Recensiemisser…

Het is als schrijver meestal niet verstandig om in te gaan op recensies van je eigen boek. Dat komt namelijk arrogant over, omdat de recensent feitelijk ook een gewone lezer is. Ook ik ga meestal niet in debat met recensenten over recensies – ik ga er altijd vanuit dat als iets niet duidelijk is, dat dit dan ligt aan de schrijver en niet aan de lezer. Dat is voor mij als schrijver een veilige assumptie en een stimulans om zo helder mogelijk proberen te schrijven.

Dat die assumptie niet altijd klopt, dat weet ik ook wel: lezers zijn soms lui, missen voorkennis of lezen soms simpelweg niet wat er staat; recensenten moeten veel boeken lezen, en maken zich bij het lezen er dus soms nogal haastig vanaf, waarbij ze fikse missers maken. Niettemin blijf ik over het algemeen bij mijn standpunt: de lezer/recensent heeft altijd gelijk.(*)

Maar toch maak ik vandaag een uitzondering.

Ik kwam namelijk een recensie van God én Darwin tegen op de recensiesite http://www.leestafel.info/non-fictie. De recensent, ene “Cavendish” geeft een beschrijving van mijn boek, waarbij ik op zijn minst afvraag of hij het boek gelezen heeft.

Voor wie mijn boek wel gelezen heeft: merk eens op wat hij schrijft over creationisme en ID. Cavendish beschrijft de platitudes die je overal tegenkomt. Maar in mijn boek schrijf ik heel genuanceerd over creationisme. Niet alle creationisten gaan ervan uit dat de aarde 6000 jaar oud is. En de samenvatting die Cavendish geeft van mijn hoofdstuk over ID klopt van geen kanten: hij (ik ga er even vanuit dat “Cavendish” een man is, maar zeker weten doe ik dat niet) beschrijft het standaard-biologische verhaal. Maar in mijn hoofdstuk ga ik daar nu juist niet al te uitgebreid op in, maar beschrijf ik voornamelijk de ideologie die onder de ID-beweging schuilgaat. Hier verschilt mijn beschrijving van ID van alle andere beschrijvingen, zowel van sympathisanten van ID als de critici. Maar daarover rept de recensent met geen woord. Alsof hij veronderstelde dat ik de standaard-verhalen zou beschrijven en deze hoofdstukken heeft overgeslagen. Het hoofdstuk over theïstische evolutie wordt niet eens genoemd.

En dan schrijft de recensent: “Einde verhaal zou je denken want geloof en wetenschap zijn twee onverenigbare terreinen, maar niet voor Smedes gelet op de ondertitel van zijn boek ‘Geloof kan niet om evolutie heen’. In het laatste deel van zijn boek gaat hij namelijk in op zijn godsgeloof en hoe dit te verzoenen valt met de evolutieleer.” (De schuingedrukte woorden staan in de oorspronkelijke recensie.)

Ik probeer niets te verzoenen – althans niet in de zin van synthetiseren of samenbrengen. Hier heeft de recensent zich laten misleiden door de suggestieve ondertitel van het boek.

Het slechte lezen gaat nog verder: “Dit vind ik een uiterst verwarrende tekst en valt hij wat mij betreft door de mand als iemand die voor een verlicht gelovige wil doorgaan. Op bladzijde 116 stelt hij namelijk het volgende:’God is voor mij niet in wat niét is, niet in chaos, toeval en afwezigheid van wetmatigheid.’ Laat nu toeval een zeer belangrijke rol spelen in de evolutie, zodat wat het godsgeloof van Smedes betreft hij zijn boek beter de ondertitel ‘over de onverenigbaarheid van geloof en evolutie’ mee had kunnen geven.” (Opnieuw staat de schuingedrukte term in de oorspronkelijke tekst.)

Wat gebeurt hier?, zo vroeg ik mij af. Heb ik ergens in het boek beweerd, dat ik God in het evolutieproces probeer te ontdekken? Ik heb toch juist ID en theïstisch evolutie argumentatief bestreden juist vanwege hun claims dat God in de evolutie werkt? Ik wil juist God niet in het evolutieproces proberen te stoppen. Ik pleit juist voor een verschil tussen wetenschap/evolutie en geloof. Waarom dan dat pietluttige puntje over toeval?

Overigens geef ik toe dat de twee hoofdstukken waar Cavendish op doelt niet goed te plaatsen zijn voor wie mijn argumenten tegen creationisme, ID en theïstische evolutie in de voorgaande hoofdstukken niet heeft gelezen. Als Cavendish die hoofdstukken niet gelezen heeft, ziet hij niet wat ik in de laatste twee hoofdstukken probeer te doen.

Daar komt nog bij, ten slotte, dat de frase “…als iemand die voor een verlicht gelovige wil doorgaan” niet objectief is, want op de man speelt (ad hominem dus) en dus in een recensie niet thuishoort. Ik claim helemaal niet voor een “verlicht gelovige” te willen doorgaan; iemand die mij dit etiket opplakt, blijkt meestal een atheïst te zijn, zo is mijn ervaring, die het etiket ironisch en spottend bedoelt.

Ik heb me na het lezen van de recensie serieus afgevraagd: ben ik niet helder genoeg geweest in die laatste twee hoofdstukken? Ik geef daarin inderdaad geen definitieve antwoorden en geef zelfs expliciet toe dat ik ook nog altijd veel vragen heb. Maar toch. Alle andere besprekingen die tot nu toe op het web verschenen zijn, lukte het wel om de kern te raken. Uiteindelijk kan ik dus van deze Leestafel-recensie niet anders zeggen dan dat ik vermoed dat de recensent het boek niet gelezen heeft. Of althans niet goed gelezen heeft. Aan tijdgebrek kan het niet liggen: Gert Korthof, Bart Klink en Jan Riemersma hebben ook in sneltreinvaart het boek gelezen (blijkens hun snelle recensie), maar zij hebben heel wat beter de kern van het boek te pakken dan Cavendish.

 

(*) Ook als recensent – ik recenseer gemiddeld 3-4 boeken per maand – ga ik uit van dit principe, dat als ik het niet begrijp, dat het dan meestal aan de schrijver ligt. Maar dit ligt wel iets ingewikkelder, namelijk dat ik degelijk mijn verantwoordelijkheid als recensent besef, namelijk dat ik zoveel mogelijk moeite moet doen om het boek te begrijpen. Bovendien moet je alle kritiek met argumenten onderbouwen (hoewel dat soms vanwege de lengte van een recensie niet altijd adequaat lukt). Maar als ik het besef heb dat een auteur over iets schrijft, dat ik niet begrijp omdat ik gewoon niet genoeg kennis heb van dat bepaalde onderwerp, zal ik dat niet als kritiek tegen de auteur inbrengen (tenzij het een boek is dat expliciet bedoeld is voor een algemeen ontwikkeld publiek, waarbij de auteur pretendeert de vertaalslag voor een breed publiek te maken, maar daar dan dus niet in slaagt – dan mag ik in de recensie hierop wijzen).

1 thought on “Recensiemisser…

  1. De eerste driekwart van zijn ‘recensie’ gaan in algemene zin over creationisme, ID en evolutie. Dat is al een teken aan de wand. Pas aan het eind gaat hij direct in op je boek, maar dat lijkt dan weer erg oppervlakkig gedaan.
    Het heeft er dan ook de schijn van dat deze Cavendish nog een stukje moest inleveren en dat zeer haastig en gemakzuchtig heeft uitgevoerd.
    Ik zou daar dus geen persoonlijke conclusies uit trekken, zeker ook gezien de andere recensies.

Comments are closed.