Close

Liefde voor zwaartekracht: Frits de Lange over de spiritualiteit van licht en zwaar (boekbespreking)

We leven licht, aldus ethicus Frits de Lange in zijn prachtige essay Licht en zwaar: Voor zwevers en andere spirituelen, dat net voor de Maand van de Spiritualiteit bij uitgeverij Kok verscheen. Het is een welkom weerwoord aan alle zweverigheid die we tijdens die Maand over ons heen kregen, dat in zijn beknoptheid bijzonder krachtig is.

We leven licht, zo stelt De Lange. We leven in een tijd van zwevende gelovigen, van Happinezz-spiritualiteit, mindfulness, boeddhisme, levenskunstfilosofie, het kán niet op. Keus genoeg en het bricolleren van een eigen levensbeschouwing wordt alleen begrensd door de eigen verbeelding. Maar juist die lichtheid van het bestaan dreigt voor velen ook ondraaglijk te worden:

Het geloof in de vrije, door passie gedreven, tot op het bot gemotiveerde enkeling is het collectieve dogma van deze tijd. Je moet iets maken van je leven, en als het moet elke dag opnieuw iets anders, om geen loser te zijn. Innoveren is allang niet meer alleen een bedrijfsstrategie; het is een psychologisch dictaat. (…) Lichter willen leven is geen gemakzucht, maar een overlevingsstrategie. (11)

Het grote probleem, volgens De Lange is dat we ons niet meer kunnen overgeven en weten te binden. En daarmee is het bestaan verworden tot ongebonden vrijheid en onverschilligheid, en willen en durven we onszelf niet meer weg te geven aan iets of Iemand die groter is dan onszelf. Daarin schuilt volgens De Lange de tragiek van de ondraaglijke lichtheid van ons bestaan. Maar, zo is de stelling van zijn boekje, het kan ook anders…

Hedendaagse spiritualiteit is volgens De Lange een Icarusreligie geworden: een manier om te ontsnappen aan het dagelijks bestaan. Het dagelijks bestaan is ondraaglijk geworden, en de hedendaagse zweverige spiritualiteit geeft ons een middel om daaraan te ontsnappen op vleugels van was. Maar de tweespalt die daardoor ontstaat is al evenzeer ondraaglijk. Wat is dan de remedie? De Lange zoekt naar een spiritualiteit “die het ondraaglijk lichte leven weer gewichtig maken kan” (17) waardoor we niet meer willen ontsnappen aan het leven van alledag, maar ons eraan kunnen, durven en willen overgeven en ons eraan binden. Een spiritualiteit die het dagelijkse leven niet ontvlucht, maar juist omarmt, eert, draagt en daardoor licht maakt.

De Lange zoekt een dergelijke spiritualiteit in religie. Tegelijkertijd is religie, die van oudsher de bron van spirituele beleving was, in ongerede geraakt. En De Lange begrijpt dat, hij voelt ook de ongemakkelijkheid met de traditionele religieuze dogma’s en ideeën. Toch heeft religie heeft ook altijd een mystieke component gehad, een component die volgens De Lange op dit moment aan de beurt is “om mensen met elkaar en met de aarde te verbinden” (17). En De Lange zoekt aansluiting bij dat mystieke element, waaraan hij erkent zich toe aangetrokken te voelen “omdat het een vorm van religie is die voorbij de woorden reikt” (19).

Lessen van Simone Weil

Daarbij gaat De Lange in de rest van het boek te rade bij Simone Weil (1909-1943), die tegendraadse vrouw die mystica tegen wil en dank werd. De Lange stelt haar boek Zwaartekracht en genade centraal. Een boek dat na de oorlog werd uitgegeven en dat Weil op slag postuum beroemd maakte. De Lange trekt drie lessen uit de ideeën van Weil, drie spirituele lessen:

1. Het ontwikkelen van een kosmisch gevoel voor verhoudingen.

2. Proberen inzicht te krijgen in wat het leven zwaar maakt en dat alle aandacht te geven.

3. Instemmen met de vrijheid van de zwaarte van het leven, aanvaarden, ervan gaan houden, zelf als je onder de druk ervan dreigt te bezwijken.

Noodwendigheid

De eerste les is een les in nederigheid, namelijk om de Noodwendigheid onder ogen te zien, het feit dat je een speelbal bent van (o.a. fysische) krachten die boven je uitgaan en die je als een speelbal gebruiken. “Erken dat je deel uitmaakt van een universum dat door krachten wordt beheerst die wetmatig op elkaar inwerken. De ‘zwaartekracht’ werkt ook in de menselijke psyche en in sociale verhoudingen. Dat weten, maakt het makkelijker voor je om de weerstanden en tegenkrachten in je leven te begrijpen” (37). Dat “onder ogen zien” van de Noodwendigheid is een les in aandacht en behelst de tweede les: “als je weet hoe de ‘zwaartekracht’ in de wereld werkt kun je de zwaarte soms zelfs te slim af zijn en weerstanden en tegenkrachten overwinnen” (41).

Verworteling

Maar dat laatste vergt dan wel dat we erkennen dat we “aardelingen” zijn, dat we lijfelijk bestaan en dus verworteld zijn, onderdeel zijn van de natuur. Weil was volgens De Lange principieel tegen een tegenstelling tussen mens en natuur. Zij zag de mens als verwant met planten: “We behoren bij de flora van de wereld, maken deel uit van de vegetatie van de biosfeer” (43) en bovenal: we zijn verworteld, of in Weils eigen woorden (geciteerd door De Lange): “Elk mens heeft meerdere wortels nodig. Hij ontleent bijna zijn hele morele, intellectuele, spirituele leven aan milieus waarvan hij op natuurlijke wijze deel uitmaakt” (44).

Wat is dan wat ons menselijk maakt? Volgens Weil is dat het vermogen tot aandacht, een vermogen dat bij Weil gaandeweg synoniem wordt met mystieke liefde: “’Aandacht’ is de spirituele hefboom die ons in staat stelt om met zwaarte te leren leven. Meer nog, zij maakt het ons ook mogelijk om van zwaarte te houden, zelfs als hij ons pijn doet en wij onder hem lijden” (46). Die aandacht is ego-loos: het is een “spirituele grondhouding die ons het dichtst op de huid van de concrete werkelijkheid brengt” (49), die onszelf doet vergeten en doet opgaan in datgene wat onze aandacht heeft. Het is “een zich leegmaken om zich te laten volstromen met realiteit” (50).

Contractie

Liefde dus, een vorm van contractie, van jezelf terugtrekken, jezelf in kunnen houden, geduldig en afwachtend, uit respect voor het andere of de ander. De aandacht die de liefde is, is dus een “ont-scheppen”, een term die Weil aan Meister Eckhart ontleent, en die zij toepast op God: Gods scheppingswerk was ook een terugtrekken, de Liefde die ruimte schiep voor de zwaartekracht. Of nog anders, maar door De Lange prachtig en theologisch zuiver geformuleerd: “Het grootste bewijs van Gods liefde is, zo gezien, dat Hij een wereld geschapen heeft waarin we atheïst kunnen zijn” (58).

Had Weil nog geleefd, dan was ze wellicht tot eenzelfde conclusie gekomen als De Lange: “De moderne idee van het individu als een zelfscheppend project is een illusie. Het maakt ons tot zwevers die te pletter zullen vallen. De Noodwendigheid geldt ook voor ons” (61). De zwaartekracht erkennen, er aandachtig en liefdevol bij stilstaan, en die accepteren, dat is verwijlen in de Voorzienigheid, want, zo stelt Weil (geciteerd bij De Lange): “De goddelijke Voorzienigheid is geen onderbreking, geen anomalie in ordening van deze wereld. Het is de ordening van deze wereld zelf. Of beter: het is het ordenende principe van dit universum” (65). En onvoorwaardelijk ja-zeggen tegen de Voorzienigheid is dus onvoorwaardelijk ja-zeggen tegen wat er is, ook al doet dat wat er is je lichamelijk of geestelijk pijn.

Een spiritualiteit dus, niet van de geest, maar vooral van het lichaam, spiritualiteit down-to-earth, geleefde en doorleefde spiritualiteit van een vrouw die tegen wil en dank mystica werd.

Knielen

Accepteren dus van de zwaartekracht, en die bevestigen, indien niet in woord en geest, dan toch tenminste in de vorm van een lichamelijke reactie: De Lange besluit zijn briljante boekje met Etty Hillesum (1914-1943) die zich regelmatig knielend terneergestort vond en zichzelf dan ook beschreef als “het meisje dat leerde knielen” (73). Voor Hillesum was het knielen voor God “het enige menswaardige gebeuren dat ons mensen nog gebleven is in deze tijd” (75).

Hillesum schreef in de benauwdheid van de oorlog over een lichtheid in tijden van overweldigende zwaartekracht. Wij leven in de lichtheid van een overweldigende vrijheid die ons ontheemt en beknelt en waaruit we geen weg meer weten. Voor lezers die lijden aan die vrijheid – en mogen dat er velen zijn – wekt De Langes boekje wellicht een weldadig verlangen naar, én opent het een weg naar de acceptatie van zwaartekracht.

Frits de Lange, Licht en zwaar: Voor zwevers en andere spirituelen. Utrecht: Kok, 2013. 78 pp. ISBN 9789043522526. €9,95.

4 thoughts on “Liefde voor zwaartekracht: Frits de Lange over de spiritualiteit van licht en zwaar (boekbespreking)

  1. “We leven in een tijd van zwevende gelovigen, van Happinezz-spiritualiteit, mindfulness, boeddhisme, levenskunstfilosofie, het kán niet op”.

    (Zen)Boeddhisme kun je nu niet bepaald als een zweverige levensfilosofie beschouwen, het is juist een praktische methode in het je bewust worden van wat er in jezelf speelt, het sleutelwoord in deze is dan ook “aandacht”, “aandacht” en nog eens “aandacht”.

    Zover ik weet is Teade hiermee ook niet onbekend.

  2. Egbert,

    Je hebt op zich gelijk, maar de populaire belangstelling van de meeste mensen voor zen, boeddhisme en meditatie gaat niet zo diep en heeft vooral te maken met religieus bricolleren op zoek naar snel geluk…

Comments are closed.

%d bloggers like this: