Lieke Marsman – Een oproep tot leven

Lieke Marsman (Bron: Uitgeverij Pluim / Tom Cornelissen)

Ik heb het feit dat kanker bestaat altijd gezien als een van de belangrijkste argumenten tegen het bestaan van een bovennatuurlijke God. Want dat is wat kanker is: cellen die op hol geslagen zijn, zich rücksichtslos delen en woekeren. Wat normaliter tot groei van het organisme leidt, leidt nu in een orgaan uiteindelijk tot de dood van dat organisme. Levenskracht die leven doodt. Suïcidale levenskracht. Dat kanker bestaat, toont voor mij aan dat een bovennatuurlijke Schepper-God – zoals voorgesteld in het christendom – niet kan bestaan. Zo’n God is voor mij dan ook een illusie.

Ik dacht er vanochtend weer eens aan toen ik een mailtje kreeg over het overlijden van Lieke Marsman. Wat een verlies voor deze wereld, dacht ik. Slechts 35 jaar mocht ze worden. Ik heb haar altijd bewonderd. Ik vond haar een prachtige, krachtige vrouw. Ze wilde leven bij de klippen op. Ze had een weergaloos doorzettingsvermogen, maar ook een scherp intellect en op sociale media had ze zelfs een scherpe tong. Ze was een terecht bejubelde dichter. Ik vond het fascinerend te ontdekken dat Lieke als een schitterende diamant verschillende facetten in zich verzamelde en liet weerspiegelen.

We deelden de laatste jaren een gezamenlijke passie voor het ufo-fenomeen. Ze was gefascineerd geraakt door de ontwikkelingen in de VS sinds 2017 en dan vooral de getuigenissen van hooggeplaatste Amerikaanse piloten en mensen van veiligheidsdiensten die allemaal een consistent verhaal vertelden waarvan de boodschap was dat we bezocht worden door een niet-menselijke intelligentie. Ze was onder de indruk van de film Moment of Contact, de spraakmakende en in zeker opzicht baanbrekende documentaire van James Fox uit 2022. Ze sprak erover in het tv-programma Zomergasten, ze schreef erover in Op een andere planeet kunnen ze me redden.

Interessant was dat het ufo-fenomeen bij haar iets bewerkstelligde: hoewel ze uit een atheïstisch gezin kwam, ontstond er ineens een openheid voor een transcendente, persoonlijke werkelijkheid die in het christendom met “God” wordt aangeduid. En dat terwijl ze nooit zelf een ufo gezien had. Ik heb een paar keer contact met haar gehad over het ufo-fenomeen. Ze is bij mij thuis geweest om een podcast-aflevering op te nemen over het fenomeen. We volgden elkaar op sociale media. Maar over religie hebben we het nooit gehad, gek genoeg.

Ik kwam eigenlijk pas achter haar religieuze kant toen ik haar boek Op een andere planeet kunnen ze me redden las en voor Volzin recenseerde. Het verbaasde me, en toch ook weer niet. Het ufo-fenomeen doet iets met mensen die zich er serieus in verdiepen. Het maakt mensen open, laat ze zien dat de wetenschap veel vermag, maar dat er grenzen zijn aan onze kennis. Bij Lieke bewerkte haar interesse in ufo’s een besef van het religieuze, een voorzichtig geloof in God. Of misschien is het fout om het “geloof” te noemen, want dat heeft vaak de connotaties van iets cognitiefs. Bij Lieke had het meer van overgave. Maar dan geen sprong in het onbekende, maar een sprong in de hoop die religieuze taal biedt. In een post op “X” vertelt Marianne Thieme dat Lieke in 2024 in een podcast zei: “Ik ben streng atheïstisch opgevoed, maar onlangs heb ik een Bijbel gekocht. Die gaf me onverwacht een beetje magie terug. Woorden als verlossing, genade en hoop kom je niet vaak tegen in deze wereld.”

Religie verbond ze, net als ufo’s, met een magisch wereldbeeld. In haar fantastische boek Op een andere planeet kunnen ze me redden schrijft ze: “Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit níet kunnen geloven? Waarom heb ik er ooit genoegen mee genomen dat ik zou moeten leven in een onttoverde wereld, een leven van leegheid, sleur, van onzinnige procedures en sociale conventies? (…) Dit is het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je het jezelf toestaat te geloven in dingen die je niet kunt toetsen” (p. 41-42). Overgave dus, loslaten van eigen zekerheden én onzekerheden. Zo liet ze aan veel mensen zien dat je mag geloven, je kunt overgeven aan iets dat je niet begrijpt zonder je rationaliteit op te offeren. Als God kun je je geen betere vriendin wensen.

Ze laat ons achter terwijl zij ons voorgaat. Ik zal haar missen. Ik had van het tijdschrift Volzin de vraag gekregen om haar te interviewen over haar nog te verschijnen boek. De lezers van Volzin droegen Lieke een warm hart toe. Ik keek ernaar uit met haar te praten, misschien, over religie, sowieso over zingeving en wie weet over ufo’s. Ik hoopte dat ze ja zou zeggen. En dan, nog geen twee weken later, is ze er ineens niet meer. Lieke wilde zelf “altijd een oproep tot leven zijn” (Op een andere planeet kunnen ze me redden, p. 190). Ik hoop dat haar oproep nog lang mag weerklinken.

1 gedachte over “Lieke Marsman – Een oproep tot leven”

  1. Dankjewel, Taede. Ik mocht haar interviewen in het Zwolse Dominicanenklooster en heb vervolgens met een leesgroep “Op een andere planeet kunnen ze me redden” besproken. Ontroerend en openbrekend vond ik dat boek. Tragisch en bevreemdend dat ze nu dood is, al leeft ze in elk geval voort als oproep tot leven, zoals je schrijft – ik neem me voor die oproep recht te doen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.