Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren

pvddverkiezingspostertk2017a3_schermresolutie-e69b4e57Ik had nooit verwacht dat ik ooit lid zou worden van een politieke partij. Maar soms heb je het gevoel dat je niet anders kunt. Dat had ik eerder deze week. De hedendaagse gevestigde partijen zijn ziek. Ze polariseren, propageren uitsluitingsdenken en in hun nieuwe partijprogramma’s zetten ze plannen uiteen die onze rechtsstaat aantasten. Gezien de impasse waarin de gevestigde politiek momenteel verkeert, voelde ik me geroepen om me te committeren aan een partij die voluit en zonder gêne haar idealen volgt en die bovendien het grotere plaatje in het oog houdt.

Dat bleek de Partij voor de Dieren te zijn. Gisteren heb ik me aangemeld als lid van deze partij.

Ik vermoed dat nu veel mensen minzaam glimlachend zullen denken dat ik nu volledig van ’t padje geraakt ben. In dit lange artikel wil ik mijn beweegredenen toelichten, in de hoop dat ik daarmee mijn motivatie en mijn visie duidelijk kan maken, maar ook in de hoop dat ik anderen daarmee kan inspireren.

(En ja, ik weet het, het is een lange tekst geworden…)

Verleden

Ik heb een verleden met de Partij voor de Dieren. Lange tijd heb ik een haat-liefdeverhouding met deze partij gehad.

In 2007 was ik – ik geef het toe – de aanstichter van een rel over de Partij voor de Dieren omdat Marianne Thieme eigenhandig een passage over de evolutietheorie uit het verkiezingsprogramma voor de Europese Verkiezingen zou hebben geschrapt. Ik schreef erover een stuk op mijn weblog, dat vrij snel door de media werd opgepikt en een enorme rel werd. Er verscheen van mijn hand ook een tamelijk fel opiniestuk over de hele zaak in NRC Handelsblad. Marianne Thieme heeft zich uiteindelijk op TV en in kranten moeten verdedigen, ook omdat lijstduwers zich ermee gingen bemoeien.

Heb ik spijt van die actie? Nee, ik vond het toen nodig, met name omdat je, denk ik, de evolutietheorie juist kunt gebruiken als wetenschappelijke onderbouwing van je ideeën. Hooguit heb ik misschien, achteraf bekeken, spijt van de felheid waarmee ik schreef. Ik reageerde ook omdat ik bang was dat Thiemes Zevendedagsadventisme (dat in de VS ten grondslag ligt aan het jonge-aarde creationisme) in haar politieke denken een rol speelde. Immers, de evolutietheorie lag op dat moment in Nederland stevig onder vuur. Het was dezelfde tijd waarin bijvoorbeeld Cees Dekker nog uitgebreid flirtte met Intelligent Design, waarin er ‘oersoep’ in de Tweede Kamer werd uitgedeeld, en waarin in de VS creationisme en ID een regelrechte bedreiging waren voor wetenschap en onderwijs.

Uiteindelijk, jaren later, moet ik simpelweg erkennen dat Thieme voor zover ik kan beoordelen totaal zuiver is gebleken in haar motivatie. Ze weet haar religieuze levensbeschouwing buiten het politieke debat te houden, en durft zelfs voorstellen te doen die behoorlijk controversieel liggen bij bepaalde religieuze groepen. Zo tegen heilige huisjes aanschoppen, vind ik getuigen van klasse. Thieme en de Partij voor de Dieren hebben zich daarmee voor mij uiteindelijk bewezen als een volwassen partij die trouw is aan haar idealen. Ik heb veel bewondering gekregen voor die vasthoudendheid. Terwijl veel – de meeste – andere politieke partijen met allerlei populistische winden zijn meegewaaid, heeft de Partij voor de Dieren aan haar idealen vastgehouden. Daar maak ik een diepe buiging voor, ik heb daar diep respect voor.

Kosmische visie

Dat gezegd hebbende, is mijn motivatie om te kiezen voor de Partij voor de Dieren een diepere, die ook te maken heeft met mijn theologische, post-theïstische ideeën, zoals ik die in een aantal van mijn boeken en in lezingen veelal naar voren breng.

