Close

‘Het boekenweekthema “Natuur” is zo afgezaagd’ – een zelfinterview

Onlangs verscheen mijn boek Thuis in de kosmos: Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan bij Amsterdam University Press. Een boek waarin de kosmos de hoofdrol speelt. En waarin de vraag wordt opgeroepen hoe de mens zich tot dat alles verhoudt. Tijdens deze Boekenweek  2018, waarin het thema “Natuur” centraal staat, bevraag ik mezelf  over het boekenweekthema en over een aantal centrale ideeën uit mijn boek. 

Vanuit kosmisch perspectief is ons aardbolletje kleiner dan een atoompje. Maar toch is op dat atoompje leven en zelfbewustzijn ontstaan dat de kosmos om zich heen bestudeert en haar geschiedenis vertelt. Bij mij wekt dat diepe verwondering.

Boekomslag
Thuis in de kosmos

Het thema van de Boekenweek 2018 is ‘Natuur’. Dat moet wel een onderwerp zijn dat jou aan het hart gaat?

(lacht) Eerlijk gezegd was het eerste dat er in me opkwam toen ik het las: Zijn ze door hun onderwerpen heen? Eerlijk gezegd vind ik het zo afgezaagd. Natuurlijk spreekt het thema ‘Natuur’ tot de verbeelding. Maar het punt is dat het valkuilen met zich meebrengt. En dat zie je dus gebeuren. NRC Handelsblad gaf slechts twee van de vijf sterren aan het essay van Jan Terlouw, dat natuurlijk met de beste bedoelingen geschreven is, maar alle open deuren intrapt die er zijn. En het Boekenweekgeschenk werd door zowel De Volkskrant als NRC gekraakt, ondanks het feit dat natuurlijk heel veel mensen het niet met het oordeel van de recensenten eens zijn – wat mag natuurlijk. Recensenten zijn immers ook maar lezers.

Stel ze hadden jou gevraagd om een essay of een boekenweekgeschenk te schrijven, wat zou je dan anders gedaan hebben?

Pfoeh, daar moet ik even over nadenken. Ik weet het niet. Het probleem zit hem wat mij betreft al in de term ‘natuur’. Want wat is natuur? Weilanden, bossen, wilde dieren, de ‘ongerepte natuur’. Natuur heeft te maken met wat vanzelf groeit en bloeit. We zeggen dat iets zich ‘van nature’ aandient, alsof het vanzelf gaat. De filosoof Timothy Morton zegt ergens dat het woord ‘natuur’ duidt op wat je vergeet omdat het gewoon functioneert. Natuur heeft iets romantisch. Maar als een leeuw een antilope verscheurt is ook dat natuur.

Het concept van de natuur had je beter kunnen problematiseren door bijvoorbeeld de vraag te stellen die mezelf mateloos intrigeert: hoe verhoudt zich de mens tot de natuur? Is de mens zelf natuur? Is de menselijke cultuur ook natuur? Is de snelweg natuur? Of de manier waarop een McDonalds-medewerker een hamburger klaarmaakt? Zo nee, wat is het dan?

Soms heb ik de indruk dat de natuur een vervanger wordt voor de God van het christelijk geloof die veel mensen de deur uit hebben gedaan. We moeten ons nu aan de natuur onderwerpen, haar gehoorzamen, of we zullen haar oordeel ervaren.

De manier waarop de natuur nu veelal ter sprake komt, is als iets dat anders is dan de mens. Als we zeggen dat de mens zijn natuur volgt, is dat meestal niet in positieve betekenis. De mens moet zich blijkbaar van zijn natuur verlossen, zich erboven verheffen. Anderzijds is natuur iets dat bedreigd wordt en beschermd moet worden. De mens is dan de boosdoener. Om Timothy Morton nog eens te noemen, hij schrijft dat miljoenen jaren geleden een asteroïde het grootste deel van het leven op aarde vernietigde. Nu is het onze beurt om voor asteroïde te spelen. En is die asteroïde zelf geen onderdeel van de natuur? Hoe dan ook, mens en natuur worden gezien als twee totaal verschillende zaken.

