Belgische aspirant-onderwijzers weigeren evolutietheorie

In België is opnieuwe de evolutietheorie in opspraak. In de Knack en in De Morgen zijn artikelen verschenen over Philippe Fontaine die de Waalse minister van onderwijs, Christian Dupont, gevraagd heeft te onderzoeken hoeveel aspirant-leraren er zijn die weigeren de evolutietheorie te onderwijzen. Dupont heeft nu de ULB opdracht gegeven een onderzoek in te stellen.

Fontaine had signalen gekregen dat met name aankomende leraren met een islamitische achtergrond weigeren de evolutietheorie te accepteren en te onderwijzen. En, zoals Fontaine zelf zegt: "Uiteraard mag iedereen geloven wat hij wil, maar als je wilt lesgeven in het onderwijs, moet je het leerprogramma volgen. En het darwinisme staat daar nu eenmaal in." (Bron: Knack-website). Dat is uiteraard wat onbeholpen uitgedrukt, omdat de term "darwinisme" voor veel zaken kan staan, inclusief bepaalde ideologische en atheïstische interpretaties van de evolutietheorie (zodat de term dus door veel evolutiebiologen vermeden wordt). Fontaines punt is echter wel duidelijk.

Wordt vervolgd…

 

Zie:

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/onderwijzers-wijzen-darwin-af/site72-section45-article15655.html

http://demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/241674/2008/04/14/Onderwijzers-wijzen-Darwin-af.dhtml

 

(Met dank aan Gert Korthof die mij hierop attendeerde.)

5 thoughts on “Belgische aspirant-onderwijzers weigeren evolutietheorie”

  1. Vanochtend, woensdag 16 april ligt blog.com en dus ook evolutie.blog.com plat. Excuses voor de mensen die tevergeefs (net als ik) geprobeerd hebben het blog te bezoeken. Ik hoop dat het in de loop van de dag weer in de lucht is. Als er mensen ervaring hebben met een betaalde service van blog.com dan hoor ik dat graag. Hartelijk dank.

  2. Als lector godsdienst in een katholieke hogeschool (maar zelfs toen ik godsdienst gaf op een lagere school) herken ik het probleem van studenten die menen dat wetenschap en religie in tegenstrijd zijn met elkaar. Als je met die studenten in gesprek gaat, blijkt de oorzaak nogal eens te liggen in een onbekendheid met zowel religie als met wetenschap (iets wat ik, denk ik, al eerder heb gepost op dit blog). Toch blijft dit voor mij een moeilijk probleem, want kan je – zeker naar een andere religie toe – gaan bepalen wat wel/niet geloofd mag worden; welke inhoud/betekenis aan godsdienstige begrippen (schepping, almacht God, …) gegeven mag/kan worden? Het zou daarom – maar nu praat ik een beetje voor eigen winkel – niet slecht zijn als we manieren vonden om resultaten van de theologische reflectie op de verhouding van wetenschap en religie (ook: van cultuur en religie) in sterkere mate dan nu het geval is te laten doorstromen naar bv. de bachelor-lerarenopleidingen. Het Universitair overlegplatform van de KUL kan daarin misschien een rol spelen? Punt is dat, wanneer ik daarover in het eigen docentenlokaal spreek, men daar niet echt de relevantie van schijnt in te zien (heeft dan weer mogelijk te maken met de relevantie die men aan godsdienstonderwijs geeft). Punt is ook dat, hoewel het probleem nu accuut lijkt i.v.m. studenten van islamitische origine, ik benieuwd ben naar de houding van “autochtone” studenten in dit verband.

  3. Beste Tom,
    Ik denk dat ik je wel begrijp. We kunnen als christenen, moslims niet de les spellen. Maar we kunnen wel laten zien hoe christenen hier mee omgaan en ook de diversiteit in die omgang moet dan aanbod komen. Het godsdienstonderwijs lijkt me hier zelfs relevanter dan het wetenschapsonderwijs. Men kan immers niet van alle wetenschapsleerkrachten vragen om over iets te spreken dan hun dikwijls niet ligt (levensbeschouwelijke zaken) en hun vakgebied ver overstijgt. Laat hen maar de wetenschap op zich uit de doeken doen. Voorwaarde voor het slagen is dat de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken en wetenschappen hun programma een beetje afstemmen en leerkrachten levensbeschouwelijke vakken weten wat hun leerlingen in de wetenschapsvakken krijgen.
    Het onderwerp is voor iedereen relevant. Het probleem van een vak zoals biologie ligt erin dat ze veel op de jongeren los laat en die niet in de leefwereld van de jongeren kan behandelen omdat dit de biologie veroverstijgt, niet alleen i.v.m. geloof en wetenschap, maar ook vb. seksualiteit. Ik heb sterk de indruk dat dit erg verwaarloosd wordt in het onderwijs en men stilletjes denkt dat dit thuis wel zal opgelost worden. Niets is minder waar. Wie anders dan een leerkracht levensbeschouwelijke vakken kan dit oplossen? Meer dan ooit relevant dus.(En ik ben geen godsdienstleerkracht.)

