Hedges over de zonde (citaat)

Momenteel lees ik het boek Ik geloof niet in atheïsten van de Amerikaanse journalist Chris Hedges. Een buitengewoon uitgebalanceerd en genuanceerd boek, moet ik zeggen – maar ik kom er later uitgebreider op terug. Vanochtend kwam ik echter een citaat tegen, dat me prikkelde, aan het denken zette, en dat ik hieronder plaats omdat het me opnieuw aan het denken zet over dat beladen begrip “zonde”. Misschien, zo bedacht ik me naar aanleiding van het citaat, dat het zondebegrip aan een grondige herziening toe is…

We hebben niets te vrezen van mensen die wel of niet in God geloven; we hebben veel te vrezen van mensen die niet in de zonde geloven. Het begrip zonde is een grimmige erkenning dat we nooit almachtig kunnen zijn, dat we vastzitten aan en beperkt worden door onze menselijke tekortkomingen en ons eigenbelang. Het begrip zonde stelt paal en perk aan de utopische dromen van een volmaakte wereld. Het voorkomt dat we gaan geloven in onze eigen vervolmaakbaarheid en in de illusie dat de materiële vooruitgang van wetenschap en techniek gelijkstaat aan een intrinsieke morele verbetering van onze soort. Je van God afkeren kan geen kwaad. Heiligen hebben het eeuwenlang proberen te doen. Je van de zonde afkeren is echter rampzalig. Religieuze fundamentalisten, die geloven dat ze de wil van God kennen en ten uitvoer brengen, negeren de strikte beperkingen die ze als mens hebben. Ze doen alsof ze vrij zijn van zonde. De seculiere utopisten van de eenentwintigste eeuw zijn ook vergeten dat ze menselijk zijn. Deze twee groepen verkondigen het absolute. Wie de dingen niet ziet zoals zij, wie niet zegt wat zij zeggen en doet zoals zij doen, verdient het slechts te worden bekeerd of uitgeroeid.

Bron: Chris Hedges, Ik geloof niet in atheïsten. Amsterdam: Meulenhoff 2008, 19-20.

5 thoughts on “Hedges over de zonde (citaat)

  1. Gnothi seauton* (ken u zelve) zeiden de oude Grieken al, weet dat je een mens met beperkingen en tekortkomingen bent. Zij wisten al dat wanneer je dit niet erkent, en je dus hubris pleegt, dit tot je val zal leiden. De Latijnse uitspraak memento mori (gedenk te sterven, gedenk dat je sterfelijk bent) maakt ook hetzelfde punt. Het is dus een oude wijsheid.
    Ik vind het nogal vergezocht om op deze manier naar het begrip zonde te kijken, zeker gezien de connotaties die het oproept.
    * In The Matrix (als Neo bij The Oracle in huis komt) staat op een bord temet nosce, wat in het Latijn ook ken u zelve betekent.

  2. ‘Je van God afkeren kan geen kwaad. Heiligen hebben het eeuwenlang proberen te doen.’
    Behalve dat ik me afvraag wat Hedges met bovenstaande bedoelt vind ik het een inspirerend citaat.

  3. “Misschien, zo bedacht ik me naar aanleiding van het citaat, dat het zondebegrip aan een grondige herziening toe is… “.
    Taede, in een seculiere samenleving kun je überhaupt niets met het begrip ‘zonde’. (zonde van mijn tijd!). Als je iedereen in de samenleving wilt aanspreken, kun je het beter over normen en waarden hebben dan over een voor niet-gelovigen zo verouderd begrip. Het is net zo verouderd als de sprekende slang en eten van de boom van goed en kwaad. Gebruik het woord onder theologen binnenskamers, maar niet in een openbaar debat. Gebruik daar ‘moraal’ en ‘ethiek’. Dat snapt iedereen.
    Afgezien daarvan is het citaat vaag, een hutspot van alles en nog wat.

  4. Ik vraag me af of Gert Korthof gelijk heeft door te stellen dat we in een seculiere samenleving leven. Volgens mij leven we in een pluriforme samenleving, waar verschillende zingevingssystemen met elkaar in interactie treden. Sowieso vind ik dat theologie begrippen als ‘zonde’ nog steeds in een openbaar debat mag gebruiken, méér zelfs: bereid moét zijn om begrippen als deze ook aan niet-christenen uit te leggen en door niet-christenen te laten bevragen. Anders snijden christenen zich af van de samenleving waarin ze leven, terwijl ze vanuit hun geloof juist gezonden worden om die wereld te dienen.
    Het citaat over zonde riep bij mij de bespreking van het scheppingsverhaal door Roger Burggraeve in “De bijbel geeft te denken” op. Deze theoloog leidt uit de schepping van de mens als man én vrouw een aantal inzichten af over de menselijke beperktheid. De zin: “Het begrip zonde is een grimmige erkenning dat we nooit almachtig kunnen zijn, dat we vastzitten aan en beperkt worden door onze menselijke tekortkomingen en ons eigenbelang. ” zou m.i. uit zijn bespreking kunnen komen. Alleen bekijkt Burggraeve dat besef van beperking niet als “grimmig”, maar als basis om verder na te denken over de relatie tussen mens en God, die gekenmerkt wordt door de liefde van God en de vrijheid van de mens. En die vrijheid, wordt daar traditioneel niet de mogelijkheid van zonde mee verbonden?
    Het geeft dus inderdaad te denken, dit citaat (afkeren van zonde = afkeren van God??). Al moet ik Jona gelijk geven: wat Hedges precies bedoelt is me ook niet helemaal duidelijk. Moeten we het boek misschien eens voor lezen…

Comments are closed.