Die asteroïde is wel een mooie vergelijking om aan te geven dat de mens vanuit een groter perspectief een catastrofe is voor de aarde en het leven op aarde. Ben je het daar niet mee eens?

Natuurlijk wel, wij mensen zijn voor de aardse biosfeer een tweebenige natuurramp! De mens is het ergste wat onze biosfeer had kunnen overkomen. En ik denk ook dat zo’n essay als dat van Terlouw noodzakelijk is omdat mensen daar voortdurend van bewust gemaakt moeten worden. Maar dat is niet het punt. Mijn punt is dat zo’n visie ook te kort door de bocht is. De mens is óók een catastrofe, natuurlijk, maar dat is niet het hele verhaal.

Het punt is ook dat mensen verlamd worden door een totale onmacht die dat verhaal oproept. Er wordt voortdurend door wetenschappers op gehamerd dat de klimaatverandering onomkeerbaar wordt als we zo doorgaan, of dat het zelfs al te laat is. Soms krijg ik de indruk dat er al niets meer aan te doen is, dat we ten dode zijn opgeschreven. Het is inspelen op een diepe angst voor apocalypsen waar religies eeuwenlang patent op hadden.

Veelal worden antwoorden gegeven in termen van praktische wenken: laat de auto wat vaker staan en ga met de fiets of het openbaar vervoer. Eet minder vlees, koop geen in plastic verpakte groenten, gebruik LED-lampen in plaats van ouderwetse gloeilampen. Allemaal prima wenken, ik noem ze ook in mijn eigen boek, Thuis in de kosmos. Want het gaat om kleine dingen die soms grote oorzaken kunnen bewerkstelligen. Wanneer maar genoeg mensen overstappen naar een andere bank uit onvrede over de gang van zaken bij hun eigen bank, gaat die bank vanzelf overstag. De beweging moet van onderop komen.

Hubble Deep Field image (Bron: NASA)
“Deep Field” foto van talloze sterrenstelsels, gemaakt door de Hubble Space Telescop (bron: NASA)

Maar dat is blijkbaar niet genoeg? Wat wil je nog meer dan?

Wat is mis is een achterliggende visie die de waarborg kan zijn voor een verandering op de lange termijn. Een echt stimulerende en hoopvolle visie. De wenken die ik noemde zijn handelingen: episodische, fragmentarische manieren van doen. Maar waar we naartoe moeten is dat die losse handelingen onderdeel van ons gedrag worden. Ze moeten voortkomen uit een houding. Ze moeten van nature gedaan worden.

Laat me een voorbeeld noemen. Veel religieuze mensen proberen goed te leven. Als je ze vraagt waarom ze dat doen, komt er vaak een antwoord dat wijst op denken in de trant van: dat is wat God van mij vraagt, als ik dat niet doe, beland ik in de hel. Goed leven om dus een goddelijk oordeel te vermijden. Het probleem is dat veel discussies over klimaatverandering en onze omgang met de natuur sterk lijken op die discussie: als we de natuur niet te vriend houden, zal die wraak nemen door overstromingen, hongersnoden, etcetera. Het Oud-Testamentische, monotheïstische denken in termen van een Tun-und-Ergehen Zusammenhang wordt zo gesublimeerd en toegepast op het denken over de natuur.

Is dat niet erg mensvormig gedacht? Wordt zo de natuur niet uiteindelijk tot een soort godheid gemaakt?

Natuurlijk, het is niet voor niets dat sommigen al dan niet metaforisch spreken over Moeder Natuur of over Gaia! Overigens is het helemaal niet gek om eerbied te hebben voor de natuur, ook daarover gaat mijn Thuis in de kosmos. Maar ‘eerbied hebben voor’ is nog iets anders dan ‘je onderwerpen aan’! De natuur kan een inspiratiebron zijn, en natuurlijk zijn we afhankelijk van de natuur, maar ons er willoos aan onderwerpen gaat me te ver. Soms heb ik de indruk dat de natuur een vervanger wordt voor de God van het christelijk geloof die veel mensen de deur uit hebben gedaan. We moeten ons nu aan de natuur onderwerpen, haar gehoorzamen, of we zullen haar oordeel ervaren.

