Frits ging de trap af, vond de krant in de bus en bracht hem boven. ‘Hij werd in de bus gestopt, toen ik er voor stond,’ zei hij. (De Avonden, 97.)
In dit hoofdstuk wordt de lezer opnieuw geconfronteerd met de onbetrouwbaarheid van Frits van Egters. Niets van wat hij zegt, kan zomaar worden geloofd. Wanneer Frits’ moeder thuiskomt, zegt ze dat ze vergeten is te kijken of de krant er is. Die moet al bezorgd zijn. Frits zegt dat de krant er nog niet is, maar moeder houdt voet bij stuk. Frits gaat kijken, en ziet dat de krant al bezorgd is. Wanneer hij weer in de huiskamer komt, zegt hij dat de krant juist werd bezorgd toen hij ging kijken, wat dus een leugen is.
We ontmoeten ook Maurits Duivenis weer, die zich in dit hoofdstuk van zijn meest sadistische kant laat zien. Na een bioscoopbezoek loopt Frits met Maurits terug door de stad, waarna zich een bizarre dialoog ontwikkelt, die nachtmerrieachtige trekken vertoont.
‘Wie zou je graag als slachtoffer uitkiezen?’ vroeg Frits. ‘Leeftijd, geslacht en aard van de mishandeling; vooruit maar.’ ‘Ik zou graag jongetjes in het bos wurgen,’ zei Maurits langzaam, ‘heel eenvoudig.’ (104)
Wanneer ze bij Maurits thuis zitten, wordt het plastischer en gruwelijker. Het verhaal loopt uit op een soort cliffhanger wanneer Maurits blijkbaar steeds opgefokter reageert:
Ergens in het huis sloeg een klok één slag. ‘We zijn nog niet klaar,’ zei Frits. ‘Gesteld, dat je ergens last mee zou krijgen. Hoe zou je hem dan doodmaken. Wurgen? Of dood ranselen? Je maakt hem toch dood, niet?’ ‘Allicht,’ zei Maurits, de vingers van zijn rechterhand bijna geheel in de mond stekend. ‘Eerst ranselen. Een paar uur achter elkaar. Met bijkomen. En dan wurgen. Met de handen.’ Hij sprong op, kwam vlak voor Frits staan en boog zich een ogenblik over hem heen. ‘Inderdaad,’ dacht deze, ‘ik ben te ver gegaan.’ (107)
Het wordt allemaal verteld met een merkwaardige emotieloosheid. Het is moeilijk om precies te begrijpen wat er gebeurt, maar het komt op mij over als bijzonder dreigend. Een dreiging die blijft hangen omdat de handeling die Maurits begon, blijkbaar niet wordt afgemaakt. Het lijkt Frits allemaal weinig te deren, hij vertrekt, komt thuis, leest nog wat in een boek en gaat slapen, waarna hij opnieuw droomt. Wat een merkwaardig boek is dit toch…