovend en kostbaar en vergt vaak verre reizen onder barre omstandigheden, terwijl kwantitatief-statistisch onderzoek sneller is en thuis via internet gedaan kan worden. De schrijvers van deze gevarieerde bundel verdedigen echter dat veldwerk een onopgeefbare meerwaarde heeft voor de wetenschap, en ze geven – ieder van uit hun eigen discipline – aan wat die meerwaarde is, maar ook hoe niettemin de aard van veldwerk de afgelopen decennia is veranderd. Het boek is het resultaat van een symposium aan de Radboud Universiteit te Nijmegen in 2013. De bijdragen zijn gevarieerd, sommige uitstekend leesbaar, andere helaas veel minder. Het is vooral een boek geworden voor vakgenoten: voor wetenschappers die zelf veldwerk doen of voor studenten die het wellicht nog gaan doen. Voor een breder publiek is dit boek minder interessant. Met uitgebreide literatuurlijst en notenapparaat.


  • (207) 19 december 2014: Immanuel Kant, Pragmatische antropologie (Boom, 2014)

Kant was 74 toen dit boek in 1798 verscheen. Het zou zijn laatste werk zijn. Het is het resultaat van bijna 25 jaar college geven over dit onderwerp. Alle aspecten van Kants denken komen ook in dit boek terug – kennis, ethiek en esthetiek – maar dan helemaal zonder het taaie jargon. Kant vond dat een ieder dit boek zou moeten kunnen lezen. Pragmatische antropologie richt zich op de praktische eigenschappen van de mens, “op wat hij zelf, als vrij handelend wezen, van zichzelf maakt, of maken kan en ook maken moet” (11). Het gaat over zelfbewustzijn, verstand, zintuiglijkheid, geheugen, smaak, emoties, affecten, en het karakter. Kant definieert menselijke eigenschappen uiterst precies, geeft moreel advies (bijv. over hoe men voor een maaltijd organiseert en hoe men zich tijdens het eten dient te gedragen). Een toegankelijk boek, dat soms nog bijzonder actueel is en op andere punten (bijv. de visie op de vrouw) volstrekt achterhaald. De briljante vertaling is van Willem Visser, die al eerder de grote werken van Kant vertaalde. Visser schreef ook de annotaties, en een nawoord.


  • (206) 17 december 2014: Susan Neiman, Afgezien van de feiten (Boom/Stichting Internationale Spinozaprijs, 2014)

Susan Neiman is een Amerikaanse filosofe en directeur van het Einstein Forum in Potsdam van wie in het Nederlands eerder al de (moeilijke) boeken “Het kwaad denken” en “Morele helderheid” verschenen. “Afgezien van de feiten” bevat drie essays en verschijnt naar aanleiding van het ontvangen van de prestigieuze Spinozalens 2013-2014. Het eerst essays gebruikt Kant voor een fikse kritiek op evolutionaire verklaringen van moraal (en impliciet op de ideologie van onze hedendaagse samenleving). Het tweede essay gaat over Hannah Arendt, haar visie op Eichmann en het kwaad, en het recente onderzoek van Bettina Stangneth. Het laatste essay gaat over Neimans Kantiaanse visie op het bijbelboek Job. Het boekje vormt een mooie kennismaking met Neimans werk. Relatief dun, diepzinnig, filosofisch, maar geen gemakkelijke teksten, er wordt (vooral in het eerste essay) nogal wat kennis van o.a. Kant, Rousseau en Hobbes verondersteld. Een goed voorbeeld van hoe noodzakelijk filosofie is als het gaat om nadenken over ethiek en moraal, over ideologie en samenleving, en over visies op het goede leven.


  • (205) 17 december 2014: Pek van Andel en Wim Brands, Serendipiteit: De ongezochte vondst (Nieuw Amsterdam, 2014)

Medicus Pek van Andel is al zijn leven lang gefascineerd door het onderwerp “serendipiteit”: de ontdekking van een onverwacht, abnormaal en strategisch gegeven, dat de aanleiding kan zijn voor een nieuwe of de uitbreiding van een bestaande theorie. Oftewel: serendipiteit is “als het zoeken naar een naald in een hooiberg en eruit rollen met een boerenmeid” (60). Een buitenissig boekje, dat moeilijk op één noemer te brengen of samen te vatten is, met daarin talloze wetenschappelijke “getuigenissen” van serendipiteit, een vertaling van het Oosterse sprookje van “de drie prinsen van Sarandip”, een essay van Van Andel over verschillende vormen van serendipiteit, een uitgebreide mailcorrespondentie tussen Van Andel en Wim Brands, en een “ABC van serendipiteit”. Een origineel boekje over verwondering als bron van wetenschap, bedoeld als leerboek én als pleidooi voor ontvankelijkheid voor creativiteit en onaangepastheid, want volgens Van Andel is serendipiteit, als bron van wetenschappelijke, technische en maatschappelijke innovatie, aan te leren en te doceren, in theorie en in praktijk.


  • (204) 05 december 2014: Eugen Rosenstock-Huessy, De taal van de ziel (Skandalon, 2014)

De wortels van deze tekst gaan terug naar 1916, toen Rosenstock-Huessy een eerste versie van deze tekst als brief naar de bevriende Frans Rosenzweig stuurde, de latere auteur van de “Stern der Erlösung”. Het was de aanzet tot de filosofie van het “Sprach-denken” die via Rosenzweig ook Buber en later Levinas zou beïnvloeden. Deze vertaling baseert zich op de tekst zoals die aan het slot van deel I van Rosenstocks hoofdwerk “Die Sprache des Menschengeschlechts” is opgenomen. De tekst draait om de ziel en de rol die de taal speelt in het proces dat de menselijke ziel is, met name in het aangesproken, toegesproken en opgeroepen worden: de aanzet tot verandering. “Wie de ziel wil leren kennen moet de geheimen van de taal doorgronden”, aldus Rosenstock. Een korte maar erg lastige tekst, die in zeer gecondenseerde vorm het denken samenvat van Rostenstock omtrent de grammatica van de ziel, over de rol van het individu, de gemeenschap en de geschiedenis, en over de mens tussen psychologie en natuurwetenschap. Schitterende zinnen, die tot diep nadenken stemmen, zeer geschikt voor leesgroepen.


  • (203) 05 december 2014: Sam Harris, Het huidige moment: Spiritualiteit zonder religie (Nieuwezijds, 2014)

Eerder verschenen van neurowetenschapper en atheïstisch scepticus Sam Harris in het Nederlands “Van God los” en “Het morele landschap”. Dit boek, dat wellicht Harris’ persoonlijkste boek is, borduurt verder op het laatste (en veelal genegeerde) deel van “Van God los”, waarin hij zijn atheïstische spiritualiteit verdedigt. Het eerste hoofdstuk is een verdediging van zijn idee van religieloze spiritualiteit. Hoofdstuk 2 beschrijft het idee van bewustzijn en hoofdstuk 3 dat van het zelf: bewustzijn en zelf blijken niet hetzelfde, het zelf is volgens Harris illusoir. Hoofdstuk 4 gaat in op meditatie, hoofdstuk 5 behandelt wat losse onderwerpen: goeroes, bijna-dood ervaringen en spirituele ervaringen via drugs (Harris is vóór legalisering van alle drugs). De hoofdstukken zijn intern rommelig georganiseerd, het boek is essayistisch, kent geen echte opbouw of rode lijn. Toch een prettiger en ook beter vertaald boek dan de vorige twee, dat op tamelijk nuchtere wijze wil aanzetten tot een boeddhistisch-geïnspireerde atheïstische en wetenschappelijk verantwoorde en onderbouwde spiritualiteit.


  • (202) 24 november 2014: Ivan Illich, De rivieren ten noorden van de toekomst: Laatste gesprekken over religie en samenleving met David Cayley (Pelckmans Klement, 2014)

De filosoof en theoloog Ivan Illich (1926-2002) is in ons land vrijwel vergeten, maar had een enorme invloed onder sociaal-kritische intellectuelen, met name in de jaren ’70. Dit boek bevat in zekere zin de erfenis van Illich, het bevat de laatste gesprekken die hij voerde met zijn vriend David Cayley. Alle onderwerpen waarmee Illich zich ooit heeft beziggehouden komen erin terug: de radicale boodschap van het evangelie, het verraad van de kerk aan dat evangelie door de institutionalisering van de ethiek, technologie en systeemdenken, de medicalisering van de maatschappij en kritiek op geïnstitutionaliseerde vormen van onderwijs. Een kwart van het boek bestaat uit een uitgebreide beschrijving van Illichs leven en werk. Filosoof Hans Achterhuis schreef voor de Nederlandse uitgave het voorwoord. Jammer dat het voorwoord van Charles Taylor uit de oorspronkelijke Engelstalige uitgave niet is vertaald. Een boek dat geschikt is als inleiding op het denken van Illich. Niet altijd gemakkelijk, maar boeiend, met tegendraadse, erudiete ideeën die aan het denken zetten, leesbaar vertaald.


  • (201) 19 november 2014: Leszek Kolakowski, Over het alledaagse leven (Boom, 2014)

De van oorsprong Poolse filosoof Leszek Kolakowski (1927-2009) wordt ook in Nederland weer langzaam herontdekt. De essays die in dit juweeltje in de serie “Kleine klassieken” van uitgeverij Boom zijn bijeengebracht tonen de kracht van Kolakowski’s denken door heel kernachtig alledaagse thema’s en fenomenen van onze beschaving, zoals “tolerantie”, “macht”, “reizen”, “de lach”, “seks”, “de leugen” en “het goede en het ware”, filosofisch onder een vergrootglas te leggen en daarin bijvoorbeeld ideologische elementen bloot te leggen. Nergens moraliserend of belerend, wel erudiet en getuigend van een diepe fascinatie voor en betrokkenheid bij allerlei expressies van de menselijke beschaving. De teksten zijn erg toegankelijk, en ofschoon ze oorspronkelijk werden gebracht als korte voordrachten voor de Poolse televisie na de val van het IJzeren Gordijn, hebben ze niets aan actualiteit ingeboet. Wel tamelijk klein afgedrukt.


  • (200) 19 november 2014: Wil van den Bercken, Geloven tegen beter weten in (Balans, 2014)

De auteur was tot 2011 bijzonder hoogleraar Russisch christendom aan de Radboud Universiteit. Dit boek is een persoonlijk essay dat wil aantonen dat het christelijk geloof niet onredelijk is, maar een sterke intellectuele en ethische boodschap heeft. De eerste twee hoofdstukken bespreken de rol van de Bijbel en van Jezus en diens bijbelse ethiek (die, zo geeft de auteur toe, bijna bovenmenselijke eisen stelt). Het derde hoofdstuk bespreekt de existentiële en universeel-menselijke grondslagen van religieus geloof (besef van geschapenheid, ethische onvolmaaktheid, en gerechtigheid na de dood om de zinvolheid van het leven te waarborgen). Ambivalenties van geïnstitutionaliseerde vormen van geloof (de kerk) komen in het vierde hoofdstuk aan bod. De auteur formuleert daarin stevige kritiek op esthetische en folkloristische elementen van de kerk en fantasievoorstellingen over het hiernamaals. Het laatste en langste hoofdstuk gaat in op argumenten van atheïsten. Mooi uitgegeven, goed geschreven, niet altijd gemakkelijk. Een verrassend, bijna protestants essay van een katholieke denker.


  • (199) 06 november 2014: Henri Bergson, Essays over bewustzijn en verandering (ISVW, 2014)

Ook in Nederland is de belangstelling voor het werk van de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) weer aan het toenemen. De Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) te Leusden heeft drie van Bergsons sleutelteksten voor het eerst in Nederlands vertaald. Het betreft de essays: “Hoe verandering wordt waargenomen”, “Bewustzijn en leven” en “Het mogelijke en het werkelijke”, voorafgegaan door een inleiding door Arthur d’Ansembourg. De essays gaan over de vraag hoe we ons van onze denkschema’s en vooronderstellingen kunnen losmaken om verandering waar te nemen; over de vraag hoever bewustzijn zich uitstrekt in de natuur; en over de vraag hoe realiteit en mogelijkheid zich tot elkaar verhouden. Het zijn geen gemakkelijke teksten. De vertaling is adequaat, ofschoon af en toe houterig. Wel wordt de uitgave ontsierd door behoorlijk wat typefouten en inconsistent leestekengebruik (vooral komma’s). Toch goed dat deze teksten nu in het Nederlands voorhanden zijn, zodat deze mooi ingebonden uitgave bruikbaar is voor bijvoorbeeld filosofisch geïnteresseerde leesgroepen.


  • (198) 03 november 2014: René ten Bos, Water: Een geofilosofische geschiedenis (Boom, 2014)

De auteur is hoogleraar filosofie aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit, en schreef eerder “Het geniale dier” (2008) en “Stilte, geste, stem” (2011). Dit buitengewoon goed geschreven filosofieboek is een exercitie in wat Ten Bos (in navolging van Deleuze en Guattari) noemt “geofilosofie”: een onderzoek naar de invloed die het landschap heeft op menselijke denkwijzen. In dit boek is de vraag: Hoe laat water ons denken? De focus is op de invloed van de zee op het denken. Beginnend bij de Griekse filosoof Thales (“alles is water”) en eindigend bij Michel Serres neemt de auteur de lezer mee op een boeiende reis door filosofie en literatuur om te zien hoe over water is gedacht en hoe water het denken heeft beïnvloed. Uiteindelijk blijkt een onbreekbare samenhang tussen water en het menselijk bestaan. De schrijfstijl is essayistisch, maar erg toegankelijk en bijzonder origineel. Samenvattingen aan het begin van ieder hoofdstuk geven de lezer handvaten. Met eindnoten, literatuurlijst en index. Fraai uitgegeven in harde kaft met stofomslag en leeslint.


  • (197) 21 oktober 2014: Jacques De Visser, Alicja Gescinska, Guido Vanheeswijck (red.), Leszek Kolakowski: De onrust van onze eeuw (Klement/Pelckmans, 2014)

De van oorsprong Poolse filosoof Leszek Kolakowski (overleden in 2009), is in Nederland bij het grote publiek maar ook in academische cirkels tamelijk onbekend, ook omdat veel van zijn boeken die ooit in het Nederlands verschenen nog slechts tweedehands verkrijgbaar zijn. De drie auteurs van deze bundel, die aan alle aspecten van zijn werk recht wil doen, doen een dappere poging om Kolakowski aan de vergetelheid te ontrukken. Niet alle essays zijn even toegankelijk. De artikelen van filosofe Gescinska en van Van Heeswijck zijn goed leesbaar. De Visser wil in zijn artikelen niet alleen Kolakowski’s ideeën beschrijven, maar ook ‘vertolken’, wat resulteert in nogal wollig proza. Na een levensbeschrijving volgen artikelen over Kolakowski’s filosofische methode, zijn voortdurende worsteling met het marxisme, zijn ideeën over vrijheid, totalitarisme, metafysica, religie en humanisme. Het boek wordt afgesloten met Kolakowski’s essay ‘De onrust van onze eeuw’ dat hier voor het eerst in het Nederlands verschijnt. Geen register, maar wel met uitgebreide bibliografie van Kolakowski’s werken.


  • (196) 21 oktober 2014: Renée van Riessen & Onno Zijlstra (red.), Wat bezielt Kierkegaard? Zeven essays over een dwarse denker (Damon, 2014)

In januari 2013 organiseerde de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam een studiedag naar aanleiding van de tweehonderdste geboortedag van Kierkegaard. Dit boekje van nog geen 150 pagina’s bevat de vijf lezingen van die dag, aangevuld met twee essays van andere Kierkegaard-kenners. De centrale vraag van de studiedag was de actualiteit van Kierkegaard als schrijver en denker: Wat bezielde hem? De essays zijn geordend aan de hand van drie thema’s: de enkeling bij Kierkegaard en de relatie tot zijn visie op ethiek; het offer; en de visie van Kierkegaard op zijn eigen schrijverschap. De op zich losstaande essays laten mooi zien hoe actueel Kierkegaard nog altijd is, door aan te sluiten bij hedendaagse voorbeelden (bijv. een uitspraak van Hans Teeuwen, of ideeën van de ethicus Alasdair McIntyre). Ofschoon de essays niet al te moeilijk geschreven zijn, is deze bundel toch vooral interessant voor wie al bekend is met het werk van Kierkegaard. Ook is het een mooi complement bij de serie Kierkegaard Werken die bij dezelfde uitgeverij (Damon) verschijnt.


  • (195) 09 oktober 2014: Noson S. Yanofsky, Wat je brein te boven gaat: De grenzen van wetenschap, wiskunde en logica (Atlas Contact, 2014)

De auteur is computerwetenschapper en weet veel over berekenbaarheid en paradoxen. Dit verrukkelijke populairwetenschappelijke boek staat er vol mee. Het confronteert de lezer met de paradox van wat de wetenschap weet over wat we niet kunnen weten. Het begint bij paradoxen in de taal (die vooral door zelfreferentialiteit ontstaan), vervolgens gaat het over filosofische raadsels en paradoxen, oneindigheidskwesties (verzamelingenleer), berekening van complexiteit, computers en het berekenen van onmogelijkheden, vervolgens over wetenschappelijke beperkingen (chaostheorie, kwantummechanica en relativiteitstheorie), wetenschapsfilosofische kwesties (het succes van de wiskunde; antropische principes), en ten slotte wiskundige paradoxen. Soms betreft het pittige stof, maar de auteur hanteert een luchtige en humoristische schrijfstijl, waardoor het als geheel een prettig leesbaar, relativerend en zelfs fascinerend boek is dat aanzet tot contempleren over wat wetenschappers wellicht nooit zullen weten. Met talloze verhelderende illustraties, verdiepende voetnoten, literatuurlijst en index.


  • (194) 23 september 2014: Andrew Davison, Uit liefde voor de wijsheid: De grote filosofen en hun invloed op de theologie (Kok, 2014)

Davison is een anglicaanse theoloog die aan Cambridge University theologie en wetenschap doceert. Hij heeft een grondige kennis van de christelijke dogmageschiedenis, die ook in dit boek tot uitdrukking komt. Het boek biedt geen geschiedenis van de filosofie in traditionele zin, maar wil vooral laten laten zien hoever de invloed gaat van filosofische ideeën op het theologische denken. Daarin schuilt de originaliteit van het boek. De opbouw is chronologisch, vanaf de Presocratici, via de middeleeuwen tot en met het postmodernisme. Veel aandacht is er voor Plato en Aristoteles, voor de kerkvaders en Thomas van Aquino (een spilfiguur in het boek). Vanaf de Verlichting verliest het boek aan diepgang en worden de vele filosofen en stromingen zeer oppervlakkig besproken. De schrijver ziet dan nog weinig theologische vernieuwing. Boeiende lectuur, niet al te ingewikkeld geschreven, maar toch wel een echt studieboek. De toch al dure uitgave wordt ontsierd door slordigheden zoals het niet vermelden van vertaler(s), talloze typefouten en vergeten referenties. Zonder index.


  • (193) 07 september 2014: Byung-Chul Han, De vermoeide samenleving / De transparante samenleving / De terugkeer van Eros (Van Gennep, 2014)

De schrijver van deze buitengewoon originele bundeling essays kwam op 22-jarige leeftijd vanuit Korea naar Duitsland om metallurgie te studeren, maar eenmaal aangekomen stortte hij zich op de filosofie. Uiteindelijk voltooide hij als eerste Aziaat in Duitsland een “Habilitationsschrift”. In drie essays, die eerder al afzonderlijk in boekvorm verschenen, verdedigt de auteur dat het neo-kapitalisme erin geslaagd is om de ultieme strategie te ontwikkelen: niet langer worden we uitgebuit, maar door het positivisme (‘je kunt het!’) en de hang naar prestatie buiten we onszelf uit. Uitbuiting zonder overheersing blijkt mogelijk. Deze uitbuiting wordt gestimuleerd door een drang naar transparantie, naaktheid en doorzichtigheid, door de auteur als “pornificatie” betiteld. Het draait om informatie die desoriënterend werkt, niet tot waarheid leidt, en de illusie van vrijheid wekt. Als alternatief prijst de auteur gelatenheid en contemplatie. Sterke en erg originele essays, prachtig vertaald, die onrustig maken, maar ook moeilijke filosofie die tot langzaam lezen dwingt en tot (zelf)reflectie.


  • (192) 23 augustus 2014: André Droogers, God 3.0: Voorbij godsdienst en atheïsme (Parthenon, 2014)

Dit boek van antropoloog Droogers is het directe vervolg op “Zingeving als spel” uit 2010. Aanleiding is het verder in verval raken van het oude godsbeeld van de grote religies (door Droogers “God 1.0” genoemd), en de crisis waarin het vrijzinnige godsgeloof (“God 2.0”) terecht is gekomen onder invloed van de moderne wetenschap. Spiritualiteit heeft het stokje van de geïnstitutionaliseerde religie overgenomen, evenals de kritisch-levensbeschouwelijke bezinning op godsgeloof (nieuwe atheïsme). Volgens Droogers is het tijd voor “God 3.0”, geloof dat voorbij de tegenstelling tussen godsgeloof en atheïsme wil gaan. Centrale noties daarbij zijn: tolerantie, een kritische kijk op macht (met name in het onderscheid tussen doelmacht en middelmacht), en de erkenning dat zingeving een spel is dat weliswaar serieus genomen moet worden, maar niet al te fanatiek gespeeld mag worden. Idealistisch, maar tot nadenken stemmend. Een leuk boekje, essayistisch en laagdrempelig geschreven, dat zich goed leent voor gespreksgroepen, en dat ongetwijfeld discussie op zal roepen.


  • (191) 06 augustus 2014: Henri Bergson, Tijd en vrije wil (Boom, 2014)

Het werk van de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) lijkt, na lange tijd vrijwel vergeten te zijn, weer herontdekt te worden, zowel internationaal, als in Nederland (zie bijvoorbeeld het werk van Joke Hermsen). Nu is voor het eerst het proefschrift van Bergson uit 1888 in het Nederlands vertaald door Jeanne Holierhoek, en het is te hopen dat andere werken van Bergson zullen volgen. “Tijd en vrije wil” is een prachtig geschreven, maar toch erg abstract en moeilijk boek. In drie hoofdstukken zet Bergson uiteen hoe onze ideeën over tijd en duur vaak worden vertekend door een natuurwetenschappelijke en wiskundige opvatting van tijd als ruimtelijk voorgesteld, homogeen en deelbaar. Daartegenover verdedigt Bergson een opvatting van bewustzijn als gekarakteriseerd door “zuivere duur” die continu, ondeelbaar en heterogeen is. Vanuit zijn opvatting van “zuivere duur” verdedigt Bergson de realiteit van de vrije wil tegen de ontkenning ervan door bijvoorbeeld het determinisme. Uitstekend vertaald, mooi ingebonden uitgegeven (met leeslint) en terecht opgenomen in de serie Grote Klassieken.


  • (190) 06 augustus 2014: Hein van Dongen, Bergson (Boom, 2014)

Tegelijkertijd met de vertaling van “Tijd en vrije wil” verschijnt in de serie Boom Profielen deze inleiding tot het denken van de Franse filosoof en nobelprijswinnaar voor de letterkunde Henri Bergson (1859-1941). Daarmee lijkt de internationaal groeiende belangstelling voor deze filosoof ook Nederland te hebben bereikt. Filosoof Hein van Dongen doet een poging om het ingewikkelde gedachtegoed van Bergson te introduceren voor een filosofisch geïnteresseerd publiek. Na een biografische uiteenzetting legt de auteur uit hoe de notie van “durée” (“duur”) ten grondslag ligt aan het denken van Bergson. Per hoofdstuk wordt een hoofdwerk van de Franse denker besproken aan de hand van een aantal centrale noties van dat werk: de relatie bewustzijn-lichaam, scheppende evolutie, moraal en religie, intuïtie, kunst en metafysica komen aan de orde. Met uitgebreid overzicht van recente literatuur. Een lastig leesbaar boek, de schrijfstijl is soms cryptisch en kort door de bocht, veel lastige citaten worden niet geduid, maar momenteel wel de enige Nederlandstalige inleiding tot Bergsons denken.


  • (189) 13 juli 2014: Sören Kierkegaard (Hilarius Bogbinder), Stadia op de levensweg: Studies van verschillende auteurs (Damon, 2014)

Dit boek, het tiende in de prachtige serie Kierkegaard Werken die bij uitgeverij Damon verschijnt, bevat de herziene en aangepaste vertaling van Jan Marquardt Scholtz, die in 1987 bij uitgeverij Meulenhoff verscheen. In dit boek, dat op 30 april 1845 verscheen, trekt Kierkegaard alle taalregisters open, het is wellicht Kierkegaards meest literaire werk en tevens het eindpunt van Kierkegaards zeer productieve periode van 1843-1845, waarin zijn hoofdwerken verschenen. De “Stadia” bestaat uit drie op zichzelf staande fictieve boeken – “studies van verschillende auteurs”, aldus de ondertitel – die elk een eigen perspectief, een stadium op de levensweg vertegenwoordigen: het esthetische, het ethische en het religieuze. Het eerste boek is een Platoons geïnspireerd symposium tussen vijf estheten; het tweede deel is een repliek tegen deze esthetici en een apologie van het huwelijk; het derde deel is een gevonden dagboek over religieuze vertwijfeling. Erg goed en leesbaar vertaald, prachtig ingebonden uitgave, met verhelderend nawoord van Johan Taels en verklarende noten.


  • (188) 21 juni 2014: Adriaan Koerbagh, Een licht dat schijnt in duistere plaatsen (Uitgeverij Vantilt, 2014)

Adriaan Koerbagh (1633-1669) was een Amsterdamse intellectueel, arts en jurist, die een van de meest spraakmakende boeken van de Nederlandse Verlichting schreef. Dit boek had oorspronkelijk in 1668 moeten verschijnen, maar vanwege het vermeende opruiende karakter, werd het verboden en vernietigd (slechts een handvol exemplaren bleven gespaard) en werd Koerbagh gearresteerd. Hij stierf een jaar later in gevangenschap. Het boek is een felle godsdienstkritiek in Spinozistische geest. De Drieëenheid en het goddelijke karakter van Jezus worden ontkend, evenals het bestaan van wonderen, engelen en duivels, hemel en hel. Jezus was een geïnspireerde leraar die de ware godsdienst onderrichte volgens principes van de rede. De Bijbel is een onvolmaakt, historisch document. Ook richt Koerbagh zich in felle bewoordingen tegen katholieke en protestantse theologen en pleit hij voor inmenging van de overheid in religieuze zaken. In modern Nederlands hertaald, boeiend, radicaal, maar toch een diepgelovig boek dat het wil opnemen voor een redelijke godsdienst en een stabiele, tolerante samenleving.


  • (187) 18 juni 2014: Stuart Firestein, Onwetendheid als drijfveer van de wetenschap (Uitgeverij Veen Media, 2014)

Aan de Amerikaanse Columbia University doceert neurowetenschapper Firestein een college over onwetendheid, waarvan dit boek een spin-off is. Het boek is een vurig pleidooi voor onwetendheid als de grote drijfveer van wetenschap en vooral van wetenschappers, want: “Wetenschapper zijn vereist vertrouwen in onzekerheid, plezier in het mysterie en het leren cultiveren van twijfels” (29). Het boek bestaat uit twee delen. Eerst een theoretisch deel, waarin (helaas niet al te gestructureerd) wordt beschreven om wat voor onwetendheid het gaat. Het tweede deel is een interessante uiteenzetting van vier praktijkgevallen (onderzoek naar hogere mentale functies bij dieren, vragen naar de aard en structuur van het heelal, vragen in de neurowetenschappen over bijv. het vormen van herinneringen, en ten slotte het autobiografische verhaal van de auteur zelf) waarin onwetendheid een hoofdrol speelt. Laagdrempelig geschreven, interessant voor een breed publiek, verplichte kost voor net beginnende studenten in bijv. natuurwetenschappen. Met noten en beknopte maar interessant geannoteerde bibliografie.


  • (186) 19 mei 2014: Rienk Vermij, De geest uit de fles: De Verlichting en het verval van de confessionele samenleving (Nieuwezijds, 2014)

De in de VS werkzame wetenschapshistoricus Vermij schreef eerder al het positief ontvangen “Kleine geschiedenis van de wetenschap” (2006). Zijn boek “De geest uit de fles” behandelt de periode van de Verlichting die in dit boek grofweg de achttiende eeuw beslaat. Na een schets van de sociaal-culturele situatie die eraan vooraf ging (culminerend in de “crisisperiode” 1680-1715) en die het Verlichtingsdenken triggerde, beschrijft Vermij vervolgens hoe het wereld- en mensbeeld veranderde en hoe de invloed van filosofie en (vooral) van de ontluikende natuurwetenschap die als universeel model van redelijkheid ging functioneren, een seculariserende, emanciperende, maar vooral ook stimulerende werking had op de West-Europese cultuur. De laatste twee hoofdstukken behandelen de felle reacties op het Verlichtingsdenken na de 18de eeuw. Ook inventariseert de auteur welke thema’s vandaag nog relevant zijn en wat de sterkte en zwakte van het Verlichtingsdenken is gebleken. Een nuchter, prettig leesbaar boek dat een grondig geheeloverzicht geeft van een boeiende, nog altijd invloedrijke periode.


  • (185) 18 april 2014: Chunglin Kwa, Kernthema’s in de wetenschapsfilosofie (Boom Lemma, 2014)

De auteur verwierf faam met zijn boek “De ontdekking van het weten” uit 2005, waarin hij de wetenschapsgeschiedenis indeelde aan de hand van verschillende “stijlen van wetenschap”. In “Kernthema’s in de wetenschapsfilosofie”, dat verschijnt in de serie “Wetenschapsfilosofie in context”, worden een aantal centrale thema’s in de natuurwetenschappen (theorie, experiment, waarneming) behandeld, ook in verhouding tot de geesteswetenschappen (met name hermeneutiek) en sociale wetenschappen (met name sociologie). Er wordt een pluralistische positie verdedigd: in de wetenschap is niet één methode dominant, maar bestaan verschillende stijlen van wetenschap naast elkaar: de deductieve, analogisch-hypothetische, experimentele, taxonomische, statistische en historische stijl. Hermeneutiek is een bijzondere toepassing van de hypothetische en historische stijl. Interessant en origineel, maar het geheel is rommelig georganiseerd, nogal saai geschreven, en vaak ingewikkeld geformuleerd. Als inleiding ongeschikt, er wordt nogal wat kennis van wetenschapsfilosofie verondersteld. Met noten en register.


  • (184) 03 april 2014: Werner Pieterse, Wat blijft: God na de kaalslag (Kok, 2014)

Werner Pieterse is predikant in de Protestantse Gemeente Amstelveen-Zuid. Hij werkte daarvoor in andere gemeentes en was docent theologie in Kameroen. De titel en achterflap van dit boek suggereren – zeer misleidend, zo blijkt – een min of meer systematische beschouwing over wat er overblijft na de secularisatie. Het boek blijkt een persoonlijke leeservaring te weerspiegelen, waarvan de bedoeling volstrekt onduidelijk blijft. Het boek is opgebouwd aan de hand van de Niceaanse geloofsbelijdenis, die Pieterse als een gedicht behandelt. Aan de hand van woorden of formuleringen komen er allerlei fragmentarische tekstdelen langs: het lezen van Nietzsche, ervaringen in de kerk en het pastoraat, ervaringen uit Pieterse’s Afrikaanse periode, en veel andere besproken literatuur, poëzie, en films. Ook de klassieke bijbelse geschiedenis wordt min of meer chronologisch herverteld. Onduidelijk blijft wat het onoverzichtelijke, rommelige geheel moet opleveren, wat het doel ervan is. Blijft ook de vraag waarom dit boek überhaupt uitgegeven is en wat het lezerspubliek zou moeten zijn.


  • (183) 23 maart 2014: Henri Krop, Spinoza: Een paradoxale icoon van Nederland (Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, 2014)

Henri Krop (Erasmus Universiteit) wordt wereldwijd erkend als een Spinoza-expert. Dit magistrale boek van ruim 800 pagina’s is daarvan het gedrukte getuigenis. Een schitterende geschiedenis van Spinoza’s invloed op de Nederlandse filosofie, vanaf 1670 tot 2013. Krop deelt de geschiedenis in vier periodes in: 1670-1720, waarin de nadruk ligt op Spinoza’s filosofie als bron van een ‘redelijke religie’; 1720-1780, de periode waarin de controverses luwen; 1780-1940, waarin de visie op Spinoza bepaald wordt door de grondideeën van het Duitse idealisme, waarin de banden tussen protestantse theologie en Spinoza worden gesmeed, en waarin Spinoza’s ideeën verbonden worden met andere filosofieën; en 1945 tot nu, waarin Spinoza (vooral na 1970) wordt betrokken in de filosofische reflectie op de grondslagen van de wetenschappen en de levensbeschouwelijke bezinning op het menszijn. Zeer gedetailleerd, leest spannend als een roman, met veel biografische gegevens, notenapparaat, literatuurlijst en namenindex. Het filosofische standaardwerk over het Nederlandse spinozisme voor de komende jaren.


  • (182) 20 maart 2014: A.E.M. van der Does de Willebois, Het vaderloze tijdperk (Uitgeverij De Blauwe Tijger, 2013)

Dit boek verscheen in 1985, bleef in Nederland grotendeels onopgemerkt. De schrijver was psychiater in het Sint Antoniusziekenhuis in Utrecht en een van de oprichters van het conservatieve en omstreden Katholiek Nieuwsblad. Volgens de auteur leven we in een tijdperk waarin de vader afwezig is. Dit betekent niet alleen een gevaar voor mannen, die nu zonder vader opgroeien en waarvoor het gevaar bestaat dat ze tot alcoholmisbruik, criminaliteit en homoseksualiteit vervallen. Maar het betekent voor de samenleving als geheel dat ook de symboliek van de vader – sociale hiërarchie en strikte normen en waarden – afwezig is waardoor de cultuur op drift is geraakt. Het vaderloze tijdperk is ook het tijdperk van nihilisme en atheïsme, losbandige seksualiteit en abortus, en verveling. Ondanks de zeer conservatieve insteek leest deze cultuurfilosofische, tamelijk genuanceerd geschreven studie vlot. Zet zeker aan tot nadenken over de rol van het symbool van vaderschap in onze (post-)feministische, geseculariseerde samenleving. Met bibliografie en extra essay “Conflict der generaties” uit 1965.


  • (181) 7 maart 2014: Roel Kuiper, Robert van Putten, Maarten Vogelaar, Durf te denken: Oriëntatie in geloof, wetenschap en cultuur (ForumC / Buijten & Schipperheijn Motief, 2013)

Sommige gelovige studenten raken in het begin van hun opleiding in de knoop met hun geloof. Dit boek wil die studenten een inleiding en oriëntatie bieden in het christelijke denken over wetenschap en techniek, politiek, ethiek en moraal, en samenleving. Primaat krijgt een christelijke levensoriëntatie, die toetssteen is en blijft van hoe met bepaalde zaken wordt omgegaan. De moderniteit wordt in dit boek veelal negatief gewaardeerd, vooral in de vorm van naturalisme en sciëntisme (“wetenschapsgeloof”). Ofschoon er voor openheid jegens wetenschap wordt gepleit, blijft er toch een sterke spanning merkbaar (met name wat betreft de evolutietheorie), vanwege een dogmatisch verkondigd geloof. Na ieder hoofdstuk wordt er een bekende of veel minder bekende gelovige denker opgevoerd, waarvan de levensloop en het denken worden geschetst. Twee van de auteurs zijn actief binnen de Christenunie, en dit boek leest dan ook af en toe als een verkiezingsprogramma. Zware kost, dit cursusboek, geschreven in opdracht van ForumC, een instantie die de dialoog tussen geloof en wetenschap wil bevorderen.


  • (180) 7 maart 2014: Ton de Kok, Wat is God? Filosofen en schrijvers op zoek (Thoth 2013)

De mens is ongeneeslijk religieus, zo constateert de auteur – oud-politicus en docent godsdienstfilosofie op een middelbare school in Amsterdam. Als atheïst geeft hij toe soms jaloers te zijn op de troost die gelovigen aan hun geloof ontlenen. Onbegrijpelijk is echter dat gelovigen op sommige momenten klakkeloos hun gezond verstand aan de wilgen hangen en een mensvormig, bovennatuurlijk wezen gaan aanroepen. Dus volgt een onderzoek naar de antwoorden van grote denkers op de vraag “Waarom is er iets en niet niets?” De lezer wordt meegenomen op een reis door de filosofiegeschiedenis, van Thales van Milete en Xenophanes, via Plato, Aristoteles en Augustinus, naar o.a. Meister Eckhart, Pascal, Spinoza, Kant, Schopenhauer, Kierkegaard en Charles Taylor. Het tweede, kortere deel bespreekt het werk van filosofische schrijvers als Prudhomme, Thomas Mann, Hesse, Camus, Kertész en Mulisch. Helaas weinig originele inleiding in het denken over God. Veel auteurs worden slechts via secundaire literatuur behandeld waardoor sommige auteurs (bijv. Kant) jammerlijk worden misbegrepen.


  • (179) 14 Februari 2014: Gerrit Teule, Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? (Aspekt, 2013)

Gerrit Teule is werktuigbouwkundige en was lange tijd in de ICT-branche werkzaam. Vandaag de dag wijdt hij zijn tijd aan het schrijven van boeken over het gedachtegoed Jean Emile Charon, Teilhard de Chardin, Carl Gustav Jung en anderen. Dit is een boek dat als “grenswetenschap” gekarakteriseerd kan worden en waarbij de speculatieve tentakels ver over de grens reiken. Evenals in andere boeken gaat Teule uit van de “eonenhypothese” van de spirituele fysicus Charon, die stelt dat de elektronen in ons heelal zowel materieel als geestelijk zijn, zodat strikt genomen van psychomaterie gesproken moet worden. Met behulp van deze uitermate speculatieve hypothese verklaart Teule de werking van de hersenen en bewustzijn, vrije wil, bijna-doodervaringen, paranormale ervaringen, kosmische evolutie, etc. Een spiritueel-esoterische theorie-van-alles is het resultaat. Teule hanteert een eigen, onnavolgbaar vakjargon dat amper gedefinieerd wordt. Vol slordigheden (m.n. afbrekingsfouten aan het einde van de regel), een ratjetoe aan opmaakstijlen, weinig bronvermeldingen en rommelige literatuurlijst.


  • (178) 24 Januari 2014: Matthew Kneale, De geschiedenis van het geloof: Hoe een atheïst kijkt naar de diepzinnigste uitvinding van de menselijke geest (De Bezige Bij, 2013)

De auteur is atheïst en een gevierd romanschrijver met nominaties o.a. voor de Man Booker Prize. Dit is geen roman, maar een geschiedenis van uitingen van menselijke religiositeit, zoals die zich met name in de grote godsdiensten hebben gemanifesteerd. Religieus geloof komt volgens Kneale voort uit angst die gekanaliseerd wordt. Kneale beschrijft menselijke religiositeit vanaf de prehistorische mens, via Egypte, Mesopotamië, de inca’s en azteken, tot en met jodendom, christendom, islam, boeddhisme, taoïsme en confucianisme. De nadruk ligt op het Westerse christelijk geloof, vooral vanaf de middeleeuwen, en dan ook nog eens op de gewelddadige en repressieve kant ervan (waldenzen, katharen, heksenvervolging, Reformatie). Het laatste hoofdstuk gaat over ideologische en esoterische stromingen als marxisme, mormonisme, Blavatsky, nazi-occultisme en scientology, die allemaal tamelijk vanzelfsprekend als uitingen van religiositeit worden beschreven. Leesbaar, tamelijk objectief, slordig met bronvermeldingen, zonder vernieuwende inzichten, gelukkig ook zonder militant-atheïstische retoriek.


  • (177) 8 Januari 2014: Christa Anbeek, Aan de heidenen overgeleverd: Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven (Ten Have, 2013)

Sinds 1 september 2013 is Christa Anbeek bijzonder hoogleraar Remonstrantse theologie aan de VU namens de Remonstrantse broederschap. Dit boekje is de uitgewerkte tekst van haar inaugurele rede. De titel en ondertitel hebben weinig met de inhoud te maken. Het is geen verdediging van de theologie, maar een uiteenzetting van Anbeeks theologische programma. Dat is gebaseerd op een antropologische visie, namelijk dat religieuze tradities en dus ook de theologie duidingen zijn van, en dus teruggaan op menselijke ervaringen. Volgens Anbeek zijn dat vooral “grenservaringen”, “momenten waarop het vanzelfsprekende in het leven niet meer vanzelfsprekend is”, en meestal zijn dat momenten van lijden, ervaringen van kwetsbaarheid. Anbeek wil dan ook terug naar een “ervaringstheologie van kwetsbaar leven”. Die ervaringstheologie probeert ze vervolgens, heel beknopt, te concretiseren door te kijken naar de implicaties voor het systematisch-theologisch spreken over God, schepping, antropologie, pneumatologie, christologie, etc. Hoe toekomstbestendig dat programma is, zal moeten blijken.


  • (176) 22 december 2013: Aristoteles, Over de ziel (Klement/Pelckmans, 2013).

Het werk van de Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v.Chr.) is bijzonder moeilijk. Aristoteles was een denker van abstracties, die een heel eigen terminologie verzon. Dat doet hij ook in zijn boek over de ziel, een van de meest invloedrijke filosofische teksten van de Westerse ideeëngeschiedenis. Termen als “eidos” (“vorm”), “organikos” (“werktuiglijkheid”), en “entelecheia” (“verwerkelijking”) zijn cruciaal voor Aristoteles’ definitie van de ziel en de strijd rond de betekenis van deze termen beslaat de receptiegeschiedenis van dit werk. Schomakers’ vertaling, in 2000 bij Damon verschenen, is geheel herzien en uitgebreid. De vertaler geeft in zijn 120-pagina’s tellende inleiding een heldere uitleg van Aristoteles’ tekst en de (vertaal)problemen ermee. Dan volgt de (uitstekende) vertaling van de tekst zelf, met de Griekse brontekst afgedrukt op de linkerpagina. Het derde deel omvat een omvangrijk commentaar. Afgesloten door glossarium, bibliografie en register. Indrukwekkende, monumentale uitgave, drie boeken in een fraai ingebonden band, voor de komende jaren de standaardeditie.


  • (175) 13 december 2013: H.F. van Holthoon, Terug naar de verlichting (Damon, 2013)

De schrijver (1934) is emeritus hoogleraar Amerikanistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en een kenner van Hume, van wie hij ook werken in het Nederlands vertaalde. Dit boek is een bundel essays over de Verlichting, naar aanleiding van een HOVO-cursus die hij in Groningen gaf. De auteur poogt bepaalde misverstanden over de Verlichting, die met name in de 19e eeuw ontstaan zijn, op te helderen. Het levert helaas een zeer fragmentarisch boek op, een nogal rommelig geheel. Het boek behandelt de vraag wat Verlichting is, gaat in op deïsme, het natuurbeeld van Buffon, over Rousseau, Montesquieu en Hume, staathuishoudkunde van de 18e eeuw, over De Sade als een reactie op de heersende visies op huwelijk, liefde en lust, en op het vooruitgangsidee van de 18e eeuw. Impliciet uit de auteur scherpe kritiek op de hegemonie van Jonathan Israels visie op de Verlichting. Het boek veronderstelt nogal wat historische kennis van jaartallen, personen en begrippen. Vreemd genoeg zijn alle Engelse citaten vertaald, maar Franstalige gewoon blijven staan. Met bibliografie en index.


  • (174) 2 december 2013: Pierre Abélard, Dialoog tussen een jood, een filosoof en een christen (Klement/Pelckmans, 2013)

De middeleeuwse denker Pierre Abélard (1079-1142) is vooral bekend geworden door zijn tragische liefdesaffaire met de 22-jaar jongere Heloïse, die uitliep op de castratie van Abélard door haar oom Fulbert. Toch wordt vaak vergeten dat Abélard een grote denker was en een productieve schrijver. Deze vertaling van een van zijn populairste werken is de eerste in het Nederlands, en is onderdeel van de Viator-reeks, waar al vele klassieke (godsdienst)wijsgerige teksten zijn opgenomen. In de tekst gaat een droom of “visioen” waarin een filosoof de discussie aangaat met een aanhanger van het jodendom en een christen. Het gaat om ook nu nog actuele thema’s zoals de rationaliteit en rechtvaardiging van geloofsovertuigingen en praktijken (zoals besnijdenis en de Wet) en het ethische denken omtrent goed en kwaad, ook in het licht van het hiernamaals. De tekst is goed vertaald, lange zinnen zijn ten behoeve van de leesbaarheid opgeknipt in kortere. Een inleiding met verantwoording en literatuurlijst maken de tekst behoorlijk toegankelijk. Ingebonden uitgegeven, helaas wel op snel bruinend papier.


  • (173) 19 november 2013: Dirk Verhofstadt, Atheïsme als basis voor de moraal (Houtekiet, 2013)

De Gentse moraalfilosoof Dirk Verhofstadt is van mening dat “ethische regels gebaseerd op vermeende heilige teksten” niet tot “vrede, verstandhouding en wederzijds respect” hebben geleid, maar tot “een spoor van geweld en moord in naam van God” (271). Een seculier-humanistische visie gebaseerd op de rede en empathie, met door Verhofstadt zelf geformuleerde “Tien Seculiere Geboden”, zal tot een hoogstaandere morele visie leiden. Het boek bewandelt de reeds zo bekende atheïstische paden: de herleving van religie, de leegheid van godsbewijzen, en het falen van religieuze ethiek. Ofschoon leesbaar geschreven, is de toon rancuneus. Nuance is ver te zoeken, historische accuraatheid eveneens. Argumenten worden bij Verhofstadt ingeruild voor retoriek, drogredenen, inconsistente paragrafen, en anekdotisch-geïllustreerde emotionele betogen, vergezeld van een verering voor met name Etienne Vermeersch en Paul Cliteur. En dat alles eindigt in een mild-militante oproept tot een “strijdbaar atheïsme” dat zich radicaal verzet tegen alle religiositeit. Met noten, bibliografie en register.


  • (172) 19 november 2013: H. Janssen, Het nut van God (Uitgeverij Van Praag, 2012)

Jansen (tot zijn pensionering hoogleraar “hedendaags islamitisch denken” aan de universiteit van Utrecht) stelt zich in dit vlot lezende maar soms naar populisme neigende boek op als kritische en afstandelijke observator van godsdienst. Het boek is essayistisch geschreven, bevat lange hoofdstukken met slechts weinig bronvermeldingen. De auteur beperkt zich tot de drie monotheïstische godsdiensten. De essentie van die religies is volgens de auteur gelegen in het accepteren van oncontroleerbare overtuigingen, die niet voor rede vatbaar zijn. Het boek bespreekt de (spanningsvolle) houdingen van godsdiensten ten opzichte van loyaliteit, fundamentalisme, andere religies, apocalyptiek en eindtijdverwachtingen, en wetenschap. Veel voorbeelden worden ontleend aan fundamentalistische stromingen, gnostisch-esoterische stromingen en sektarische eindverwachtingen. Het betreft een inhoudelijk ongewijzigde herdruk van uitgave uit 2001. Literatuur na 1997 en nieuwe inzichten zijn niet meegenomen, wat de vraag oproept waarom deze herdruk nodig werd geacht. Met bibliografie, zonder register.


  • (171) 5 november 2013: G.T. Fechner, Het boekje over het bewustzijn na de dood (Abraxas, 2013)

Gustav Theodor Fechner (1801-1887), eerst opgeleid tot medicus, veranderde later naar natuur- en scheikunde en brak daarin door. Nadat hij in 1840 door een oogkwaal tijdelijk bijna blind werd, ging hij zich vanaf 1843 richten op filosofie en psychologie. Met zijn “psychofysica” waarin de samenhang van lichaam en geest bestudeerd werd, had hij invloed op o.a. William James en Gerardus Heymans. In het traktaatje over het leven na de dood uit 1836 (oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem “Dr. Mises”; in 1866 opnieuw uitgegeven onder eigen naam) vat Fechner zijn ideeën over het kosmisch bewustzijn en het bestaan na de dood samen. Bewustzijn blijft ook na de dood bestaan. Vrij van beperkingen stroomt het zich uit in de natuur en beïnvloedt het de kosmos, die ten diepste ook uit bewustzijn bestaat. De doden beïnvloeden de levenden o.a. wanneer er aan hen gedacht wordt. Interessante lectuur, speculatief, esoterisch en dogmatisch. Leesbaar vertaald. Vergezeld van het voorwoord van James bij de Engelse vertaling, en een groot artikel van redacteur Daniël Mok en Herman Groenewegen.


  • (170) 30 oktober 2013: Maarten Wisse, Zo zou je kunnen geloven (Van Wijnen, 2013)

In dit boek doet de VU-theoloog Wisse een poging om zijn persoonlijke visie op de kern van het christelijk geloof te verwoorden. In het eerste deel beschrijft Wisse vier vormen van christendom: “traditioneel christendom”, “gemoderniseerd christendom”, “evangelicaal christendom” en “buitenkerkelijk christendom”. Iedere stroming wordt beschreven aan de hand van een karakteristiek lied. In het tweede deel, dat relatief losstaat van het eerste, doet Wisse een poging om zijn eigen geloof te verwoorden en dus een antwoord te geven op de vraag wat voor hem de kern van het christelijk geloof is. Het raamwerk dat hij hiervoor heeft gekozen, is dat van de paaswake, omdat daarin de “verbinding met de dood en opstanding van Christus aan de ene kant en de doop van gelovige aan de andere kant” (97) tot uiting komt. In vier hoofdstukken gaat het achtereenvolgens om bekering, geloof en doop, kerk als gemeenschap en het avondmaal. In het laatste hoofdstuk van het boek gaat het dan om de vraag hoe je geloof met kinderen kunt communiceren. Goed geschreven, uitdagend, maar toch wat zwaar op de hand.


  • (169) 27 oktober 2013: Nietzsche, Zo sprak Zarathoestra (Arbeiderspers, 2013)

Of het terecht is, wordt door filosofen betwist, maar vast staat dat “Aldus sprak Zarathoestra” van Friedrich Nietzsche (1844-1900) het bekendste werk is van deze filosoof. De huidige versie bestaat uit vier delen. Nietzsche schreef deel I in januari 1883, deel II in de lente en zomer van dat jaar, en deel III in de winter van 1883-1884. In de winter van 1884-1885 vatte Nietzsche het plan op om nog een deel IV te schrijven, maar moest dat in 1885 op eigen kosten uitgeven. Een volledige editie met alle delen verscheen in 1892, toen Nietzsche al aan krankzinnigheid ten prooi was. Het doet aan als het levensverhaal van de profeet Zarathoestra, die o.a. via parabels en metaforen de mensen leert over de Übermensch, over de Eeuwige Wederkeer en over de Wil tot Macht. Het boek bevat geen uitgewerkte systematische filosofie, het zijn slechts fragmentarische gedachten, verpakt in een narratief en met poëtisch taalgebruik. Deze uitstekende vertaling, van de meermaals bekroonde vertaalster Ria van Hengel (en met nawoord van Hans Driessen), voltooit de Nietzsche-bibliotheek van de Arbeiderspers.


  • (168) 18 oktober 2013: Bart van der Steen (e.a.), Butler, Negri en Zizek (Damon, 2013)

De geschriften van de linkse, activistische intellectuelen Judith Butler, Toni Negri en Slavoi Zizek zijn complex en notoir duister geschreven vanwege de vele neologismen. Toch zijn deze denkers bijzonder populair en hebben hun lezingen vaak het karakter van een popconcert. Waarin schuilt hun originaliteit? In Nederland is het moeilijk om een laagdrempelige inleiding in het denken van deze denkers te vinden, maar met de bundel “Butler, Negri en Zizek” onder redactie van Bart van der Steen, Jasper Lukkezen en Leendert van Hoogenhuijze is die leemte voorlopig enigszins gevuld. In dit boek, dat oorspronkelijk in het Duits verscheen, slagen vier Duitse experts op het gebied van de linkse filosofie erin om Butler’s post-feministische “queer politics”, Negri’s ideeën over globalisering, de “multitude” en post-operaïsme, en Zizeks ideologiekritiek van kapitalisme en democratie en zijn fascinatie voor Leninisme voor een breed publiek toegankelijk te maken. Ietwat saai uitgegeven, maar de teksten zijn vlot lezend vertaald door Bart van der Steen. Zonder index, maar met literatuurlijst.


  • (167) 17 oktober 2013: Hans Küng, Wat blijft (Ten Have, 2013)

In Duitsland is de Rooms-Katholieke theoloog Hans Küng nog altijd populair, maar ook in Nederland worden veel van zijn werken nog altijd vertaald. Dit boek is een bloemlezing uit zijn oeuvre, dat zo’n 50 jaar beslaat. De sleutelteksten, die een volledig overzicht van zijn denken en positie geven, zijn bijzonder goed gekozen. De bundel is samengesteld door Hermann Häring en Stephan Schlensog en verscheen in het Duits ter ere van Küngs 85ste verjaardag. De teksten zijn thematisch opgebouwd en behandelen achtereenvolgens God (inclusief de dialoog met de natuurwetenschappen), Jezus, oecumene, Kerk, vrijheid, de dood, wereldreligies en het project Wereldethos. Ofschoon een aantal van de teksten al in Nederlandse vertaling voorhanden waren, heeft de vertaler alle teksten opnieuw vertaald. Het resultaat is een reeks bijzonder leesbare theologische teksten die een volledig overzicht bieden van en een inleiding geven in o.a. Küngs theologie, kritiek op de RK-kerk, ideeën over menswaardig sterven, wereldreligies en zijn religie-overstijgende ethiek.


  • (166) 2 oktober 2013: I. Kant, Het ontstaan van het heelal en de goede God (Sjibbolet, 2013)

De Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) is vooral beroemd geworden door zijn drie ‘Kritieken’, maar in de sterrenkunde is hij bekend vanwege de ‘zonnenevel-hypothese’ of de ‘Kant-Laplace-hypothese’ welke het ontstaan van ons zonnestelsel en het universum verklaart op basis van een ordening uit chaos. In deze eerste Nederlandse vertaling van zijn ‘Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels’ uit 1755 (uitstekend vertaald door Willem Visser) beschrijft Kant hoe hij meent dat het zonnestelsel en het universum als geheel verklaard kan worden op basis van ‘aantrekking’ (zwaartekracht) en ‘afstoting’ (centrifugale kracht). Het is dus een zuiver mechanicistische verklaring, die Newtons beroep op God als verklaring voor de orde teniet doet. Kant bestrijdt echter dat dit een algeheel atheïsme impliceert. Hij beschrijft God als eerste oorzaak en als oergrond en komt daarmee dicht in de buurt van deïsme. Moeilijk maar boeiend, ofschoon Kants astronomische kennis vandaag op veel punten achterhaald is gebleken. Met inleiding en verklarende noten van de vertaler.


  • (165) 11 augustus 2013: L. Apostel, Atheïstische spiritualiteit (VUB Press, 2013)

Dit boek – oorspronkelijk verschenen in 1998 en ongewijzigd herdrukt – bundelt één eerder gepubliceerd artikel met een aantal ongepubliceerde essays uit de nalatenschap van de Vlaamse filosoof Leo Apostel (1925-1995), alle rond het thema van atheïstische spiritualiteit. Spiritualiteit betekende voor Apostel een zoeken naar contact en eenheid met de werkelijkheid. Een atheïst die accepteert dat de werkelijkheid de totaliteit is van alles wat bestaat, kan het bestaan van een God niet accepteren. Apostel meent echter dat atheïsme een religieus moment heeft en theïsme een atheïstisch moment. In het boek vindt men dus tevergeefs een felle atheïstische polemiek met religie. Voor Apostel zijn theïstische en atheïstische spiritualiteit dialectisch aan elkaar gerelateerd, en de verschillende essays, die deels fragmentarisch en onaf zijn, proberen die relatie dieper te doorgronden. Met een inleiding van filosoof Diderik Batens en een uitleiding van theoloog Peter Schmidt. Een boeiend thema, maar door het fragmentarische karakter en Apostels moeizame schrijfstijl vaak moeilijk leesbaar.


  • (164) 24 juli 2013: Ruard Ganzevoort, Spelen met heilig vuur (Ten Have, 2013)

Ganzevoort, hoogleraar Praktische Theologie en politicus voor GroenLinks, schreef dit essay in het kader van de Nacht van de Theologie 2013. In dit boekje, geschreven voor een breed publiek, maakt hij korte metten met de “godgeleerdheid” zoals theologie vanouds werd genoemd. De theologie marginaliseert steeds verder en maakt gebruik van “zombie-categorieën”: woorden en begrippen die niemand nog begrijpt. Ganzevoort pleit ervoor dat theologen hun “claim op waarheid” volledig opgeven en zich door middel van een fragmentarische en pluralistische publieke theologie nog slechts richten op bestudering van momenten waarop in onze samenleving “het heilige” wordt beleefd, om dit dan in gesprek te brengen met wat religieuze tradities hier vanouds over zeiden. Door middel van de bespreking van een aantal culturele uitingen (film en songteksten) laat de auteur zien hoe geloof, hoop en liefde nog steeds grote thema’s in onze samenleving zijn. Spannend, controversieel pleidooi voor de reductie van theologie tot godsdienst- of cultuurwetenschap, dat in de media al tot veel discussie heeft geleid.


  • (163) 24 juli 2013: R. van Riessen, De ziel opnieuw (Sjibbolet, 2013)

Dit boek is een uitgewerkte versie van Van Riessens oratie bij het aanvaarden van de bijzondere leerstoel Christelijke Filosofie aan de Universiteit Leiden. In dit godsdienstfilosofische essay worden de thema’s van de ziel, het innerlijk en onderwijs met elkaar verweven via denkers als Plato, Wittgenstein en vooral Kierkegaard en Levinas. Ook krijgen dichters een prominente plaats in dit boek, zij het dan in de vorm van terzijdes en illustraties. Van Riessen meent dat het afschaffen van het spreken over de ziel leidt tot een verlies van innerlijkheid. Toch houdt zij geen pleidooi voor een nieuwe (dualistische) zielsopvatting. Vanuit Wittgenstein, Kierkegaard en Levinas duidt Van Riessen het lichaam als de expressie van de ziel. Het innerlijk kan alleen floreren als het verbonden wordt met iets dat zich aandient van buiten, iets dat verrast, dat nieuw is en zo de ziel onderwijst en doet opleven. Dat kan door boeken, maar ook door een ontmoeting met de ander/Ander. Boeiende Continentale filosofie, helder geschreven, jammerlijk ontsierd door slordigheden in de verwijzingen.


  • (162) 22 juni 2013: John Lennox, God in het vizier (Ark Boeken, 2013)

John Lennox is wiskundige aan de Universiteit van Oxford en auteur van een reeks apologetische werken gericht tegen het nieuwe atheïsme. Ook is hij regelmatig in debat gegaan met Dawkins en Hitchens. Dit boek is het eerste dat in het Nederlands vertaald is. En het is een aanwinst. Lennox gelooft in alle centrale dogma’s van het christelijk geloof en verdedigt die met verve, maar zijn toon van schrijven blijft bescheiden. Hij is in staat om met sterke argumenten aan te tonen waar het nieuwe atheïsme in gebreke blijft of zelfs inconsistent is. Hij doet dat door direct te kijken naar wat de nieuwe atheïsten zelf schrijven. Hij is fair, schrijft met respect, en geeft ook aan waar de nieuwe atheïsten goede punten naar voren brengen. Het boek gaat met name in op de kwesties als de vermeende vijandschap tussen geloof en wetenschap, de morele verderfelijkheid van religie en atheïsme, het tirannieke godsbeeld van de Bijbel, wonderen en Jezus’ opstanding. Een van de beste apologetische boeken van de afgelopen jaren, jammer genoeg in wat houterig en soms dubbelzinnig Nederlands vertaald.


  • (161) 19 juni 2013: Ronald v. Steden & Jan Hoogland (red.), In vertrouwen leven (Buijten & Schipperheijn, 2013)

We leven in een mondiale risicomaatschappij, zo kenmerkte jaren geleden de Duitse socioloog Ulrich Beck onze moderne samenleving. Vandaag de dag wordt bij velen het gevoel van onveiligheid steeds groter, en daarmee de roep om veiligheid, bescherming en verantwoordelijkheid. De redacteurs van dit boekje hebben zich afgevraagd: waar komt die roep om veiligheid vandaan? Het antwoord dat zich uitkristalliseert uit de verschillende bijdragen in dit boek, is dat het gevoel van onveiligheid en de roep om veiligheid een gevolg lijkt van de secularisatie. Waar ooit God nog de ultieme bestaanszekerheid was, wil nu de mens de volledige controle hebben. Het idee dat de werkelijkheid ‘gebroken’ is, wordt niet langer gezien of geaccepteerd. Daarmee is echter de balans zoek, en dreigt het streven naar veiligheid ‘te ontaarden in een quasireligie, waar feilbare individuen worden geofferd op het altaar van een onhaalbaar ideaal’ (56). Een zeer leesbare en interessante bundeling artikelen van sociologen, rechtsfilosofen en theologen, afgewisseld met interviews, die werkelijk nieuwe inzichten geeft.


  • (160)14 juni 2013: Th. de Boer & G. Groot, Religie zonder God: Een dialoog (Sjibbolet, 2013)

Religieus zijn zonder godsgeloof is een fenomeen dat tot onze tijdgeest behoort. Dat erkennen ook de protestantse filosoof Theo de Boer en zijn voormalige student, de ‘katholieke atheïst’, filosoof en publicist Ger Groot in dit samen geschreven boekje. Het is geen gemakkelijke lectuur. Beide denkers zijn stevig verankerd in de fenomenologische en hermeneutische filosofie van o.a. Husserl, Heidegger en Gadamer, en hebben er schijnbaar moeite mee om heldere, eenduidige bewoordingen te vinden. Het is een dialoog over afscheid van het klassieke theïstische godsbeeld in onze cultuur, over atheïsme en ‘ietsisme’, over de materialiteit van de wereld als het nieuwe Sublieme dat tot ‘religieus materialisme’ leidt, over transcendentie en de waarde van religieuze rituelen (die door met name Groot benadrukt wordt). De Boer en Groot zijn het uiteindelijk grotendeels met elkaar eens, hoewel vanuit verschillend perspectief. Een zeer spannende, goed geschreven en actuele, zij het erg moeilijk-filosofische dialoog over verwondering ten aanzien van de persistentie van het fenomeen religie.


  • (159) 8 juni 2013: R. Abma, De Publicatiefabriek (Vantilt, 2013)

De sociaalpsycholoog Diederik Stapel bekende in september 2011 dat hij onderzoeksgegevens had verzonnen. De wetenschappelijke wereld stond op zijn kop. Drie commissies probeerden vervolgens de aard en omvang van de fraude vast te stellen. In dit boek reconstrueert de sociale wetenschapper Ruud Abma de affaire-Stapel door rijkelijk te putten uit Stapels eigen boek “Ontsporingen”, commissierapporten, oraties, etcetera. Het is op dit moment het definitieve werk over de affaire, ofschoon er nog onderzoeken gaande zijn. Uit het boek komt naar voren dat Stapel weliswaar een meesteroplichter was, maar dat zijn praktijken waren ingebed en ten dele gelegitimeerd werden door het wetenschappelijke veld waarin hij actief was. Het boek leest als een spannende thriller, geeft een ontluisterende kijk op de sociale psychologie en de wereld van citation indexes, en laat zien welke lessen er getrokken kunnen worden. Abma wijst erop dat Stapels ontsporing uiteindelijk grotendeels te wijten is aan de huidige wetenschappelijke cultuur en aan het businessmodel dat de universiteiten in zijn greep heeft.


  • (158) 3 juni 2013: S. Kierkegaard, Voor die ene die lezen wil (Buijten & Schipperheijn, 2013)

Dit is een nieuw deel in de serie “Kierkegaards toespraken” die bij Buijten & Schipperheijn Motief verschijnt. Het betreft hier de vertaling van een vijftal opbouwende toespraken door Kierkegaard-kenners Lineke Buijs en Andries Visser. Dezelfde toespraken verschenen vorig jaar – in de herziene vertaling van Hans van Munster – in het deel “Opbouwende toespraken” in de serie “Sören Kierkegaard Werken” van uitgeverij Damon. De vertalingen verschillen slechts in de details. Buijs en Visser hebben echter besloten om de lange alinea’s op te knippen in kortere, wat de leesbaarheid en overzichtelijkheid zeer ten goede komt. Het betreft de cluster “Twee opbouwende toespraken” en “Drie opbouwende toespraken” beide uit 1843. Kierkegaard schrijft over de verwachting van het geloof (nl. overwinning op de toekomst), God als de gever van alle gaven, de liefde die de veelheid van zonden bedekt, en de versterking van de innerlijke mens. Essayistisch, soms wat moralistisch en prekerig, meditatief, diepzinnig, tijdloos, bedoeld om aan te zetten tot persoonlijke overdenking en bezinning.