  4. Beste Peter,
    Hoewel ik de positieve strekking van je reactie zeer waardeer en je benadrukking van de relevantie van levensbeschouwelijke vakken als een hart onder de riem beschouw, heb ik toch ook een kleine bedenking.
    Uit je voorstellen i.v.m. het op elkaar afstemmen van de leerprogramma’s en je opmerkingen over de onbekendheid van “wetenschapsmensen” met religie maak ik immers op dat de inhoud van de levensbeschouwelijke vakken in feite op de inhoud van de wetenschappelijke vakken dient te worden afgestemd. Wetenschap lijkt m.a.w. aan te sturen wat tot het curriculum van godsdienst als schoolvak behoort. Maar waarom zouden we bv. het argument dat levensbeschouwelijke problemen het vakgebied van bv. de fysica-leerkracht ver overstijgt en hij/zij hier daarom beter niet over spreekt niet evengoed kunnen gebruiken om te stellen dat een godsdienstleraar beter niet over de wetenschap spreekt in zijn/haar lessen?
    Anders gezegd: ik vrees dat je suggesties er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de broodnodige dialoog tussen beide vakgebieden niet (meer) gevoerd wordt. Omdat ik niet denk dat je dit bedoelt – gezien je opmerking: “Het onderwerp is voor iedereen relevant.” – zou ik willen pleiten voor een wederkerigheid in de communicatie tussen wetenschap(pelijke vakken) en godsdienst(levensbeschouwelijke vakken), zodat ook de leerkracht fysica, chemie, biologie,… weet wat bv. in het vak Rooms-Katholieke godsdienst gebeurt. Bovendien wordt zo de gevoeligheid in het onderwijs voor allerlei impliciete wijsgerige vooronderstellingen in de diverse vakgebieden mogelijk wat aangescherpt. Wanneer metafysische vragen, die inderdaad vanuit de confrontatie met wetenschappelijk denken worden opgeworpen, ook binnen de wetenschappelijke vakken worden verkend – zonder dit op specifiek religieuze manier te doen – wordt misschien de nodige filosofische brug aangelegd om de dialoog tussen wetenschap en religie te kunnen voeren.
    Het is maar een overweging bij jouw reactie, ook geïnspireerd door je opmerking over de opvoedende taak van het onderwijs, die binnen het bestek van voorziene lestijden en -pakketten niet altijd eenvoudig te realiseren is.

  5. Beste Tom,
    Je kritiek is grotendeels terecht op de manier waarop ik denk dat je mij begrepen hebt. De afstemming die ik bedoeld is m.i. vooral een kwestie van wederzijdse timing, niet echt een eenzijdig bepalen. Waarom het levensbeschouwelijke vak hier het voortouw zou moeten nemen en niet de wetenschapsleraar heeft volgens mij vooral te maken met competenties van leerkrachten en legitimiteit, maar ook om verwarring door ‘niet-wetenschappelijke’ zaken veel gewicht in de wetenschappelijk lessen te geven. Gevoeligheid en bewustzijn van impliciete wijsgerige vooronderstellingen kan best alleen maar bevorderd worden, maar de leraren wetenschappen zijn niet opgeleid om wijsgerige of levensbeschouwelijke problemen te onderwijzen. Dat vergt een heel andere insteek en bekwaamheid, die slechts enkele wetenschapsleraren beheersen. Belangrijk is dat ze naar elkaar door verwijzen en beroep doen op elkaars competenties. Bovendien is het belangrijk in het kader van publieke scholen waar de invulling van het levensbeschouwlijk vak afhankelijk is van de levensbeschouwelijke keuze van de leerling of zijn/haar ouders ook een andere invulling kan krijgen. (Een oppervlakkige) verkenning van mogelijke metafysische problemen in een wetenschappelijk vak is wrsl. wel goed idee om een brug te bouwen, maar zoeken naar verschillende antwoorden is zeker een brug te ver. M.a.w. men kan bij de behandeling van de evolutietheorie aanduiden dat wel eens gevolgen zou kunnen hebben op het mensbeeld, scheppingsideeën etc., maar veel meer eigenlijk ook niet. M.a.w. geen ID of creationisme in de biologieles, noch enige seksuele moraal, maar men kan wel zeggen dat bepaalde opvattingen botsen met wetenschappelijke theorieën of dat bepaald seksueel gedrag zijn risico’s heeft. Hoe men met die botsingen of risico’s moet of kan omgaan, moet dan wel besproken worden in een levensbeschouwelijk vak. Natuurlijk kan men in scholen die per definitie confessioneel zijn de dingen makkelijker op elkaar afstemmen, omdat daar de instelling de levensbeschouwelijk lijn bepaalt en niet de levensbeschouwelijk vakleraar.

Comments are closed.