Allang niet meer de one-issue partij van ooit, is de Partij voor de Dieren vandaag een partij die in mijn ogen een ‘kosmische visie’ koestert. En ik bedoel dan een kosmische visie zoals die door de religieus naturalisten die ik in mijn boek God, Iets of Niets? (Amsterdam: Amsterdam University Press 2016) beschrijf en die ikzelf steeds meer begin te omhelzen. Onlangs heb ik een lezing gehouden over het ‘Epos van Evolutie’ en ik ben er hoe langer hoe sterker van overtuigd dat de mensheid alleen nog toekomst heeft wanneer ze de zaken ook en misschien vooral vanuit een kosmische visie bekijkt.

Met een ‘kosmische visie’ bedoel ik niet dat je alles sub specie aeternitatis bekijkt, als het ware vanuit een helikopter, zwevend boven het al, als vanuit een God’s-Eye point of view. Nee, het betekent dat je ziet hoe alles met alles verweven is, van de kwantumsingulariteit waaruit de Big Bang ontstond, tot en met het bewustzijn dat wij belichamen (en dat we wellicht met andere wezens, elders in het heelal, gemeenschappelijk hebben, wie weet).

Wie dat Epos van Evolutie serieus neemt, die ziet de verbanden en verwantschappen, en die beseft enerzijds dat wij ‘slechts’ een speler zijn in het geheel, maar anderzijds dat in ons, Homo sapiens, het heelal tot zelfbewustzijn is gekomen. Nogmaals, ik beschrijf dat in meer detail in mijn boek God, Iets of Niets? uitvoeriger (evenals in mijn vorige boek God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen, dat in 2009 bij Nieuw Amsterdam verscheen).

Mystieke inslag

Voor mij heeft die kosmische visie, dat web van betrekkingen dat wij innemen en dat wij zijn, een mystieke inslag. Alles blijkt één te zijn. Materie, energie en leven: terugkijkend komt het in de oersingulariteit allemaal samen. En wij hebben, via het menselijk bewustzijn, de kennis ontwikkeld om in die geschiedenis inzicht te krijgen, via wetenschap en technologie. Het is niet uitgesloten dat elders in het heelal ook intelligent leven is ontstaan met zelfbewustzijn en wetenschap en technologie, wie weet hoeveel geavanceerder dan wij zijn. Maar daar weten we momenteel nog niets van. Voor nu moeten we het doen met de kennis die we hebben. En die kennis zegt dat in ieder geval de mens het geheugen is van de kosmos.

Bipedale natuurramp

Wij kunnen de geschiedenis van het heelal doorgronden – ten dele en altijd voorlopig, maar toch – en daarmee heeft de kosmos in de mens zelfbewustzijn gekregen. En wie daar ook maar even over nadenkt, die beseft dat dat verantwoordelijkheid met zich meebrengt. We moeten ervoor zorgen dat dat zelfbewustzijn blijft bestaan. En dat kan alleen als we beseffen dat we onderdeel zijn van een web van betrekkingen waarvan wij afhankelijk zijn, dat ons omgeeft, doordringt, overstijgt en draagt. We zijn ervan afhankelijk en we dragen eraan bij. We kunnen het maken en we kunnen het breken.

En dat laatste lijkt nu het geval. De mensheid zijn heel druk bezig zichzelf los te weken uit dat web van betrekkingen. Let wel, leven op aarde zal blijven bestaan ook als wij er niet meer zijn. Ook als wij mensen verdwijnen zal de Aarde rond de zon blijven draaien en zal de kosmos niet verdwijnen (voorlopig althans). En toch.

Als wij mensen verdwijnen, en daarmee de kennis en het bewustzijn dat we hebben – dat we zijn – dan is dat een ramp van wellicht kosmische proporties. En die ramp roepen we momenteel over onszelf af doordat we ons door onze ego’s laten leiden, korte-termijnwinst laten overheersen boven een langere-termijnvisie. We vernietigen onze habitat, de planeet Aarde, we vernietigen het klimaat en de natuurlijke bronnen die onze Aarde herbergt. We vernietigen daarmee ons ecosysteem en ons eigen leefklimaat. We zijn geworden tot een bedreiging, tot een bipedale natuurramp voor alle leven op de Aarde.

Synergie

En dat laatste wil ik niet meer. Ik verzet me ertegen. Ik wil duurzamer leven. We doen dat thuis al door bijvoorbeeld het gebruik van LED-lampen en het scheiden van afval, etcetera. Er is nog heel veel te doen, ik weet het. Maar hoe dan ook verzet ik mij tegen de apathie en lethargie van mensen wanneer het op duurzaamheid en eigen gedrag aankomt.

En ik zie dat verzet momenteel het meest terugkomen in het realistische idealisme van de Partij voor de Dieren. Want de naam van die partij – hoe raar die naam voor veel mensen ook in de oren klinkt – geeft aan waar het om gaat: de focus níet op de particuliere belangen van de mens, maar op het grotere web van betrekkingen waar wij deel van uitmaken.

Juist wanneer we rekening gaan houden met dat web van relaties, die kosmische visie, dat Epos van Evolutie, juist dan kunnen we óók onze eigen belangen zekerstellen. Dan staan de belangen van de mens niet langer in concurrentie met de rest van de schepping, maar is er sprake van symbiose, een win-win situatie of beter nog: synergie. Het is absoluut niet de bedoeling dat we onszelf gaan wegcijferen omwille van de rest van de schepping. Het is zaak om een manier van leven te vinden die in evenwicht is met de rest van de natuur, zodat zowel mensen als andere schepselen kunnen floreren.

Lid worden van de Partij voor de Dieren lost de grote wereldproblemen niet op. Maar het is een begin. En het is een signaal. En voor mezelf voelt het als een commitment dat ik aanga. Niet dat ik nu meteen vegetariër word of zelfs veganist (hoewel we thuis al lang niet meer dagelijks vlees eten) – maar dat is uiteindelijk wel een streven, waarbij ik besef dat al te grote, drastische stappen vermoedelijk minder productief zijn dan de kleine stapjes voorwaarts.

Post-theïsme

Toegegeven, komend vanuit een christelijke achtergrond heb ik getwijfeld over de Christenunie. Ook die partij heeft een goede visie. Maar ik merkte toch dat het traditioneel-christelijke imago van deze partij me teveel tegenstaat. Ik ben geen theïst meer, ik voel me niet (altijd) meer thuis in het traditioneel-christelijke verhaal dat de achtergrond vormt van de visie van de Christenunie.

Als post-theïstisch denker, die bovendien wars is van hokjes, kies ik voluit voor het heilige in het hier-en-nu, voorbij de grenzen van ‘geloof’ vs ‘ongeloof’ of ‘seculier’ vs ‘profaan’. Net als Paul Tillich ben ik van mening dat ieder mens – gelovig of ongelovig – een ultimate concern heeft wat hem of haar drijft (opnieuw: zie mijn boek voor details). Voor Tillich is dat ultimate concern uiteindelijk religieus van aard, maar belangrijk is om op te merken dat dit ultimate concern zich niets aantrekt van het onderscheid tussen ‘religieus’ en ‘seculier’. De Partij voor de Dieren mag dan een an sich seculiere partij zijn, haar idealen – en dus haar ultimate concern – is waar ik me in kan vinden, wat ik deel, meer dan het geval is bij de Christenunie.

Ik wil de stemlozen een stem geven en ik kies voluit voor verantwoordelijkheid voor de kwetsbaren, de zwakkeren en voor degenen die lijden, vanuit het besef dat verwantschap en dus ook een besef van verantwoordelijkheid vanuit het Epos van Evolutie verder strekt dan Homo sapiens alleen. Maar voor mezelf komt er ook een theologische component bij.

Een thuis voor God

In mijn boek God, Iets of Niets? beschrijf ik in het één na laatste hoofdstuk de visie van verschillende post-theïsten als Gianni Vattimo, Richard Kearney en John Caputo. Post-theïsme heeft een sterke ethische inslag, vanuit het besef dat met de dood van (de theïstische) God, de verantwoordelijkheid voor de wereld op de schouders van de mensen is komen te liggen. We geloven niet langer in bovennatuurlijke ingrepen, we geloven niet meer dat een God ons komt redden. Het spoor van God kunnen we nog slechts ontwaren in het gelaat van de ander. Die ander kan een medemens zijn, maar kan ook een stemloos schepsel zijn. En die ander doet een beroep op ons, kijkend naar het gelaat van de ander voelen we dat er iets van ons gevraagd wordt, een houding, een handeling. We voelen ons aangesproken, en niets doen, dat is pas zonde. Zo leven, is het heilige in het alledaagse ontwaren. Post-theïsme is apofatisch en daarmee ten diepste mystiek van aard.

De laatste tijd merk ik dat ik in mijn post-theïstisch theologiseren me steeds weer voel aangesproken door de Britse rabbijn Jonathan Sacks. Zijn boek Een gebroken wereld heel maken (Vught: Skandalon 2017) staat vlakbij in de boekenkast, zodat ik het af en toe spontaan kan pakken om een alinea te lezen en te herlezen.

Sacks is een voluit joodse schrijver. Het fijne is dat het jodendom geen theïsme (opgevat zoals ik dat in mijn boek doe als een systeem waarbij God een soort sluitsteen is van het rationele denken). Het jodendom kent een flexibele omgang met taal en met voorstellingen en gaat ten diepste terug op mystieke intuïties (ofschoon ik toegeef dat sommige vormen van jodendom ook helemaal doorslaan in ritualisme).

Sacks stelt nu in zijn briljante boek Een gebroken wereld heel maken: ‘Het geloof dat telt is het geloof dat werkelijkheid wordt in mensenlevens, in daden en woorden die enkele van de wonden van een gebroken wereld heel maken’ (p. 251). Want: ‘Wij aanbidden God geestelijk door zijn schepselen fysiek te helpen’ (p. 54). Voor Sacks draait geloof niet om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Volgens Sacks is daar een theologisch motief voor, dat hij aan de joodse mystiek van de kabbala ontleent, namelijk het idee van tikkoen olam, de wereld heel maken of vervolmaken: ‘Het is een uitdrukking van het geloof dat het geen toeval is dat wij hier zijn, op dit moment en op deze plaats, met deze gaven en capaciteiten en deze gelegenheid om voor de wereld een positief verschil te maken. (…) Wij zijn hier omdat iemand dat gewild heeft en omdat er een opdracht is die alleen wij kunnen uitvoeren. Er zijn geen twee mensen, plaatsen, tijden en omstandigheden gelijk. Waar wat ik kan doen samenvalt met wat gedaan moet worden, daar ligt Gods uitdaging en onze opdracht’ (p. 91).

Maar Sacks gaat verder. Want hij ziet in de bijbelse geschiedenis een ontwikkeling, ‘een beweging van handelingen uitgevoerd door God ter wille van mensen naar handelingen uitgevoerd door mensen ter wille van God’ (p. 187). God geeft gaandeweg de Bijbel de mens steeds meer verantwoordelijkheid, en trekt zichzelf steeds meer terug naar de achtergrond. Derhalve meent Sacks ook: ‘De Bijbel is niet het boek van de mensheid over God; het is Gods boek over de mensheid. Voor de Bijbel is het vanzelfsprekend dat God een thuis kan bouwen voor de mensheid [nl. het universum, T.S.]. De vraag die de Bijbel eindeloos bezighoudt is: kan de mensheid een thuis voor God bouwen?’(p. 228).

Het is goed om te bedenken dat het bij dat handelen niet gaat om de grote gebaren, maar juist om de kleine dingen van alledag: ‘Eén enkel leven – hebben de wijzen gezegd – is als een heelal. Red een leven en je redt een wereld. Verander een leven en je begint de wereld te veranderen’ (p. 90). Kijk, dat is idealisme waar ik warm van word!

Waar komt geloven voor Sacks dan op neer? ‘Leven in geloof is de stille roep horen van hen die lijden: van hen die eenzaam zijn en opzijgeschoven, van de armen, de zieken en de machtelozen, en erop antwoorden. Want de wereld is nog niet heel gemaakt, er is nog steeds veel werk te doen, en God heeft ons gemachtigd om het te doen – met Hem, omwille van Hem en omwille van zijn geloof in ons’ (p. 104).

Besluit

Ik stem dus in maart op de Partij voor de Dieren, de partij waaraan ik mij nu gecommitteerd heb. In mijn optiek, als godsdienstfilosoof en post-theïstisch theoloog, helpt de Partij voor de Dieren op haar eigen manier en ongeacht vanuit welke individuele motivaties ook, mee aan het bouwen van een huis voor God. Zo brengt deze partij voor mij tot uitdrukking waar het in mijn optiek in geloof om zou moeten gaan, ongeacht of dat nu als zodanig expliciet zo benoemd wordt of niet: om het veranderen van misschien één leven, maar wel opdat uiteindelijk de wereld begint te veranderen.

9 thoughts on “Waarom ik lid werd van de Partij voor de Dieren

  1. Mag ik de eerste zijn om je te feliciteren met je besluit om lid te worden en te stemmen op de partij waar ik ook al jaren lid van ben en op stem.

    Ik moet zeggen dat ik de laatste weken wel enige twijfels heb gehad over de partij, met name de bijna bizarre weigering van de PvdD om hun partijprogramma’s door te laten rekenen door het Centraal Planbureau. De argumenten daarvoor vind ik slecht (zie: het opinitestuk in de nrc van Ewald Engelen: “CPB rekent de politiek door: trap er niet in”.) Daarom vind ik het jammer dat ze hun plannen niet laten doorrekenen. Je moet immers laten zien dat je je plannen financieel/begrotingstechnisch kunt waarmaken. Anders kun je van alles beloven wat je niet kunt waarmaken.

  2. Hallo Gert,

    Ik ben het met je eens wat betreft je kritiek op die doorberekening. Ik moet zeggen dat ik ook mijn bedenkingen heb bij die doorberekening, maar de PvdD had, omwille van de transparantie, die doorberekening wel moeten doorvoeren, dat ben ik met je eens. Als je het spel speelt, moet je ook tot het uiterste gaan. Daar hebben ze dus een steek laten vallen.

  3. Beste Taede,

    Allereerst gefeliciteerd met je nieuwe rol als boekbespreker in de Volkskrant.

    Over die andere nieuwe stap, het lidmaatschap van de PvdD, ben ik minder enthousiast. In mijn ervaring als milieuactivist heb ik de PvdD leren kennen als een nogal sektarische organisatie. Afijn, als je erin aktief wordt, zul je eigen ervaringen opdoen. Benieuwd hoe lang je het daar met je kritische aard gaat volhouden,,

    Vr gr Kees Tinga

  4. Kees, het belangrijkste is dat de PvdD in de tweede kamer zit, het liefst met 2 of meer personen, om zo invloed uit te kunnen oefenen ten gunste van de dieren op de Nederlandse politiek. Dus: stemmen! Als de PvdD een positieve invloed uitoefent op dierenwelzijn dan zal het de dieren in de bioindustrie een zorg zijn hoe dat precies tot stand is gekomen. Dat is allemaal ‘grote mensengedoe’. Er is altijd wel wat menselijk gemor, geruzie, gefit, gekibbel, dat is niet erg als er maar resultaten zijn. Liever een wat jij noemt ‘sectarische’ PvdD dan helemaal geen dierenpartij in de kamer.

  5. Beste Kees,

    Ik ben het inderdaad met Gert Korthof eens. Kijk, ik ben de laatste jaren erg cynisch over de politiek geworden, en volgens mij zit er bij de meeste politici wel een steekje los (anders ga je de politiek niet in). Ik bekijk dus de politiek met argwaan, ook de Partij voor de Dieren. Maar door dus de politiek helemaal links te laten liggen, kom je ook nergens. In een tijd waarin populisme vigerend is, is geen stelling nemen geen optie meer. Vandaar dat ik voor wat ik zie de partij met de beste punten heb gekozen, en vol overtuiging. Ze mogen misschien sectarische trekken hebben, de mensen van de PvdD delen een visie die ook ik deel, en waarvan ik zelfs overtuigd ben dat die de beste is voor de mensheid als geheel. Ze proberen die visie in concreet, praktisch en behapbaar beleid om te zetten. Ik houd het natuurlijk allemaal nauwlettend en kritisch in de gaten.

Comments are closed.