  • (157) 30 mei 2013: Jos Strengholt, Kleine catechismus voor freethinkers (Ark boeken, 2013)

De schrijver is anglicaans priester en woonachtig in Egypte. Aanleiding is de website “Freethinker.nl” waarop een lijst met zo’n 200 kritische vragen aan christenen prijkt. Strengholt heeft de vragen rondom 52 thema’s gegroepeerd, waardoor het geheel op een catechismus lijkt. De eerste helft gaat over de Bijbel en de inhoud van het christelijk geloof, de tweede over geloof en wetenschap, evolutie, moraal en samenleving. Strengholt put uit allerlei apologetische, ongenoemde bronnen. De antwoorden zijn leesbaar en beknopt. Het boek lijkt vooral geschreven voor christenen die zich door atheïstische kritiek voelen uitgedaagd of bedreigd in hun geloof. Vermoedelijk de beste manier om het boek te lezen is als een reeks persoonlijke antwoorden van de auteur zelf. Antwoorden zijn vooral een kwestie van “ik zie dat zo” of “ik geloof dat…”, en bij ieder antwoord kan de atheïst repliceren: “Maar hoe wéét je dat allemaal?” Veel antwoorden hebben een hoog retorisch of ad hoc-gehalte. Toch wordt de atheïst respectvol bejegend, wat andersom helaas op de Freethinker-website lang niet altijd geldt.


  • (156) 2 mei 2013: G.W.F. Hegel, Fenomenologie van de geest (Boom, 2013)

Hegel (1770-1831) wordt over het algemeen beschouwd als één van de moeilijkste denkers in de filosofiegeschiedenis. Zijn denken is metafysisch en buitengewoon abstract. In het Duits staan er lange regels die nauwgezet uitgeplozen moeten worden voordat de betekenis ervan geduid kan worden. Deze Nederlandse vertaling, door Willem Visser (die eerder al de hoofdwerken van Kant vertaalde), is een mijlpaal in de Nederlandse filosofiegeschiedenis. Visser knipt Hegels lange zinnen op in leesbaar Nederlands, geeft in voetnoten verklarende toelichtingen (en legt zelfs uit waar Hegel een grapje maakt) en schreef een nawoord waarin hij zijn vertaling verantwoordt. Net als bij de Kant-uitgaven staat de originele paginering in de kantlijn. Dit boek zal nog lang een standaardwerk blijven, ofschoon Hegel ook in het Nederlands bijzonder lastig blijft. Prachtige pagina-opmaak, duurzaam ingebonden, met leeslint. Tegelijk met deze uitgave verscheen bij uitgeverij Boom een leeswijzer bij Hegel van de hand van Herman van Erp (ISBN 9789461052438).


  • (155) 2 mei 2013: Herman van Erp, Hegel (Boom, 2013)

Hegel (1770-1831) wordt over het algemeen beschouwd als één van de moeilijkste denkers. Zijn denken is metafysisch en buitengewoon abstract. En hoewel Hegel voor de filosofiegeschiedenis onontbeerlijk is, wordt zijn denken met grote argwaan bekeken, met name vanwege het systeemkarakter ervan. In dit deeltje van de Boom-reeks “Profielen” doet Hegel-kenner Herman van Erp een dappere poging om het denken van Hegel voor Nederlandse lezers inzichtelijk te maken. In het boekje van 154 pagina’s geeft Van Erp een overzicht van Hegels leven en werk, en geeft hij uitgebreide en chronologische samenvattingen van Hegels hoofdwerken (logica en “Enzyklopädie”, rechtsfilosofie, wereldgeschiedenis en colleges over de absolute geest). De meeste aandacht gaat uit naar Hegels “Fenomenologie van de geest”, dat per hoofdstuk wordt besproken. Het boek verschijnt tegelijkertijd met de Nederlandse vertaling van Hegels “Fenomenologie” en is expliciet bedoeld als leeswijzer bij dat werk. Al met al eenvoudiger dan Hegels obscure proza zelf, maar het blijft bijzonder taaie kost. Duurzaam ingebonden/gelijmd.


  • (154) 11 april 2013: J. Gray, De stilte van dieren (Ambo, 2013)

John Gray is een Britse filosoof die de afgelopen jaren ook in Nederland een trouwe schare fans heeft weten op te bouwen. Dit boek is in zekere zin een vervolg op zijn boek “Strohonden” uit 2002. Net als dat boek is “De stilte van dieren” een venijnige kritiek op het vooruitgangs- en maakbaarheidsgeloof van de moderne mens, door Gray als moderne mythe beschouwd. Met name humanisten (die religie verwerpen en de wetenschap als bron van vooruitgang en ultieme bevrijding beschouwen) moeten het ontgelden. Het boek is fragmentarischer en minder systematisch dan “Strohonden”. Het is opgebouwd uit drie delen, die zijn opgedeeld in hoofdstukken die allen een denker of dichter tot uitgangspunt nemen, en een rijke kennis van de Westerse (intellectuele) geschiedenis tentoon spreiden. Het mensbeeld in de eerste twee delen van het boek is tamelijk donker, maar het derde deel is haast boeddhistisch en lichtvoetig wanneer Gray contemplatie benadrukt als de mogelijkheid om de werkelijkheid te zien en te accepteren zoals die is. Zeer lezenswaardig en interessant, met schitterende aforismen.


  • (153) 11 april 2013: Hans van Leeuwen, Van zeven kardinalen en een velletje papier (Addveniat, 2013)

Na tien jaar actief te zijn geweest als protestants dominee, trad de auteur in 1987 tot de Rooms-Katholieke Kerk toe, en werd in 1993 tot priester gewijd. Vanaf 2007 is hij met vervroegd emeritaat en schrijft hij publicaties. In dit boek neemt de auteur het op voor de Kerk in de zaak Galilei. In een cruciaal document op een klein velletje papier lichten zeven kardinalen toe waarom Galilei veroordeeld werd, nl. op basis van filosofie en een visie op de Bijbel. Galilei werd terecht veroordeeld, omdat hij afweek van de leer van de Kerk. Galilei was niet de eerste en niet de enige die van God en Kerk los was. De filosofie en wetenschap sinds de 11de eeuw zijn bezig zich aan de Kerk te onttrekken. Vandaag de dag resulteert dat in een ‘constructivistische’ houding ten aanzien van waarheid en bijbelvisie, met een globale (morele, ecologische, etc.) crisis ten gevolg. Het is tijd terug te keren naar een visie waarin de Kerk bepaalt hoe wetenschap en filosofie bedreven moeten worden. Een uitzonderlijk, overdreven negatief traktaat met achterhaalde visie op hedendaagse filosofie en wetenschap.


  • (152) 18 april 2013: Jean-Jacques Suurmond, Bestaat u? Over aandacht, gebed en de ziel (Meinema, 2013)

De auteur is predikant en geestelijk verzorger in een verpleeghuis, gestalttherapeut, en columnist van het dagblad “Trouw”. Dit boekje is net als vorige boeken een collectie eerder gepubliceerde columns en lezingen, ditmaal uit de periode 2010-2012. Het boekje bestaat uit drie delen die ook thema’s zijn waaromheen de columns cirkelen: aandacht, gebed, en de ziel. Het gaat dus om korte teksten, meestal drie pagina’s lang. Buiten de context van de krant doen de teksten spiritueel en mystiek aan. De auteur is kritisch naar theologie en kerk toe, omdat ze teveel óver God spreken, wat volgens de auteur onmogelijk is, omdat God dan een verlengstuk van menselijke logica wordt. Ook wordt God te vaak verbonden met geluksmomenten, verlangens en wensdromen. Maar: “Pas in de confrontatie met een obstakel, als een rots waarop onze egocentrische behoeften stuklopen, opent zich de mogelijkheid tot zelfontdekking en groei” (97). De teksten zetten met mystici als Eckhart en Florence Nightingale aan tot aandachtig leven, tot spiritualiteit in en van het dagelijkse leven en middenin de wereld.


  • (151) 28 maart 2013: Laurent Lambrecht, Flarden van licht (ASP/Aspekt, 2013)

Lambrecht (1934) is vanaf 1996 verbonden geweest aan de Faculteit Voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen (FVG) te Antwerpen. Dit boek is de neerslag van jarenlang nadenken over de vraag naar de rationaliteit van het westerse monotheïsme en de verhouding tussen religie en filosofie. Het betreft voor een deel een herwerking van zijn proefschrift (uit 2007) en voor een ander deel een herwerking van andere publicaties. Vrijwel alle facetten van religie komen aan de orde: openbaring, de parallellen tussen religieus en filosofisch monotheïsme, de rationaliteit van geloof, de omvorming van religieus monotheïsme tot godsdienst, de dwaling van godsdiensten, de zoektocht naar het goede (ethiek), en spiritualiteit. Uitgangspunt is dat het Transcendente dat in theologie en filosofie wordt gedacht en in godsdiensten wordt aanbeden, boven elk dualistisch denken verheven is. Sterk beïnvloed door Cusanus en Schleiermacher. Vaak moeilijk, soms kristalhelder, maar altijd bijzonder origineel, soms zelfs meditatief en mystiek. Een absolute aanrader voor wie zich in godsdienstfilosofie interesseert.


  • (150) 26 maart 2013: Edge.org, Dit verklaart alles (Maven, 2013)

John Brockman, uitgever en oprichter van de website Edge.org, stelde aan wetenschappers de vraag welk verklarend inzicht voor hen de meeste elegantie bezat. In deze essaybundel geven verschillende topwetenschappers als Susan Blackmore, Richard Dawkins, Leonard Susskind, Steven Pinker, Max Tegmark, Martin Rees, Freeman Dyson, Daniel Dennett en vele anderen een antwoord uit hun eigen expertiseveld. Het merendeel is natuurwetenschappelijk van aard. De essays zijn soms minder dan een pagina lang, soms tot drie pagina’s. Vlot geschreven. In de Amerikaanse uitgave staan 150 bijdragen, de Nederlandse telt 156 omdat een aantal Nederlandse bijdragen zijn toegevoegd (o.a. van Asha ten Broeke en Stine Jensen), die het echter qua niveau en stijl toch net niet halen bij de overige, van oorsprong Engelse teksten. De Nederlandse vertaling (door een indrukwekkend groot vertaalteam) is erg goed. Een boek dat erg de moeite waard is om in te grasduinen, hap-snap, de meeste essays brengen niet-alledaagse inzichten die aan het denken zetten.


  • (149) 4 maart 2013: Jacques Bos, Het ongrijpbare zelf (Bezige Bij, 2013)

Van de wetenschapsfilosoof Jacques Bos (Universiteit van Amsterdam) komt een niet gemakkelijk, maar wel aangenaam leesbaar boek over ‘het ongrijpbare zelf’ – ongrijpbaar omdat ons zelf niet iets vaststaands is, maar pas iets wordt door de manier waarop we erover praten en denken. Dat laat Bos zien door vier thema’s te behandelen die allen aspecten zijn van onze zelfbeleving: innerlijkheid, de identiteit van het zelf door de tijd heen, de relatie tussen lichaam, hersenen en geest, en de relatie tussen individualiteit en gemeenschap. Veel filosofen en filosofische posities passeren de revue, waarbij goed blijkt hoe moderne debatten veelal al eeuwenoud zijn. Cruciaal blijken Descartes en wellicht meer nog Locke te zijn. De tweede helft van de 17e eeuw blijkt het kantelpunt te zijn in het denken over het zelf, met rond 1800 nog eens een sterke impuls door de Romantiek en het Duitse idealisme. Met bronverwijzingen voor wie zich verder in deze spannende materie wil verdiepen en een naamregister. Een historisch-filosofisch overzichtswerk zoals dat in het Nederlands nog niet voorhanden was.


  • (148) 4 februari 2013: Frank & Maarten Meester, Meesters in het hier en nu (Veen, 2012)

In 2012 bestond het tijdschrift “Filosofie Magazine” 20 jaar. In dit boek van de broers Frank en Maarten Meester wordt gereflecteerd over 20 jaar “publieksfilosofie” in Nederland. De opzet van het boek is een prettig lezende dialoogvorm waarin de broers op de voor hun karakteristieke wijze al bekvechtend een overzicht geven van de afgelopen 20 jaar. Het is geen historisch-chronologisch overzicht geworden, maar een persoonlijke impressie van de Nederlandse publieksfilosofie, waarbij een aantal publieksfilosofen (bijv. Coen Simon, Hans Achterhuis, Andreas Kinneging, Joke Hermsen, Désanne Brederode, Bert Keizer) voor het voetlicht worden gebracht. Ook roddels ontbreken niet. Er wordt flink afgegeven op de academische filosofie, die te abstract en te ver van het concrete leven zou afstaan. Publieksfilosofen willen niet te moeilijk doen, maar vooral bijdragen aan publieke debatten en aan reflectie betreffende concrete situaties. Met een uitgebreide wie-is-wie van Nederlandse publieksfilosofen. Leesbaar, interessant, maar in de ogen van velen ongetwijfeld te simplistisch en oppervlakkig.


  • (147) 24 januari 2013: H.W. de Knijff, Tegenwoordigheid van geest als Europese uitdaging (Boekencentrum, 2012)

De voormalig predikant en kerkelijk hoogleraar dogmatiek en christelijke ethiek aan de Theologische Faculteit te Utrecht, Hans de Knijff (1931) schreef een moeilijk maar diepzinnig boek over de seculariserende effecten van de natuurwetenschappen op de werkelijkheidsbeleving en het denken van de hedendaagse mens. De mens is van zichzelf en van de wereld vervreemd. God is verdwenen uit het leven van mensen. De Knijff laat zien hoe de fysicalisering van de natuurwetenschappen (de claim dat alles met behulp van de natuurwetten verklaard kan worden) ten grondslag ligt aan die vervreemding en secularisatie. De auteur ontwerpt vervolgens met behulp van o.a. Merleau-Ponty en Van Peursen een kennismodel waarbij de natuurwetenschappen verrassend worden ingebed in de geesteswetenschappen. Dit schept ruimte voor een hernieuwde plausibilisering van het christelijk geloof en haar kennisclaims, en voor een nieuwe ethiek. Doorwrocht, lastig leesbaar door een soms archaïsche schrijfstijl, maar de neerslag van een leven lang nadenken over geloof en wetenschap. Met recht het magnus opum van de auteur.


  • (146) 24 januari 2013: Peter Bieri, Hoe willen wij leven? (Wereldbibliotheek, 2012)

De Duitse filosoof Peter Bieri (ook bekend als de romanschrijver Pascal Mercier) schreef eerder al een boek over de vrije wil. Dit sublieme kleine boekje met een drietal uitgewerkte lezingen, gaat een stap verder. Het stelt de vraag hoe wij onze autonomie (‘zelfbeschikking’) willen realiseren. Hoe willen wij leven? Wat zou een autonoom leven inhouden? Hoe functioneert zelfkennis daarin? En wat is de relatie tot de cultuur? Centrale gedachte is dat volstrekte autonomie onmogelijk en zelfs onwenselijk is omdat de mens zich altijd in een sociale context bevindt, dat autonomie via zelfkennis tot stand komt, dus door afstandelijke reflectie op en daarmee verandering van het zelfbeeld. Taal speelt daarin een belangrijke organiserende en ordenende rol. Literatuur kan in die reflectie bemiddelen. Een sterk pleidooi voor ‘geestelijke vorming’ (‘Bildung’) als meer dan de door bureaucraten zo geprezen scholing (‘Ausbildung’). Daarmee toont het boek aan hoe cruciaal de geesteswetenschappen in onze samenleving zijn. Zeer goed geschreven zonder filosofisch vakjargon, vol prikkelende gedachten.


  • (145) 27 december 2012: E. Drenth & J. Marinus, Staat geschreven: De zeven zekerheden (Ark, 2012)

In november 2011 won het weblog StaatGeschreven.nl een “Webfish Award” waarbij duidelijk werd dat dit weblog een trouwe achterban heeft. De twee oprichters van het weblog zijn jonge theologen met een verschillende achtergrond: Jaap Marinus komt uit een behoudende evangelicale hoek, Erik Drenth presenteert zich als een vrijzinnig denker. De worsteling die beide theologen met het geloof en met elkaars standpunten hadden was het uitgangspunt van het weblog, en is nu verwoord in dit boekje. Ze beschrijven hun problemen met “de zeven zekerheden”, het idee dat christenen lijken te weten wat God denkt, voelt, weet, ziet, hoort, beslist en wil. Ook hebben ze grote problemen met de Grote Woorden uit de christelijke traditie. Centraal in hun beider geloof staat de persoonlijke ervaring en beleving, die vooral wordt gevonden in de kerkelijke gemeenschap. Herkenbare taal, maar de ideeën van beide theologen zijn wel erg relativistisch, individualistisch en roepen kritische vragen op rondom de continuïteit met de christelijke kerk en de traditie. Erg geschikt voor discussiegroepen.


  • (144) 16 december 2012: A. Schopenhauer, De wereld een hel (Boom, 2012)

Nog altijd moet gezegd worden dat de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) geen populaire filosoof is. Dat is hij ook nooit geweest. Al bij leven voelde hij zich miskend, en in de bloemlezing die nu is herdrukt, komt dat onverbloemd tot uitdrukking. Veel zal gelegen zijn aan zijn misantrope levensbeschouwing, zijn klaagzangen en deprimerende ideeën. Toch laat deze bloemlezing ook zien dat Schopenhauer zeer literair begaafd was. Het boek put vooral uit zijn hoofdwerken “Die Welt als Wille und Vorstellung” en “Parerga und Paralipomena”, en vormt een thematisch gerangschikte inleiding tot Schopenhauers denken. De vertaling van Heleen Pott blijft dicht bij het Duitse origineel, met als gevolg soms lastig leesbare zinnen. Het geheel wordt voorafgegaan door een eveneens tamelijk lastige inleiding van Maarten van Nierop. Ofschoon de uitgeverij stelt dat het een “herziene” uitgave betreft, lijkt het slechts te gaan om een opnieuw opgemaakte herdruk van de uitgave van 1981. Zo blijven de Nederlandse vertalingen van Schopenhauers “Die Welt” uit 1999 en de “Parerga” uit 2002 ongenoemd.


  • (143) 16 december 2012: Simon Vuyk, Het einde der remonstranten (Kok, 2012)

De auteur, voormalig remonstrants predikant en ondertussen de 80 gepasseerd, beschrijft beknopt de geschiedenis van de remonstranten van 1610 tot het eind van de twintigste eeuw. Arminius legde de grondslag voor het remonstrantse ideaal dat hoopt zichzelf ooit op te kunnen heffen: een kerk die verdraagzaam is jegens het individueel beleefde geloof en de vrijheid geeft tot het beoefenen daarvan. De auteur beschrijft hoe gaandeweg de geschiedenis dit ideaal verbleekt en uiteindelijk uit het oog wordt verloren. Met als gevolg, zo stelt de auteur, dat de remonstranten inderdaad zullen verdwijnen, maar niet op de wijze die Arminius voor ogen stond. Geschiedschrijving met een uitgesproken kritische stellingname. De schrijfstijl is deftig, afstandelijk, met soms omslachtige formuleringen die de leesbaarheid niet bevorderen. Een dun boekje met uitgebreid notenapparaat, enkele illustraties, en een publicatielijst van de auteur. Niet bijster interessant voor een breed publiek, maar de kritische toon van het betoog zal wellicht tot discussie leiden binnen de remonstrantse geloofsgemeenschap.


  • (142) 29 november 2012: G. Blanken, Kierkegaard (Ambo, 2012)

Dit boek is de beste inleiding in het leven en werk van de filosoof Sören Kierkegaard (1813-1855) die momenteel in het Nederlands voorhanden is, en die het moeilijke werk van deze filosoof voor een groot publiek ontsluit. Blanken – opgeleid tot wijsgerig-historisch pedagoog en momenteel werkzaam voor de publieke omroep – beschrijft thematisch gerangschikt en uitermate helder de centrale ideeën van de Deense filosoof vanuit de (hoofd)werken die momenteel in het Nederlands voorhanden zijn: liefde, angst, vertwijfeling, enkelingen, tijd, en Kierkegaards visie op geloof en christendom. Hij reduceert Kierkegaard niet tot één positie, maar laat zien hoe Kierkegaard een gestolde theorie probeerde te vermijden door via pseudoniemen dynamiek en beweging in het denken na te streven, die aansloot bij het gefragmenteerde concrete leven. De auteur laat de samenhang in Kierkegaards werken zien. Al lezende wordt duidelijk hoe Kierkegaards ideeën nog altijd relevant zijn. Wie dit boek gelezen heeft, heeft een goede basis en het enthousiasme gekregen om zelf met Kierkegaard aan de slag te gaan.


  • (141) 26 november 2012: Max Weber, De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme (Boom, 2012)

Dit hoofdwerk van de socioloog Max Weber (1864-1920) verscheen oorspronkelijk in 1905; deze vertaling baseert zich op de standaarduitgave uit 1920. Het is de allereerste Nederlandse vertaling van deze klassieker van de godsdienstsociologie, waarin Weber betoogt dat een ascetisch calvinisme aan de basis ligt van het huidige, moderne kapitalistische systeem. Hij wijst met name op de puriteins-strenge Calvijnse interpretatie van de predestinatieleer als een stimulans voor een ascetische ethiek die zorgde dat er een levenshouding (‘ethos’) ontstond waarin rationele wijzen van winst maken gezien werden als moreel en spiritueel verheffend. Het boek bestaat uit ruim 150 pagina’s hoofdtekst en ruim 100 pagina’s kleingedrukt notenmateriaal. De tekst is bijzonder leesbaar vertaald door de al bijna legendarische vertaler Max Wildschut (die eerder Heidegger en Karl Barth in het Nederlands vertaalde). Het boek is actueel vanwege de huidige financiële crisis veroorzaakt door misbruik van het systeem welke niet in de ‘geest van het kapitalisme’ is. Erg stug ingebonden en helaas zonder index.


  • (140) 17 november 2012: Onno Zijlstra, Kierkegaard in discussie (Damon, 2012)

Onno Zijlstra is docent filosofie en lid van de ‘Redactieraad Kierkegaard Werken’ die de werken van Kierkegaard in moderne Nederlandse vertaling uitgeeft. In dit boek staat Kierkegaards denken over ‘de enkeling’ in relatie tot de kunst, de media, religie, en zichzelf centraal. Zijlstra doet een poging om een productieve brug te slaan tussen Kierkegaards denken en het huidige denken over individualisme. Tegen de hedendaagse kritiek t.a.v. individualisme, dat het is doorgeslagen tot egoïsme, wil Zijlstra Kierkegaard verdedigen als positief voorbeeld van individualiteit als ‘zelfwording’ en authenticiteit. Door middel van een biografische weg door een aantal van Kierkegaards centrale werken wordt niet alleen de wording van diens denken duidelijk, maar vooral ook de spanningen en het fragmentarisch en onafgewerkte karakter ervan. Een warrig boek met afwisselend tenenkrommend populistische formuleringen en hoogst abstracte beschouwingen, dat niet kan kiezen tussen inleiding, samenvatting, en filosofische reflectie via andere filosofen als Ferry, Taylor, Popper, Jaspers en Wittgenstein.


  • (139) 10 november 2012: Frank Bosman, God houdt wel van een geintje (Meinema, 2012)

Cultuurtheoloog Frank Bosman werd in 2011 tijdens de eerste Nacht van de Theologie uitgeroepen tot ‘de meest spraakmakende theoloog van Nederland’. Dat is aan dit boekje niet af te zien, want zo controversieel of spraakmakend is het niet. Toch is het een leuk, vlot geschreven en soms ironisch boekje over de relatie tussen humor en religieus geloof. Daartussen heerst namelijk vanouds nogal een spanning, zo laat Bosman zien aan de hand van leuke, recente voorbeelden uit vooral TV en film. Humor wordt vaak als spotten en godslasteren beschouwd. Ook filosofen en theologen hebben traditioneel over lachen nogal neerbuigend gedaan. Allemaal tamelijk onterecht, vindt Bosman. Ofschoon de Bijbel humor en lachen veelal niet expliciet maakt, zitten bijbelverhalen vol woordgrapjes en ironie. Bovendien werkt humor gezond theologisch relativeren in de hand: ‘Humor breekt het heilige niet af, maar beschermt het tegen onze grijpgrage hersenkronkels die God willen vastklinken in een denkraam’ (96). Een boekje dat voor gespreksgroepen zeer geschikt is, en verder weinig revolutionair gedachtegoed bevat.


  • (138) 3 november 2012: Tinneke Beeckman, Door Spinoza’s Lens (Pelckmans/Klement, 2012)

De auteur is postdoctoraal onderzoekster in Vlaanderen en actief als columniste en blogger. Dit boek wil een aantal min of meer actuele thema’s benaderen vanuit het perspectief van Spinoza, zoals vrijheid van meningsuiting, geloof, politiek, revolte en manifestatie, moraal, en minder voor de hand liggende thema’s als meditatie, Darwiniaanse evolutie en seksualiteit. Veelal legt ze uit hoe Spinoza over die thema’s dacht, zonder daarbij al te diep te gaan. Ze lijkt vooral te willen betogen dat Spinoza geen harde ‘rationalist’ was, maar uit was op een praktische levenswijsheid die benut kan worden in alledaagse situaties. De teksten zijn oorspronkelijk als losse artikelen verschenen, waardoor er nogal eens herhaling optreedt. Ook gaat de auteur niet veel verder dan constateren dat er raakvlakken of correlaties zijn tussen Spinoza’s ideeën en bijvoorbeeld het naturalisme van Darwin of een houding van mindfulness. Gezien het gebrek aan nieuwe perspectieven, blijft onduidelijk wat dit boek moet toevoegen aan de al bestaande berg Spinoza-literatuur. Met literatuuropgaven en index.


  • (137) 3 november 2012: J.H. Gunning Jr., Verzameld werk / deel 1: 1856-1878 (Boekencentrum, 2012)

De theoloog J.H. Gunning Jr. (1829-1905) is met D. Chantepie de la Saussaye (1818-1874) het boegbeeld van de ‘ethische theologie’ die binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zeer invloedrijk geweest is. Deze richting wilde de met het modernisme opkomende spanningen omtrent rede en geloof en tussen christendom en cultuur doordenken, op weg naar een nieuwe theologische synthese op antropologisch-christologische grondslag. De Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie begon in 1997 al aan het uitgeven van het verzameld werk van La Saussaye, en nu is het werk van diens leerling Gunning aan de beurt. Het eerste deel (van de geplande drie) bestrijkt het theologische werk van Gunning uit de periode 1856 tot 1878, het jaar waarin de spanning tussen Gunning en Abraham Kuyper tot een climax kwam. Het werk beoogt geen volledigheid, maar wil een representatieve weergave van Gunnings theologie zijn. De teksten zijn aangepast aan de hedendaagse spelling, wat helpt bij het lezen van deze toch stevige 19e-eeuwse theologische teksten. Erg jammer dat alleen een (beperkt) naamregister aanwezig is.


  • (136) 17 oktober 2012: Koo van der Wal, Nieuwe vensters op de werkelijkheid (Klement, 2012)

De auteur onderscheidt historisch drie natuurbeelden: het mythisch-religieuze dat vanaf de 15e eeuw werd verruild voor een mechanistisch natuurbeeld, dat nu echter niet langer voldoet. Op basis van hedendaagse natuurwetenschappelijke inzichten pleit de auteur voor een nieuw holistisch en relationeel natuurbeeld waarin de natuur wordt gezien als een geheel van open, complexe, niet-lineaire, niet in evenwicht verkerende, zelf-organiserende systemen. Dit boek laat zien hoe dit “postklassieke” natuurbeeld nieuwe, niet-reductionistische perspectieven opent omtrent kwesties als de aard van het fenomeen leven, het bewustzijn, emergentie, causaliteit en finaliteit, de intrinsieke waarde van natuurlijke entiteiten, en de menselijke samenleving. Onze omgang met de natuur, zo is de stelling, wordt immers bepaald door ons natuurbeeld. Uitzonderlijk helder en toegankelijk boek, met een duidelijke structuur. Een aanrader voor wie zich interesseert voor filosofische reflectie over de implicaties van de natuurwetenschappen voor ons wereld- en mensbeeld. Met voetnoten, literatuurlijst en namenindex.


  • (135) 15 oktober 2012: Jan Keij, Levinas in de praktijk (Klement, 2012)

Dit boek laat op paradigmatische wijze zien hoe ideeën van een vrijwel ondoorgrondelijk denker als Levinas toegankelijk vertaald kunnen worden in de taal van alledag én naar de praktijk van alledag, zonder aan diepzinnigheid en nuance te hoeven inboeten. De ondertitel van het boek suggereert een praktisch-ethische handleiding, maar dat is misleidend. Filosoof Jan Keij laat zien hoe Levinas’ ethiek draait om verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van leven van de ander. Het mensbeeld van Levinas (dat Keij eerder al in al zijn filosofische finesses beschreef in zijn omvangrijke “De filosofie van Emmanuel Levinas” uit 2006) draait om onafhankelijkheid en genieten, afhankelijkheid en lijden, ethische raakbaarheid (de ervaring van het appèl van de ander) en denken. Door concrete en alledaagse situaties (bijv. uit de zorgsector), en via voorbeelden uit de wereldliteratuur, laat Keij zien hoe Levinas’ denken de basis kan leggen voor een nieuwe, seculiere ethiek waarin de ander centraal staat. Zeer toegankelijk en boeiend tot de laatste bladzij, met schema’s, woordenlijst en index.


  • (134) 8 oktober 2012: Tom Chatfield, Floreren in het digitale tijdperk (Arbeiderspers, 2012)

Dit boekje is deel van de serie “The School of Life” dat via een humanistische combinatie van filosofie en therapie de grote levensvragen aan de orde wil stellen, mede-opgericht door de filosoof Alain de Botton. Dit deeltje, van de hand van internetspecialist Tom Chatfield, gaat in op de vraag hoe mensen kunnen gedijen ondanks of juist door middel van digitale media zoals smartphones en het internet. Voor floreren is noodzakelijk dat we bereid zijn onze vrijheden binnen allerlei digitale ruimtes te verdedigen: vrijheid van meningsuiting en protest, gelijkheid en vrije toegang, persoonlijke privacy en eigendom van informatie. Maar uiteindelijk pleit Chatfield voor een Aristotelische houding van deugd en contemplatie, van zoeken naar een balans tussen online en offline, openbaar en privé, en vooral van een bezonnen omgang met (de risico’s van) internet. Geen concrete antwoorden, wel concrete voorbeelden. Aanzetten tot denken over een complex maar actueel onderwerp, behoorlijk diepgravend voor zo’n klein boekje, boeiend geschreven, verlucht met zwart-wit illustraties. Zeer geslaagd.


  • (133) 2 oktober 2012: Spinoza, Brieven over het kwaad (Wereldbibliotheek, 2012)

In 1664-1665 schreven de filosoof Spinoza en de graanhandelaar Van Blijenbergh elkaar acht brieven over het kwaad. Centrale kwestie is wie verantwoordelijk is voor het kwaad. Volgens de protestant Van Blijenbergh creëert Spinoza een dilemma: als de mens geen vrije wil heeft, veroorzaakt God zelf het kwaad, óf het kwaad wordt door God goedgekeurd en zelfs gewild. Spinoza poogt zijn ideeën uit te leggen, dat het kwaad een menselijke denkcategorie is en geen eigenschap van gebeurtenissen of dingen. Van Blijenbergh blijft echter bij zijn bijbelse godsbeeld, zodat beide niet tot verstaan komen en Spinoza uiteindelijk de briefwisseling afkapt. Een boeiende hertaling, actueel, uitstekend leesbaar en met uitgebreid commentaar en voorafgegaan door een uitgebreide inleiding op de brieven van hertaalster Miriam van Reijen. Storend want onnodig is de expliciete apologetische stellingname van Van Reijen, die Van Blijenbergh wegzet als een moralistische gelovige met een antropomorf godsbeeld, en op grond van Spinoza’s mensvisie pleit voor het opgeven van geloof in de menselijke vrije wil.


  • (132) 2 oktober 2012: Jurjen Wiersma, De Wereld wordt wijngaard (Narratio, 2012)

Een verzameling essays van een emeritus docent ethiek en filosofie aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel, die uitmonden in een pleidooi voor het “experimentum humani”. Uitgangspunt is dat tegen het einde van de 20ste en aan het begin van de 21ste eeuw er cultureel en politiek gezien allerlei veranderingen hebben plaatsgevonden die de mensenrechten en het denken in termen van gerechtigheid onder druk zetten. Uitkomst van het boek is dat de mens zelf zijn wijngaard moet maken, waarmee de auteur suggereert dat van God niets meer verwacht hoeft te worden. De essays gaan voornamelijk over (internationale, vooral Amerikaanse) politiek. Het geheel is een verwarde, ongestructureerde brei van gedachten en ideeën en beschrijvingen van staatshoofden, boekenschrijvers, etc. De functie van de afbeeldingen van kunstwerken in en tussen de hoofdstukken wordt niet toegelicht. Ook wat de auteur met “publieke theologie” bedoelt wordt niet duidelijk, want behalve van wat bijbelbeschouwingen is van theologie in dit boek nauwelijks sprake.


  • (131) 17 september 2012: M. De Kesel, Niets dan liefde (Sjibbolet, 2012)

Volgens de Vlaamse filosoof Marc De Kesel, die zijn insteek neemt in de Lacaniaanse psychologie, zijn wij mensen verlangen. Een verlangen dat niet te bevredigen is, dat verlangt om ons als subject volledig ‘weg te schenken’, in de hoop dat de ander zich aan ons geeft. De essays die in deze bundel zijn opgenomen werken dat thema verder uit door zich te concentreren op het aspect van de ambivalente ‘gift’. Het eerste essay laat door middel van religie en een erotische roman zien hoe die gift en het verlangen ook fout kunnen gaan. Essay 3 en 4 beschouwen Lars von Triers ‘Dogville’ en ‘Manderlay’ in het licht van de gift in de context van socialiteit en vrijheid. Essay 4 en 5 behandelen de gift in de context van de kind-ouder relatie en als ‘positief paradigma’ voor de zorg. In de epiloog illustreert de auteur aan de hand van middeleeuwse eenhoorn-miniaturen nog eens de ambivalentie van de gift in het menselijk leven, die ook centraal staat in de overige essays. Spannende, originele cultuurfilosofie die aan het denken zet. Wel voor doorzetters, want het zijn geen makkelijke teksten.


  • (130) 12 september 2012: Gert-Jan van der Heiden, De stem van de doden (Vantilt, 2012)

De auteur doceert filosofie aan de Radboud Universiteit en promoveerde op een studie over Heidegger, Ricoeur en Derrida. Deze (moeilijke) filosofen komen ook uitgebreid in dit boek terug, dat gaat over de fundamenteel-filosofische vraag wat hermeneutiek nu eigenlijk is. Volgens de auteur is hermeneutiek niet alleen vertolken, interpreteren of vertalen, maar vooral een spreken namens de ander: stem geven aan degene die niet (meer) kan spreken. De auteur laat zien hoe dit idee, dat hij reeds bij Plato ontwaart, bij hedendaagse hermeneutische denkers als Heidegger, Ricoeur, Derrida, Nancy, en Agamben in verschillende gedaanten voorkomt. Hoofdstukken gaan over inzicht en inspiratie bij profeten, poëten en rapsoden; zwijgen en dialoog; de ervaring van een vreemde taal; ons (on)vermogen om te spreken; getuigenis en pseudogetuigen. In dit erg moeilijke boek voor (vooral) vakfilosofen klinken zeer veel verschillende stemmen die de auteur helaas niet altijd helder bij elkaar weet te brengen. Zeer verzorgd uitgegeven, maar onvergeeflijk voor zo’n complex boek is het ontbreken van een index.


  • (129) 27 augustus 2012: Michiel van Elk, De gelovige geest (Bert Bakker, 2012)

Eindelijk eens een boek dat het onderzoek dat de afgelopen decennia gedaan is naar psychologische, neurowetenschappelijke en evolutionaire verklaringen van religieuze verschijnselen op een serieuze, neutrale en bijzonder leesbare wijze beschrijft. Ofschoon Van Elk, psycholoog en neurowetenschapper en co-auteur van “Het babybrein”, het geloof achter zich heeft gelaten, laat hij in dit boek zien dat hij het christelijk geloof van binnenuit kent. Op zakelijk-neutrale wijze beschrijft Van Elk welke inzichten de huidige wetenschap verschaft ten aanzien van religieuze ervaringen, wondergeloof, antropomorfe godsbeelden, gebedsgenezing, parapsychologie en meditatie. Nergens schrijft hij rancuneus of neerbuigend over religie, en in de epiloog beschrijft hij helder dat de reductionistisch-atheïstische conclusies van bijv. Richard Dawkins en Dick Swaab niet noodzakelijk volgen uit de natuurwetenschappelijke gegevens. Aan het eind van het boek blijkt: religie is zo gek nog niet. Een boek dat er in het Nederlands taalgebied nog niet was en dat gelovigen en ongelovigen zal verrassen en boeien.


  • (128) 28 juni 2012: Peter de Graeve, Gilles Deleuze en het materialisme (Klement, 2012)

De auteur van dit lijvige boek – een Vlaamse filosoof – schrijft in het begin: “Ook de taal van dit boek zal sommigen vreemd of onbegrijpelijk of misschien zelfs onredelijk voorkomen. Het zij zo. Laat dit dan een boek zijn voor wie de onredelijkheid begrijpen en het onbegrijpelijke al eigen is.” Dit is inderdaad een op het oog onbegrijpelijk boek, dat twijfelachtig balanceert tussen Deleuziaanse exegese van de filosofiegeschiedenis, met als speerpunten Leibniz, Nietzsche, de Stoa en Spinoza; een maatschappijkritiek vanuit Deleuziaans perspectief; en een metafysica van tijd, gebeuren en materie aan de hand van Deleuzes ideeën over o.a. dubbelheid, plooiing en ontplooiing. Geschreven in een aforistische stijl, esoterisch en obscuur, soms ineens plat en met clichématige metaforen, ondoorgrondelijk, als los zand aaneengeregen woorden, schijnbaar zonder structuur, doel, of opbouw, eigenzinnig en voor een louter academisch publiek dat zich liefst baadt in Deleuziaanse terminologie. Zelfs de uitgever bleek niet in staat een samenvatting van dit boek op de achterflap te fabriceren.


  • (127) 2 juli 2012: Herman Paul & Bart Wallet, Oefenplaatsen: Tegendraadse theologen over kerk en ethiek (Boekencentrum, 2012)

Dit is een boek vol interviews met “tegendraadse theologen”: theologen die zich afzetten tegen fundamentalistisch én liberalistisch geloof. Het gaat om grote namen zoals Stanley Hauerwas, N.T. Wright, Oliver O’Donovan, Miroslav Volf en Tim Keller – denkers van de “ecclesial turn”, de wending naar de kerk, omdat volgens deze theologen in een “post-christelijke” geseculariseerde wereld de kerk nog het enige domein is waarbinnen voluit christelijk gesproken kan worden. Dit koor van theologen zoekt naar eigenheid van kerk, geloof en ethiek; een terugkeer naar de Bijbel; herijking van de traditie; en met een morele spits: de kerk is een morele gemeenschap, geloof moet tot uiting komen in een “way of life”. De interviews, waarvan enkele al eerder zijn gepubliceerd, zijn interessant maar lastig, van een hoog academisch-theologisch gehalte en vol vaktermen. In het nawoord vergelijkt Stefan Paas de Amerikaanse situatie met de Nederlandse. Interessant boek voor theologisch geïnteresseerden. Helaas gedrukt op een slechte kwaliteit papier: kaft en pagina’s krullen spontaan om.


  • (126) 7 mei 2012: Jaap Dijkstra, De absolute werkelijkheid (A3 boeken, 2012)

De uitgeverij van dit boek geeft vooral esoterische (New Age) boeken uit, en dit boek hoort terecht thuis in dat fonds. De schrijver was instrumentmaker, studeerde theologie, werd predikant, verliet de kerk en heeft sinds 1995 een praktijk voor counseling, supervisie en mediation. In dit boek geeft hij een reconstructie van de universele thema’s die de grote wereldreligies gemeenschappelijk hebben ten aanzien van het denken over de wereld en haar oorsprong, zoals een immateriële oorsprong van al wat is, ideeën over oorzaak en gevolg, God en schepping. Maar ook gemeenschappelijke ideeën over de mens, als bezield wezen, onderhevig aan wetten van oorzaak en gevolg, bestaande uit verschillende ‘lichamen’ (causaal, materieel en geestelijk-subtiel), psychologische aspecten, de vrije wil, kennis van de werkelijkheid en het probleem van versluiering door taal, menselijke ontwikkeling, bewustzijn, meditatie en mindfulness. Gebaseerd op universalistische denken, generaliserend, voor esoterisch geïnteresseerde mensen die geloven dat alle religies een gemeenschappelijke kern of essentie hebben.


  • (125) 7 mei 2012: Klaas Hendrikse, God bestaat niet en Jezus is zijn zoon (Nieuw Amsterdam, 2012)

Enkele jaren geleden verraste de ‘atheïstische dominee’ Klaas Hendrikse met zijn recalcitrante boek “Geloven in een God die niet bestaat” waarin hij fel uithaalt naar de christelijke (PKN) kerk en de academische theologie. Het vervolg is inhoudelijk een veel beter boek geworden, positiever, persoonlijker, sympathieker en minder schreeuwerig. Hendrikse verdiept zich in vragen als: Waar komt God vandaan? (Antwoord: de God van de Bijbel is een afgeleide van de zonnegod.) Wie was Jezus? (Antwoord: een historische figuur die met de mythologie van mysteriereligies werd bekleed.) En hoe nu verder geloven? (Antwoord: de kerk is achterhaald, wat overblijft is een individueel ietsisme, dat een leven na de dood niet uitsluit, maar er ook niet aan vastklampt.) Van Jezus blijft slechts een functie over: een voorbeeld voor een positieve levensinstelling hier en nu. Hendrikses theologisch-historische reconstructie is tamelijk zwak. Het boek zal onherroepelijk behoudende gelovigen flink tegen de haren instrijken, toch is het nieuwe er wel af. Toegankelijk geschreven en geschikt voor gespreksgroepen.


  • (124) 20 april 2012: Edgar Andrews, Wie heeft God gemaakt? (Maatkamp, 2012)

Edgar Andrews is emeritus professor materiaalkunde aan de universiteit van Londen. Ofschoon hij geen expertise heeft in gebieden als theologie, kosmologie of biologie, weerhoudt dit hem er niet van om in dit apologetische boek grote en stellige claims over die gebieden te doen. Enerzijds wil dit boek reageren op de atheïstische literatuur van de afgelopen jaren (Dawkins, Stenger). Anderzijds probeert Andrews zijn ‘Godhypothese’ aannemelijk te maken, dat wil zeggen God als aanname die verklaart waar wetenschap principieel geen verklaring voor kan geven. Genesis wordt letterlijk-historisch gelezen en als verklaring voor het ontstaan van het heelal en de natuurwetten, de ontwikkeling van het leven en van de menselijke moraal. Wetenschap die niet strookt met Genesis wordt verworpen; wetenschappelijke verklaringen worden secundair gemaakt aan de Bijbel. Theologische en wetenschappelijke nuance ontbreekt volledig, er wordt gesteld en verworpen, maar nauwelijks geargumenteerd. Het resultaat is misleidende, antiwetenschappelijke, quasi-creationistische Jip-en-Janneke-theologie.


  • (123) 25 april 2012: Martien Brinkman, Jezus incognito (Meinema, 2012)

De auteur, hoogleraar interculturele theologie aan de VU, schreef eerder “De niet-westerse Jezus”. Naar aanleiding van dat boek kreeg hij de vraag of er een typisch westerse Jezus was. “Jezus incognito” probeert die vraag te belichten door te kijken naar beelden van Jezus in film, proza en poëzie, en in beeldende kunst. De nadruk ligt daarbij op Europese kunst vanaf 1960, waarbij blijkt dat existentialistische invloeden dominant zijn. Gepoogd wordt om de “verborgen Jezus/Christus” in kunstwerken op het spoor te komen door aan de hand van een viertal identiteitskenmerken: roeping van hogerhand, een boodschap van een radicaal andere wereld, een van hogerhand ingegeven levensinzet ten behoeve van anderen en een levensvoltooiing die reikt over de grens van de eigen dood heen. Twaalf kunstwerken worden beschreven en geanalyseerd. De theologische insteek is dat een verborgen christologie in kunst een vorm van openbaring is, waardoor kunst meeschrijft aan de betekenis die Jezus in het Westen wordt toegekend. Enkele illustraties. Zeer geschikt voor gespreksgroepen en onderwijssituaties.


  • (122) 19 april 2012: Bennie Mols, Turings Tango (Nieuw Amsterdam, 2012)

2012 is uitgeroepen tot het internationale Alan Turing-jaar, vanwege Turings honderdste geboortejaar. De Britse wiskundige Alan Turing (1912-1954) was gefascineerd door de zoektocht naar kunstmatige intelligentie. Wetenschapsjournalist Bennie Mols gaat na hoever die zoektocht vandaag de dag gevorderd is en is daarover niet onverdeeld positief. Hoewel Mols technologische ontwikkelingen in het algemeen positief waardeert, is hij bijzonder sceptisch over de zoektocht naar kunstmatige intelligentie, aangezien het menselijk brein zoveel complexer is en intiemer met lichaam en een sociale omgeving verbonden is dan voor een computer of robot ooit mogelijk is. Turings Test (die zou toetsen wanneer computerintelligentie niet meer te onderscheiden is van menselijke intelligentie) wordt door Mols beargumenteerd verworpen. Hij pleit voor een ‘Turing Tango’, waarbij de mens centraal staat maar gebruik maakt van de kracht van informatietechnologie. Meeslepend geschreven, voor een breed publiek, rijk geïllustreerd (zwart-wit), inclusief appendix met tijdlijn, literatuursuggesties en register.


  • (121) 10 april 2012: Wil Doornenbal, Mens naast God (Boekencentrum, 2012)

Een orthodox-christelijk zelfhulpboekje van de hand van klinisch psychologe Wil Doornenbal. Doornenbal neemt het scheppingsverhaal tot uitgangspunt van een serie korte bespiegelingen en levensaanwijzingen over de vraag wat God met ieder individueel mens voor heeft, waar de verantwoordelijkheid van iedere mens ligt en hoe die zich verhoudt tot Gods handelen (opgeroepen door gebed en “je openstellen voor de Geest die Christus binnenbrengt”). Op tweederde van het boekje wordt de sprong van Genesis via David naar Paulus gemaakt en komt (vooral op de laatste pagina) een behoorlijk happy-clappy, bevindelijk christelijk geloof om de hoek kijken. Een boekje met weinig theologische diepgang (gebruikte commentaren komen vooral uit Moody-school), Jezusgecentreerd, veel psychologische inkoppertjes en open deuren, bedoeld voor vooral een orthodox of evangelicaal, onzeker maar wel al gelovig publiek, geschreven zonder jargon met af en toe zelfs kinderlijke slogans. Korte hoofdstukjes met vragen aan het eind zodat het boekje ook voor gesprekskringen geschikt is.


  • (120) 30 maart 2012: Immanuel Kant, Prolegomena (Boom, 2012)

Dit is een (ongewijzigde) heruitgave van de vertaling door Jabik Veenbaas en Willem Visser, die eerder in 1999 bij Boom verscheen en nu (terecht) is opgenomen in de prachtig uitgegeven serie Grote Klassieken. De “Prolegomena” van de grote Duitse verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) verscheen oorspronkelijk in 1783 en was bedoeld als een samenvatting of leeswijzer bij Kants moeilijk bevonden “Kritiek van de zuivere rede” (“Kritik der reinen Vernunft”) uit 1781, die de basis vormt van zijn hele transcendentale filosofie. Maar bovendien gaat Kant in zijn “Prolegomena” in op een aantal kritieken op zijn Kritiek die in kranten waren verschenen (bijv. over de idealistische consequenties van zijn denken). Ofschoon Kant niet een fantastische stylist was, en het toch een moeilijk boekje blijft, is het geheel uitstekend vertaald, zeer leesbaar, en kan het dienen als een inleiding tot de kenleer van deze beroemde filosoof. Het boek is voorzien van een uitgebreide inleiding (korte biografie van Kant, situering en overzicht van de “Prolegomena”) en een gedegen notenapparaat.


  • (119) 8 maart 2012: Levinas, Totaliteit en Oneindigheid (Boom, 2012)

Dit is de vertaling van het filosofische meesterwerk uit 1961 van de joodse fenomenologische denker Emmanuel Levinas (1906-1995), waarin hij de grondslag geeft voor een ethiek op basis van de ervaring van het oneindige, van de Transcendentie in de verschijning van de ander/Ander, die radicaal anders is en nooit tot hetzelfde (bijv. een systeem) gereduceerd kan worden. Ook in het Nederlands blijft dit een ongelooflijk moeilijk werk, mede door de uiterst nauwgezette maar eigenzinnige terminologie die Levinas hanteert. Deze uitgave baseert zich op de vertaling van Chris Bremmers en Theo de Boer uit 1987, maar is volledig herzien. De verhelderende toelichtingen van De Boer (dat een boek op zich is), is nu achterin opgenomen. Het nawoord van Chris Bremmers situeert het werk in het geheel van Levinas’ oeuvre. Ofschoon dit boek veel vergt van de lezer, met name een heel langzaam doornemen van de tekst, is de vertaling zeer leesbaar. Mede door de zeer leesbare layout, en de stevig gebonden uitgave, zal dit boek nog jarenlang de standaardeditie blijven.


  • (118) 11 februari 2012: Norman Geisler, Waarom kwaad als God bestaat? (Johannes Multimedia, 2012)

Vertaling van een apologetisch boek van de bekende Amerikaanse fundamentalist Norman Geisler over de vraag hoe geloof in God te rijmen valt met de aanwezigheid van het kwaad in de wereld. Geisler betoogt dat het kwaad slechts een gebrek of bederf van de goede dingen is, die in de wereld komt via de vrije wil van schepselen. Het kwaad is hardnekkig, maar zal ooit door God overwonnen worden. God heeft het kwaad nodig zodat in deze wereld de hogere deugden bereikt kunnen worden (‘no pain, no gain’ is het centrale principe, zo herhaalt Geisler een aantal keren in het boek). God staat dus het kwaad toe om een groter goed voort te brengen. Lichamelijk kwaad, wonderen en het kwaad, de hel (die een vrije keuze is omdat ongelovigen via de natuur en het geweten van God kunnen weten), het komt allemaal beknopt ter sprake. In bijlagen wordt het probleem van de dood van dieren vóór de zondeval en godsbewijzen besproken. Een boek vol simplistische, Amerikaans-fundamentalistische theologie van God-in-broekzak-formaat, passend bij de overige uitgaven van de nogal sektarische Zoeklicht-beweging.


  • (117) 11 februari 2012: M. Korpel & J. Moor, De zwijgende God (Skandalon, 2011)

Waarom spreekt God in de Bijbel zo veelvuldig, en lijkt God vandaag te zwijgen? In dit fascinerende boek gaan twee bijbelwetenschappers in op deze vraag door dit thema te beschouwen in het licht van de Bijbel en de cultuur van het Oude Nabije Oosten (er wordt een continuïteit tussen beide verondersteld). Ze beginnen door via literatuur, film en filosofie te laten zien hoe het zwijgen van God een centraal thema is geworden in de moderne tijd. Vervolgens gaan ze in op de redenen waarom mensen in het Oude Nabije Oosten en in de Bijbel soms zwegen. Daarna komt de vraag aan de orde hoe mensen zich tot de goden wendden, hoe goden zich tot mensen richtten, en ten slotte komt de vraag naar het zwijgen der goden aan de orde. Conclusie van het boek is dat communicatie tussen goden en mensen volgens de Bijbel en het Oude Nabije Oosten altijd via mensen verloopt, en dat dus het zwijgen van God vandaag de dag betekent dat mensen het woord van God niet meer durven te spreken. Prikkelend, pakkend, en theologisch verrijkend. Gestructureerd en toegankelijk geschreven, voor een breed publiek geschikt.


  • (116) 14 januari 2012: Sir Thomas Browne, Religio Medici: De godsdienst van een geneesheer (Sjibbolet, 2011)

Sir Thomas Browne (1605-1682) was een Britse arts en essayist. “Religio Medici”, de godsdienst van een geneesheer, wordt vaak gezien als een essay in de stijl van Montaigne. Browne beschouwde de tekst oorspronkelijk slechts als een persoonlijke oefening en liet hem pas in 1643, nadat er al roofdrukken van waren verschenen, officieel publiceren. Browne reageert op een veelgehoorde uitspraak “waar er drie medici zijn, zijn er twee goddelozen”. In het eerste deel van deze tekst zijn beschouwingen over zijn eigen ideeën over God, het leven, de dood en het hiernamaals, en over hoe hij de verhouding tussen geloof en wetenschap ziet; het tweede deel is een psychologische zelfduiding van zijn ideeën over (naasten)liefde. Browne was een grensganger die klassieke christelijke en filosofische ideeën combineert met een doorbrekend Baconiaans empirisme. Browne trekt veel stijlregisters open: van redelijk, paradoxaal, en sceptisch, tot lyrisch. Indrukwekkend en boeiend. Leesbare vertaling van een lastige tekst, mooi ingenaaid uitgegeven, met enkele illustraties, voorwoord van de vertaler en index.


  • (115) 15 januari 2012: Kierkegaard, Opbouwende toespraken (Damon, 2011)

Het achtste deel van de serie Sören Kierkegaard Werken omvat de bundeling “Achttien opbouwende toespraken” uit de periode 1843-44, en “Drie toespraken bij denkbeeldige gelegenheden” uit 1845. Het is de eerste keer dat deze “vroege” toespraken geheel in Nederlandse vertaling verschijnen. Met deze band begint een integrale uitgave van al Kierkegaards opbouwende toespraken, in een vertaling van wijlen Hans van Munster, geheel herzien door Udo Doedens, Annelies van Hees en Pieter Vos. Het zijn meditatieve toespraken, meestal naar aanleiding van een bijbeltekst, die de lezer persoonlijk willen aanspreken en stimuleren tot een houding van “mindfulness”, een zeer bewuste en (christelijk-)religieuze levenshouding. Pieter Vos schreef een uitgebreid nawoord dat veel verheldert en de lezer gevoelig maakt voor de complexe onderlinge structuur van de toespraken en de verhouding tot Kierkegaards filosofische werken. Ofschoon Kierkegaard lastig blijft is de vertaling subliem in modern Nederlands; de lezer voelt zich met het informele “je” direct aangesproken. Met uitgebreid notenapparaat en index.


  • (114) 12 januari 2012: Wim Dekker, Afwezigheid van God (Boekencentrum, 2011)

Met dit werk promoveerde de auteur in 2011 aan de Vrije Universiteit. Eerder in 2011 publiceerde hij al “Marginaal en missionair: Kleine theologie voor een krimpende kerk”, waarvan dit proefschrift de verdieping en onderbouwing is. In “Afwezigheid van God” staat het gegeven van de afwezigheid van God in de moderne West-Europese cultuur centraal, en onderzoekt de auteur de duiding van die afwezigheid door drie prominente theologen. De Duitse protestantse theoloog Wolfhart Pannenberg meent dat Gods afwezigheid veroorzaakt is door het antropocentrisme van onze cultuur. De eveneens protestantse theoloog Miskotte meende dat de afwezigheid van God en het resulterende nihilisme ontstaan is door de neergang van de natuurlijke theologie. De katholieke theoloog Houtepen meent dat de afwezigheid van God het resultaat is van afbrokkelende traditionele godsbeelden. De auteur vergelijkt de antwoorden van drie theologen met elkaar en laat vervolgens zien hoe de kerk van vandaag met hun suggesties uit de voeten kan. Diepgravende, maar helder geschreven studie. Inclusief samenvattingen en namenindex.


  • (113) 2 januari 2012: René Fransen & Reinier Sonneveld (red.), Het boek van de natuur (Buijten & Schipperheijn, 2011)

Als eerste valt op aan dit interessante en mooi vormgegeven boek dat het verlucht is met veel foto’s. Het nodigt meteen uit om door te bladeren, erin te grasduinen, maar de teksten willen ook tot reflectie aanzetten. De redacteurs schrijven in het voorwoord dat het boek niets wil bewijzen en geen wetenschappelijke pretenties heeft: “Het is allereerst een spiritueel boek. De auteurs delen hun ervaringen. Via hoofd, hart en handen. Daarom staan er redeneringen in, maar ook poëzie, mijmeringen, foto’s, gespreksmodules en zelfs fietsroutes”. Centraal staat natuur en natuurbeleving, vooral vanuit een (enigszins behoudend) bijbels-christelijk geloofsperspectief. Maar niet alleen de schoonheid van de natuur wordt bezongen, er zijn ook sterke bijdragen die indringend het kwaad en lijden in de natuur bespreken, om de vraag te stellen hoe de ambivalentie van de natuur zich verhoudt tot de goede God als Schepper. De evolutietheorie wordt angstvallig omzeild. De auteurs van de verschillende hoofdstukken komen uit de meer behoudende-evangelicale kant van de protestantse kerk.


  • (112) 27 december 2011: Gilles Deleuze, Verschil en herhaling (Boom, 2011)

“Différence et Répétition” (1968) behoort met “Logique du Sens” (1969) tot de vroege hoofdwerken van de Franse filosoof Gilles Deleuze (1925-1995), een filosoof die als een ‘postmoderne’ denker wordt gekarakteriseerd, ofschoon hijzelf van deze karakterisering niets moest hebben. “Différence et Répétition” is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald en verschijnt in de reeks Grote Klassieken van uitgeverij Boom. Deleuzes proefschrift is een vrijwel ondoorgrondelijk werk dat door geen enkele samenvatting recht kan worden gedaan, een ‘transcendentaal-empiristische’ kritiek op de gehele filosofische traditie vanaf Plato, een poging het identiteitsbeginsel af te breken door een nieuwe opvatting over subject en tijd op te bouwen. De centrale vraag is hoe herhaling en verschil zich tot elkaar verhouden. Het boek werd daarmee het manifest van het ‘differentiedenken’. Verzorgd uitgegeven, ingebonden en met leeslint, maar helaas zonder index. Slordig bij zo’n dure uitgave dat na het drukken de inhoudsopgave niet bleek te kloppen en een losbladig erratum werd bijgevoegd.


  • (111) 23 november 2011: Martine van Veelen, Geloof in de wetenschap (Buijten & Schipperheijn, 2011)

De auteur, programmacoördinator bij de organisatie ForumC, onderzocht de visie van Nederlandse hoogleraren op de rol van levensbeschouwing en religie in de wetenschap. Naast een vragenlijst, werden er ook een aantal diepte-interviews gehouden. Dit boekje is een uitwerking van een aantal van die interviews met bekende, atheïstische en gelovige, wetenschappers waaronder Carlo Beenakker, Cees Dekker, Vincent Icke, Wubbo Ockels, Herman Philipse en Dick Swaab. De interviews zijn persoonlijk, eerlijk, en eruit blijkt dat deze wetenschappers goed over hun positie hebben nagedacht, maar dat allen uiteindelijk geloof en wetenschap als gescheiden werelden zien. Robbert Dijkgraaf schreef het voorwoord. Achterin het boek is integraal het eindrapport van het ForumC-onderzoek opgenomen. Aantrekkelijk uitgegeven boek, in kleur, laagdrempelig en geschikt voor een breed publiek, met tussen de hoofdstukken prikkelende anonieme stellingen. Ook zeer goed verteerbaar en wellicht zelfs een inspiratiebron voor zinzoekende jongere lezers (onder de 18 jaar) met belangstelling voor geloof en wetenschap.


  • (110) 22 november 2011: Matthias Beier, Religie zonder angst en geweld (Skandalon, 2011)

Terwijl de katholieke theoloog Eugen Drewermann in eigen land wereldberoemd is, is zijn werk in Nederland minder bekend. Drewermann heeft ruim 80 boeken op zijn naam staan wat een toegang vinden tot zijn werk een lastige klus maakt. De psycholoog Beier is erin geslaagd om Drewermanns duizenden pagina’s te condenseren tot een behapbare maar niet gemakkelijke inleiding. Drewermanns wil het beknottende, angstaanjagende en gewelddadige godsbeeld dat al eeuwenlang wordt gepredikt, verruilen voor een beeld van een bevrijdende God die de mens als persoon accepteert en liefheeft. De hoofdstukken behandelen o.a. Drewermanns psychologische methode van theologisch puinruimen, de rol van symbolen en beelden, de rol van Jezus, de moderne natuurwetenschappen (waarvan hij de naturalistische consequenties onvoorwaardelijk accepteert), en Drewermanns constructie van een bevrijdend godsbeeld en de consequenties daarvan voor de kerk en de interreligieuze dialoog. Moeilijk, maar interessant, actueel, en goed geschreven en vertaald. Jammer van de vele typefouten. Inclusief uitgebreide bibliografie.


  • (109) 22 november 2011: Tom Uytterhoeven, Evolutie, cultuur en betekenis (Garant, 2011)

De auteur, gestudeerd aan de KU Leuven en nu godsdienstleraar in Mechelen, focuste zich tijdens zijn studie theologie op de impact van evolutietheoretische inzichten op de wijze waarop we naar onze cultuur kijken. De auteur beschrijft hoe Darwins evolutietheorie aanzette tot het denken over cultuur in termen van ‘memen’. Ofschoon de auteur de mementheorie accepteert, verwerpt hij een deterministische interpretatie ervan en doet hij een voorstel voor een interactieve of dialogische visie van cultuur en natuur. Via Ricoeurs concept van narratieve identiteit – het persoonlijke en culturele verhaal dat de menselijke persoon vormt – raakt hij ook aan religieuze verhalen, zoals van het christelijk geloof. In het slothoofdstuk ontwerpt de auteur aan de hand van ideeën van de lutheraanse theoloog Philip Hefner een theologische duiding van de symbiose van biologie en cultuur. Een boek dat de balans zoekt tussen biologie, filosofie en theologie. Een moeilijk boek om te kauwen en te herkauwen, maar met veel concrete voorbeelden ook boeiend vanwege de prikkelende en doordachte visie.


  • (108) 7 november 2011: Marianne Moyaert, Leven in Babelse tijden (Pelckmans/Klement, 2011)

Moyaert is een theologe die in 2007 promoveerde op een studie over de interreligieuze dialoog. Dit boekje is een lezenswaardige inleiding tot die problematiek. In behapbare hoofdstukken wordt de veranderende katholieke positie t.a.v. andere religies beschreven, en worden de hoofdstromingen van exclusivisme (geen heil buiten de kerk), inclusivisme (alle religies aanbidden impliciet de God van Jezus Christus) en pluralisme (alle religies zijn even waar) geïntroduceerd – allen niet langer houdbaar, omdat ze geen recht doen aan de integriteit en verscheidenheid van de religieuze gelovigen. Ook het steeds populairder worden particularisme (benadrukt de particulariteit van verschillende geloofstradities) is aantrekkelijk maar eveneens inadequaat. Moyaert ontwerpt een theologie van ‘interreligieuze gastvrijheid’, van diversiteit met een noodzaak tot dialoog gebaseerd op hermeneutische openheid en een waardering voor iedere religie. Goed geschreven, een beargumenteerde positie, vanuit een gelovig commitment, voor een breed publiek dat worstelt met de vreemdheid van andere religies.


  • (107) 1 november 2011: Harry Kuitert, Alles behalve kennis (Ten Have, 2011)

Als dit boek Kuiterts laatste werk blijkt (zoals hij in interviews suggereert), dan heeft hij een waardige nalatenschap geschreven. In dit boek overziet Kuitert de theologiegeschiedenis, beschrijft hoe theologie in de middeleeuwen ‘godgeleerdheid’ werd, de leverancier van kennis over God, met name in de gereformeerde scholastiek. In de Verlichting, toen het ‘vrijmoedige subject’ opkwam, ging deze visie teloor. Tweederde van het boek gaat vervolgens gedetailleerd in op de visie van Karl Barth, de laatste voorvechter van theologie als kennisleer. Na Barth is het gedaan met de theologie. Theologie moet niet langer pretenderen kennis te leveren. In het laatste deel houdt de auteur een warm pleidooi voor theologie als hermeneutiek, uitlegging van de gelovige kijk op God. Dit boek is veel genuanceerder en aanmerkelijk theologischer dan veel van Kuiterts laatste boeken. Een verrassend inhoudelijk boek, gestructureerd, met een constructief-positieve visie, toegankelijk geschreven en boeiend. De auteur veronderstelt wel wat voorkennis van theologie. Heel geschikt voor gespreksgroepen.


  • (106) 18 oktober 2011: G. Heitink, Golfslag van de tijd (Kok, 2011)

Gerben Heitink, emeritus hoogleraar Praktische Theologie aan de VU, heeft een sterk boek geschreven, de neerslag van een persoonlijke zoektocht naar de religieuze bronnen van de West-Europese cultuur, en het effect dat die bronnen hebben gehad op de bewustwording van het menselijke zelf, de ontwikkeling van de sociale en religieuze beeldvorming, en de veranderende geloofsomstandigheden. De auteur beschrijft allerlei aspecten van de ‘golfslagen’ van de geschiedenis: kerstening, hervorming, verlichting, revolutie en ontplooiing, waarvan hij als onderstroom een voortdurend en blijvend verlangen naar God onderkent. De slotconclusie is dat een theïstische visie ook vandaag nog goede papieren heeft. De grote meerwaarde van dit boek zit in de manier waarop de auteur op boeiende en concrete wijze de filosofie van Charles Taylor in zijn historische beschrijving en de systematische verwerking daarvan betrekt. Een van de betere theologieboeken van de afgelopen tijd. Gedegen studie, heldere schrijfstijl en structuur, erg prettig leesbaar. Geschikt voor studiegroepen, met eindnoten en register.


  • (105) 10 oktober 2011: Rudi te Velde (red.), Pascal als religieus denker (Klement, 2011)

De wetenschapper Blaise Pascal (1623-1662) blijft mede vanwege zijn “Pensées” lezers boeien, maar blijft vanwege het fragmentarische karakter ervan toch ook moeilijk. Deze bundel toegankelijk geschreven artikelen, n.a.v. een symposium dat aan de Universiteit van Amsterdam is gehouden, wil een inleiding geven tot Pascal als een religieus denker. Schrijver Willem Jan Otten geeft een boeiende en persoonlijke lezing van Pascal. Theoloog Arjan Plaisier schrijft over Pascals mensbeschouwing dat, net als de mens zelf, moeilijk op één noemer te brengen is. Filosoof Ad Peperzak probeert een duiding te geven van Pascals beroemde “Mémorial”, waarin Pascal zijn bekeringservaring beschrijft. Filosoof Bert Blans gaat in op Pascals idee van drie “orden”, oftewel de “boedelscheiding” tussen macht, wetenschap en geloof. Samensteller en filosoof Rudi te Velde ten slotte gaat in op Pascals schijnbare tegenstelling tussen de God van het christelijk geloof en de God van de filosofen, aan de hand van Vergote en Ludwig Heyde. Afwisselende, interessante inleiding tot Pascals ideeën voor een breed publiek.


  • (104) 21 september 2011: S. Kierkegaard, God zoeken, liefde en dood (Buijten & Schipperheijn, 2011)

Opnieuw verschijnt een zeer prettig door Lineke Buijs en Andries Visser vertaalde bundeling van toespraken van de filosoof en essayist Sören Kierkegaard (1813-1855). Het gaat om drie toespraken uit 1845 bij fictieve gelegenheden, zoals naar aanleiding van een biecht, een huwelijk, en bij een begrafenis. Ofschoon fictief, zijn de toespraken niet minder aansprekend. De lezer wordt direct en met milde ironie aangesproken over serieuze zaken. Bij de biecht gaat het om de confrontatie met persoonlijke zonde en schuld voor Gods aangezicht. Bij het huwelijk gaat het om de liefde die alles overwint wanneer het besluit om te trouwen in ernst – een sleutelwoord – genomen is. De mooiste toespraak uit de bundel, bij het graf, draait om de oefening in “mindfulness”: wanneer de eigen dood werkelijk, in ernst, onder ogen wordt gezien, zal de lezer tot de ontdekking komen dat iedere seconde van het leven benut en geleefd moet worden. Geen gemakkelijke lectuur, maar zeer goed vertaald, met nawoord en verhelderende noten. Een aanwinst voor de groeiende stapel Nederlandse Kierkegaardvertalingen.


  • (103) 19 september 2011: Peter Venmans, Het derde deel van de ziel (Atlas/Contact, 2011)

Sinds Plato wordt de ziel meestal in twee delen verdeeld: geest en lichaam, ratio en behoefte, verstand en passie. Maar Plato onderscheidde nog een derde deel, een eigenschap die met het moeilijk te vertalen Griekse begrip “thymos” wordt aangeduid, het felle, trotse, temperamentvolle deel van de ziel, datgene dat mensen aanspoort om te winnen, ambitie geeft, moed, eergevoel, begeestering, maar ook de woede, verbetenheid, en heilige verontwaardiging om onrecht. “Thymos” is dus ambivalent, het doet mensen het hoogste najagen, maar kan ook tot de grofste gewelddaden aanleiding geven. Thymos drijft de mens, maar moet ook worden beteugeld. Ofschoon de filosofie sinds Plato de “thymos” heeft doodgezwegen, stelt Venmans in deze bundeling zeer goed geschreven filosofische essays dat deze nooit echt is weggeweest. De essays gaan over Homerus, Plato, het middeleeuwse ridderideaal, Hobbes, Hegel, Nietzsche, en in het laatste hoofdstuk de plaats van “thymos” in onze liberale samenleving. Heldere essays, mijmerend niet zozeer argumenterend, verrassend toegankelijke filosofie.


  • (102) 25 augustus 2011: Leen den Besten, Illusie of verlichting? (Skandalon, 2011)

Dit is wellicht het beste boek dat theoloog en schrijver Den Besten tot nu toe geschreven heeft, en bovendien een van de beste boeken over de wortels van het nieuwe atheïsme. Het is een boek over religiekritiek (toegespitst op het christendom). De auteur stelt zich daarin niet op als apologeet voor het geloof, maar neemt deze kritiek serieus, stelt haar in een historisch-filosofisch en theologisch perspectief, en maakt duidelijk waarom de nieuwe atheïsten niet het laatste woord hebben. Den Besten beschrijft hoe doorheen de geschiedenis over religiekritiek en religie als illusie is gedacht, hij bespreekt de herleving van religie, de waarde van religie, de relatie tussen religie en kunst, de relatie tussen geloof, rede en wetenschap, religieuze ervaring, en komt uit bij religie als waardevolle duiding van menselijke ervaringen van verwondering en verbijstering die uiteindelijk aan de rede ontglipt. Een papieren baksteen van eruditie en belezenheid, een boek dat gelezen en herlezen wil worden, met als enige smetje de toch wel grote hoeveelheid typefouten en het ontbreken van een index.


  • (101) 18 juli 2011: S. Kierkegaard, Oefening in christendom (Damon, 2011)

In het nawoord schrijft Pieter Vos dat dit boek “een weerbarstig en ergerniswekkend geschrift [is], dat ook nu nog als een angel in de huid blijft steken van ieder die zich op een of andere manier wil inlaten met het christendom” (298-99). Het boek is ergerniswekkend, omdat Kierkegaard hierin een bijzonder hoogstaand (praktisch onbereikbaar) ideaal beschrijft van het christelijk geloof als een levenshouding die een staat van vernedering is, zoals ook Christus de waarheid gestalte gaf in een leven in vernedering; maar ergernis t.a.v. Christus is ook één van de centrale noties in dit boek. Het ideaal van christelijk existentie, dat ook Kierkegaard zelf niet in staat was te belichamen (vandaar dat hij dit boek in 1850 onder het pseudoniem van Anti-Climacus liet verschijnen), spiegelt hij aan de “christenheid”: het burgerlijke christendom van zijn tijd. Een rijk, gelaagd boek, één van de meer toegankelijke werken van Kierkegaard, ofschoon nog altijd moeilijke lectuur. Herziene uitgave van de in 1981 bij Bijleveld verschenen vertaling van Pieter van Reenen. Met nawoord, noten en index.


  • (100) 11 juli 2011: Alain de Botton, Religie voor atheïsten (Atlas/Contact, 2011)

Alain de Botton wordt door velen gezien als een nieuwe generatie filosofen die in staat is om filosofie toegankelijk te maken voor een jong, krantenlezend publiek. Er zijn echter ook, die menen dat De Botton filosofie teveel verkleutert. Ook dit boek zal door sommigen als oppervlakkige bedlectuur worden beschouwd. De Botton gaat in tegen het heersende religievijandige atheïsme en pleit ervoor dat kernwaarden en morele ideeën uit religies (vooral het christendom) serieus worden genomen, met name als het gaat om het opbouwen en versterken van een seculiere gemeenschap, terwijl ieder beroep op het bovennatuurlijke wordt verworpen. Het lijkt erop dat De Botton secularisme sterker wil spiegelen aan religie, inclusief een sterke nadruk op de rol van moraliteit in onderwijs, kunst, architectuur en het oprichten van seculiere instituten. Hij is kritisch op liberalisme en kapitalisme, en deinst er niet voor terug ook (naamloze) collega-atheïsten aan te vallen op een gebrek aan morele visie. Goed leesbaar, verlucht met vele z/w-foto’s (die bijna de helft van het boek beslaan). Met index.


  • (99) 27 juni 2011: Karl Barth, Religie is ongeloof (Boom, 2011)

Dit is de vertaling (voor het eerst in het Nederlands) van de zogenaamde ‘religieparagraaf’ uit de “Kirchliche Dogmatik”, I, 2, §17 van de Zwiterse theoloog Karl Barth (1886-1968). De vertaling, voorzien van voetnoten en een uitgebreid (maar helaas niet al te veel verhelderende) nawoord, is van de hand van Eginhard Meijering, die al eerder het boek “Karl Barth: Theoloog in de wereld” schreef. Barth ziet alle religies als uitingen van een fundamentele menselijke religiositeit, en daarmee als een poging om eigenmachtig het transcendente te willen ontdekken en onder controle te willen brengen, wat altijd mislukt omdat alle godsbeelden slechts zelfprojectie zijn en het naleven van religieuze regels slechts werkgerechtigheid. Alleen God zelf kan door openbaring uit genade van buitenaf de ware religie bewerkstelligen, wat volgens Barth in Jezus Christus is gebeurd. Ironisch genoeg richt Barth zijn religiekritiek vooral op het christelijk geloof, en is daarbij niet mals. De vertaling is leesbaar, maar het boek zelf blijft moeilijke lectuur. Mooi ingebonden, met leeslint, zonder index.


  • (98) 29 mei 2011: Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen (Boom, 2011)

De titel van deze papieren baksteen, essayistisch geschreven hoofdstukken zonder duidelijke opbouw of argumentatie, verwijst naar Sloterdijks vaststelling dat de mens zich voortdurend aangesproken voelt om boven zichzelf uit te stijgen, de verticaliteit te zoeken, en zodoende zich te bekwamen in ‘antropotechnieken’, menselijke cultuur- en gedragsuitingen die, net als bij sport, bestaan uit voortdurende oefening en herhaling. De mens is een ‘homo repetitivus’. O.a. aspecten van religie en ethiek worden vanuit een dergelijk oefenmodel geanalyseerd. Bij verschijnen van deze vertaling, kreeg Sloterdijk een eredoctoraat van de Radboud Universiteit Nijmegen. Toch zal dit werk sommigen doen concluderen dat de veelheid van woorden het gebrek aan theorie poogt te maskeren. Het bevat interessante en originele inzichten, vaak ontleend aan andere filosofen als Nietzsche of antieke filosofen als Heraclitus. Maar de omslag verraadt dat zelfs de uitgever er niet in geslaagd is om een adequate samenvatting voor dit wijdlopige, tijdrovende en labyrintische boek te schrijven.


  • (97) 17 mei 2011: Ger Vertogen, Weten het niet-weten (Damon, 2010)

De auteur is emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en eerder met de theoloog Chatelion Counet een boek over geloof en wetenschap. In dit boek schetst de auteur een geschiedenis van de natuurwetenschappen: klassieke mechanica, warmteleer, electrodynamica, relativiteitstheorie, tot en met de kwantummechanica die de mechanicistische droom van een deterministische en reductionistische Theorie van Alles ondermijnde, en het niet-weten van de wetenschap openbaarde. Toch blijven veel fysici volgens de auteur vasthouden aan de klassiek-fysische droom, ze verafschuwen niet-weten, proberen wetenschap om te buigen volgens hun levensbeschouwing. Hier worden metafysica en wetenschap onzuiver vermengd. Vertogen daarentegen pleit voor “een zuivering van de vensters op de werkelijkheid”, dus een onderscheid tussen metafysica en wetenschap, en een rehabilitatie van niet-weten in wetenschap en levensbeschouwing. Wetenschap wordt voor de volhardende lezer helder en bondig uitgelegd, maar het is een lange weg tot de zeer interessante laatste twee hoofdstukken.


  • (96) 29 april 2011: David Hume, De natuurlijke geschiedenis van de religie (Klement/Pelckmans, 2011)

De Schotse filosoof David Hume (1711-1776) staat te boek als scepticus en atheïst. Het eerste klopt, het tweede ten dele. Deze herziene, goed leesbare vertaling (eerder in 1999 in de Agora-reeks verschenen) van Hume’s “De natuurlijke geschiedenis van de religie” uit 1757, biedt een inleiding in Hume’s denken over religie. Hume verklaart religie op naturalistische grondslag: het monotheïsme is voortgekomen uit polytheïsme, dat weer is voortgekomen uit de invloed van de passies en uit angst voor de onzekerheden van het leven. Zowel polytheïsme als monotheïsme (met name het christelijk geloof) zijn volgens Hume vormen van bijgeloof en geven vaak aanleiding tot immoreel gedrag (monotheïsme méér dan polytheïsme). Uiteindelijk pleit Hume voor een deïsme, een quasi-esthetische beschouwing op basis van het goddelijk ontwerp van de wereld. De uitgebreide inleiding van de vertalers is enigszins rommelig van opzet, maar geeft een aantal centrale lijnen van Hume’s betoog weer. Jammer is dat het boekje op zeer goedkoop, snel bruinend papier is gedrukt, en zeer strak is ingebonden. Zonder index.


  • (95) 21 april 2011: J. Knol / Spinoza, Korte verhandeling over God, de mens en zijn geluk (Wereldbibliotheek, 2011)

De wijsgeer Benedictus de Spinoza (1632-1677) is vooral bekend door zijn “Ethica” (1677). De “Korte verhandeling” is een van zijn vroegste geschriften, geschreven omstreeks 1660, in het Latijn dat later door zijn vrienden in het Nederlands vertaald werd. Het wordt algemeen beschouwd als een voorloper van de “Ethica”, aangezien het al de meeste elementen van zijn Spinoza’s systeem bevat. De predikant Jan Knol, die al eerder boeken over Spinoza’s denken schreef, levert hier een moderne Nederlandse “hertaling” van de “Korte verhandeling” met toegevoegde verhelderende opmerkingen van Knol zelf. De hoofdtekst is op de rechterpagina afgedrukt, Knols opmerkingen op de linkerpagina. Het blijft een moeilijk maar boeiende filosofische inleiding in Spinoza’s denken. Een boek over Gods bestaan als samenvallend met de natuur, en de mens als modus van God, als causaal gedetermineerd natuurwezen, onderhevig aan allerlei affecten, maar ook in staat om door toenemend inzicht tot geluk te komen: de liefde tot God die ook liefde tot de natuur is. Mooi ingebonden met leeslint, helaas zonder index.


  • (94) 27 maart 2011: Denkers en religie (Veen, 2011)

In 1985 begon het losbladige Kritisch Denkerslexicon, dat een overzicht moest bieden van het gedachtegoed van de 225 grootste denkers van de twintigste eeuw. Dit boek bevat 39 artikelen uit dat lexicon. Het gaat om filosofen, theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen, sociologen, cultureel antropologen, en juristen die iets over godsdienst te melden hadden of er persoonlijk iets mee hadden. Men treft grote namen als James, Nietzsche, Barth, Tillich, Rahner, Levinas, maar ook (bij het grotere publiek) onbekendere denkers als Vladimir Solovjov, Loisy, Suzuki, en Berdjajev. De toegankelijk geschreven bijdragen zijn voor het merendeel afkomstig van vooraanstaande deskundigen. De opbouw is chronologisch, waarbij het geboortejaar van de beschreven denker tot uitgangspunt is genomen. De opbouw van ieder artikel: eerst een biografische schets, dan een overzicht van het (hoofd)werk van de denker, en vervolgens een korte evaluatie. Ofschoon gefocust op het verleden toch een indrukwekkend panorama, een informatief encyclopedisch handboek dat tot verdieping inspireert. Zonder index.


  • (93) 15 maart 2011: J. Hoek (red.), Verantwoorde hoop: apologetische thema’s (Groen, 2011)

“Apologetiek” heeft geen goede naam. De term duidt op de verantwoording van het geloof en de verdediging van het geloof tegen andersdenkenden. Het heeft echter vaak de connotatie van bekeringsdrang. Ook deze bundel is daar niet helemaal vies van. Een aantal (rechtzinnige) theologen bespreekt een aantal thema’s die voor gelovigen behulpzaam moeten zijn om hun geloof in de bijbelse boodschap te verantwoorden. Zo worden besproken: de bijbelse fundering van apologetiek, de vraag naar bewijzen voor Gods bestaan, God en het lijden, de opstanding van Christus, wondergeloof, andere religies en geloof als psychisch juk. Het draait om het verdedigen van de waarheid van het christelijk geloof, soms bij de klippen van de redelijkheid op. De artikelen zijn interessant en toegankelijk geschreven, maar de auteurs verdrinken vaak in de complexiteit van de materie, zodat de artikelen voor veel gelovigen vooral verwarring zullen stichten. Het christelijk exclusivisme t.a.v. andere religies is stuitend, maar de auteur lijkt er uiteindelijk zelf ook niet in te geloven. Eindnoten, zonder index.


  • (92) 7 maart 2011: S. Kierkegaard, Ironie (Boom, 2011)

Toen de filosoof Sören Kierkegaard in 1841 promoveerde op een proefschrift over het begrip ironie was er heel wat om te doen. Niet alle professoren waren overtuigd van de kwaliteit van het proefschrift (dat bovendien niet in het Latijn maar in het Deens was gesteld). Na interventie van de koning mocht Kierkegaard promoveren. Het proefschrift bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over Socrates en ironie. Het tweede, veel kortere deel, gaat met name over de visie op ironie als wereldvlucht door filosofen als Schelling, Hegel, Fichte, Tieck en Solger, en geeft Kierkegaards eigen benadering van ironie als authentieke levensstijl. Dit boekje, deel van de serie “Kleine Klassieken”, is een vertaling van dat tweede deel. Erg moeilijk, omdat Kierkegaard nergens onomwonden zegt wat hij onder “ironie” verstaat, en vanwege veronderstelde kennis van het idealistische en Hegeliaanse denken en Kierkegaards eigen strijd daarmee. Ook zegt De tekst is erg formeel vertaald, soms met onnodig moeilijke woorden als “subaltern” en “retireren”. Met voetnoten en een Nederlandse bibliografie achterin.


  • (91) 28 februari 2011: Rene ten Bos, Stilte, geste, stem (Boom, 2011)

De auteur is als hoogleraar filosofie verbonden aan de faculteit der Managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van hem verscheen eerder “Het geniale dier”. De auteur stelt dat dit boek ingaat op een aantal losse draden van het voorgaande boek, maar het is goed zelfstandig te lezen (maar amper samen te vatten) als een verzameling filosofische bespiegelingen over de betekenisdimensies van niet-talige communicatie. Stilte, geste en stem zijn aan taal gelieerd, ze doordringen de taal, maar zijn ook ambivalent en kunnen de mens op het verkeerde been zetten en dwingen tot experimenteren. Het boek raakt ook aan moraliteit en ethiek (hoewel dat niet wordt uitgewerkt). Ten Bos heeft een vlotte stijl, met vrij korte zinnen en veel concrete voorbeelden. Toch blijft het een moeilijk boek, mede door het gebruik van fenomenologische denkers als Agamben, Blanchot, Derrida, Deleuze en Heidegger. Het boek bevat rake observaties (bijvoorbeeld over scheren, en over politici als marionetten) en zinnen om over te mediteren, en is een feest voor de verbeelding van doorzetters.


  • (90) 3 februari 2011: S. Kierkegaard, Onverdeeld één ding te willen (Buijten & Schipperheijn, 2010)

Kierkegaard lijkt actueler dan ooit. Uitgeverij Damon begon enkele jaren geleden met de wetenschappelijk verantwoorde serie “Kierkegaard Werken”, bij de protestantse uitgeverij Buijten & Schipperheijn verschijnen nu een aantal van Kierkegaards toespraken in de serie “Motief”. In deze toespraak, zeer leesbaar vertaald, spreekt Kierkegaard de lezer aan op de individuele persoonlijke verantwoordelijkheid om in het licht van de eeuwigheid keuzes te maken: wil je jezelf door het wereldse laten versnipperen, of richt je je aandacht volledig op het goede, onverdeeld, waarachtig, in de wens je met God te laten verbinden? Kierkegaard bespreekt goede en valse motieven en uitvluchten. Aanleiding voor dit onderzoek (dat voor de lezer tot zelf-onderzoek wordt) is een biecht, waarbij de enkeling op het eigen falen en individuele verantwoordelijkheid wordt gewezen: ieder is als enkeling alleen voor God. Het boek is essayistisch geschreven, breed uitwaaierend, een boeiende doch moeilijke psychologische studie naar drijfveren van religieus geloof, idealen, en de menselijke feilbaarheid.


  • (89) 19 januari 2011: Wim Lintsen, God & Natuur (God-Natuur, 2010)

De schrijver, ingenieur en filosoof, geeft cursussen aan het HOVO over de relatie tussen wetenschap en religie. Dit boek, uitgegeven in eigen beheer, biedt een inleiding tot dat discussieveld. De auteur zoekt naar een toegang vanuit de natuurwetenschap naar religie. De centrale vraag daarbij is of natuurwetenschap zelf inspiratiebron kan zijn voor religie of zingeving, waarbij een functioneel onderscheid tussen religie (normen en waarden) en wetenschap (feiten) in acht wordt genomen. De auteur zoekt dus niet naar een integratie, maar naar een innerlijke dialoog, een partnerschap van God en Natuur. Aan de orde komen methodische aspecten en het veranderende beeld van de Natuur; in de tweede helft gaat het vooral om de vraag hoe wetenschappers zelf een innerlijke dialoog hebben gevoerd, door de ideeën omtrent religie van elf beroemde wetenschappers (bijv. Kant, Einstein, Francis Collins, Paul Davies) te bespreken. De auteur zelf neigt naar Spinozisme. Gedegen, goed geschreven en interessant, tamelijk uniek op de Nederlandse markt, en zeer geschikt voor cursussen en leesgroepen.


  • (88) 16 januari 2011: Karen Armstrong, Compassie (Bezige Bij, 2010)

Religiehistorica Karen Armstrong is bekend door haar lijvige studies over de grote godsdiensten. In 2008 won zij een grote prijs van de particuliere non-profitorganisatie TED. De winnaar mocht een wens doen voor een betere wereld. Haar wens was om een Charter of Compassion op te stellen: een handvest onderschreven door vooraanstaande denkers uit diverse religies met compassie als middelpunt van het religieuze en morele leven. In dit relatief korte boek presenteert Armstrong een persoonlijk 12-stappenplan, een empathische visie die meer op inlevingsvermogen dan op logica is gebaseerd, en waarmee de lezer het begrip compassie verder uitdiept en in praktijk brengt. Het is een zelfhulpboek, vol anekdotes uit verschillende religies, maar vooral gestoeld op het boeddhisme, beginnend in de privé-sfeer met meditatieoefeningen, en uitdijend naar een visie waarbij de lezer zich actief moet inspannen voor het welzijn van de (armere) medemens. Voor liefhebbers van Armstrongs overige oeuvre een erg afwijkend en idealistisch boek, jammerlijk formeel vertaald. Met noten en index.


  • (87) 28 december 2010: A.H. van Veluw, Waar komt het kwaad vandaan? (Boekencentrum, 2010)

De schrijver is godsdienstfilosoof en predikant van een zeer behoudende hervormde gemeente binnen de PKN. In dit doorwrochte en moeilijke, alleen voor theologisch geïnteresseerden interessante boek, buigt hij zich over het probleem van met name het natuurlijke kwaad in de wereld. Moreel kwaad is wat mensen doen, natuurlijk kwaad zijn bijvoorbeeld natuurrampen en epidemieën. Er wordt gezocht naar een verklaring die in lijn is met een historische en letterlijke opvatting van de Bijbel. Uiteindelijk blijken moreel en natuurlijk kwaad in elkaars verlengde te liggen; beide worden besproken. Het boek is controversieel vanwege het flirten met creationisme en intelligent design, maar vooral omdat nogal wat verklaard wordt met behulp van (het feitelijk bestaan van) de duivel en de (historische) val van engelen om moreel en natuurlijk kwaad ook vóór de schepping van de mens te verklaren. De voornaamste zwakte zit in de voortdurende argumentatie dat wanneer iets natuurwetenschappelijk niet wordt uitgesloten impliceert dat het redelijk is om dat ook als feit aan te nemen.


  • (86) 7 december 2010: Arjan Markus, Adieu God: Over het afscheid van de persoonlijke God (Boekencentrum, 2010)

De gemeentepredikant Arjan Markus is tevens een gepromoveerde godsdienstfilosoof, en dat is in dit leuke boekje goed te merken. In dit boek, dat uitermate geschikt is voor gesprekskringen, stelt Markus zich op als een zoekende gelovige, die de problemen met het christelijk geloof in de huidige, verwetenschappelijkte cultuur niet uit de weg gaat. Het eerste hoofdstuk introduceert de problematiek, hoofdstukken 2 en 3 gaan in op de (grenzen van) het wetenschappelijke wereldbeeld en de vraag naar de mogelijkheid van Gods handelen; 4 en 5 gaan in op de kwestie van de (schijnbare) spanning tussen een handelende God en de menselijke zelfstandigheid; 6 en 7 gaan in op de prangende problematiek van het kwaad, en 8 en 9 gaan in op de kenbaarheid van God. Markus geeft geen pasklare antwoorden, maar denkmogelijkheden, die het geloof in een persoonlijke God bevestigen, met een open oog voor de spanningen die er blijven. Zeer toegankelijk geschreven, serieus maar luchtig, met heldere voorbeelden en een verhelderende, analytische denkstijl. Een klein boekje, maar met een verrassend rijke inhoud.


  • (85) 22 november 2010: Martin Luther, Kiezen is dienen (Kok, 2010)

Voor de beroemde reformator Martin Luther (1483-1546) was de vraag naar de menselijke vrije wil vooral een theologische. In zijn boek “De servo arbitrio”, uit 1524, reageert Luther tegen “Diatribe seu collatio de libero arbitrio” van de beroemde humanist Erasmus van Rotterdam (1466/9-1536). Tegenover Erasmus verdedigt Luther een theologisch determinisme: de mens heeft geen vrije wil, en ten opzichte van God is er geen contingentie in de werkelijkheid. “Kiezen is dienen” is de eerste Nederlandse vertaling van Luthers beroemde werk. De vertaling wordt voorafgegaan door een behoorlijk pittig voorwoord waarin de inhoud, context en nawerking van het boek worden besproken. De vertaling is voorzien van voetnoten, ruim tachtig pagina’s kleingedrukte verklarende toelichting op de tekst, en een verantwoording van de vertaler. Het boek is lastig leesbaar voor wie Erasmus’ boek niet kent. De uitgave kent een aantal schoonheidsfoutjes, zoals typfouten en kopjes onderaan pagina’s. Onvergeeflijk is het ontbreken van een index, zodat het boek nauwelijks als naslagwerk bruikbaar is.


  • (84) 8 november 2010: P. Niemeijer, Wie heeft dit alles geschapen? (Woord en Wereld, 2010)

Dit deeltje in de serie ‘Woord & Wereld’ wil de verontruste gereformeerde gelovige bemoedigen en sterken in het geloof dat God de wereld in zes dagen geschapen heeft, ruwweg zes- tot tienduizend jaar geleden. Immers een dergelijk geloof in de letterlijke waarheid van de onfeilbaar geachte Schrift is vandaag de dag nogal aangevochten door allerlei natuurwetenschappelijke inzichten. In dit boekje gaat de schrijver, predikant van de Gereformeerde Kerk in Den Helder, aan de hand van een bespreking van het bijbelse scheppingsverhaal in op een aantal thema’s, waarbij de controverse omtrent de evolutietheorie de meest prangende is. Niet alleen wordt de evolutietheorie verworpen, hetzelfde lot treft de oerknaltheorie. De predikant grossiert in zwart-wit denken en stereotypen en laat daarbij zien geen enkel benul te hebben van de moderne natuurwetenschap of van het moderne bijbelonderzoek. Het betoog stijgt daardoor niet uit boven het niveau van de creationistische literatuur uit de jaren ’70, daarmee de indruk wekkend dat het gereformeerde denken over schepping sinds die tijd stil staat.


  • (83) 31 oktober 2010: E. Drewermann, Over moed, mededogen en menselijkheid (Meinema, 2010)

Dat Drewermann ‘de meest gelezen theoloog en psychotherapeut van Duitsland’ is (zoals de achterflaptekst beweert) is overdreven. Toch produceerde hij een indrukwekkend oeuvre van meer dan 80 boeken en meer dan 17 preek- en interviewbundels; in totaal meer dan 30.000 pagina’s. Slechts een fractie is in het Nederlands vertaald. Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag verschijnt deze bundel: een bloemlezing uit Drewermanns Nederlandstalige oeuvre, dat voor het grootste deel niet meer in druk verkrijgbaar is. De teksten zijn thematisch geordend onder de rubrieken moed, mededogen en menselijkheid. Binnen die thema’s is de opbouw chronologisch. Drewermanns teksten draaien om de existentiële en religieuze worsteling met angst en vrijheid, en zijn vaak polemisch t.a.v. de ‘dogmatische’ geïnstitutionaliseerde kerk. Hij was een pionier van de dieptepsychologische benadering van de Bijbel. De inleiding schetst Drewermanns carrière en denken. Geen eenvoudige literatuur, fragmentarisch, en verre van compleet, maar wel geschikt voor een eerste of hernieuwde kennismaking met Drewermanns werk.


  • (82) 14 oktober 2010: Marc De Kesel, Goden breken (Boom, 2010)

De auteur, filosoof te Gent en aan de theologische faculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen, levert een bundeling van een aantal (te complex om samen te vatten) essays, waarin centraal staat de gedachte dat monotheïsme (de kern van jodendom, islam en christendom) een vorm van religie is, en een vorm van reflectieve religiekritiek op het eigen geloof: “Het monotheïsme draait dan in essentie rond het besef dat zelfs religie een manier kan zijn om te ontkennen dat alleen God God is” (42). Dit idee wordt ontwikkeld door moeilijke, erg interessante bespiegelingen op: fundamentalisme, de figuur van Bin Laden, een analyse van de Mohammed Bouyeri’s brief aan Hirsi Ali, Casanova’s ongelovig geloof, Paus Benedictus XVI, en de ideeën van Erik Borgman, Derrida, Lacan en Freud. Er zitten pareltjes van originele gedachten in iedere alinea, en de centrale these wordt plausibel beargumenteerd. De schrijfstijl balanceert tussen abstract filosofisch en ronduit literair. Beloont de doorzettende lezer met inzicht in de paradoxale logica van het monotheïsme. Met eindnoten, bibliografie en index.


  • (81) 6 oktober 2010: Fernando Savater, Lof der Godloosheid (Bijleveld, 2010)

Van de Spaanse filosoof Savater zijn al heel wat boeken in het Nederlands vertaald. Hij schrijft dat een reactie op zijn eerdere boek “De vragen van het leven” was dat de vraag naar God daarin niet aan de orde kwam. Dit boek moet in die leemte voorzien. Savater is genadeloos negatief over religieus geloof (en over andere vormen van bijgeloof als tarot en New Age). Religie verdient geen respect; vermengd met politiek is het zelfs gevaarlijk. Het boek leest bij vlagen als de filosofische tegenhanger van Richard Dawkins, ofschoon het diens venijn mist. Savater geeft toe dat uiteindelijk religie voortkomt uit angst voor de dood en de hunkering naar verlossing. Die angst en dat verlangen zijn inherent aan het mens-zijn. Zo wordt de verleiding van religie uiterst begrijpelijk. Maar transcendentiebesef zonder godsgeloof is ook goed mogelijk, zo laat Savater overtuigend zien. Een associatieve schrijfstijl en af en toe zeer beknopte filosofische argumentatie maken dit boek pittig om te lezen. Maar wel beter te genieten dan de atheïstische scheten die de wind van overzee hiernaartoe blaast.


  • (80) 21 september 2010: Schmidt-Salomon, Hoe komen we bij God? Vroeg het kleine biggetje (Papieren Tijger, 2010)

Als biggetje en egel op een dag een affiche aan hun huis geplakt zien waarop staat ‘Wie God niet kent, mist iets!’ gaan ze op zoek naar God. Hun zoektocht gaat langs de drie wereldgodsdiensten (Jodendom, Christendom (katholicisme) en Islam) welke door akelige en bloeddorstige mannen verdedigd worden. Uiteindelijk vliegen de godsdienstige leiders elkaar in de haren. Biggetje en egel concluderen dat God of niet bestaat, of ten minste irrelevant is en dat wie God niet kent, hem ook niet nodig heeft. Het boek wil kinderen tot atheïsme bekeren, maar feitelijk is het een aanmoediging tot stuitende domheid, om vooral niet na te denken over de zin van het leven. De leiders van de wereldgodsdiensten worden stereotypisch neergezet, de kleurige plaatjes zijn voor de jongsten angstaanjagend. Grappig is het nergens. Eigenlijk zal dit boekje vooral gesmaakt worden door volwassenen die kunnen relativeren.


  • (79) 21 september 2010: M. van Reijen, Het Argentijnse gezicht van Spinoza (Klement, 2010)

Miriam van Reijen kan beschouwd worden als een van de Nederlandse Spinoza-kenners bij uitstek. Voor het brede publiek verscheen in 2008 van haar hand “Spinoza – De geest is gewillig, maar het vlees is sterk”. Het lijvige “Het Argentijnse gezicht van Spinoza” is de bewerkte versie van het proefschrift van Van Reijen, waarmee zij in juni 2010 onder leiding van Gido Berns en Herman de Dijn aan de Universiteit van Tilburg promoveerde. In het eerste deel behandelt ze de ideeën van Spinoza over de relatie tussen de passies en politiek. In deel twee behandelt ze het eerste Argentijnse gezicht van Spinoza, de periode tot eind 1970. In het derde deel komt een nieuwe generatie denkers aan bod die het tweede Argentijnse gezicht van Spinoza vormgeven. Dit zijn denkers die door de bevrijdingstheologie en –filosofie en door de (Franse) psychoanalyse beïnvloed zijn en de link tussen passies en politiek serieus nemen. Een buitengewoon doorwrocht en moeilijk boek, dat alleen toegankelijk en interessant is voor echte Spinoza-fanaten en liefhebbers van Latijns-Amerikaanse filosofie.


  • (78) 11 september 2010: A. Driessen & G. Nienhuis (red.), Evolutie: Wetenschappelijk model of seculier geloof (Kok, 2010).

Is de evolutietheorie wetenschap of ideologie? Die vraag was in het Darwinjaar 2009 regelmatig aan de orde. De artikelen in dit boek zijn het resultaat van voordrachten die in 2009 werden gehouden, en proberen alle een bijdrage aan die vraag te leveren. Bioloog Van Straalen betoogt dat de evolutietheorie voluit wetenschap is en dat een boedelscheiding met religie noodzakelijk is. Natuurkundige Driessen betoogt dat het materialisme in de wetenschap aan het afkalven is. Ook de fysicus Nienhuis meent dat een zuiver fysisch wereldbeeld tot absurditeiten leidt en niet langer wetenschappelijk gewaarborgd is. Kardinaal De Jong betoogt vanuit katholieke hoek de traditionele visie dat de evolutietheorie nooit de ziel en de moraal van de mens kan blootleggen. Rabbijn Marx en onderzoeker Ghaly tenslotte betogen dat vanuit het jodendom resp. de islam er geen wezenlijk probleem is met de evolutietheorie. Voor wie de discussies in het Darwinjaar gevolgd heeft, staat er weinig nieuws in deze bundel; wel werpt het artikel van Ghaly een verrassend perspectief op het recente moslimcreationisme.


  • (77) 20 juli 2010: Boele Ytsma, Authentiek (Meinema, 2010)

Van Ytsma verscheen in 2009 de spraakmakende religieuze bestseller “Van de kaart: Manifest van een gepassioneerde twijfelaar”. “Authentiek” is daarop het vervolg, en het is een beter boek geworden. Kenmerkte “Van de kaart” zich nogal door boosheid en frustratie na het verlies van een oorspronkelijk religieus geloof, in “Authentiek” is de auteur zichtbaar in rustiger vaarwater terechtgekomen. Niet langer draait het om Ytsma’s eigen geloof, maar om een zoektocht die hij samen met andere zoekers wil ondernemen. Centraal staat het zoeken naar een nieuw zingevend kader als traditionele religieuze verhalen met het postmoderne levensgevoel hebben afgedaan. Het eerste deel draait om het karakter en de psychologie van de zoeker en de valkuilen van de zoektocht. In het tweede deel gaat het om het verlangen van de zoeker naar een leven in eenvoud met de natuur, met de ander, met zichzelf en met God. Het boek is een gids, het geeft geen pasklare antwoorden. Een eerlijk boek voor zoekers, goed geschreven, dat helaas soms teveel flirt met esoterie en New Age (zoals het gebruik van chakra’s).


  • (76) 15 juli 2010: Jasper Schaaf, Godsdienstkritiek, respect en actieve tolerantie (Damon, 2010)

Jasper Schaaf is filosoof en politicus voor de Socialistische Partij. Hij promoveerde op het werk van de socialistische denker Joseph Dietzgen. In dit boek neemt Schaaf de Duitse filosoof Feuerbach (en andere socialistische denkers) tot uitgangspunt om te analyseren hoe socialisme zich verhoudt tot godsdienstkritiek, respect en actieve tolerantie. Doel is niet een analyse van de huidige politieke debatten over godsdienst en samenleving, maar om een filosofisch fundament voor een nieuwe benadering te geven, die aansluit bij de principes van de SP en die voorbij het ongeïnteresseerd atheïsme gaat. Actieve tolerantie is daarbij het doel: in gesprek gaan met en je verdiepen in de ander, ook als die een volledig ander (of zelfs tegengesteld) perspectief inneemt. Dit vergt openheid, moed en acceptatie van het risico dat je eigen perspectief wordt veranderd door het gesprek met de ander. Een abstract boek, wijdlopig, soms ongestructureerd en schetsmatig, flirtend met communistische ideeën, maar ook een verfrissend geluid in de huidige gepolariseerde discussies over bijvoorbeeld de Islam.


  • (75) 13 juli 2010: Karalic & Suurmond,Christen worden – gesprekken (Skandalon, 2010)

De (nu) Haarlemse dominee Jean-Jacques Suurmond en de atheïstische kunstenaar Sasa Karalic gingen in de periode 2007-2009 met elkaar in gesprek in de Ichthuskerk in Vlaardingen waar Suurmond toen de voorganger was. Dit boek is een weergave van die gesprekken, die gingen over christendom en atheïsme, religie, kerk en samenleving, de rol van Jezus, en over het besef van transcendentie, tegendraadsheid en openheid in religie en in kunst. Hoewel de titel het over gesprekken heeft, is toch vooral Suurmond aan het woord en stelt Karalic de vragen. Suurmond verdedigt bovendien een erg idealistische visie van het christendom en lijkt het soms bloederige verleden af en toe te bagatelliseren, en wordt daar door Karalic dan ook terecht kritisch op bevraagd. Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel is de integrale tekst van de gesprekken in het Engels, dan volgt dezelfde tekst in het Nederlands. Het derde deel is een serie zeer abstracte kunstwerken van Karalic getiteld “Traces” (“Sporen”). Onduidelijk is voor wie dit postmodern-aandoende boek bedoeld is.


  • (74) 28 juni 2010: Doornse Catechismus (Kok, 2010)

Waarom gaat het in het christelijk geloof? Een catechismus zet puntsgewijs op een rijtje wat de centrale geloofspunten zijn. Deze “Doornse catechismus” is geschreven door dertien predikanten die actief zijn in “Op Goed Gerucht”, een platform voor moderne en meer postmoderne vormen van theologie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De catechismus draait om traditionele en actuele vragen zoals: Wat is geloven? Bestaat God? Is God een projectie? Is God dezelfde als Allah? Gebeuren er nog wonderen? Is Jezus lichamelijk opgestaan? Wat is de kerk? Gaat het om mijn leven op aarde of in het hiernamaals? Op deze traditionele vragen geven de predikanten geen traditionele antwoorden. Soms wordt er helemaal geen antwoord gegeven, soms alleen een persoonlijk antwoord. Alle antwoorden geven voldoende stof tot verdere reflectie. De antwoorden bestaan uit twee delen, een theologisch antwoord en een spirituele toelichting (waarin ook vaak literatuur of poëzie een rol speelt). Een leuk boekje dat geschikt is voor persoonlijke verdieping of voor leesgroepen. Ook geschikt voor gesprek met jongeren.


  • (73) 6 juni 2010: Marcus Borg, Het hart van het christendom (Kok, 2010)

Borg is een Amerikaanse theoloog, die vooral bekend is door zijn deelname aan het Jesus Seminar, dat poogt de echte woorden van Jezus uit het Nieuwe Testament te puren. In dit boek laat Borg zich zien als een woordvoerder van de progressieve “emergent movement”, een beweging die de tegenstelling tussen conservatieve en liberale gelovigen wil overstijgen in een nieuw religieus paradigma. Dit boek (al uit 2004 maar nu pas vertaald) verwoordt de kernpunten van deze beweging door te laten zien wat de rol van geloof, de Bijbel, God en Jezus is in dit nieuwe paradigma. Borg wil voorbij de visie op geloof als aanname van proposities, naar een geloof als moderne spiritualiteit, voorbij het individualisme, met ook maatschappelijke inzet. Een pakkend boek vol moderne theologische inzichten voor “gewone” gelovigen, wel Amerikaans gekleurd (pragmatisch: geloof is wat werkt). De vertaling is redelijk, de uitgave wordt ontsierd door typefouten. Bovendien besloot de uitgever jammerlijk alle bronvermeldingen en noten uit het origineel weg te laten, evenals openingscitaten en de uitgebreide index.


  • (72) 11 mei 2010: Gert van den Brink, Er is geen God en Philipse is zijn profeet (Kok, 2010)

In dit boek analyseert de jonge orthodoxe theoloog en promovendus Gert van den Brink de atheïstische positie van Herman Philipse en komt tot de niet milde conclusie dat diens positie onredelijk is. Na een inleidend hoofdstuk wordt ingegaan op de relatie tussen Philipses “empiricisme” en zijn atheïsme, gevolgd door een kritiek daarop. Het langste hoofdstuk vier beschrijft de relatie tussen atheïsme en moraal (waarbij de schrijver betoogt dat moraal niet “evolutionistisch” maar slechts door een beroep op goddelijke openbaring verklaard kan worden). Het laatste hoofdstuk is een overbodige verdediging van het belang van het christelijk geloof voor het denken over rechtvaardigheid en gerechtigheid. Een analytisch-filosofisch boek, vol taalkundige analyses, onderscheidingen en definities. De structuur is niet altijd helder, en de auteur verliest door allerlei zijweggetjes in te slaan nogal eens de centrale lijn van zijn betoog uit het oog. Controversieel, apologetisch en af en toe buitensporig retorisch, maar toch verplicht leesvoer voor open-minded atheïsten en nadenkende gelovigen.


  • (71) 11 mei 2010: Kant, De religie binnen de grenzen van de rede (Boom, 2010)

Het baanbrekende, maar ook bijzonder moeilijke filosofische werk van de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804), “Die Religion innerhalb der Grenzen der blossen Vernunft”, verscheen oorspronkelijk in 1793. In dit boek onderwerpt Kant religie met haar voorstellingen, religieuze gemeenschappen en instituties, en haar geloofsleer en rituelen aan het theoretische systeem dat hij in zijn eerdere drie “Kritieken” heeft uiteengezet. De definitie van religie als “de erkenning van al onze plichten als goddelijke geboden”, maakt duidelijk dat er bij Kant een sterke “ontmythologisering” van religie plaatsvindt. Religie wordt nauw aan ethiek gekoppeld en allerlei voorstellingen (zoals de opstanding en goddelijkheid van Christus) worden tot louter voorstellingen gereduceerd die de mensen moeten motiveren de morele wet die in henzelf is vrijwillig te gehoorzamen. De sublieme vertaling door drie Vlaamse filosofen verscheen eerder in 2004, maar is nu lichtelijk herzien en uitgebreid met een nawoord dat tevens als heldere inleiding of leeswijzer dienst doet. Een waardig uitgegeven klassiek werk.


  • (70) 18 april 2010: T. Baudet & M. Visser (red.), Conservatieve vooruitgang (Bert Bakker, 2010)

Deze bundel bevat 20 boeiende en goed geschreven portretten van bekende en minder bekende conservatieve denkers uit de twintigste eeuw, zoals Johan Huizinga, Ludwig Wittgenstein, C.S. Lewis, en onbekendere als Irving Babbitt, Wilhelm Röpke en James Burnham. De portretten beginnen met een inleiding, een korte levensbeschrijving, vervolgens een samenvatting van het denken en uitgebreide literatuursuggesties voor verdere verdieping. Niet alle denkers zagen zichzelf als conservatief, maar allen waren kritisch ten aanzien van het Verlichtingsdenken, liberalisme en socialisme, en allen legden de nadruk op het innerlijke leven en individuele “Bildung” als basis voor een gezonde samenleving. Een heldere inleiding, en bruikbare auteursbeschrijvingen, naam- en zaakregisters maken deze bundel compleet. Een drempel is het onvertaald laten van veel Engelse citaten. Conservatisme blijkt een brede, invloedrijke en actuele stroming te zijn. Maar toch ook een beschamende parade van mannenbroeders: alle besproken denkers zijn mannen, en van de 22 auteurs van deze bundel zijn slechts 3 vrouw.


  • (69) 15 april 2010: Van den Bouwhuijsen, In de schaduw van God (Klement, 2010)

Hoewel het een blijvend onderwerp van discussie is, zijn veel historici het erover eens dat het christelijke wereldbeeld een vruchtbare bodem is geweest waarin het lootje van de huidige natuurwetenschappen goed kon gedijen. Het idee dat de wereld zelf niet goddelijk was, maar schepping, en daarom onderzocht mocht worden op sporen van de Schepper, lijkt daarbij cruciaal. Maar, zo beweert de historicus en cultureel-antropoloog Van den Bouwhuijsen, datzelfde wereldbeeld bracht ook een bepaald mensbeeld met zich mee, dat verstikkend heeft gewerkt op het ontstaan van menswetenschappen. Vooral het idee dat mensen geschapen zijn naar het beeld Gods en dus beelddrager van God zijn, zorgde ervoor dat de verscheidenheid van mensen werd ontkend ten gunste van universele kenmerken, die echter volgens Van den Bouwhuijsen ‘artefacten’ zijn. In dit lijvige, soms moeilijke en slecht gestructureerde boek, beschrijft de schrijver de (later geseculariseerde) erfenis van het christelijke mensbeeld doorheen de Westerse filosofiegeschiedenis tot en met Nietzsche. Inclusief bibliografie en naamregister.


  • (68) 3 april 2010: Paul Heeffer, Ontologie en subjectiviteit (Vantilt, 2010)

Het werk van de Duitse filosoof Heidegger (1889-1976) is beroemd, en berucht vanwege zijn schier ondoorgrondelijke karakter. Zijn hoofdwerk, “Sein und Zeit” werd enkele jaren geleden door Mark Wildschut in het Nederlands overgezet. In het Duits en Engels zijn goede inleidingen op Heideggers werk verkrijgbaar, maar niet in het Nederlands. (Een uitzondering is de goede, maar beknopte “leeswijzer” van Jacob van Sluis.) Heeffers boek draagt de ondertitel “Een inleiding in Sein und Zeit”, maar deze is enigszins misleidend. Het boek is een herwerkte versie van Heeffers dissertatie (verdedigd aan de KU Leuven) en analyseert Heideggers gebruik van de term “erzijn” (Dasein) als een vertaling en transformatie van het klassiek-filosofische subjectiviteitsbegrip. Het boek vergt veel voorkennis van Heideggers denken; Heeffer gebruikt al in het begin termen die pas halverwege het boek goed worden uitgelegd. Het blijft dicht bij Heideggers eigen jargon en dus erg abstract. Niet voor beginners, maar vooral voor Heidegger-specialisten (die het ontbreken van een index niet zullen waarderen).


  • (67) 16 maart 2010: J. Calvijn, Institutie (Hertog, 2010)

In het Calvijnjaar 2009 verscheen deze monumentale tweedelige vertaling van Calvijns hoofdwerk door C.A. de Niet, die daarmee de driedelige vertaling van Sizoo uit 1931 vervangt. Calvijn bedoelde dit werk oorspronkelijk als verdediging aan de koning van Frankrijk die hard tegen aanhangers van de Reformatie optrad, en als een gedetailleerde onderwijzing van de christelijke dogma’s. Het boek is organisch gegroeid: de eerste editie verscheen al in 1536, de definitieve editie in 1559. De vertaler heeft zich bij zijn vertaling vooral laten leiden door de Engelstalige standaardeditie van McNeill en Battles. De vertaling is aangepast aan de taal van deze tijd en daarmee spannend en confronterend, want Calvijn is niet zachtzinnig jegens degenen met wie hij van mening verschilt. De tekst is vrij groot gedrukt in twee kolommen per pagina, met veel tussenkopjes die voor een verhoogde leesbaarheid zorgen. Deze vertaling maakt Calvijn voor een breed publiek toegankelijk. Met inleiding en verantwoording, verklarende voetnoten, en vele registers. Stevig ingebonden en met handig leeslint.


  • (66) 2 maart 2010: P. Berger & J. Zijderveld, Lof der twijfel (Cossee, 2010)

De wereldberoemde Oostenrijks-Amerikaanse socioloog Peter Berger en de Rotterdamse socioloog-filosoof Anton Zijderveld sloegen de handen ineen om een boek te schrijven over tendensen van de moderniteit, de rol van religie in onze samenleving, en de positie van de Westerse democratie. Het boek verscheen oorspronkelijk in de VS, maar werd door Zijderveld zelf vertaald en bewerkt voor een Nederlands publiek. Het resultaat is een boeiende sociologische en filosofische analyse van de pluraliserende tendensen van de moderne samenleving, de relativering en de spanning tussen relativering en absolutisme, en het gevaar van religieus fundamentalisme. De auteurs doen uiteindelijk een moreel-politiek appel op gezonde twijfel: “een basale onzekerheid die niet toestaat kapotgemaakt te worden door geloof of ongeloof, kennis of onwetendheid” (118). Ook geven de auteurs aan hoe twijfel samen kan gaan met universeel geldige morele aanspraken en hoe de Westerse democratie de waarborg is voor gezonde twijfel. Zeer leesbaar geschreven, met pakkende en verhelderende voorbeelden. Met noten en register.


  • (65) 31 januari 2010: De Rijk, Geloven en weten (Bert Bakker, 2010)

In 2006 verscheen van de classicus, mediëvist en taalfilosoof L.M. de Rijk (1924) het boek “Religie, normen, waarden.” Hoewel dat boek zich toespitste op de relatie tussen religie en moraal, speelde de verhouding tussen geloof en wetenschap daarin een grote rol. In “Geloven en weten”, dat veel overlap vertoont met het vorige boek, staat die relatie centraal. De Rijk beschrijft op eigenzinnige en soms arrogante wijze hoe geloof en wetenschap zich verhouden. Hij zet zich stevig af tegen “theïsme”, met name het aspect van de transcendentie Gods. God is slechts een construct van de menselijke geest. Er moet niet van waarheid maar van werkzaamheid van religie gesproken worden. Veel komt er voorbij: intelligent design, neurotheologie, bijna-doodervaringen. Er worden ook heel wat boeken samengevat en afgebrand. Nergens gaat de auteur in gesprek met theologen (behalve Kuitert, toch nauwelijks een echte representant van de academische theologie). Een boek dat tot nadenken stemt, maar ook erg rommelig is opgezet, zonder heldere structuur of opbouw, en onnodig moeilijk geschreven. Met index.


  • (64) 11 januari 2010: Johannes Calvijn, De eeuwige voorbeschikking Gods (Boom, 2009)

De beroemde reformator Johannes Calvijn (1509-1564) leerde de zogenaamde dubbele predestinatie: niet alleen heeft God al voor de schepping bepaald wie tot geloof komen en gered zullen worden, maar ook wie verloren zijn. Calvijn was niet de eerste die de uitverkiezingsleer uitvond, maar heeft er wel voor gezorgd dat deze leer een prominente maar omstreden plaats in het protestantisme kreeg. In dit boek, opnieuw een schitterende ingebonden uitgave van Uitgeverij Boom, verschijnt voor het eerst Calvijns traktaat “De eeuwige voorbeschikking Gods” uit 1552 in een zeer leesbare Nederlandse vertaling van Willem Visser. In deze klassieke tekst betoogt Calvijn de bijbelse wortels van zijn predestinatieleer en verdedigt hij zich tegen allerlei aantijgingen. Ook bevat dit boek De Consensus van Genève (uit 1551) en twee preken van Calvijn. Een inleiding van Willem Balke bespreekt beknopt de context van Calvijns denken en de receptie ervan tot in de twintigste eeuw. Een register van bijbelcitaten maakt dit boek tot een wetenschappelijk verantwoord theologisch en ideeënhistorisch standaardwerk.


  • (63) 5 januari 2010: Gerard Knol, De realiteit van [G?d] (Elikser, 2009)

Het is een trend: predikanten die in boeken een rechtvaardiging geven voor hun afwijkend geloof. Boele Ytsma en Klaas Hendrikse deden het eerder (en beter). Gerard Knol, PKN-predikant op het Friese platteland, doet het met een in eigen beheer uitgegeven boek dat is opgebouwd uit drie delen, en Knols weg beschrijft van traditioneel christelijk geloof, via ‘afbraaktheologie’ (d.w.z. theologie die traditionele voorstellingen uitzuivert en dwingt tot een persoonlijke keuze voor of tegen het christelijk geloof, en bij Knol uitliep op een burnout), naar een nieuwe visie op geloof als verbindend en verbindingzoekend element. Ofschoon de titel van het boek suggereert dat het over vragen naar God en Gods bestaan gaat, is het teleurstellend weinig theologisch van aard. Knol schreef het boek niet met de lezer op het oog, maar heeft vooral zichzelf laten gaan in een vermoeiende brei van verspringende gedachten, boeksamenvattingen en abstract gepsychologiseer. Een te dik boek met te veel woorden en te weinig structuur, inhoud en boodschap. Zonder index en met gebrekkige verwijzingsmethoden.


  • (62) 17 december 2009: Hans Jansen, De egoïst Max Stirner (Papieren Tijger, 2009)

Max Stirner is een vrijwel vergeten filosoof en vrijdenker, die in 1856 op 49-jarige leeftijd stierf en die enige bekendheid ontleent aan een bundel aforismen getiteld “Der Einzige und sein Eigenthum”, uit 1844. Hans Jansen wil met dit droge, maar netjes uitgegeven boekje een inleiding geven tot het denken van Stirner. Jansen geeft in het langste, eerste deel een vrij droge opsomming van Stirners leven en kennissenkring. Het tweede deel is een beschrijving van Stirners filosofie aan de hand van enkele fragmenten. Hoewel Jansen meent dat deze teksten de lezer er “ongetwijfeld toe zal aanzetten het boek ‘De enkeling en zijn eigendom’ aan te schaffen” (78), zal voor velen Stirners egoïstische en opzettelijk asociale filosofie onverteerbaar blijken en tot het oordeel nopen dat Stirner een terecht vergeten denker is. Ten slotte bespreekt Jansen de fragmenten en beveelt Stirners egoïsme aan als een houding die door de evolutietheorie nu wetenschappelijk onderbouwd is en nieuwe evolutionaire en pedagogische inzichten zal openen. Geïllustreerd. Met literatuurlijst en noten, zonder index.


  • (61) 30 november 2009: Zeger Wijnands, God óf Darwin (Ipenburg, 2009)

In het Darwinjaar is iedereen expert wat de evolutietheorie betreft. In dit boek zet een horecaondernemer (!) de moderne theologie en de evolutietheorie radicaal bij het oud vuil. Het boek gaat echter niet over evolutie, maar is een pamflet van verontrusting waarin harde kritiek wordt geuit op theologische ontwikkelingen in orthodox-protestantse hoek: “Door toedoen van de postmoderne theologie dringt een evolutionistische visie op schepping, verlossing en herschepping de kerken binnen” (163). De theologische ideeën van Stefan Paas, A.L.Th. de Bruijne, G.C. den Hertog en Gijsbert van den Brink worden beschreven en genadeloos bekritiseerd, evenals de afvalligheid van Cees Dekker, Willem Ouweneel en Andries Knevel. De auteur pleit, niet gehinderd door enige kennis van zaken, voor terugkeer naar Calvijn en het principe dat de Schrift de Schrift uitlegt. Het boek bestaat voor een derde uit (cursief gedrukte) citaten zonder nauwkeurige bronvermelding. Ook is er geen literatuurlijst en index. Een horecaondernemer tegen modernisering, indachtig Don Quichotte die strijdt tegen windmolens.


  • (60) 30 november 2009: H.A. Hofman, Het bittere conflict: Over schepping en evolutie (Aspekt, 2009)

De auteur, een historicus en creationist, vat aan het einde dit overbodige boek samen: “De evolutieleer is een surrogaat voor religie geworden en een vrijbrief voor een ongebonden levensstijl” (169). De auteur verwerpt Darwins evolutietheorie als bron van alle kwaad in de moderne samenleving: liberalisme, kapitalisme (kredietcrisis), vrije seks, abortus, secularisering, en de ontsporing van de jeugd in drank, drugs en zinloos geweld. Wie de letterlijke interpretatie van de Bijbel loslaat, bevindt zich op een hellend vlak en legitimeert morele losbandigheid. Ook Hitler en Stalin waren door de evolutietheorie geïnspireerd. Er worden harde verwijten geuit aan moderne theologie, Andries Knevel en Anne van der Meiden. Daartegenover staat een serieus nemen van Calvijn en een letterlijke lezing van Genesis 1 (schepping in 6 dagen van 24 uur). De schrijver toont geen enkele kennis van moderne theologie, moderne biologie of wetenschapsfilosofie. De ongenuanceerde en revisionistische kijk op geschiedenis vergezeld van holle creationistische retoriek is een gepromoveerd historicus onwaardig.


  • (59) 23 november 2009: Alan Wallace, Verbindend bewustzijn (Ten Have, 2009)

Alan Wallace was veertien jaar een boeddhistische monnik, was tolk van de Dalai Lama en is nu bewustzijnswetenschapper. Dit is een van zijn meest recente boeken, waarin Wallace fikse kritiek uit op de huidige natuurwetenschappen, die hij als materialistisch bestempelt, vooringenomen en dogmatisch. En dat, terwijl de kwantummechanica en relativiteitstheorie zelf het failliet van het materialisme hebben aangetoond. Wallace benadrukt dat een boeddhistische contemplatieve benadering van de geest verrijkend kan werken en een nieuw licht werpt op huidige wetenschappelijke problemen; een boeddhistisch-methodische benadering (die uitgebreid wordt besproken) is empirischer is dan de huidige wetenschappen die vooral door filosofische veronderstellingen worden beperkt. Er zijn parallellen te trekken tussen Wallace’ kritiek op wetenschap en die vanuit de beweging van Intelligent Design. Een interessant en actueel boek, maar wetenschappelijk-afstandelijk en soms abstract geschreven. Veronderstelt kennis van moderne wetenschappelijke ontwikkelingen. Met index en verklarende woordenlijst.


  • (58) 3 november 2009: Manon Duintjer (red.), Zien is geloven (Ten Have, 2009)

Dit boekje draait om een eeuwig probleem: hoe verhouden zich wetenschap en spiritualiteit/geloof? De actualiteitswaarde van het boekje ligt in de huidige consensus in onze samenleving dat wetenschap en spiritualiteit, harde data en geloof, elkaar uitsluiten. De wetenschappers in dit boekje ontluisteren die visie met flair. Redactrice Manon Duintjer, historica en voormalig uitgever van Rainbow Pockets, slaagde erin om twaalf exacte en toonaangevende wetenschappers te strikken een leesbaar en prikkelend essay te schrijven over hun eigen ervaring met spiritualiteit en over de vraag of spiritualiteit en wetenschap samengaan. “Exact” is breed opgevat: van biologie, wiskunde en kwantummechanica, tot architectuur, parapsychologie en cardiologie. De essays zijn persoonlijk, en laten zien hoe wetenschappers hun wetenschappelijk bedrijf spiritueel duiden. De een laat zich inspireren door Jezus, de ander door zen, of bahá’i, of soefisme. Verwondering over het mysterie van het bestaan is de centrale notie in alle essays. Inclusief biografieën, zonder index. Boeiend tot de laatste letter.


  • (57) 26 oktober 2009: B. Pascal, Gedachten (Boom, 2009)

De filosoof en wiskundige Blaise Pascal (1623-1662) blijft een boeiende persoonlijkheid, die in betekenis zijn eigen tijd overleefd heeft. Veelal wordt hij, mede door zijn “memoriaal” (ook in deze vertaling opgenomen) gezien als een gelovige bij uitstek. Immers, de talloze notities die na zijn dood verzameld en hier vertaald zijn, zijn Pascals bouwstenen van wat zijn apologie van het christelijk geloof had moeten worden. Toch is in dit boek geen echte gelovige aan het woord. Aantekeningen over de huiveringwekkende zwijgzaamheid van het universum en van de afwezigheid van God afgewisseld over mystiek aandoende teksten en beschouwingen over wonderen en bijbelse profetieën laten zien dat hier eerder een twijfelaar, scepticus en zoeker aan het woord is. Men vindt hier brokstukken van geleefd geloof. En precies daarom spreekt Pascal nog altijd tot levensbeschouwelijke zoekers vandaag de dag. Het betreft hier een inhoudelijk ongewijzigde, maar opnieuw gezette herdruk van de vertaling uit 1997, met veel verklarende eindnoten, schitterend ingebonden en met leeslint uitgegeven.


  • (56) 7 oktober 2009: Rob Riemen, Adel van de geest (Atlas/Contact, 2009)

Terwijl in het Darwinjaar de continuïteit tussen mens en dier centraal staat, wijst Rob Riemen, oprichter en directeur van het Nexus Instituut te Tilburg, erop dat de mens zich onderscheidt van het dier doordat hij vooral een geestelijk wezen is. De mens kent de wereld van de ideeën, kent de klassieke humanistische waarden van waarheid en rechtvaardigheid. De centrale stelling van Riemens boek: ‘Intellectuelen hebben omwille van het voorbestaan van de beschaving de taak om de kennis van het beste, het meest waardevolle te bewaren en over te dragen. Zij moeten zich oefenen in de kennis van wat waar is, onderscheiden wat wel of geen waarde heeft, wat goed is en wat kwaad’ (116). Riemen neemt de lezer mee op een reis door tijd en ruimte langs zijn helden van de geest (Spinoza, Plato, Socrates, en vooral Thomas Mann) en door zwarte pagina’s van de geschiedenis (Tweede Wereldoorlog, 11 september 2001). In verschillende stijlen: soms verhalend, soms belerend. Genuanceerd geschreven, boeiend tot de laatste pagina en tot nadenken stemmend, maar toch ook elitair, snobistisch en idealistisch.


  • (55) 2 oktober 2009: Luc Devoldere, Lucifers bij de brand (Atlas/Contact, 2009)

Devoldere is een Vlaams classicus, filosoof en essayist, sinds 1996 verbonden aan Stichting Ons Erfdeel en sinds 2008 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde. Van zijn hand verschenen eerder reisimpressies. Reizen is ook een van de thema’s die regelmatig terugkomt in deze bundeling fragmenten, naast seks, politiek, het verleden (klassieken, oorlog). Het boek is niet samen te vatten, hooguit zoals Cyrille Offermans deed bij de boekpresentatie: ‘Het gaat om een soort geestelijke oefeningen van een postkatholiek, concentratieoefeningen in de letterlijke zin van het woord: zich in afzondering richten op de beknoptst denkbare formulering van de meest diverse kwesties.’ De fragmenten zijn niet thematisch verzameld en zonder inhoudsopgave. De meeste zijn enkele regels lang, sommige beslaan meerdere pagina’s. Filosofische bespiegelingen, schitterende metaforen. Een boek om te lezen en door te bladeren tijdens een lange treinreis. De lezer zal daarna anders tegen de wereld en de medemens aankijken. Met meer genegenheid. Of medelijden. Maar glimlachend.


  • (54) 16 september 2009: Habermas & Ratzinger, Dialectiek van de secularisering (Klement, 2009)

Op 19 januari 2004 vond een ontmoeting plaats tussen de bekende Duitse filosoof Jürgen Habermas en de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI. Centrale vraag was of er een voor-politiek moreel fundament is van en voorafgaand aan een democratische samenleving. De twee lezingen, vertaald en ingeleid door Vlaamse filosofen, zijn in dit bijzonder kleine boekje – zelfs de layout moest zodanig worden aangepast dat het nog enigszins een boekje te noemen is – verzameld en van een inleidend commentaar en van namenregister voorzien. De lezingen waren in Duitsland ophefmakend, omdat Habermas een wending maakt naar een positieve waardering van religie in de seculiere samenleving, en net als Ratzinger op de grenzen van de rede wijst. Beide denkers naderen elkaar verrassenderwijs. De tekst van Habermas is erg abstract, duister en begrip ervan vergt behoorlijke voorkennis van politiek-filosofisch jargon en Duitse filosofiegeschiedenis. Ratzingers tekst is toegankelijker, maar het inleidend commentaar van Patrick Loobuyck blijft onontbeerlijk om beide teksten te duiden.


  • (53) 15 september 2009: Slavoj Zizek, Geweld (Boom, 2009)

Een fascinerend, uiterst boeiend, en zeer leesbaar vertaald werk van de populaire Sloveense filosoof, cultuurcriticus en psychoanalyticus Slavoi Zizek. In dit boek reflecteert Zizek van afstand en schuins bekeken op het fenomeen geweld, waarbij hij een onderscheid maakt tussen subjectief, symbolisch en systemisch-objectief geweld. Het boek bestaat grotendeels uit geanalyseerde cases studies, waaruit schrijnend en onrustbarend duidelijk wordt dat geweld niet altijd expliciet is. Zoals bij het vermeende altruïsme van topmannen als Bill Gates, kan er geweld worden uitgeoefend met goede daden. En soms is niets doen het meest gewelddadige om te doen. Zizek verwijst naar de economische en politieke actualiteit, films, literatuur en andere filosofische werken (Kant, Benjamin en Sloterdijk). Zizeks eigen positie blijft hangen in kritiek en deconstructie van posities, hij argumenteert nauwelijks, waardoor een rode lijn (die in het laatste hoofdstuk expliciet wordt gemaakt) lastig te vinden is en het boek dus de indruk geeft een onsamenhangende verzameling opstellen te zijn.


  • (52) 9 augustus 2009: S. Kierkegaard / V. Haufniensis, Het begrip angst (Damon, 2009)

In het oeuvre van Kierkegaard neemt “Het begrip angst” een sleutelpositie in. In dit aangrijpende, maar soms ook duistere en moeilijk te begrijpen werk analyseert Kierkegaard (onder pseudoniem van Vigilius Haufniensis, de “wakende van Kopenhagen”) verschillende aspecten van het begrip angst. Hij kijkt daarbij niet alleen naar de oorzaken van existentiële angst (de erfzonde), maar gaat ook in op de consequenties ervan in het dagelijks leven, zoals de verschillende manieren om angst te ontvluchten en “geesteloosheid”. Een boek dat vele filosofen, waaronder Heidegger, Jaspers, en Sartre, inspireerde en nog altijd actueel is. De uitstekende vertaling is van Sperna Weiland; de vertaling werd volledig herzien door Frits Florin, die ook het uitgebreide nawoord schreef. Veel verklarende eindnoten maken dit boek iets toegankelijker, maar het blijft een moeilijke doch lonende tekst. Prachtige bladspiegel, ingebonden en met leeslint. Aan te raden is ernaast kennis te nemen van de reeds verschenen inleiding van Arne Grøn, “Vrijheid en angst: Inleiding in het denken van Søren Kierkegaard”.


  • (51) 17 juli 2009: J. Klapwijk, Heeft de evolutie een doel? (Kok, 2009)

Jacob Klapwijk, emeritus hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit (75), denkt in dit boek na over de vraag of evolutie een doel heeft en hoe evolutie en scheppingsgeloof zich tot elkaar verhouden. Dat de evolutie doelgericht is, is volgens de auteur wetenschappelijk vaststelbaar door te kijken naar opklimmende niveaus van complexiteit. Niettemin is niet wetenschappelijk vaststelbaar wat het doel van evolutie precies is; het christelijk geloof hoopt op het Koninkrijk Gods. Klapwijk verwerpt creationisme, intelligent design en theïstische evolutie, evenals de metafysische systemen van Whitehead en Teilhard de Chardin, en verdedigt een emergente evolutie. Hij slaagt erin een dynamische synthese van Augustiniaans geloof en evolutietheorie te ontwerpen die – ofschoon de auteur dit ontkent – ontegenzeggelijk metafysisch en speculatief van aard is, maar ook tot nadenken aanzet. Het boek leest lastig en is soms extreem technisch, zowel wat biologie als filosofie betreft. Voor filosofisch geïnteresseerde doorzetters die interesse hebben in wereldbeeldconstructies en emergentie.


  • (50) 28 juni 2009: C. Miskotte, Edda en Thora (Kok, 2009)

De vierde druk van Miskottes klassieke werk waarin hij de heidense mythologie van de Edda spiegelt aan de heilvolle boodschap zoals die in de Thora tot uitdrukking wordt gebracht. Dit boek verscheen ten tijde van de opkomst van het Derde Rijk; Miskotte zag de Edda als de mythologische onderstroom van het nazisme. Subtiel en met gevoel voor (Duitse) retoriek bouwt hij een betoog op waarin de heidense mythologie van de Edda, waarin kracht en heldenmoed een centrale rol spelen, staat tegenover de Thora, waarin humaniteit en opkomen voor de zwakkere centraal staan. De climax is een onverholen en dringende oproep tot verwerping van het Germaanse heidendom en nazisme en het opnieuw centraal stellen van de menslievende boodschap van de Thora. Deze druk heeft nieuwe opmaak en is aangepast aan de hedendaagse spelling. Niettemin blijft een grondige kennis van het Duits noodzakelijk om Miskottes duistere, omslachtig-expressieve en associatieve schrijfstijl te kunnen volgen; bijna eenderde deel van de tekst bestaat uit Duitse citaten. Opvallend veel typo’s in een kwetsbare paperbackuitvoering.


  • (49) 27 juni 2009: Boele Ytsma, Van de kaart (Meinema, 2009)

Boele Ytsma, pastor in de Protestantse Kerken in Nederland te Siddeburen, schreef een hartverwarmend en uiterst sympathiek boek over hoe hij van zijn geloof afviel, maar niet van God los kon komen en uiteindelijk, al zoekende en aarzelend, zijn geloof zonder zekerheden hervond. Ytsma beschrijft niet van wat voor soort geloof hij afviel, maar de lezer krijgt de indruk dat het gaat om een zeer conservatief-evangelicaal geloof. Toen Ytsma’s gelovige kaartenhuis ineenstortte, werd hij geen atheïst, maar worstelde met geloof en met God, om uiteindelijk een zeker-weten-geloof (de ‘Kathedraal van Zeker Weten’) achter zich te laten en zich neer te leggen bij een geloof dat gedreven wordt door twijfel en voortdurend zoeken naar waarheid. De toon van het boek is zeer persoonlijk, als een dialoog met de lezer. Ytsma citeert rijkelijk uit zijn (af en toe bruusk geschreven) dagboeken. Het boek is enigszins aan de lange kant en eindigt als een jammerklacht tegen de gevestigde kerken. Een warm aanbevolen boek voor zoekers en twijfelaars. Met nawoorden van Klaas Hendrikse en Andries Knevel.


  • (48) 18 juni 2009: R. Reeling-Brouwer, Grondvormen van theologische systematiek (Skandalon, 2009)

Didactisch gezien is dit boek een puinhoop. Niet alleen wordt nergens duidelijk voor wie dit boek nu bedoeld is (gezien het technische niveau is het alleen toegankelijk voor gevorderde theologiestudenten), maar ook wordt er nergens uitgelegd wat dit boek nu eigenlijk wil bereiken: wil het een inleiding bieden in het theologisch denken? Wil het een geschiedenis zijn van de theologie? In ieder geval geeft het een overzicht van grondvormen van theologische systematiek door de eeuwen heen: van Origenes en Augustinus, via Thomas, Calvijn en Schleiermacher, tot Barth en Marquardt. Bronteksten zijn onontbeerlijk, maar moeten worden gedownload van internet, en zijn alleen toegankelijk voor ingewijden (slechte scans van Duitse, Latijnse en Franse teksten en/of vertalingen). Dit boek lijkt een toelichting te willen geven op de bronteksten, maar verzand in ingewikkelde parafrasering. Het boek blijft bovendien steken in geschiedenis en geeft geen opening naar het hedendaagse anti-systeemdenken in de theologie. Kortom: een boek dat niet weet wat het wil zijn en dat voor niemand bedoeld lijkt.


  • (47) 2 juni 2009: Geisler & Turek, Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn (Ark, 2009)

In de VS heeft anti-evolutionair denken zich innig verbonden met het bijbels fundamentalisme, zoals dit boek laat zien. De auteurs bestrijden wat zij darwinisme noemen, en daaronder valt het grootste deel van de moderniteit. Het gaat hun niet om een goede discussie, maar om een onbarmhartige verdediging van het christelijk geloof. Dat gaat zonder nuance: darwinisten en voorstanders van abortus worden verdacht gemaakt door hen op een lijn met Hitlers opvattingen te stellen. De Bijbel wordt als letterlijk waar verdedigd, omdat de auteurs menen dat Jezus dat verkondigde. De toon van het boek is ronduit grof, en insinuerend: critici van de Bijbel veranderen niet van standpunt, omdat zij dan hun gemakkelijke leventje zouden moeten veranderen. En dat alles ruim vijfhonderd bladzijden lang op een opruiende toon. Het gaat in dit boek om de letter en niet om de geest, om de leer en niet om het leven. De eerste druk kende in Nederland een onwaarschijnlijk groot succes, maar is uitverkocht. Deze editie is een goedkope herdruk, met identieke tekst maar afwijkende paginering.


  • (46) 14 mei 2009: Martin Heidegger, Wat is metafysica? (Damon, 2009)

Toen Heidegger in 1929 in Freiburg hoogleraar werd, hield hij een rede die een van zijn beroemdste teksten zou opleveren: “Wat is metafysica?” In plaats van de vraag te beantwoorden, gaat Heidegger in op de vraag naar het Niets, en laat als zodanig zien hoe metafysica werkt. Dit levert zinnen op als “Het Niets zelf nietigt” (61) en “In het zijn van het zijnde gebeurt het nietigen van het Niets” (63). Het was deze tekst die definitief het schisma tussen de Anglo-analytische en de Continentale filosofie bekrachtigde; filosofen als Carnap en Russell veegden de vloer ermee aan. Het is voor het eerst dat deze uiterst obscure tekst in het Nederlands vertaald is. Vertaler Vincent Blok schreef ook een inleiding, die echter niet veel helderder is dan Heideggers teksten zelf. De moeite van het vertalen is prijzenswaardig, maar de Nederlandse tekst blijft zodanig duister dat het nut ervan betwijfeld kan worden; dit boek is alleen toegankelijk voor Heidegger-liefhebbers. Verder staan er nogal wat slordige typefouten in de verder fraai verzorgde Nederlandse uitgave. Ingebonden met leeslint.


  • (45) 12 mei 2009: Timon Ramaker, Vrij om te kiezen (Boekencentrum, 2009)

We leven in een mediacultuur waarin we ieder moment van de dag keuzes moeten maken. Hoe ga je op een integere en verantwoorde manier om met die keuzes als je christen bent? Dat is de vraag die Timon Ramaker, docent media-ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede, in dit boekje aan de orde stelt. Het is vooral gericht aan beginnende studenten en gaat uit van een traditioneel, bijbelgetrouw christelijk geloof. In het eerste deel geeft Ramaker een diagnose van de huidige mediacultuur die tot keuzestress leidt. In het tweede deel volgt een ethische reflectie waarin Ramaker stelt dat de Decaloog (de Tien Geboden) leidraad kan zijn voor een bijbelse omgang met keuzes. Daarin gaat het niet om plichtsethiek, maar om vrijmaking en authenticiteit. Het derde deel wil aanzetten tot eigen reflectie over authenticiteit en de eigen omgang en verantwoording met keuzes. In een uitgebreide bijlage gaat de auteur de tien woorden stuk voor stuk na en legt hij parafraserend uit hoe ze in onze huidige mediacultuur gebruikt kunnen worden. Vlot geschreven en actueel. Voor zeer bijbelgetrouwe gelovigen.


  • (44) 3 mei 2009: Mark Lilla, De Doodgeboren God (Atlas/Contact, 2009)

Een moeilijke maar briljante analyse van het denken over politiek, filosofie en religie sinds de Verlichting als diagnose van de huidige spanningen in het denken over de relatie tussen religie en samenleving. Het jongste boek van de Amerikaanse hoogleraar Geesteswetenschappen Mark Lilla is een rijke ideeëngeschiedenis waarin wordt beschreven hoe in de premoderne tijd de inrichting van de samenleving verbonden was aan het kennen van een goddelijke samenhang tussen God, mens en wereld. Bij de filosoof Hobbes treedt een “Grote Scheiding” op, waarbij theologie en kosmologie geïsoleerd worden van de politieke filosofie. Bij Rousseau en Kant worden theologische en kosmologische problemen weer in de politieke filosofie binnengesmokkeld en wordt de Grote Scheiding ondermijnd – een ontwikkeling waarvan het gevaar vanaf Hegel tot en met de Duitse liberale theologie steeds duidelijker wordt en die de bakermat vormt voor de genociden van de twintigste eeuw. Lilla confronteert hedendaagse politici op indringende wijze te kiezen voor of tegen de Grote Scheiding, omdat die niet vanzelfsprekend is.


  • (43) 9 april 2009: Jan de Koning, Bestaat God? (Aspekt, 2009)

Religieuze zoekenden doen er goed aan dit boekje over te slaan en verder te zoeken. De auteur, die volgens eigen zeggen na een zakelijke, internationale loopbaan op latere leeftijd psychologie en theologie is gaan studeren, probeert een antwoord te krijgen op de vraag of God bestaat. Na het antwoord van het Oude Testament besproken en verworpen te hebben, verwerpt hij ook filosofie en mystiek, om vervolgens uit te komen bij het beeld van een “Grote Onbekende kracht- of energiebron, onstoffelijk, maar onmiskenbaar aanwezig in alles dat leeft” (79). De ondertitel is slechts een lokkertje. Het boek is oppervlakkig, leest als een romannetje, geeft nergens blijk van kennis van achtergronden van bijbelverhalen of filosofie. Geloof wordt direct verpsychologiseerd tot wensdenken, zelfhypnose, autosuggestie. De hele filosofische traditie van Plato tot en met Schopenhauer is volgens de auteur te moeilijk, levert niets op en wordt in anderhalve pagina onbesproken verworpen. De auteur schrijft met arrogantie en hooghartigheid over geloof, ofschoon hij zegt gelovigen niet te willen kwetsen.


  • (42) 9 april 2009: S. Kierkegaard, Brieven (Bornmeer, 2009)

Van de Deense filosoof Sören Kierkegaard (1813-1855) zijn in totaal ongeveer 230 brieven overgeleverd. Dit boek, voorzien van naamregister, bevat een goed verantwoorde en representatieve selectie van 90 brieven, en wil inzicht geven in het persoonlijke leven van de filosoof. Vandaar dat de meeste brieven afkomstig zijn uit de periode rond de verloving met Regine Olsen en de nasleep daarvan. Het is een prachtige verzameling waarin Kierkegaards stilistische genialiteit ook goed naar voren komt in de vertaling van Diederik Grit en Edith Koenders. Afhankelijk van de geadresseerde varieert Kierkegaard zijn schrijfstijl. Veel brieven hebben als voorstudie voor zijn boeken gediend. De brieven zijn zo nodig voorzien van inleidend commentaar van de vertalers, en verklarende voetnoten. De heldere inleiding van Henk van der Liet maakt de context van de brieven duidelijk ook aan lezers die weinig van Kierkegaards biografie afweten. De brieven laten overigens de raadselachtigheid van Kierkegaards persoon en beweegredenen intact. Een verrukkelijk staaltje verantwoord intellectueel voyeurisme.


  • (41) 26 maart 2009: Frans Bakker, Van schepping naar herschepping (Kok, 2009)

Op de achterflap wordt dit boek beschreven als een “theologische studie over de ontstaansgeschiedenis van hemel en aarde, het leven en de komst van de mens”. Dit is teveel eer voor een bundeling van preken en meditaties van een emeritus predikant (PKN). De eerste 45 pagina’s gaan over het begin van de wereld, de schepping van het leven en van de mens, waarbij Bakker Genesis volgt maar ook kosmologie en biologie probeert te verdisconteren, waarbij hij echter wetenschappelijk behoorlijk de plank misslaat (zo betoogt hij herhaaldelijk dat de singulariteit die ten grondslag lag aan de oerknal een fenomeen in het heelal was). De rest van het boek (ruim 250 pagina’s) is een parafraserende hervertelling van het Oude Testament. De hoofdstukken zijn kort, kennen geen spanningsbogen. De schrijfstijl is associatief, meditatief, vaak rommelig geformuleerd (“Adam had Eva zwanger gemaakt: zij zou zaad zien, het prille begin van de belofte van God!” 270). Veel herhalingen en typefouten duiden op een slechte redactie. Voetnoten geven verwijzingen naar bijbeltekst. Geen register. Vrij kleine druk.


  • (40) 24 maart 2009: Henk Verhoeven, Darwins derde dag (Aspekt, 2009)

“Wanneer we termen als God, goden, engelen, demonen, duivels, Aartsengelen en het Rijk Gods zien als informatiesystemen, als memencomplexen die functioneren volgens de wetten van de Evolutietheorie, dan blijkt de Bijbel ineens een zeer consistent en aards boek. Begrijpelijk en acceptabel vooral voor de meest verstokte atheïsten en rationalisten” (79). Aldus Verhoeven, die hiermee een eigenaardig boekwerkje aflevert dat op basis van een letterlijke lezing van de Bijbel inzicht geeft in de aard van leiderschap en verander- en crisismanagement (Mozes, Jezus), gecombineerd met een Dawkinsiaanse interpretatie van de evolutietheorie die duidelijk moet maken hoezeer Mozes en Jezus hun tijd al vooruit waren met inzichten in systeemtheorie. De Bijbel wordt zuiver instrumentalistisch benaderd, ontmythologiseerd, ontdaan van alle metafysische ballast (zoals Verhoeven het noemt). Een oppervlakkig boek dat weinig om het lijf heeft en in het Darwinjaar lijkt te willen meedrijven op het succes van boeken over atheïsme, geloof en evolutietheorie.


  • (39) 16 maart 2009: R. Fransen, Gevormd uit sterrenstof (Medema, 2009)

Fransen is journalist bij het Nederlands Dagblad, gepromoveerd bioloog, en gelovig. De afgelopen jaren is hij van jonge-aarde-creationist overtuigd geraakt van wat men theïstische evolutie zou kunnen noemen: het accepteren dat evolutie de wijze is waarop God schept. In dit boek probeert Fransen enerzijds te laten zien wat voor overweldigend bewijsmateriaal er voor evolutie is. Daarnaast is het boek een persoonlijk verslag van zijn worsteling met evolutie. Ten slotte doet Fransen een poging om aan andere (orthodoxe) gelovigen te laten zien dat het loslaten van creationisme niet betekent dat je ook je geloof moet opgeven. Het boek leest prettig. Fransen is niet alleen in staat om de huidige stand van de wetenschap zonder al te veel jargon te beschrijven, maar geeft bovendien gedegen insider-informatie over wat creationisme en intelligent design inhouden. Ofschoon hij creationisme duidelijk achterhaald vindt, schrijft hij op bijna pastorale wijze en zonder polemisch te willen zijn. Voor gelovigen die worstelen met de evolutietheorie zonder voorbehoud verplichte kost.


  • (38) 11 maart 2009: Thomas More, Utopia (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009)

Het bijna universele woord ‘utopie’ is nauw verbonden met dit boek van de staatsman Thomas More (1478-1535) die na kritiek te hebben geuit op de veelwijverij van Hendrik VIII op het schavot eindigde. In dit boek, dat het midden houdt tussen een novelle en een politieke verhandeling, wordt in het eerste deel kritiek geuit op de corrupte Engelse samenleving van het begin van de 16de eeuw. In het tweede deel wordt deze samenleving gespiegeld aan de ideale samenleving van het fictieve eiland Utopia, die een mengeling is van totalitaire en democratische elementen, zodat de vertaler Paul Silverentand concludeert dat Utopia een land is ‘waar waarschijnlijk geen enkele Nederlander uit de twintigste eeuw zou willen wonen’. Deze uitgave is onderdeel van de Perpetua Reeks, een serie van de honderd beste boeken van de wereld. De vertaling is nieuw, modern en daarmee erg leesbaar. Er zijn enkele illustraties, veel verklarende voetnoten en een verklarende namenlijst. Schrijfster Marja Brouwers schreef voor deze uitgave een nawoord. Duurzaam ingebonden, met stofomslag en leeslint.


  • (37) 4 februari 2009: Bob Goudzwaard et al., Wegen van hoop in tijden van crisis (Buijten & Schipperheijn, 2009)

Wie vandaag de kranten openslaat, ziet veel apocalyptische taal waarin het einde van een tijdperk wordt beschreven. Het lijkt erop dat mondiale problemen zoals armoede, milieu, onveiligheid (terrorisme) en economische malaise, onoplosbaar zijn en door het grondeloze menselijke vertrouwen om ze op te lossen, worden verergerd. De auteurs van dit boek proberen de vinger te krijgen achter de oorzaken van deze ‘oplossingsparadox’. Ze betogen dat achter de huidige crises een aantal ideologieën schuilgaan: ‘behoud van eigen identiteit’, ‘de ongeremde groei van welvaart en bezit’, en ‘gegarandeerde veiligheid’. Ze blijven echter niet steken in doemdenken, maar geven vanuit hun christelijk-levensbeschouwelijke kader, maar zonder prekerig te worden, concrete voorbeelden en denkwijzen op basis van het begrip ‘hoop’ om de ideologieën te doorbreken. Het boek is een herziene vertaling van een oorspronkelijk Engelstalige uitgave. Vlot geschreven, zonder veel technisch jargon. Veel concrete voorbeelden en veel recapitulaties zorgen ervoor dat de rode draad helder blijft. Met index.


  • (36) 4 februari 2009: I. Kant, Fundering voor de metafysica van de zeden (Boom, 2008)

De Nederlandse vertaling van Kants “Grundlegung zur Metaphysik der Sitten” van de hand van Thomas Mertens verscheen in 1997. Bij deze vijfde druk is de vertaling volledig herzien en heeft Mertens er een ruim 40 pagina’s tellende inleiding op Kants ethische denken aan toegevoegd. Die inleiding maakt dit boek toegankelijk voor een filosofisch geïnteresseerd publiek. De tekst van Kant zelf – minder dan 150 pagina’s in deze vertaling – blijft echter notoir moeilijk, hoewel ook hier verklarende voetnoten zijn toegevoegd die de tekst toegankelijker maken. In dit boek probeert Kant de ethische consequenties te doordenken van zijn denken zoals hij dat in zijn “Kritiek van de zuivere rede” heeft uiteengezet. Hij komt uit bij een deontologische ethiek, waarbij het morele gehalte van een handeling moet worden beoordeeld aan de hand van de gezindheid van degene die handelt. Ook probeert Kant proberen te bewijzen dat ethiek geen hersenspinsel is of het gevolg van subjectieve voorkeuren. Mooi ingebonden uitgegeven, met literatuuropgaven, stofomslag en leeslint. Normale druk.


  • (35) 20 januari 2009: Rogeer Hoedemaekers, Iets of Niet? Op zoek naar God in de kosmos (Valkhof Pers, 2008)

Sinds de Middeleeuwen is de relatie tussen christelijk geloof en natuurwetenschap steeds problematischer geworden. Vandaag de dag lijken beide elkaar volledig uit te sluiten. Hoedemaekers gaat in dit beknopte boekje na hoe de verhouding tussen geloof en wetenschap zich sinds de Middeleeuwen heeft ontwikkeld. De focus daarbij is hoe werd gedacht over God als klokkenmaker, via God als superingenieur, tot een heelal zonder God. Vervolgens gaat de auteur na hoe vandaag de dag over de verhouding tussen geloof en wetenschap wordt gedacht. Daarbij wordt gekeken naar de kosmologie en de evolutietheorie (waarbij ook Intelligent Design wordt besproken). Posities worden voorzien van kritische filosofische en theologische noties. Hoewel slechts met een omvang van 120 pagina’s, biedt het boekje een aardige inleiding, ofschoon de beschouwingen noodgedwongen heel globaal blijven. Ook is het boek enigszins afstandelijk en koel geschreven (met uitzondering van het mooie laatste hoofdstuk). De auteur neemt helaas geen eigen positie in en komt niet tot een algemene conclusie. Normale druk, met index.


  • (34) 8 januari 2009: Girard & Vattimo, Waarheid of zwak geloof? (Klement, 2008)

René Girard en Gianni Vattimo zijn twee van de meest vooraanstaande filosofen. Bovendien zijn beide gelovig, zij het op hun eigen eigenzinnige manier. Dit boekje kan voor drie doelen dienst doen. Het kan gelezen worden als een inleiding op het filosofische werk van de twee denkers (met name op Girards zondebok-theorie en Vattimo’s ‘zwakke denken’). Het kan ook gelezen worden als een discussie tussen twee grootmeesters van de hedendaagse continentale filosofie over christendom, relativisme, secularisering en religieus geweld. En het kan gelezen worden als een poging om de veranderde rol van het christelijk geloof in de Westerse samenleving te analyseren en te duiden. Want beide denkers menen dat het christelijk geloof door de secularisering niet wordt verdreven, maar dat secularisering juist het resultaat is van het christendom. In dit boekje staan drie transcripties van debatten tussen Girard en Vattimo, aangevuld door een essay van beide waarin ze op elkaar reageren. De vertaling is goed, hoewel de typo’s op iedere pagina storend werken. Zeer leesbare bladspiegel. Geen index.


  • (33) 1 januari 2009: H. van Praag, God en Psyche (Boom, 2008)

Herman van Praag is emeritus hoogleraar psychiatrie aan de universiteiten van Groningen, Utrecht, Maastricht en het Albert Einstein College of Medicine in New York. In dit boek, opgebouwd uit een aantal betrekkelijk los van elkaar staande essays, behandelt Van Praag een drietal thema’s: normaliteit en abnormaliteit van religieus geloof, de verhouding van religieus geloof en rede, en de vraag naar de relatie tussen religieus geloof en het ontstaan van psychische stoornissen. Zo schrijft hij over de houdbaarheid van neurowetenschappelijke verklaringen van religie, evolutie of intelligent design, en geeft hij een aantal psychologische gevalsbeschrijvingen van Koning Saul, Job, en Flavius Josephus. Ten slotte gaat hij in op een aantal raakvlakken tussen psychiatrie, Bijbel, depressie, en jodendom. De opbouw en structuur van het boek is niet heel helder, er staan veel woorden op een bladzij, en Van Praag gebruikt af en toe archaïsche taal. Niettemin een spannend boek vol stimulerende gedachten en ideeën van een joodse denker. Bovendien een sterk pleidooi voor de redelijkheid van geloof.


  • (32) 22 december 2008: Cees Dekker (red.), Geleerd en gelovig (Ten Have, 2008)

De Delftse nanofysicus Cees Dekker, die vooral bekend door zijn positieve uitlatingen over Intelligent Design, heeft ruim twintig wetenschappers weten te strikken een persoonlijk artikel te schrijven over hoe zij de relatie zien tussen hun wetenschappelijke werk en hun persoonlijk geloof. Aan het woord komen natuurwetenschappers, maar ook managers, psychologen, historici, filosofen en zowaar een aantal theologen. Allen zijn het geleerden met een indrukwekkende staat van dienst. De verhalen zijn persoonlijk en biografisch van aard, to the point en bijzonder toegankelijk. Het gaat hier niet om de wetenschap, maar om de persoon van de wetenschapper. Dit boek ontkracht iedere claim dat geloof en wetenschap in conflict met elkaar verkeren, want geen van de schrijvers ziet brood in de conflictstelling. Dekker, die de redactie van dit boek voor eigen rekening nam, neemt in zijn bijdrage drastisch afstand van Intelligent Design en kiest de kant van ‘theïstische evolutie’. Tot nu toe Dekkers beste boek, mooi vormgegeven met ruime bladspiegel en geïllustreerd met mooie portretfoto’s.


  • (31) 28 november 2008: Wim Jansen, Voorbij de leegte (Ten Have, 2008)

Na de Zeeuwse ‘atheïstische dominee’ Klaas Hendrikse verschijnt nu van de eveneens Zeeuwse predikant en studentenpastor Wim Jansen een boek waarin hij openlijk afstand doet van het traditionele christelijk geloof. Anders dan Hendrikse ontwikkelt Jansen in dit boek een interessante en aansprekende spiritualiteit geïnspireerd op natuur- en liefdesmystiek. Enerzijds ontwaart hij het ontzagwekkende en heilige in de natuur, met expliciete verwijzing naar ideeën van Rudolf Otto. Anderzijds put zijn spiritualiteit uit de intermenselijke liefde en schuwt zelfs erotiek niet. De beschrijvingen blijven associatief en het wordt allemaal niet heel helder, maar Jansen geeft ook aan dat hij worstelt met woorden om naam te geven aan wat hij ervaart. Een eerlijk boek, relativerend, open, inspirerend, niet-theologisch en zeker niet zo ‘ketters’ als het werk van Hendrikse.


  • (30) 10 november 2008: Antony Flew, God bestaat wel (Paradigma, 2008)

De Britse filosoof Antony Flew kondigde in 2004 aan op 81-jarige leeftijd tot inkeer te zijn gekomen. Jarenlang had hij de betekenisloosheid van religieuze claims verdedigd en plotseling gaf hij zich gewonnen, naar eigen zeggen door Intelligent Design-achtige argumenten. Dit boek, dat grotendeels of zelfs geheel geschreven is door de evangelicale ID-aanhanger Roy Abraham Varghese, pretendeert Flews argumenten te beschrijven. Het eerste deel is een intellectuele biografie, het tweede deel geeft Flews argumenten voor godsgeloof: het bestaan van natuurwetten, het ontstaan van leven, en de existentie van het universum. In twee appendices gaan Varghese en N.T. Wright in op de argumenten van het nieuwe atheïsme en de historische betrouwbaarheid van de evangeliën. Het boek is omstreden omdat Flew zelf in interviews aangaf amper van het bestaan ervan af te weten en Varghese nauwelijks te kennen. De argumentatie is zwak. Dit boek doet dan ook vrijwel zeker geen recht aan Flews eigen denkbeelden en grenst aan uitbuiting van ouderdom en andermans roem. Leesbaar vertaald, rustige bladspiegel.


  • (29) 10 november 2008: C. Hedges, Ik geloof niet in atheïsten (Meulenhoff, 2008)

Journalist Chris Hedges schreef eerder het boek “American Fascists”, over het gevaar van de politieke macht van het christelijke fundamentalisme in de Verenigde Staten. In “Ik geloof niet in atheïsten” beschrijft hij de gevaren van zowel religieus als atheïstisch fundamentalisme. Beide zijn volgens Hedges absolutistische bewegingen die menen dat collectieve morele vooruitgang van de mens te realiseren is en dat het kwaad extern is aan de mens en uit te roeien. In plaats daarvan verdedigt Hedges een duister mensbeeld, waarin de mens inherent en ongeneeslijk immoreel is. Mensen zijn voor elkaar als wolven en dat is iets waar we ons bewust van moeten worden, maar dat we niet kunnen oplossen of uitroeien. Collectieve morele vooruitgang is een gevaarlijke illusie die aanzet tot genocide en holocaust. Het zondebegrip van religie helpt om menselijke grenzen bewust te maken. Een indringende analyse die tot nadenken dwingt, geschreven door een journalist die het menselijk geweld in de Balkan en in het Midden Oosten van dichtbij heeft gezien. Goed vertaald en verzorgd uitgegeven. Gewone druk.


  • (28) 31 oktober 2008: Lee Strobel, Feiten genoeg(Gideon, 2008)

Dit boek, van voormalig rechtbankjournalist en nu bekeerd evangelicaal christen Lee Strobel, is het resultaat van naar eigen zeggen diepgravend onderzoek binnen verschillende wetenschappelijke disciplines om te zien of deze in de richting wijzen van het bestaan van een intelligent ontwerper, of juist in tegenovergestelde richting. Strobel concludeert op grond van gesprekken met biologen, filosofen en natuurkundigen dat er wetenschappelijk gesproken feiten genoeg zijn die voor de Schepper-God van de Bijbel pleiten. Strobel interviewde Jonathan Wells, Stephen C. Meyer, William Lane Craig, Robin Collins, Guillermo Gonzales, Jay Wesley Richards, Michael Behe en J.P. Moreland – allen vertegenwoordigers van de Intelligent Designbeweging. Het boek is uitstekend vertaald, leest vlot en legt moeilijke natuurwetenschap met een minimum aan jargon uit, maar is ook eenzijdig en bevooroordeeld (alle geïnterviewden zijn conservatief-evangelicale, anti-evolutionistische gelovigen) en feitelijk een manifest dat op heldere wijze de argumenten van het 21ste-eeuwse neo-creationisme presenteert.


  • (27) 18 oktober 2008: Uitgesproken Protestant (Skandalon, 2008)

In 2000 werd Op Goed Gerucht opgericht, een beweging van predikanten die meer creativiteit en lef van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) verwachten, en zich richten tegen ontwikkelingen in de kerk die wijzen op een eenzijdige koers of een te smalle identiteit. In 2007 verscheen het “Protestantse Pamflet”, waarin Op Goed Gerucht fel reageert tegen de evangelicale koers die de PKN de laatste jaren heeft genomen. Het pamflet is in deze bundel integraal afgedrukt, met de vijf vervolgartikelen van de leden van de stuurgroep die in het Friesch Dagblad zijn gepubliceerd. Daarnaast bevat deze bundel ook het “Signaal inzake Hendrikse” en een tweetal artikelen waarin Op Goed Gerucht het opneemt voor de atheïstische dominee Klaas Hendrikse. Al met al wordt duidelijk dat Op Goed Gerucht naar een open kerk toe wil, maar het doet allemaal toch ook enigszins elitair aan. De artikelen zijn kort en gemakkelijk leesbaar. Het boekje (slechts 48 pagina’s) leent zich uitstekend voor gespreksavonden, omdat bij elk artikel discussievragen zijn geformuleerd.


  • (26) 3 oktober 2008: Guus Kuijer, Waarom kinderen wel cowboytje, maar nooit jezusje of mohammedje spelen (Querido, 2008)

De bekende kinderboekenschrijver vraagt zich in dit zeer helder en pakkend geschreven pamflet af waarom kinderen wel superheldje en cowboytje spelen, maar nooit geïnspireerd worden door figuren uit Bijbel of Koran. Zijn verklaring is dat kinderen in een moreel dilemma zitten, aangezien de bijbelverhalen een wrede moraliteit weerspiegelen die niet meer van deze tijd, en in Kuijers ongelovige besef zelfs godslasterlijk, is. Religie is verlangen naar een betere wereld en gerechtigheid en wrede bijbelverhalen als letterlijk en historisch waargebeurd en moreel superieur te behandelen is daarmee in tegenspraak. Kuijer pleit dan ook voor erkenning dat de moraal van de bijbelverhalen niet meer de onze is, dat ze is veranderd, maar geeft toe dat een dergelijke erkenning consequenties heeft voor de theologie. Het boek richt zich tot christelijke gelovigen en moslims. Theologisch is het boek zwak en komt Kuijer vaak met theologie van de koude grond (zoals de naïeve duiding van Jezus’ kruisdood). De boodschap is echter krachtig en zou breed gehoord moeten worden.


  • (25) 21 september 2008: E. Meijering, Het roer moet om! (Meinema, 2008)

De remonstrantse theoloog en veelschrijver Eginhard Meijering haalt in dit pamflet hard uit naar de theologie van sinds de jaren zestig, die volgens hem een sterke moralisering en psychologisering van het geloof hebben geleid. Wil de kerk nog bestaansrecht hebben, dan moet ze zich richten op datgene wat anderen niet zeggen of niet durven zeggen. En dat vindt Meijering in het gedachtegoed van de Reformatie. In de acht hoofdstukken van dit korte en soms warrig geschreven boekje gaat Meijering in op de vraag hoe we de Bijbel moeten lezen (als een verscheidenheid van stemmen, maar met een centrum van Gods vrije in Jezus Christus verschenen genade), het geloof in de goedheid van de schepping, omgang met het zondebegrip (waarbij Meijering bescheidenheid benadrukt om moralisering te vermijden), het spreken over Jezus Christus (waarin voor een hoge christologie gepleit wordt), rechtvaardiging door geloof en heiliging, en de hoop op eeuwig leven. Een laatste hoofdstuk probeert praktische handreikingen te geven voor de omgang met deze vragen in de gemeente. Zonder register.


  • (24) 24 augustus 2008: Alister McGrath, Dawkins als misvatting (Ten Have, 2008)

Deze reactie van Alister McGrath en zijn vrouw Joanna Collicutt McGrath – de eerste Engelse reactie die nu pas in het Nederlands verschijnt – is een gepassioneerde maar genuanceerde reactie op het rancuneuze “God als misvatting” van de bioloog en atheïst Richard Dawkins. De McGraths gaan in dit toegankelijke boek in op de hoofdlijnen van Dawkins’ betoog: op zijn bewering dat geloven infantiel en irrationeel is, dat wetenschap geloof heeft weerlegd, dat religie een virus van de geest of een ‘meme’ is, en bovendien kwaadaardig. De McGraths maken met behulp van boeiende argumenten en tekstanalyses duidelijk dat Dawkins parasiteert op het fundamentalistisch geloof waartegen hij ageert. Ze laten zien dat Dawkins dezelfde retoriek en argumentatiestijlen hanteert als religieuze fundamentalisten en daarmee zelf een ‘atheïstische fundamentalist’ is. Het boek is geen apologie voor het christelijk geloof en daarmee ook voor niet-gelovigen interessant. Een must voor wie in het atheïsmedebat geïnteresseerd is. Het boek is zeer leesbaar vertaald, met eindnoten achterin. Een index ontbreekt.


  • (23) 1 augustus 2008: A. Comte-Sponville, De geest van het atheïsme (Atlas/Contact, 2008)

De Franse filosoof André Comte-Sponville, waarvan al eerder boeken in het Nederlands verschenen, beschrijft in dit boek hoe hij aankijkt tegen de verhouding tussen atheïsme en spiritualiteit. Het boek bestaat uit drie lange hoofdstukken, onderverdeeld in kleinere secties. In het eerste hoofdstuk gaat de schrijver in op de vraag of de mens het zonder religie kan stellen. De conclusie is dat de mens zonder religie kan, maar niet zonder saamhorigheid, trouw en liefde. In het tweede hoofdstuk geeft hij zijn filosofische en persoonlijke redenen om het bestaan van God te ontkennen. Het derde hoofdstuk leest als een boeddhistisch vertoog, waarin Comte-Sponville zijn Oosters-getinte atheïstische spiritualiteit, die aan mystiek grenst, nuchter onder woorden probeert te brengen. Inspirerend boek, ook voor gelovigen, dat niet rancuneus religie bestrijdt, maar afstand neemt van Dawkins en andere fundamentalistische atheïsten. Het christelijk geloof wordt met respect en waardigheid behandeld, maar is voor de schrijver een gepasseerd station. Lastig leesbaar vertaald met veel tussen- en bijzinnen.


  • (22) 17 juli 2008: Karl Barth, De brief aan de Romeinen (Boom, 2008)

Voor het eerst komt de tweede editie van Barths “Der Römerbrief” (1922) in Nederlandse vertaling beschikbaar. Dit klassieke theologische werk van Barths interpretatie van Paulus’ Romeinenbrief – God als de “gans Andere”, die geen onderdeel van de wereld is, maar er tegenover staat op een manier die voor mensen ondenkbaar en onnavolgaar is, maar die in Jezus Christus ook als verontrustend nabij is gebleken – is met het oog op leesbaarheid en duurzaamheid uitgegeven. De voortreffelijke vertaling is van filosoof-vertaler Mark Wildschut, die eerder al Heidegger en Nietzsche vertaalde. Cees van der Kooi en Arie Spijkerboer geven een inleiding in Barths gedachtegoed en de Nederlandse receptie ervan. Achterin is een uitgebreid notenapparaat opgenomen, ontleend aan de wetenschappelijke Barth-editie. Uitgebreide registers van bijbelcitaten, namen en zaken maken dit boek tot een naslagwerk van de Barthiaanse theologie. Barth schrijft associatief en expressief. Daarmee is dit boek moeilijk, soms duister en verontrustend, maar ook een kunstwerk op zichzelf dat de lezer niet gauw loslaat.


  • (21) 29 juni 2008: Francis Schaeffer, Ware Wijsheid (Voorhoeve, 2008)

Francis Schaeffer (1912-1984) was een zeer invloedrijke en controversiële Amerikaanse evangelicaal-fundamentalist. In dit boek, dat oorspronkelijk in 1968 verscheen, geeft Schaeffer een analyse van hoe het Westerse denken zich sinds de Middeleeuwen heeft ontwikkeld en waarin hij de Moderniteit lijnrecht tegenover de Bijbel plaatst. Vanuit het Thomistische onderscheid tussen natuur en genade betoogt Schaeffer dat in de Moderniteit – na de Reformatie – de natuur de genade heeft opgegeten: geloof wordt irrationeel en rationaliteit staat gelijk aan atheïsme. Alleen een vasthouden aan de Reformatorische visie op de Schriften – waarin de Bijbel kennis van God en van de natuur verschaft en waarin geen enkel aspect van natuur, mens en samenleving autonomie heeft maar onder Gods wet staat – kan de existentiële zekerheid bieden die de nihilistische en onvrije moderne mens zoekt. Schaeffer pleit voor een radicale verwerping van de scheiding van kerk en staat en voor een theocratisch maatschappijmodel. Radicalistisch, opruiend fundamentalisme van christelijke zijde verpakt in fluwelen woorden.


  • (20) 9 juni 2008: Erik Borgman, Metamorfosen: Over religie en moderne cultuur (Klement, 2008)

De centrale these die de katholieke theoloog Borgman verdedigt, is dat hoewel de geïnstitutionaliseerde religies in onze moderne en seculiere Westerse samenleving terrein verliezen, dat dit niet betekent dat religie verdwijnt. Religie is nooit weggeweest, maar volgens Borgman is de vorm van religie veranderd. Religie is ongrijpbaar geworden en onherkenbaar, opgegaan in onze cultuur waar volgens Borgman “de relatie met het heilige op nieuwe, vaak verborgen wijze gestalte krijgt of kan krijgen” (32). Vanuit deze visie wil Borgman “licht werpen op het religieuze gehalte van de samenleving zelf” (19): het messianisme van Pim Fortuyn, de Nederlandse normen- en waardendiscussies en discussies over euthanasie, de eenheidsdrang van Europa, discussies over de Islam en over de (on)mogelijkheid te geloven na Auschwitz. Een lastig boek, wollig geschreven, voor mensen die het niet erg vinden dat cruciale begrippen (religie, het heilige) niet nader worden omschreven en die houden van paradoxale formuleringen (bijv. geloven gekarakteriseerd als “met God wachten op de aankomst van God” (25)).


  • (19) 21 mei 2008: Paul Feyerabend, Tegen de methode (Lemniscaat, 2008)

De eerste druk van deze klassieke wetenschapsfilosofische studie van de ‘anarchistische’ wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend verscheen in 1975. Deze Nederlandse vertaling baseert zich op de derde druk uit 1993, die de standaard is geworden. Volgens Feyerabend is wetenschap een menselijke activiteit die niet gekarakteriseerd kan worden door middel van een centrale methode (zoals de meeste wetenschapsfilosofen menen), maar waarin ‘alles kan’ (‘anything goes’). Volgens Feyerabend vormen de verschillende wetenschappen een bonte lappendeken van disciplines en benaderingswijzen, waarbij wetenschappers nogal eens opportunistisch te werk willen gaan. Hoe wetenschap in werkelijkheid werkt, wordt geanalyseerd aan de hand van de omverwerping van het Aristotelische wereldbeeld door Copernicus en Galilei. Verder voert Feyerabend een fel pleidooi voor een scheiding tussen wetenschap en politiek, opdat wetenschap niet gebruikt wordt voor ideologische doeleinden. Leesbare vertaling, met een inleiding van André Klukhuhn en Rein Gerritsen. Duurzaam ingebonden met leeslint, zeer heldere bladspiegel.


  • (18) 23 april 2008: Herman Vuijsje, Tot hier heeft de Heer ons geholpen: Over godsbeelden en goed gedrag (Atlas/Contact, 2008)

De schrijver en godsdienstsocioloog Vuijsje beschrijft in dit zeer goed geschreven en prachtig geïllustreerde boek hoe de God van Nederland verdwijnt of tenminste verandert, hoe de Nederlandse religiositeit langzaam van een moreel veeleisende godsdienst naar een veel individualistischer en vrijblijvender ‘ietsisme’ overgaat (wat Vuijsje beschrijft als verwant aan de pantheïstische natuurreligies van vóór het monotheïsme). De centrale vraag daarbij is: hoe zit het met de normen en waarden die de Nederlanders blijkbaar zo dierbaar zijn en die verankerd liggen in een calvinistische geloofsovertuiging? Vuijsje ziet het gevaar van een moreel vacuüm, maar laat zien hoe door het blijven vertellen van ‘grote verhalen’ als dat van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en een groeiende wereldwijde anonieme solidariteit een nieuwe moraliteit ontstaat, maar nu zonder dreiging van straf of hoop op beloning in het hiernamaals. Vuijsje schrijft toegankelijk, moraliseert niet, vermijdt vakjargon, en ofschoon de tekst luchtig is en relativerend, maakt de schrijver nergens religie belachelijk.


  • (17) 5 april 2008: Arne Grøn, Vrijheid en angst: Inleiding in het denken van Sören Kierkegaard (Damon, 2008)

Dit boek wil een inleiding zijn tot het denken van Kierkegaard te bieden vanuit een analyse van de begrippen vrijheid en angst. Volgens Kierkegaard is de mens een zelf dat voor de opgave gesteld is zichzelf te worden. Die opgave bestaat uit het zoeken naar een samenhang en balans tussen de ongelijksoortige delen waaruit een mens is samengesteld: het psychische en lichamelijke, en het eeuwige en het tijdelijke. Deze opgave levert een ambivalente angst op voor de mogelijkheden en de vrijheid die de mens is een heeft. Vanuit die ambivalentie bespreekt Grøn verschillende dimensies uit het denken van Kierkegaard. Toch is het korte boek zelf niet veel makkelijker dan Kierkegaard zelf. Soms gebruikt Grøn begrippen die pas in latere hoofdstukken worden uitgelegd. Cruciale begrippen (zoals de stadia van het esthetische, ethische, en religieuze) worden door middel van niets-verhelderende citaten omschreven. En het geheel is te abstract, zonder voorbeelden, zodat vaak onduidelijk blijft hoe Kierkegaards denken aan het concrete menselijke leven raakt. Geen inleiding voor beginners.


  • (16) 14 maart 2008: G. Manenschijn, Religie terug van even weggeweest (Meinema, 2008)

Religie is terug van weggeweest, maar de vorm van religieus geloof is wel veranderd. Er wordt gesproken over ‘ietsisme’ en over ‘soloreligiositeit’. Ethicus Gerrit Manenschijn wijst beide vormen van religiositeit af en stelt dat het traditionele christelijk geloof toekomst heeft als het gedragen wordt door een geloofsgemeenschap. Hij pleit ervoor dat religieus geloof met zowel interne als externe kritiek overweg kan, dat het gezien wordt als een (ethische) manier van leven, en dat geloof bevrijdend moet werken en ethisch door de beugel moet kunnen. Door in de tweede helft uitgebreid de Tien Geboden te bespreken, laat Manenschijn zien dat iedere gemeenschap weliswaar een sociale basisstructuur moet hebben, maar dat de Bijbelse grondregels niet zomaar in de hedendaagse samenleving toepasbaar zijn, op het centrale uitgangspunt na: de weg tot God loopt via de naaste. Nergens wordt de centrale boodschap expliciet gemaakt, en de lezer moet de rode draad van het boek zelf zien te vinden. Manenschijn schrijft echter toegankelijk en maakt gebruik van veel actuele voorbeelden.


  • (15) 10 februari 2008: T. Freke & P. Gandy, ‘Jezus Vertelt’ (Forum, 2008)

Dit boek is een bijtende satire op de evangeliën die bovendien de vloer aanveegt met alles waar de christelijke traditie voor staat. Niet Paulus en de latere christelijke kerk, maar de gnostici hadden gelijk, zo menen Timothy Freke en Peter Gandy. In dit fictieve manuscript – wat een populaire bewerking is van de theorie die Freke en Gandy elders op meer academisch niveau hebben beschreven – openbaart Jezus zelf deze schokkende boodschap stap voor stap in een dialoog met een nuchtere en behoudende Petrus en een behaagzieke en hitsige Maria Magdalena. Dit boek vormt daarmee niet alleen een felle kritiek op het christendom, maar ook een inleiding in het gnostisch gedachtegoed. Een boek met veel anachronistische humor in de stijl van Monty Python en Terry Pratchett. Maar ook een boek dat absoluut niet serieus te nemen is. Of de auteurs werkelijk een diepere boodschap hebben of hebben willen meedrijven op de hedendaagse belangstelling voor atheïsme en gnostische geschriften, blijft veelal in het midden. Zeer vloeiend en leesbaar vertaald, goed leesbare bladspiegel.


  • (14) 16 januari 2008: S. Kierkegaard, Wat de liefde doet (Damon, 2007)

Dit is het tweede deel van een reeks nieuwe vertalingen van Sören Kierkegaards werken die door Uitgeverij Damon wordt uitgegeven. “Wat de liefde doet” uit 1847 is een hoofdwerk uit de periode van Kierkegaards ‘tweede schrijverschap’ (vanaf 1846 tot zijn dood in 1855), waarin hij vooral religieuze werken schreef. Het boek bestaat uit twee reeksen overwegingen die, zoals in zoveel werken van deze Deense filosoof, gaan over de liefde. Kierkegaard beschrijft de relatie tussen de aardse (‘tijdelijke’) liefde en de christelijke (‘eeuwige’) naastenliefde, waarbij hij laatstgenoemde weliswaar hoger waardeert (vanwege de bestendigheid), maar toch zeer positief blijft over de tijdelijke maar vaak moeizame liefde tussen geliefden. Kierkegaard is een moeilijke filosoof. Ook dit boek, geschreven in essayistische stijl met veel uitweidingen, leest niet gemakkelijk weg, ondanks de voortreffelijk moderne vertaling en de vele voorbeelden en metaforen die Kierkegaard gebruikt. Inclusief verklarende noten, en een uitgebreid nawoord en index. Het boek is stevig ingebonden met omslag en leeslint.


  • (13) 29 december 2007: Geert Lernout, In den beginne: Van Adam & Eva tot Intelligent Design (Meulenhoff, 2007)

In dit boek beschrijft de Antwerpse literatuurwetenschapper Lernout hoe het eerste Bijbelboek door de eeuwen heen is geïnterpreteerd. Het levert een cultuurgeschiedenis op “van de joods-christelijke beschaving die een reeks zelfportretten schildert in de vele verschillende manieren waarop één enkel boek wordt gelezen en geïnterpreteerd” (319). Genesis is als een Rorschachtest: “een willekeurige vlek die alleen maar dient om de eigen obsessies in terug te vinden” (319). Lernout gaat in op de joodse Bijbel, interpretaties van de christelijke kerkvaders en tijdens de middeleeuwen, renaissance en reformatie. Doorbraken in de natuurwetenschappen gaven vanaf de zeventiende eeuw de aanstoot tot de historische Bijbelkritiek. Het boek eindigt bij het hedendaagse fundamentalisme van creationisme en Intelligent Design. Het onderwerp is boeiend, maar het boek blijft oppervlakkig. Voetnoten, bibliografie en index ontbreken. Bovendien is Lernouts atheïsme voortdurend storend aanwezig in de sarcastische en ironische schrijfstijl waarmee hij gelovige interpretaties van Genesis belachelijk maakt.


  • (12) 10 december 2007: Friedrich Schleiermacher, Over de religie (Boom, 2007)

De laatste vertaling van Schleiermachers “Betogen” voor de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie stamt uit 1990 en is sinds enige jaren uitverkocht. Schleiermacher omschrijft religie als “denken noch handelen, maar schouwen en gevoel”. Deze nieuwe vertaling van Schleiermachers godsdienstwijsgerige en theologische klassieker, van de hand van Willem Visser, is prachtig uitgevoerd in harde kaft met stofomslag en leeslint. De bladspiegel is helder en de taal is vloeiend en modern. De voortreffelijke inleiding van godsdienstpsycholoog Herman Westerink verheldert op sublieme wijze Schleiermachers soms breedsprakige en complexe betoog, waarbij Westerink tevens ingaat op de context en Schleiermachers discussiepartners. Ook geeft Westerink aan waarom deze tekst juist in onze tijd weer zo’n aantrekkingskracht op mensen uitoefent. In voetnoten onder de hoofdtekst worden bepaalde zaken in de tekst verhelderd. In de marge staan de bladzijnummers van de oorspronkelijke druk uit 1799. Een klassieker, die in huidige vorm hopelijk de komende jaren de standaard gaat zetten.


  • (11) 10 december 2007: Leen den Besten, Van animisme tot ietsisme: Religie in de westerse samenleving (Skandalon, 2007)

De theoloog Leen den Besten schrijft een uitgebreide en schitterend opgemaakte geschiedenis over de relatie tussen religie en de West-Europese samenleving, die in sommige opzichten aan de boeken van Karen Armstrong doet denken. Den Bestens beschrijving van denkbeelden gaat diep en geeft blijk van een grote belezenheid en grondige kennis van geschiedenis en religiestudies. In deel een omschrijft de schrijver het begrip religie. Het tweede deel is een geschiedenis, waarin de relatie tussen religie en cultuur als dynamisch en interactief wordt beschreven, maar ook als een worsteling tussen geloof en rede (inclusief wetenschap), waarbij de rede uiteindelijk zegeviert. In het derde, besluitende deel, stelt Den Besten dat de rede weliswaar heeft gezegevierd, maar dat ze toch religie niet helemaal vervangen heeft. De rol en functie van religie is veranderd, maar een religieloze samenleving ligt niet in het verschiet. Het relativistische uitzicht van het boek zal niet door iedere gelovige worden gewaardeerd. Een fascinerend en zeer goed geschreven boek voor zowel gelovigen als ongelovigen.


  • (10) 24 november 2007: William James, The wil om te geloven & Vertrouwen en het recht om te geloven (Abraxas, 2007)

Een mooi verzorgde, maar rommelige gestructureerde vertaling van een aantal klassieke essays van de Amerikaanse pragmatistische filosoof William James (1842-1910) die cirkelen rondom religieus geloof. James betoogt dat het een recht van ieder individu is om op eigen risico te geloven. Wetenschap en filosofie zouden dit recht moeten erkennen, en niet moeten proberen met behulp van naturalistische verklaringen de ervaringen van gelovigen te ontluisteren. Naast een vertaling van ‘De wil om te geloven’ zijn in deze bundel ook opgenomen ‘Is het leven de moeite waard?’, ‘Het gevoel van rationaliteit’, ‘Reflexhandling en theïsme’, en ‘Religieus vertrouwen en het recht om te geloven’. James’ essays verschijnen voor het eerst in Nederlandse vertaling. Een onbegrijpelijk essay van Peter Sloterdijk fungeert als voorwoord, in plaats van een zeer leesbaar essay van Hein van Dongen wat als nawoord is opgenomen. Tevens is er een (beknopte) begrippenlijst en register. Onduidelijk is wat de uitgever bewogen heeft dit boek in deze vorm nu uit te geven en wie het geheel geredigeerd heeft.


  • (9) 5 november 2007: Sam Harris, Brief aan een christelijke natie (Arbeiderspers, 2007)

Van Sam Harris verscheen in 2006 al “Van God los”. In zijn in vlot leesbaar proza vertaalde “Brief aan een christelijke natie” richt Harris zich tot de christenen die zijn eerdere boek verketterden. Terwijl Harris in “Van God Los” met name tegen moslimfundamentalisten ageerde, laat zijn brief zien, dat zijn kritiek ook direct tegen het christelijk geloof gericht is. Zijn argumenten zijn vooral van morele aard. Hij wijst onder meer op de onmenselijke consequenties wanneer de Bijbel als bron van moraal wordt gehanteerd; hoe het christelijk verzet tegen stamcelonderzoek, condoomgebruik en abortus, als massamoord beschreven kan worden; dat atheïsten niet per definitie slechte mensen zijn (integendeel, volgens Harris); dat moraal een evolutionaire uitvinding is en geen bovennatuurlijke oorsprong heeft; en dat geloof en wetenschap noodzakelijkerwijs met elkaar op gespannen voet staan. Een eerlijk maar confronterend boek, vooral voor overtuigde gelovigen, omdat Harris hier wijst op religie als bron van onrecht, lijden en menselijk kwaad.


  • (8) 22 oktober 2007: C. Dekker, R. van Woudenberg, G. van den Brink (red.), Omhoog kijken in platland (Ten Have, 2007)

Na Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? en En God beschikte een worm… is dit de derde bundel artikelen over de relatie tussen geloof en natuurwetenschap. Hierin ligt de nadruk op de relatie tussen orthodoxe vormen van geloof en natuurwetenschap, met name recente ontwikkelingen in de neurowetenschappen. In deel 1 wordt ingegaan op de vraag wat wetenschap is en hoe wetenschappelijke kennis zich verhoudt tot geloof. Deel 2 belicht en verdedigt de geloofwaardigheid van de Bijbel. Deel 3 gaat over scheppingsgeloof, wonderen en gebed. Delen 4 en 5 behandelen vragen over de menselijke geest, de ziel, de vrije wil, en de vraag of de mens met behulp van technologie verbeterd mag worden. In deel 6 worden evolutionair-psychologische verklaringen van religie en moraal geanalyseerd en uiteindelijk verworpen. In het nawoord reflecteert schrijver Willem Jan Otten over het geheel. De auteurs zijn wetenschappers, filosofen en theologen. De meeste bijdragen zijn vanuit orthodox-christelijke perspectief uiterst kritisch en behoudend ten aanzien van ontwikkelingen in de biomedische wetenschappen.


  • (7) 29 augustus 2007: R.C. Sproul, Je geloof verdedigen (De Groot Goudriaan, 2007)

Reeds de omslagillustratie (twee zwaarden die elkaar vlammend kruisen) maakt veel duidelijk over de inhoud van dit boek. Het is een inleiding in de apologetiek: de verdediging van het christelijk geloof als waarheid tegenover atheïsten. De Amerikaanse fundamentalistische theoloog Sproul verdedigt dat het christelijk geloof de ultieme waarheid is en dat iedere andere levensbeschouwing niets dan dwaasheid en afgoderij is. Uitgaande van vier kennisprincipes (de wet van non-contradictie, de causaliteitswet, de betrouwbaarheid van zintuiglijke waarneming, en het analogisch gebruik van taal) verdedigt Sproul dat God bestaat en dat de Bijbel tot op de letter betrouwbaar is. Veel lezers zullen zich ergeren aan Sprouls arrogante schrijfstijl. Sproul argumenteert bovendien zeer slordig en gebruikt onnodig veel retoriek. Hoewel Sproul probeert de redelijkheid van de christelijke religie te verdedigen tegen de groeiende populariteit van het atheïsme, draagt het boek vooral bij aan een verdere polarisatie van fundamentalistisch geloof en de Westerse geseculariseerde samenleving.


  • (6)24 juli 2007: Antonio Monda, (On)geloof: Gesprekken over God en religie (Ten Have, 2007)

Tussen 2002 en 2006 interviewde de kunstenaar en filmkenner Antonio Monda een aantal Amerikaanse intellectuelen uit zijn vrienden- en kennissenkring over hun (on)geloof en visie op religie. Daaronder zijn bekende auteurs als Paul Auster, Saul Bellow, Toni Morrison en Salman Rushdie, maar ook kunstenaars en mensen uit de filmwereld, zoals regisseurs Michael Cunningham, David Lynch, Spike Lee, Martin Scorcese, en Jane Fonda. De interviews zijn fragmentarisch, goed leesbaar, maar enigszins saai en nergens verrassend. Het wordt niet duidelijk waarom Monda juist voor deze selectie van personen heeft gekozen. Af en toe treedt Monda – een zeer vrome katholiek – storend op met zijn zendingsdrang, met name wanneer hij atheïsten interviewt. Het is onduidelijk wat Uitgeverij Ten Have bewogen heeft deze uitgesproken Amerikaanse visies op religie in het Nederlands te vertalen. Het boek heeft geen aantoonbare meerwaarde voor de Nederlandse boekenmarkt. Verder moet de lezer bekend zijn met het werk van de geïnterviewden, omdat meestal een korte achtergrondschets van de geïnterviewde ontbreekt.


  • (5) 29 juni 2007: Jonathan Israel e.a., Gedachtevrijheid versus godsdienstvrijheid: Een dilemma van de verlichting (Damon, 2007)

Jonathan Israel heeft grote naam gemaakt als ideeënhistoricus van de Verlichting. Hij geeft Spinoza een centrale plaats als exponent van de ‘radicale Verlichting’: de Verlichtingsbeweging die volledige brak met het verleden. In 2006 hield Israel de Thomas More lezing aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waarin hij de hedendaagse spanningen tussen meningsvrijheid en godsdienstvrijheid illustreert aan de hand van het verschil van vrijheidsopvatting van Locke en Spinoza. Dit boek bevat de vertaling van Israels Thomas More lezing, voorafgegaan door een inleiding van Inger Leemans, en vergezeld van een interview en twee kritische essays van historicus Siep Stuurman en filosoof Marin Terpstra. In zijn lezing neemt Israel het op voor Spinoza, die hij als de werkelijke grondlegger van de moderne democratie beschouwt. Stuurman en Terpstra plaatsen scherpe kanttekeningen bij Israels Spinoza-interpretatie. Het boek vergt enige kennis van de Verlichting en van het denken van Spinoza. Slordig is het vergeten van een literatuurlijst bij Israels lezing, zodat de voetnoten onbegrijpelijk worden.


  • (4) 6 juni 2007: Stefan Klein, Tijd: Een gebruiksaanwijzing (Ambo, 2007)

Wat is tijd? Hierop zijn verschillende antwoorden mogelijk. De schrijver van dit boeiende boek gaat in op de wijze waarop mensen tijd (en het gebrek daaraan) beleven. Het gaat dus om de menselijke ervaring van tijd en hoe die tot stand komt. Dan blijkt dat onze hersenen (onze ervaring van) tijd ‘maken’, waarbij met name het geheugen een belangrijke rol speelt. Daarbij slaagt Klein erin fascinerende feiten boven tafel te krijgen (bijvoorbeeld de ontwikkeling van het tijdsgevoel bij baby’s of waarom het ‘nu’ een illusie is). Het boek bestaat uit drie delen: (1) onze beleving van tijd, (2) hoe we tijd benutten en waarom we zo vaak het gevoel hebben tijd te verliezen, en (3) een kort hoofdstuk over de vraag wat tijd vanuit wetenschappelijk perspectief is. Daarbij blijft Klein niet steken in beschrijving, maar geeft hij ook praktische aanwijzingen voor hoe we meer grip kunnen krijgen over onze tijd(sbeleving). Want stress ontstaat wanneer mensen het gevoel hebben de controle over hun tijd kwijt te zijn. Het boek is zeer toegankelijk geschreven en zal jong en oud fascineren.


  • (3) 15 mei 2007: Peter Henk Steenhuis, De persoonlijke God: Gesprekken op de grens van filosofie en geloof (Van Gennep, 2007)

Het spreken over een persoonlijke God is momenteel een veelbesproken onderwerp. Veelal is in dergelijke discussies de teneur dat het idee van een persoonlijke God als een antropomorfe projectie afgedaan kan worden. Steenhuis interviewde voor het dagblad Trouw 35 theologen, predikanten, schrijvers en filosofen over hun godsbeeld. In dit boek zijn de interviews gebundeld. Uit de gesprekken komt naar voren dat door veel intellectuele gelovigen het persoonlijk spreken over God weliswaar genuanceerd wordt, maar dat zij er nog altijd waarde aan hechten en het niet gemakkelijk willen opgeven. Uit het voorwoord van Steenhuis blijkt dat deze uitkomst hem ook zelf verbaasde. De inleiding, van de hand van Harry Kuitert, geeft echter goed aan wat er op het spel staat als je persoonlijk spreken over God opgeeft. De interviews zijn goed geschreven en ook voor jongeren toegankelijk. Ze geven verrassende, veelal onorthodoxe perspectieven, en zetten de lezer aan tot zelfreflectie. Een aanrader voor zowel gelovigen en geïnteresseerde ongelovigen. Een index ontbreekt.


  • (2) 1 mei 2007: Sam Harris, Van God los: De gevaren van religie en de toekomst van de rede (Arbeiderspers, 2007)

De aanslag op het WTC in New York heeft laten zien wat voor bedreiging religie voor de Westerse samenleving is. In de zeven hoofdstukken van dit controversiële, lijvige boek wil de filosoof Harris dan ook het taboe doorbreken dat over religie niets negatiefs gezegd mag worden. Religie is irrationeel, niet gebaseerd op empirische bewijzen, zoals het religieuze geweld van de heksen- en jodenvervolging en het moslimterrorisme laten zien. Harris verfoeit de Amerikaanse vermenging van religie en politiek. Ook stelt hij dat pacifisme onhoudbaar en hypocriet is; geweld en zelfs marteling zijn onder bepaalde voorwaarden noodzakelijk. Harris erkent de menselijke hang naar spiritualiteit, maar die moet dan wel gebaseerd zijn op rede en empirische bewijzen. Een epiloog vat het boek nog eens samen en in een nawoord gaat Harris in op enige tegenwerpingen. Het boek, wat niet makkelijk leest, zet aan tot denken over de relatie tussen religie en geweld, maar is voor gelovigen schokkend en blasfemisch. Met veel eindnoten, en een uitgebreide literatuurlijst. Helaas ontbreekt een index.


  • (1) 18 april 2007: Jan Knol, Spinoza: Uit zijn gelijkenissen en voorbeelden (Wereldbibliotheek, 2007)

De Verlichtingsfilosoof Spinoza wordt meestal als een ketter neergezet. De theoloog Knol laat zien hoe ongenuanceerd dat beeld is. De auteur bespreekt aan de hand van gelijkenissen en fragmenten uit Spinoza’s werk eenvoudig en zeer aansprekend hoe Spinoza dacht over God en het ontstaan van godsdienst, het universum, de verhouding van lichaam en geest, de vrije wil, de elementen van menselijke kennis en de staat. Heel het denken van Spinoza draait om God, die in alle dingen is en waaruit alle dingen voortkomen. De fragmenten zijn voorzien van bronvermeldiig, zodat ze in Spinoza’s werken teruggezocht kunnen worden. Knol geeft tevens een kleine schets van Spinoza’s leven en in een fictieve samenspraak van Spinoza en Jezus maakt hij contrasten en overeenkomsten tussen Spinoza’s denken en het christendom goed helder. Dit boek is geschikt als inleiding in Spinoza’s filosofie voor een zeer breed lezerspubliek. Bovendien kan het de komende jaren goed dienst doen als aanvulling bij de filosofielessen ‘Rede en religie’ op het VWO.


— © Taede A. Smedes & NBD Biblion, 2007-2017 —