Afgelopen week verscheen een interview met mij op de website van Nieuwwij.nl. Aanleiding daarvoor was de constatering van de webmaster van Nieuwwij.nl dat er steeds vaker tamelijk agressieve anti-religieuze reacties op de website binnenkwamen, en de vraag was waar dat vandaan kwam. Ik heb in het interview proberen aan te geven dat de situatie tamelijk complex is. In het interview zei ik ook dat ik denk dat met name sinds 2004 de algemene opinie lijkt te zijn geworden dat religie irrationeel is, mede door de discussies die toen losbraken over creationisme en Intelligent Design. Ik heb op die laatste constatering veel reacties gekregen. Ik wil die in dit weblog iets verder toelichten. Het is een lang essay geworden, daarvoor alvast mijn excuses…
Religie
Het religieuze naturalisme van Carl Sagan (1934-1996)
De vermaarde kosmoloog Carl Sagan (1934-1996) is vandaag de dag vooral bekend als een van de grootste popularisatoren van wetenschappelijke kennis. Hij was een invloedrijke wetenschapper die veel boeken schreef over het heelal, over de evolutie van menselijke intelligentie, en over de zoektocht naar buitenaards leven (waarover hij de briljante roman Contact schreef, die later met Jodie Foster in de hoofdrol verfilmd werd). De meeste mensen kennen Sagan van de tv-serie Cosmos uit het einde van de jaren ’70.
Die documentaireserie, die hij samen met zijn vrouw Ann Druyan bedacht en zelf presenteerde, zorgde ervoor dat Sagan in de jaren ’80 door met name gelovigen argwanend beschouwd als een van de grootste vijanden van het christelijk geloof. Gelovigen en ongelovigen waren het eens dat de serie Cosmos van een uitzonderlijke schoonheid was, maar het probleem voor veel gelovigen lag in de woorden waarmee Sagan Cosmos begint: ‘De kosmos is alles wat er is of ooit is geweest of ooit zal zijn’. Voor veel gelovigen werd Sagan met die woorden de belichaming van een materialistisch atheïsme dat onmogelijk te rijmen was met godsgeloof.
Daarmee wordt miskend hoe religieus en spiritueel Sagan in werkelijkheid was.
Hans Achterhuis en Maarten van Buuren over de relevantie van de tien geboden (boekbespreking)
Filosoof Hans Achterhuis en letterkundige en publicist Maarten van Buuren komen beide uit een gelovig milieu. Dat steken ze niet onder stoelen of banken. Ze hebben er ondertussen afscheid van genomen, maar van enige rancune is niets te bespeuren. In hun recent verschenen boek Erfenis zonder testament: Filosofische overwegingen bij de tien geboden buigen ze … Lees verder
Floris van den Berg: Beter weten–Filosofie van het ecohumanisme (boekbespreking)
Floris van den Berg is o.a. werkzaam als docent Filosofie aan de Universiteit van Utrecht. Hij heeft de laatste jaren flink aan de weg getimmerd met boeken als het weinig subtiele Hoe komen we van religie af? (2009) en De vrolijke veganist (2013). Onlangs is van hem een baksteen verschenen van ruim 700 pagina’s met … Lees verder
Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.
De afgelopen dagen heb ik op de website van Nieuwwij.nl een discussie gevoerd met theoloog Hendro Munsterman over de vraag of een ongelovige theoloog ook en theoloog is. (Mijn voorzet. Vervolgens de reactie van Hendro Munsterman.) Mijn derde brief van gisteren bevat in een nutshell mijn idee van hoe theologie aan een universiteit nog mogelijk is, terwijl het tegelijkertijd iets meer is dan godsdienstwetenschap. (Terwijl ik dit schrijf, is de vierde brief, de afsluitende van Hendro, nog niet gepubliceerd.)
Ik geef toe dat daarmee de discussie daarmee wat verschoven is van de vraag of een ongelovige theoloog ook echt een theoloog kan zijn, maar ik denk ook dat het min of meer een logische consequentie is van mijn betoog dat een ongelovige wel degelijk theoloog kan zijn. Uit de voorzet van mij en de reactie van Munsterman bleek dat het antwoord op de vraag afhangt wat je onder “theologie” verstaat. Zoals ik betoog denk ik dat theologie opgevat als “gelovig denken over geloof” niet langer kan aan de manier waarop vandaag de dag aan universiteiten wetenschap wordt bedreven. Wil theologie dus een plaats aan de universiteit willen behouden, dan zal het zich opnieuw moeten legitimeren of herdefiniëren. In feite ben ik bezig met die doordenking, dat is ook de kern van mijn derde brief.
Maar ik kan me ook voorstellen dat mijn verhaal vraagtekens oproept, vandaar dat ik hier een aantal ideeën nog wat verder toelicht. Ik doe dat door een aantal alinea’s uit mijn brief te herhalen en verder uit te werken.