Borreltje (De Avonden, dag 7)
‘Weet je, wat het is?’ zei Frits, die niet op dezelfde plaats kopn blijven staan, ‘als ik een borrel op heb, klapwiek ik wel, maar ik kom niet van de grond. Van de grond kom ik niet.’ (De Avonden, 129.) Het zevende hoofdstuk is het meest luchtige van het boek. Het is grappig, de onderhuidse … Lees verder