Naar een nieuwe opvatting van theologie? Een verdiepend commentaar.

De afgelopen dagen heb ik op de website van Nieuwwij.nl een discussie gevoerd met theoloog Hendro Munsterman over de vraag of een ongelovige theoloog ook en theoloog is. (Mijn voorzet. Vervolgens de reactie van Hendro Munsterman.) Mijn derde brief van gisteren bevat in een nutshell mijn idee van hoe theologie aan een universiteit nog mogelijk is, terwijl het tegelijkertijd iets meer is dan godsdienstwetenschap. (Terwijl ik dit schrijf, is de vierde brief, de afsluitende van Hendro, nog niet gepubliceerd.)

Ik geef toe dat daarmee de discussie daarmee wat verschoven is van de vraag of een ongelovige theoloog ook echt een theoloog kan zijn, maar ik denk ook dat het min of meer een logische consequentie is van mijn betoog dat een ongelovige wel degelijk theoloog kan zijn. Uit de voorzet van mij en de reactie van Munsterman bleek dat het antwoord op de vraag afhangt wat je onder “theologie” verstaat. Zoals ik betoog denk ik dat theologie opgevat als “gelovig denken over geloof” niet langer kan aan de manier waarop vandaag de dag aan universiteiten wetenschap wordt bedreven. Wil theologie dus een plaats aan de universiteit willen behouden, dan zal het zich opnieuw moeten legitimeren of herdefiniëren. In feite ben ik bezig met die doordenking, dat is ook de kern van mijn derde brief.

Maar ik kan me ook voorstellen dat mijn verhaal vraagtekens oproept, vandaar dat ik hier een aantal ideeën nog wat verder toelicht. Ik doe dat door een aantal alinea’s uit mijn brief te herhalen en verder uit te werken.

Lees verder

Voorbij het popcornvermaak: George van Hal over wetenschap op het witte doek (boekbespreking)

Terwijl science fiction in Nederland een volstrekt ondergesneeuwde categorie is die helaas door erg weinig mensen serieus wordt genomen – er verschijnen in Nederland nauwelijks vertalingen van science fiction boeken (in tegenstelling tot fantasy), en als er vertalingen verschijnen worden die zelden tot nooit besproken in kwaliteitskranten als de Volkskrant, NRC of Trouw – toch … Lees verder

Waldo Swijnenburg en de troost en schoonheid van het atheïsme (boekbespreking)

(Kleine aanpassing van de tekst op 19/05/2015, om 16.15 uur.) Atheïsten zijn langzamerhand een bedreigde diersoort aan het worden. Zo begint socioloog, psycholoog en filosoof Waldo Swijnenburg zijn onlangs verschenen boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god. Niet alleen zijn atheïsten wereldwijd in de minderheid en zijn ze zelfs langzaam aan … Lees verder

Ufo’s in België en Nederland (boekbespreking)

Bestaan ufo’s? Jazeker! Iedere maand worden er bij verschillende instanties talloze meldingen gedaan van vreemde lichten in de lucht. Maar het is natuurlijk de vraag of die vreemde lichten ook werkelijk duiden op buitenaards bezoek. Daarvoor moet je eerst grondig onderzoek hebben verricht naar mogelijke, meer aardse verklaringen. Hoe een dergelijk onderzoek in zijn werk … Lees verder

Anselmus, de diepgelovige twijfelaar

Eén van de belangrijkste teksten uit de rijke theologische geschiedenis, is het Proslogion van de middeleeuwse monnik Anselmus van Canterbury (1033-1109). Iedere keer als ik Anselmus’ Proslogion herlees, raak ik opnieuw onder de indruk van de diepgang ervan. Bij vrijwel al mijn filosofische en theologische schrijverijen zijn Anselmus’ ideeën zoals verwoord in deze tekst, op de achtergrond aanwezig.

Anselmus brengt met een elegante en trefzekere formulering God ter sprake. Een formulering waarmee Anselmus enerzijds verheldert wie God voor gelovigen is, terwijl hij anderzijds ook tegelijkertijd diepgaand worstelt met Gods onkenbaarheid en verborgenheid.

Hoewel het Proslogion vaak wordt beschouwd als een filosofisch godsbewijs, is de tekst geen filosofisch betoog, maar een uitgeschreven gebed. Het is een ‘pros-logion’, een ‘aan-spraak’. Anselmus spreekt God aan, hij dankt God en verzoekt God om zijn verstand te verlichten: ‘ik verlang er naar Uw waarheid, die mijn hart gelooft en bemint, tot op zekere hoogte in te zien. Ik zoek immers niet in te zien om te geloven, maar ik geloof om in te zien’, aldus Anselmus in de befaamde vertaling van Carlos Steel (verschenen bij Het Wereldvenster in Bussum in 1981).

Lees verder