Je lijkt me wat af te dwalen. Laten we terugkeren naar een eerder punt. Eerder bracht je ter sprake dat er veelal een visie ontbreekt. Kun je dat wat nader toelichten?

Laat me het dan zo formuleren zodat duidelijk wordt waar ik naartoe wil. Goed doen omdat je denkt bekeken te worden door een alwetende God die je na de dood oordeelt, is voor mij een vorm van ongeloof, hoe goed die handelingen misschien op zichzelf ook zijn. Evenzo vind ik milieubewust handelen omdat je de gevolgen van de klimaatverandering vreest op zichzelf leeg, ook al zijn die handelingen op zich natuurlijk prima. Net zoals geloof uit vrees voor een goddelijk oordeel uiteindelijk ergens zal stranden, zo zullen ook milieubewuste maatregelen zonder een grotere visie uiteindelijk stranden als ze niet door een grotere visie onderbouwd worden. Ze beklijven niet, worden niet vanzelfsprekend, worden geen onderdeel van onze natuurlijke manier van leven.

Met de komst van de mens is er dus wel degelijk iets veranderd in de kosmos.

We moeten toe naar een ecologische houding, dus naar een geweldloos samenleven met niet-menselijke levens. Dat moet niet van buitenaf worden afgedwongen, maar van binnenuit komen. Gedrag dat voortkomt uit een houding die je hebt. Of om bij ons thema te blijven: het moet als het ware van nature ontstaan. Pas dan beklijft gedrag. Maar dat vraagt om een visie op hoe we ons tot niet-menselijke wezens verhouden, dus een visie op de mens, wat onze plek is in het geheel der dingen. Pas dan kunnen we ecologisch handelen zonder dat we daarvoor een reden nodig hebben, dan wordt het zo vanzelfsprekend dat juist niet-ecologisch handelen om verantwoording vraagt.

In God, iets of niets? zeg je dat de traditionele religieuze visies niet meer voldoen. Waar halen met name seculiere mensen vandaag de dag dan een visie vandaan?

In Thuis in de kosmos verdedig ik de stelling dat de wetenschap zelf bouwstenen kan aandragen voor een grotere hoopvolle en zinstichtende visie. Een visie waarin de mens nu eens niet buiten de natuur staat, maar er zelf een onderdeel van is. Een visie waarin de menselijke cultuur dus onderdeel is van de natuur. Waarin dus de vervreemding tussen mens en natuur is opgeheven. Ik zie zo’n visie in wat wel genoemd wordt het Epos van Evolutie, het grote verhaal dat door de wetenschap verteld wordt over hoe de kosmos is ontstaan, hoe levenloze materie uiteindelijk levend is geworden. En hoe leven uiteindelijk tot bewustzijn en zelfbewustzijn heeft geleid.

De mens is geen vreemdeling in de kosmos. Wij zijn zelf een product van de natuur, we zijn natuur, in ons is de kosmos of is de natuur tot zelfbewustzijn gekomen. Dat zorgt wel voor ambivalentie. Enerzijds zijn we door en door onderdeel van de natuur. Anderzijds zorgt ons zelfbewustzijn ervoor dat we over onszelf en over onze positie in de natuur kunnen nadenken. En dat zorgt ervoor dat er toch ook een soort van afstand tot de natuur ontstaat. Ik denk dat de problematische aard van onze houding ten opzichte van de natuur te maken heeft met ons zelfbewustzijn.

Je zegt dat het Epos van Evolutie vertelt over de evolutie van levenloze materie naar levende materie, naar bewuste of wellicht zelf bezielde materie. Bedoel je daarmee dat de mens het eindpunt is van die ontwikkeling? En wil je dan uiteindelijk niet gewoon terug naar een antropocentrische visie?

Ik heb gemerkt dat sommige lezers inderdaad een nieuw soort antropocentrisme in mijn boek lazen. Dat is echter niet juist. Voor antropocentrisme is de mens het einddoel van de hele ontwikkeling. Alles is er met het oog op de mens. De mens is de maat van alle dingen. Dat is absoluut niet wat ik zeg. Weliswaar zeg ik wél dat wat we zeggen en denken over mens, dier en kosmos altijd vanuit de mens gebeurt. De mens kan nooit uit zijn eigen perspectief stappen. We kunnen dus niet weten hoe het is om een vleermuis te zijn, om de filosoof Thomas Nagel te parafraseren. Totaal objectieve wetenschap is een illusie. De mens is er altijd bij voorbaat al bij, de mens zit ingesloten in alle wetenschappelijke kennis.

Ik denk dat de problematische aard van onze houding ten opzichte van de natuur te maken heeft met ons zelfbewustzijn.

Volgens jou zijn we dus ook niet bedoeld?

Wetenschappelijk gesproken is er geen enkele reden om te denken dat de kosmos of de natuur ons bedoeld heeft. Maar we zijn er. We zijn ontstaan, we hebben zelfbewustzijn waarmee we wetenschap hebben ontwikkeld en allerlei technologie waarmee we onze door de natuur gegeven zintuigen kunnen uitbreiden en we dus ver voorbij de horizonnen van onze natuurlijke zintuigen kunnen waarnemen. Door een ieder van ons kijkt de kosmos naar zichzelf. Met de komst van de mens is er dus wel degelijk iets veranderd in de kosmos.

Of zoals ik het in mijn boek zeg: ‘Wij zijn de chroniqueurs die de geschiedenis van het heelal en het leven analyseren, doorgronden en optekenen, en dat verleden in herinnering houden door die herinnering door te geven aan volgende generaties. Precies daarin schuilt onze grootheid. Dat is de zin van ons bestaan geworden, de manier waarop wij zin geven aan het universum’.

Jij suggereert daarmee dat natuurwetenschap een vorm van zingeving wordt. Interessant. Maar wat als we niet alleen zijn? Wat als er buitenaardse intelligentie bestaat die net als wij over wetenschap en technologie beschikken? Doet dat niet af aan die ‘grootse visie’ op de mens?

Ja, misschien zijn we niet de enigen in het heelal met zelfbewustzijn, wetenschap en technologie. We weten het niet. Misschien zijn we echt de enigen, hoewel ik me dat persoonlijk niet kan voorstellen. Hoe dan ook zijn onze ervaringen als mens uniek. Als er elders nog leven is, ervaart dat het leven en de kosmos op een geheel eigen manier die niets afdoet aan onze manier van ervaren.

Maar waar we naartoe moeten is dat die losse handelingen onderdeel van ons gedrag worden. Ze moeten voortkomen uit een houding. Ze moeten van nature gedaan worden.

Maar een belangrijker punt van het bovenstaande is: we zijn niet onbelangrijk. Vanuit kosmisch perspectief doen we er wel degelijk toe. Vanuit kosmisch perspectief is ons aardbolletje kleiner dan een atoompje. Maar toch is op dat atoompje leven en zelfbewustzijn ontstaan dat de kosmos om zich heen bestudeert en haar geschiedenis vertelt. Bij mij wekt dat diepe verwondering.

En het is vanuit die grotere visie op basis van verwondering een eerbied dat we aan de kosmos, die ons gebaard heeft, een soort van morele verplichting hebben om de taak die we op ons hebben genomen voort te zetten: de kosmos en zijn geschiedenis verder exploreren. Dat is de opdracht die we hebben gekregen. En dat vergt dat we met de natuur in het reine komen. Dat we onze planeet beschermen, dat we alles op alles zetten om in synergie met de natuur een toekomst voor ons en onze kinderen te bouwen.

Maar er zit nog een aspect aan, dat door Darwins evolutietheorie naar voren is gekomen: alle leven is aan elkaar verwant. Zelfs planten, muggen, bacteriën – uiteindelijk komt alle leven op aarde uit dezelfde bron. We zijn familie van elkaar, afhankelijk van elkaar en ook verantwoordelijk voor elkaar.

 

%d bloggers liken dit: