Close

Publiceren (ook) reguliere uitgevers bagger?

(Bron: http://www.boekendingen.nl/wp-nieuws/wp-content/uploads/2008/01/peter-v-straaten1.jpg)

Vanmorgen viel me ineens op dat in de discussie over mijn opiniestuk in De Volkskrant over ‘vanity publishing’ één argument voortdurend door tegenstanders wordt genoemd: ook de reguliere uitgeverijen publiceren bagger. Dit tu quoque argument is uiteraard een drogreden. En toch vinden velen het blijkbaar aantrekkelijk om dit argument naar voren te brengen ten gunste van publishing on demand (niet te verwarren met: printing on demand). Maar klopt dit argument ook?

Te zeggen dat er ook steken vallen bij reguliere uitgevers is een open deur. Ik zei al eens eerder dat er talloze voorbeelden zijn van uitgevers die een bestseller of klassieker niet als zodanig herkenden en het manuscript afwezen. En als ik in een boekhandel rondloop waar vooral de boeken liggen van reguliere uitgevers, dan heb ik niet de neiging om alle boeken die daar liggen te kopen of te willen lezen. Blijkbaar maak ik dan toch ook een onderscheid tussen kwalitatief goede boeken en minder goede boeken. Of niet?

Laat ik met een recent voorbeeld beginnen: het boek Het godstrauma: Lacan, religie en de moderniteit onder redactie van Ruud Welten en Marc de Kesel (Sjibbolet 2018), dat ik onlangs in De Volkskrant ‘slechts’ twee sterren gaf en waarbij ik concludeerde:

Mocht u, lezer, door voorgaande twee alinea’s geboeid worden, dan is er de hoop dat u Het godstrauma als een fundgrube voor diepe gedachten zult beleven. Echter, voor de meeste andere Nederlanders, zelfs de meest ruimdenkende en hoogst opgeleiden onder hen, zal deze symposiumbundel vooral een geheel van ondoordringbare gedachtenspinsels zijn waarin een bepaald slag denkers – allen mannen – zijn eigen academische stokpaardjes probeert te verbinden met de duistere ideeën van Lacan op een wijze die het moeten lezen van dit boek zelf tot een haast traumatische ervaring maakt.

Dat klinkt niet best. Dan moet het boek toch wel bagger zijn. Of niet? Is Sjibbolet hier de mist ingegaan om dit boek te publiceren?

(Bron illustratie: Bol.com)

Uitgeverij Sjibbolet staat erom bekend om tamelijk obscure filosofische manuscripten uit te geven. Obscuur in de zin van: esoterisch, eigenlijk alleen interessant voor vakfilosofen, voor veel anderen niet om door te komen. Voor sommige professionele filosofen zal Het godstrauma wellicht interessant zijn, maar niet voor een breed publiek. Het probleem met het boek is dat is voortgekomen uit een symposium dat eigenlijk alleen voor Lacan-kenners interessant was. De schrijvers van de artikelen doen dan ook geen enkele moeite om ideeën voor een breder publiek begrijpelijk te maken. Het boek moet dus gezien worden – en daar is het de auteurs natuurlijk ook om te doen – als een professionele publicatie, dus een wetenschappelijke publicatie, en is eigenlijk niet bestemd voor een breed publiek.

Maar is het boek bagger? Nee. Als bijdrage aan een bepaald filosofisch discours heeft het wellicht waarde, als populariserend filosofisch boek (het voorwoord suggereert dat dit boek wel dat karakter heeft) is het mislukt. Het punt is: ik begrijp waarom een uitgever dit heeft uitgegeven. Ik snap dat Sjibbolet vindt dat het boek uitgegeven moet worden. Er is namelijk geen boek als dit op de Nederlandse markt. Er is – op het boek van Antoine Mooij, In de greep van de taal – vrijwel niets in het Nederlands over Lacan te vinden, terwijl die denker – hoe je zijn denken ook waardeert – bijzonder invloedrijk is.

En daar zit de crux: ook als ikzelf een boek dat bij reguliere uitgevers niet zo geweldig vind, snap ik meestal wel wat de rationale erachter is om het uit te geven. De  boeken van de ‘nieuwe atheïst’ Sam Harris zijn weliswaar retorisch sterk, maar filosofisch slap. Ik heb ze gerecenseerd, maar ik heb geen plezier aan het lezen ervan beleefd, want zo interessant zijn die boeken werkelijk niet. Ik snap echter wél waarom die boeken in het Nederlands worden vertaald en uitgegeven. Dat heeft alles te maken met het ontsluiten voor een Nederlands taalgebied van een internationale discussie over geloof, ongeloof, secularisme, religieus geweld, etcetera. Het publieke debat in Nederland heeft er een belang bij dat dit soort boeken voor een breder publiek beschikbaar komen – ongeacht of dat bredere publiek die boeken ook werkelijk leest.

Reguliere uitgeverijen hebben dus weliswaar een eigenbelang (het moet financieel wel uit kunnen en liefst willen uitgeverijen er ook wat aan verdienen), maar dat eigenbelang kan alleen gewaarborgd blijven als die uitgeverijen in dienst staan van een algemeen belang.

Maar ‘vanity publishers’ hebben dat algemene belang niet. Zij hebben vooral belang bij de belangen van hun auteurs. Zij geven in eerste instantie geen boeken uit omdat ze die bijvoorbeeld een waardevolle bijdrage vinden aan het publieke debat. Zij geven boeken uit omdat de schrijver dat gevraagd heeft en voor uitgave uit eigen zak betaalt. Of Nederland dus zit te wachten op zo’n boek, is een vraag die de uitgever zich dus niet stelt, daarin is hij niet geïnteresseerd. Het is vooral een kwestie van: u vraagt, wij draaien.

(Bron illustratie: Bol.com)

Natuurlijk denken de schrijvers die bij ‘vanity publishers’ aankloppen zelf wél dat hun boek iets toevoegt. Het grote probleem is vaak dat die auteurs zélf denken dat het boek iets toevoegt, maar dat iemand die goed is ingevoerd in de problematiek, dus een onderlegde recensent bijvoorbeeld, vrij vlot kan zien dat dit niet het geval is. Ik kan hier weer een voorbeeld van geven, het boek Het kwaad… Een mysterie? van Peter Visser (Den Haag: Uitgeverij U2pi BV, 2018), uitgegeven bij een ‘vanity publisher’ dus. Visser is econoom, beleidsadviseur en manager, en als ik dat lees bekruipt mij meestal meteen de vraag welke papieren iemand heeft om een theologieboek te schrijven. Dat wordt uit dit boek niet duidelijk. Dat de man bevlogen is en een missie heeft, wordt daarentegen wél duidelijk.

Hoe dan ook, in zijn boek wil Visser het definitieve antwoord geven op de theodicee-vraag: waar komt het kwaad vandaan. Daarbij denkt hij origineel te zijn door naar de Bijbel zelf te kijken om uit te vinden wat die zegt over het kwaad. Het boek is niet slecht geschreven, maar toch een herhaling van zetten: de auteur leest de Bijbel in vertaling en als letterlijk en historisch accuraat. De evolutietheorie wordt afgewezen (de literatuurlijst bevat veel creationistische literatuur). De auteur concludeert uiteindelijk dat de oorsprong van het kwaad ook in de Bijbel een mysterie blijft (verrassing!). Wel weten we dat de Satan de macht op aarde probeert te veroveren en de mens verleidt. De zondeval is oorzaak van het natuurlijke en fysieke kwaad. Het is traditionele, behoudende theologie met bovennatuurlijke elementen, die voor velen toch ongeloofwaardig is geworden. Een traditionele dogmatiek wordt ingelezen in de Bijbel. Bovendien worden talloze dogmatische vraagstukken (vrije wil, uitverkiezing, hiernamaals, christologie) behandeld zonder enige verwijzing naar vakliteratuur.

Het boek is niet slecht geschreven, stilistisch is er niet zo gek veel op aan te merken. Maar toch: een reguliere uitgever zou dit boek niet gepubliceerd hebben, want (a) er is een te kleine groep van fundamentalistische gelovigen die hierin geïnteresseerd is, en (b) er is niets in dit boek dat niet al in talloze andere boeken is opgeschreven, er zit niets nieuws in, dit is gewoon oude dogmatiek, sterker nog: Visser wil in feite terug naar het bovennatuurlijke wereldbeeld van de middeleeuwen. Er is dus niets dat het bestaansrecht van dit boek onderstreept. Het boek zou er niet geweest zijn als niet Visser zijn ego zou hebben laten gelden. Bij reguliere uitgeverijen kan een auteur daarentegen nog zo’n groot ego hebben, als de uitgever er geen brood in ziet – in de zin van: als het niets toevoegt aan wat er al niet is – komt het boek er niet.

Dat wil niet zeggen dat er bij reguliere uitgeverijen niets mis is. Inderdaad, het feit dat ‘grote schrijvers’ enorm worden gepromoot, ook al worden hun boeken door recensenten tamelijk koeltjes ontvangen, is ergerniswekkend. Er is veel mis in boekenland, ik zwijg nog maar even over de invloed van De Wereld Draait Door op de boekenmarkt. Ook hier kan ik weer een voorbeeld geven: ikzelf vond het boek van Harari (Homo Deus) niet zo goed en dat heb ik in mijn Volkskrant-recensie beargumenteerd beschreven (zie ook de toelichting op mijn website. Een paar weken later bombardeert De Wereld Draait Door dit boek tot Boek van de Maand, en daarmee was een bestseller geboren. Zo gaat het in de wereld. Daarbij geldt wel dat ook uitgevers deze dynamiek vrijwel niet kunnen beïnvloeden. Of een boek door kranten wordt opgepikt of niet, is niet (altijd) te sturen. Ze proberen het wel, maar het lukt lang niet altijd.

Maar ook al vond ik Homo Deus niet fantastisch (Sapiens daarentegen vond ik wel erg goed), ik begrijp wél waarom dit boek in het Nederlands is vertaald en uitgegeven. Het is origineel, goed geschreven, ook al vond ik het uiteindelijk inhoudelijk teleurstellend. Het voegt iets toe dat er nog niet was. Het boek heeft bestaansrecht. Dat kan ik helaas van de meeste (niet álle) boeken die bij ‘vanity publishers’ worden uitgegeven niet zeggen.

%d bloggers like this: