KNAW-debat, 5 september 2006 – het artikel

Het Friesch Dagblad heeft mij gevraagd om verslag uit te brengen van de discussieavond van afgelopen dinsdag. Mijn eerste echte klus als aankomend wetenschapsjournalist (ahum…). Hoewel ik dus in eerste instantie berichtte geen kaarten meer te kunnen krijgen, ben ik wel bij het openingsdebat geweest. Het verslag is vandaag (donderdag 7 september) in het FD gepubliceerd. Hieronder staat een (wellicht op punten en komma’s iets afwijkende) versie van mijn verslag. Daarna geef ik nog enkele aanvullende persoonlijke opmerkingen.


Klik HIER voor een printversie (PDF) van het artikel.


Eerste bijeenkomst in discussieserie over geloof en wetenschap

Wereldbeelden botsen in KNAW-debat

Amsterdam – De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen is blij verrast en zeer tevreden met de grote publieke belangstelling voor de door haar geëntameerde discussieavonden over geloof en wetenschap. ,,We hadden gemakkelijk het dubbele aantal kaarten kunnen verkopen”, zei KNAW- president Frits van Oostrom dinsdag, na afloop van de eerste bijeenkomst in Amsterdam. Daarin ging ID-sympathisant Cees Dekker in discussie met evolutiebioloog Steph Menken. Ze blijken prima door een deur te kunnen.

TAEDE SMEDES

Aan het begin van de avond vraagt presentatrice Inge Diepman aan Van Oostrom wat het doel is van de bijeenkomsten. Van Oostrom waarschuwt voor al te hoge verwachtingen: ,,Ik denk niet dat we tot een oplossing zullen komen.Dat hoop ik ook niet. Een wetenschapper houdt van vragen. Wel hoop ik op verheldering en misschien zelfs inspiratie.’’

Verhelderend was het zeker. In de eerste lezing stapt evolutiebioloog Steph Menken in een helikopter om in vogelvlucht te vertellen wat wetenschappers weten over het ontstaan van leven. En dat is toch heel wat. Door middel van een powerpoint-presentatie vertelt hij de geschiedenis van het leven op aarde vanaf het ontstaan ervan in een oersoepje, zo’n 3,5 miljard jaar geleden. Er gaat een lichte siddering door de zaal als Menken een foto laat zien van ‘stromatolieten’, klonten cyanobacteriën die nog aan de westkust van Australië voorkomen en die tot de oudste organismen op aarde behoren.

Vakkundig manoeuvreert Menken door de grote hoeveelheid hypothesen en theorieën over het ontstaan van leven. Toen het leven eenmaal ontstaan was, zegt Menken, was het onderhevig aan de invloed van de mechanismen die Darwin geïdentificeerd heeft: variatie, natuurlijke selectie en aanpassing. Maar hoe het leven ontstaan is, daarover is nog bar weinig bekend. Er heerst volgens Menken een ,,momenteel tamelijk onoverbrugbare kloof’’ tussen wetenschappelijke scenarios die beschrijven hoe het leven ontstaan is en de complexiteit van de simpelste bacteriën.

Menken ziet echter niet veel in de idee van ‘intelligent design’, de overtuiging dat het leven door een bovennatuurlijke macht is ontworpen. ,,Op basis van de evolutietheorie kun je voorspellingen doen over wat er zal gebeuren. Ook laat de evolutietheorie de mogelijkheid van falsificatie (ontkrachting) toe, bijvoorbeeld als er onweerlegbaar bewijs is van fossiele zoogdieren in een precambrische rots. Op basis van intelligent design kun je onmogelijk voorspellingen doen. In feite is intelligent design een luie theorie. Het is het afzien van verklaringen.’’

Toch geeft Menken toe dat er nog veel onopgeloste vragen zijn. ,,Schiep God de mens? Ik denk het niet. Maar ik weet het niet helemaal zeker.’’

Emotioneel debat

Cees Dekker, de tweede hoofdspreker, gaat in op de relatie tussen evolutie en levensbeschouwing. In de Nederlandse discussie over evolutie, zoals die in 2005 gevoerd werd, waren rationele argumenten ver te zoeken. Het was met name een emotioneel debat. Volgens Dekker komt dit omdat er nog veel open vragen zijn over het ontstaan van leven. Ook raakt de evolutietheorie aan fundamentele oorsprongsvragen die niet alleen theoretisch, maar ook existentieel van aard zijn.

Tenslotte zijn er biologen, zoals in Engeland Richard Dawkins, die met een beroep op evolutie vergaande beweringen doen over de zinloosheid van het bestaan. Evolutie, zo concludeert Dekker, is dus een wetenschap, maar voor velen is het ook een seculiere religie geworden, een wereldbeeld.

In zijn betoog pendelt Dekker gemakkelijk heen en weer tussen evolutie als wetenschap en zijn eigen christelijke overtuigingen. ,,Ik ben overtuigd van een totaalontwerp van de wereld, en ook ben ik gefascineerd door de vraag of je dat ontwerp misschien methodisch kunt aantonen.’’

Op de vraag of evolutie in conflict is met de basiswaarden van het christelijk geloof, antwoordt Dekker met een voluit nee. ,,Christenen geloven dat God hemel en aarde geschapen heeft. Maar daarbinnen is er een variëteit van visies over het hoe van de wording van de wereld.’’

Maar hoe zit het dan met het mensbeeld van de evolutietheorie? Volgens de evolutietheorie is de mens een zoogdier, volgens de Bijbel is de mens geschapen naar het beeld Gods. Ook hier ziet Dekker een uitweg. ,,De mens heeft geestelijke vermogens die hem van het dier onderscheiden: zelfbewustzijn, rationaliteit, moraal en godsbesef. Er zijn wel pogingen om die geestelijke vermogens tot materie te reduceren, maar die pogingen vind ik niet overtuigend.’’

Botsende wereldbeelden

Als er al sprake is van een conflict, dan alleen tussen wereldbeelden. ,,Ik zie een conflict tussen een theïstisch (religieus) en een seculier-atheïstisch wereldbeeld. Maar verder moeten we ophouden met het spreken over een conflict tussen geloof en wetenschap. In verleden en heden zijn er grote wetenschappers geweest die gelovig waren. Geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Je kunt niet weten zonder te geloven en ook geloof heeft een element van kennis in zich.’’

De felle toon die Dekker in andere debatten hanteerde, blijft vanavond achterwege. Gebroederlijk zitten Dekker en Menken de laatste twintig minuten van de avond naast elkaar op het podium. Uit de zaal komen enkele vragen, waarvan veruit de meeste aan Dekker worden gesteld. Als presentatrice Diepman zich met een vraag tot Menken wendt, vraagt hij haar die nogmaals te herhalen. ,,Sorry, maar ik zat even in een dip.’’ Dat karakteriseert eigenlijk de hele avond. Nergens wordt het echt spannend.

De tegenstem die Dekker als gelovige had moeten geven, komt niet. Dekker kan zich volledig vinden in het evolutieverhaal van Menken. En Menken laat openingen voor de mogelijkheid van intelligent design: ,,Laat intelligent design maar eens komen met een toetsbare hypothese, iets waar wetenschappers wat mee kunnen. Helaas heb ik daar tot nu toe nog niets van gezien.’’

En wanneer Menken naar zijn visie op geloof en weten gevraagd wordt: ,,Ik weet een aantal zaken in natuurwetenschappelijke zin. Ik heb ook wel een bepaald geloof, maar eigenlijk is dat meer een hoop. Ik heb persoonlijke redenen om op een of andere manier te hopen op iets in het hiernamaals, hoewel ik weet dat de kans daarop erg klein is.’’ Dekker kijkt lachend op: ,,Hoe weet je dat?’’ ,,Dat weet ik niet’’, geeft Menken toe, ,,het is een vermoeden’’.

Herhaling van zetten

Wie gehoopt had op spektakel, komt bedrogen uit. De verwantschap tussen Menken en Dekker is uiteindelijk groter gebleken dan het programma van de avond deed vermoeden. Ook leverde de avond voor wie het debat over intelligent design enigszins heeft gevolgd, geen verrassende of vernieuwende gezichtspunten op. Het was een herhaling van zetten.

Sterker nog, aan het eind van de avond, als een borrel wordt geschonken voor diegenen die niet haastig de trein moeten halen, lijkt het alsof er eigenlijk geen vragen meer over zijn – en dat terwijl er nog vier discussieavonden moeten volgen.

Frits van Oostrom, d
e president van de Koninklij
ke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW), is na afloop niettemin tevreden. ,,We hadden het dubbele aantal kaarten kunnen verkopen’’, zegt Van Oostrom. ,,Naderhand bekeken hadden we wellicht een grotere zaal moeten huren. Maar we wisten op voorhand niet dat de belangstelling zo groot zou zijn.’’

Taede A. Smedes is godsdienstfilosoof en theoloog en auteur van God en de Menselijke Maat: Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld (Zoetermeer: Meinema 2006).

BRON: Friesch Dagblad, donderdag 7 september2006, p 2.


AANVULLEND – persoonlijk – COMMENTAAR:

Ik vermoed dat veel mensen enigszins verrast zullen zijn door deze wat negatieve kenschetsing van de avond. Ik vermoed dat velen het als een zeer genuanceerd debat hebben ervaren – en dat was toch precies de bedoeling? Ja het was een genuanceerd debat, maar ik heb de indruk dat de onderste steen niet boven is gekomen.

Mijn punt is dat de werkelijke issues niet aan de orde zijn gekomen. En dat is deels te wijten aan Menken (hoe sympathiek ik zijn milde en bescheiden biologische standpunt ook vind). Om het heel kort door de bocht te zeggen: Menken was niet het probleem – en daar ligt precies het probleem.

Als iedere bioloog zich zo gematigd opstelde als Menken, was er niets aan de hand en was er geen enkele gelovige die een probleem had met de evolutietheorie (enige creationisten uitgezonderd). Het punt is dat veel biologen zich niet zo bescheiden opstellen. Ik heb al vaker gewezen naar Plasterk en Icke (oké, die is geen bioloog, maar toch), maar ook Simon Rozendaal en Bas Haring, die voorbeelden zijn van wetenschappers die met een beroep op wetenschappelijke theorieën, zoals de evolutietheorie, uitspraken doen over het al dan niet bestaan van God. En de bioloog Richard Dawkins komt binnenkort met zijn nieuwste papieren wapen om religie onder vuur te nemen. Het is alsof ze zich bedreigd voelen door religie – precies het emotionele element waar Dekker over sprak, maar waar Menken niet op inging (waarschijnlijk omdat hij er zelf geen last van heeft).

Of neem het gesprek wat ik onlangs had met de Belgische journalist Joël de Ceulaer op het congres te Leuven waar ik eerder melding van heb gemaakt. In de pauze na de lezingen van René van Woudenberg en Gijsbert van den Brink merkte hij tegen mij op dat dit soort lezingen niet zouden mogen plaatsvinden. Want juist dergelijke lezingen op een congres geven de indruk dat intelligent design ook iets voorstelt, dat er iets is om over te discussiëren. Ze zaaien, zo zei De Ceulaer letterlijk, twijfel over de evolutietheorie onder het grote publiek. Opnieuw een emotioneel element met een aantal onuitgesproken vooronderstellingen en een sterke onderhuidse angst.

Iedereen weet zo langzamerhand wel dat intelligent design en creationisme wellicht interessante sociaal-culturele verschijnselen zijn, maar wetenschappelijk gesproken volslagen bullshit (om met Harry Frankfurt te spreken). Zelfs Cees Dekker, René van Woudenberg en ook Gijsbert van den Brink hebben regelmatig toegegeven dat ID wetenschappelijk niets voorstelt. Als zelfs ID-sympathisanten de wetenschappelijke beperktheid van ID al aangeven, waarom dan toch die angst van biologen en andere natuurwetenschappers voor ID en creationisme?

Ik krijg vaak de indruk dat er bij biologen die zo paniekerig of fel reageren op intelligent design een sterke ambivalentie zit. Enerzijds is er de onuitgesproken overtuiging dat de evolutietheorie op waarheid berust of zelfs de Waarheid is. Anderzijds lijkt er tegelijkertijd een angst te heersen dat die overtuiging ook wel eens een geloof zou kunnen blijken te zijn, die niet met een beroep op feiten ondersteund kan worden.

Die problematiek is dinsdagavond niet aan de orde geweest. Het was een heel gezellige avond, maar juist daarom was het een discussie (of eigenlijk geen discussie) die niets nieuws te berde bracht.

Maar er komen nog vier discussieavonden, dus misschien dat tijdens een van die avonden toch nog een fundamentele discussie gevoerd gaat worden…


N.B. Vanwege de enorme belangstelling voor de debatten, zullen alle debatten gefilmd worden en na afloop op een DVD-set uitgebracht worden. Nadere informatie hieromtrent volgt t.z.t.


Ook op de weblog van Gert Korthof wordt een kort verslagje gegeven van de avond, wat echter volledig focust op de bijdrage van Dekker.

Ook het Reformatorisch Dagblad heeft op 6 september een stuk gewijd aan het debat. Dat artikel kun je HIER lezen.

Overigens, in Trouw van vrijdag 1 september stond ook een stuk over de KNAW-debatten. Een (schijnbaar) verkorte versie ervan is HIER te lezen.

N.B. Ik ontvang graag tips of links met opmerkingen of recensies over het debat van dinsdagavond.

10 thoughts on “KNAW-debat, 5 september 2006 – het artikel

  1. Menken is veel te bescheiden geweest met zijn uitdaging aan Dekker: laat ID-research zien!
    Hij had hem de duimschroeven kunnen aandraaien, hij had het zeker gewonnen, want Dekker stamelde alleen wat irrelevants over information contents van genomen: iets wat helemaal geen ID research is.
    Bovendien had Menken een tweede belangrijke uitdaging: We weten helemaal niet wat God wil, hoe hij zou ontwerpen, dus hoe kan ID dan toestbaar zijn? Dit heeft Dekker ook genegeerd. Ook daar had hij het van Dekker kunnen winnen als hij wilde.
    Ik zal nog een post maken over Menken, daar heb ik inderdaad vrijwel niets over gezegd.

  2. “Ik krijg vaak de indruk dat er bij biologen die zo paniekerig of fel reageren op intelligent design een sterke ambivalentie zit. Enerzijds is er de onuitgesproken overtuiging dat de evolutietheorie op waarheid berust of zelfs de Waarheid is. Anderzijds lijkt er tegelijkertijd een angst te heersen dat die overtuiging ook wel eens een geloof zou kunnen blijken te zijn, die niet met een beroep op feiten ondersteund kan worden.”
    Ik denk dat die indruk fout is. Het punt is dat een vakgebied zonder enige kennis van dat vakgebied wordt aangevallen. Met andere woorden, mensen als Dekker beweren dat (evolutie)biologen hun vak niet kennen. De meeste mensen vinden het niet leuk als aan hun vakkennis getwijfeld wordt, vooral door iemand die zo te zien zijn huiswerk op het gebied van evolutiebiologie niet gedaan heeft. En Dekker heeft zijn huiswerk niet gedaan: niet voor ‘Schitterend ongeluk’, en zo te horen in deze lezing nog steeds niet.

  3. Hoi Gerdien,
    Ik weet niet of Dekker zijn huiswerk niet gedaan heeft. Hij is in de media altijd afgeschilderd als een anti-evolutionist. Ik vind dat een onzinnige bewering. Want wat is een ‘anti-evolutionist’? Iemand die evolutie ontkent? Dat heeft Dekker nooit gedaan, en dat deed hij ook niet in de lezing van afgelopen dinsdag. Ik heb Dekker nooit op anti-evolutionistische uitlatingen kunnen betrappen.
    In je opmerking dat een vakgebied zonder enige kennis van dat vakgebied wordt aangevallen, zit een kern van waarheid. Toch is dat raar. Waarom mogen mensen als de bioloog Plasterk of de astronoom Icke dan wel theologie aanvallen? Dat is ook een vakgebied waar ze geen kaas van hebben gegeten. Dan moet je ook daar kanttekeningen bij maken.
    Anderzijds, dergelijke aanvallen op vakgebieden horen ook bij de dynamiek van het academisch bedrijf: je moet je eigen perkje voortdurend bewaken tegen de aanvallen van anderen. Dus wat Dekker doet is in dat opzicht helemaal niet zo vreemd.
    Bovendien, weet je iets af van Fred Hoyle? Dat was een astronoom die samen met Chandrasekhar de zogenaamde ‘panspermia’-hypothese uitvond, de gedachte dat het leven op aarde elders uit het heelal afkomstig is. Menken heeft die hypothese zelfs als (serieuze) hypothese aangedragen in zijn lezing! Hoyle lanceerde deze hypothese echter omdat hij ervan overtuigd was dat het leven niet met behulp van Darwins evolutietheorie te verklaren is. Hij was dus in zekere zin een anti-evolutionist. Sterker nog, hij was – zoals ik in mijn boek God en de Menselijke Maat beschrijf – een groot voorstander van Intelligent Design! Hoyle is daar NOOIT op aangevallen. Hij werd excentriek gevonden, oké. Maar Hoyle is nooit ‘anti-evolutionist’ of zelfs ‘creationist’ genoemd. Misschien dat je zou zeggen: Hoyle heeft zijn huiswerk niet goed gedaan. Oké, dat is misschien zo. Maar waarom werd/wordt Hoyle nooit zo aangevallen als nu Dekker? Of speelt toch mee dat Dekker een gelovige is? Ook Hoyle werd een overtuigd gelovige (zij het niet in de tradioneel-christelijke zin), juist door de antropische principes die voor Hoyle op intelligent design wezen.
    Het ging mij er in mijn opmerking niet om Dekker te verdedigen (en dat beoog ik hier ook niet), maar wel valt me op dat als iemand als gelovige ook maar enigszins kritische uitlatingen doet over de evolutietheorie, dat diegene dan al gauw op de vingers wordt getikt. Als andere wetenschappers of wetenschapsfilosofen (zoals David Hull) dat doen, wordt er lang zo fel niet gereageerd. Daarom denk ik dat er iets veel diepers onder die reacties jegens gelovigen schuil gaat. Maar goed, misschien denk je daar toch anders over – dat mag natuurlijk.
    Groetjes,
    Taede

  4. Hoyle’s panspermia is een potentieel mogelijk. Verder is Hoyle over evolutiebiologie toch behoorlijk afgebrand.
    Cees Dekker schrijft in zijn oratie (2000, blz 18 pdf):
    “Bij een kritische beschouwing blijkt er echter verbazend weinig wetenschappelijke onderbouwing te zijn voor zo’n belangrijke theorie als Darwin’s mechanisme van evolutie. Een goede definitie van het begrip evolutie is nodig om dit te verduidelijke. Evolutie als simpelweg ‘verandering’ of ‘adaptatie’ is overal in de levende natuur waar te nemen. Er zijn allerlei voorbeelden hiervan, bijvoorbeeld de verandering van de bekgrootte van de beroemde vinken die Darwin op de Galapagos bestudeerde. Evolutie gedefinieerd als de ‘verklaring voor het ontstaan van het leven en het ontstaan van de huidige biodiviersiteit’ is echter een dogma dat bij nauwkeurige beschouwing nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd is Bewijs ervoor is op zijn best sporadisch. Bijvoorbeeld, binnen Darwin’s mechanisme van geleidelijke veranderingen zouden nieuwe soorten zeer geleidelijk ontstaan en zou men in fossiele vondsten vele overgangsvormen moeten aantreffen. Het tegendeel is waar. Soorten zijn verbazend stabiel en nieuwe soorten blijken plotseling in reeds tamelijk complete vorm te verschijnen. In 1972, ruim een eeuw na Darwin’s boek, verscheen een gezaghebben artiekel in Niles Eldredge en Stephen Jay Gould [17], waarin dit werd onderkend en een ander idee, punctuated equilibrium, werd geponeerd waar juist plotselinge veranderingen door catastrofes essentieel zijn. De oorzaak voor de biodiversiteit werd hierdoor echter nog niet veel duidelijker.”
    Dit is de hele paragraaf. Daarna komt Behe aan de orde in de oratie.
    Hier is het niet duidelijk of Dekker algehele gezamenlijke afstamming aanvaard. Ook creationisten als Ouweneel geven toe dat er ‘microevolutie’ bestaat.
    Dekker wist niets van soortvorming en hij wist niets van fossielen – anders kom je niet op zo’n tekst; de relatie tussen Darwin en de Galapagos vinken klinkt ook niet geinformeerd.
    Maar het gaat me om de aanhaling van Eldridge en Gould. Dekker schrijft de naam Eldridge verkeerd, in zijn oratie en beide keren in Schitterend ongeluk. De citatie [17] geeft niet de volledige plaats waar het artikel te vinden is. De weergave van de inhoud van E&G voorstel voor punctuated equilibrium is onjuist : punc eq heeft niets met catastrofes te maken. Mijn interpretatie is dat Dekker het betreffende artikel nooit onder ogen heeft gehad. Het artikel is uit 1972: in elk evolutiebiologie leerboek was anno 2000 te vinden wat punc eq is en in hoeverre het idee opgaat. Dat had nagetrokken moeten worden, als je serieus bent.
    Dit artikel van E&G is een favoriete aanhaling op creationistische websites en boeken. Het is een van de citaten die gebruikt wordt om te betogen dat evolutiebiologen zichzelf tegenspreken, bevooroordeeld zijn, niet weten wat ze aan het doen zijn. Dat heet quote-mining, en precies dit is een hele bekende uit de quote-mine.
    Er is een interessante discussie per 9 september op http://www.pandasthumb.org/
    naar aanleiding van een lezing van Kenneth Miller.

  5. Eldridge / Eldredge:
    Niles Eldredge: In de literatuurlijst bij Dekker staat het fout, Eldridge.
    Ik rommelde er zelf mee

  6. Hallo Gerdien,
    Ik dacht al… het moet inderdaad Eldredge zijn (begon ook al te twijfelen, dus heb één van zijn boeken er even bijgepakt).
    Overigens heb ik de indruk dat Dekker in zijn positie niet helemaal consistent is, getuige zijn laatste domme zet. Het is mij nu volstrekt een raadsel hoe hij over evolutie denkt.
    Groetjes,
    Taede

  7. “‘Geisler en Turek argumenteren dat een christelijk wereldbeeld een veel betere beschrijving geeft van de werkelijkheid dan een atheïstische visie, een stelling waar ik van harte mee instem.”
    Het christelijk wereldbeeld “geeft een veel betere beschrijving van de werkelijkheid”. Wat mag dat betekenen? Het christelijk wereldbeeld beschrijft helemaal niets; het be-schrijft, of beter, be-schildert, de werkelijkheid.
    Trouwens, geeft het christelijk wereldbeeld een betere beschrijving dan het islamistische? Hoe komt Dekker daar nou weer bij? Wat zullen onze moslim naasten daar wel niet van denken?
    Ik snap eigenlijk niet waar Dekker zich zo druk om maakt. Het is tegenwoordig niet eens mogelijk om de driedimensionale struktuur van eiwitten te berekenen, laat staan dat de complexe processen in de cel expliciet als het resultaat van een fysisch proces beschreven kunnen worden. De moderne boeken over celbiologie, bacteriele fysiologie, ontwikkelingsbiologie, DNA replicatie, ons zenuw- en immuunsysteem, etc. staan vol met flabbergasting feiten. Dat laat toch genoeg ruimte voor een Onze Lieve Heer voor wie daar behoefte aan heeft, en dat zal voorlopig ook wel zo blijven.
    Edit, Taede Smedes: Dit bericht heeft betrekking op DEZE log. Reacties graag daar posten.

  8. Ik ga nog even verder over de vraag of Dekker zijn huiswerk wel gedaan heeft. Gisteren had ik het boek Schitterend Ongeluk (2005) niet bij me.
    Op blz 49 noot 22 geeft Dekker de beginpublicatie over punctuated equilibria, dit keer met blz nummers, maar evenals bij de citatie in zijn oratie, met de achternaam Eldridge in plaats van Eldredge. Dekker schrijft:” Een voorspelling van Darwin was dat er bij die fossielen vele slechts licht verschillende tussen vormen tussen soorten moesten voorkomen. Dat was niet het geval. Darwin schreef dit toe aan het feid dat er nog te weining fossielen waren onderzocht. In zijn tijd was dit niet onredelijk. Een volle eeuw later echter is de situatie niet veel beter, en paleontologen zijn het erover eens dat ‘stasis’ het normale patroon is bij de fossielen. Soorten verschijnen meestal geheel compleet, en blijven daarna voor zeer lange tijd stabiel, waarna ze uitsterven [22]. Soorten komen en soorten gaan. De lange continue reeksen tussenvormen die Darwin had voorspeld werden nooit gevonden”.
    a De aanhaling is in 2005 van een artikel uit 1972. Dat houdt in dat nagegaan moet worden in hoeverre de stellingen uit 1972 geldig zijn gebleken. Dat is gemakkelijk genoeg na te gaan, aan de hand van een algemeen overzicht over de biologie voor eerstejaars studenten, als bv Biology van Campbell. Punc eq ataat er in alle drukken in.
    b In bv de vierde druk va Biology van Campbell, 1998, staat met zoveel woorden dat sommige soorten punctuated equilibrium laten zien en andere soorten graduele overgangen. Van beide snelheden van soortsvorming zijn voorbeelden te vinden. Punc eq betekent: soortsvorming onder morfologische verandering in een periode kleiner dan 10000 tot 20000 jaar.
    c Onafhankelijk van de snelheid van soortsvorming, “lange continue reeksen tussenvormen” zijn gevonden: neem vis tot zoogdier. Al die beesten hebben hun eigen bestaansrecht, dus het is wat vreemd ze alleen als tussenvormen te beschouwen. Ook in 2005 moet iemand die oplet bij de in Nature gepubliceerde fossielen hebben kunnen weten hoe veel vooruitgang er is in “tussenvormen”.
    Al met al: opmerkingen op grond van creationistische websites, zonder in enig biologieboek te kijken.
    Ook op blz 49 van Schitterend Ongeluk: de vinken van de Galapagos eilanden. Deze zijn nu een bekend voorbeeld van natuurlijke selectie, maar waren dat niet in Darwin’s dagen.
    De Galapagos vinken komen ook op blz 11 van Schitterend Ongeluk voor. Zevende regel: “Eenvoudige veranderingen die Darwin zelf waarnam, zoals snavels die langer of korter worden al naar gelang de omstandigheden …. ”
    De waarneming zal wel die van Peter Grant zijn, in 1977.
    “… vallen in het niet bij wat moet gebeuren om de ene soort in de andere te doen overgaan door mutatie en natuurlijke selectie”. Zonder aanhalingen. Gewoon een mening. Nergens op gebaseerd. Wat zou er moeten gebeuren volgens de schrijver? Ooit een boek over soortsvorming gelezen? Gegeven de bekende erfelijkheidsgraad van snavelgrootte en het bekende verschil in gemiddelde snavelgrootte tussen soorten zou continue gerichte selectie, matig van sterkte, een 40 generaties nodig hebben om het morfologische verschil tussen Geospiza fortis en Geospiza fuliginosa te overbruggen. Reproductieve isolatie is iets anders dan morfologische selectie, kan samengaan of niet samengaan: maar heeft wel te maken met genetische verschillen.
    Darwin over de Galapagos vinken raadplegen is niet zo moeilijk. In de Origin of Species, over eilandsoorten en hun verwanten op het dichtsbijzijnde continent.
    Schitterend Ongeluk is een van die boeken waar per zin een opeenstapeling van fouten kan staan, grotendeels veroorzaakt door nooit een biologieboek te lezen.
    Wat Quote Mining betreft: Waar halen Dekker of Meester Richard Lewontin aan? Ik kan het niet terug vinden.

  9. Hallo Gerdien,
    Dat van Lewontin kan ik niet terugvinden, zowel niet in Schitterend Ongeluk…, als in En God beschikte een worm. Verder heb je helemaal gelijk – valt geen speld tussen te brengen. Dekker slaat hier de plank mis…
    Taede

  10. Hallo Taede,
    Quote mining nog een keer.
    Het citaat van Lewontin (populatiegenetica, Harvard) staat in Meester, “Het Pseudoniem van God” blz 88/89. Meester geeft aan dat hij het van Dekker heeft, en Meester geeft de naam van het tijdschrift verkeerd: New York Book Review, in plaats van New York Review of Books. Meester noemt dit citaat “onthullend en onthutsend”.
    Het citaat is, in het oorspronkelijke Engels:
    “We take the side of science in spite of the patent absurdity of some of its constructs, in spite of its failure to fulfill many of its extravagant promises of health and life, in spite of the tolerance of the scientific community for unsubstantiated just-so stories, because we have a prior commitment, a commitment to materialism. It is not that the methods and institutions of science somehow compel us to accept a material explanation of the phenomenal world, but, on the contrary, that we are forced by our a priori adherence to material causes to create an apparatus of investigation and a set of concepts that produce material explanations, no matter how counter-intuitive, no matter how mystifying to the uninitiated. Moreover, that materialism is absolute, for we cannot allow a Divine Foot in the door. ”
    Meester interpreteert dit zo te zien als een metafysisch apriori (als ik de terminologie goed heb).
    Haal de eerste zin door Google: en je zult zien dat dit een favoriet citaat is van anti-evolutie websites. Zie Phillip Johnson!
    Maar, wat zei Lewontin eigenlijk?
    Een ander topic:
    Je zei:
    “Het ging mij er in mijn opmerking niet om Dekker te verdedigen (en dat beoog ik hier ook niet), maar wel valt me op dat als iemand als gelovige ook maar enigszins kritische uitlatingen doet over de evolutietheorie, dat diegene dan al gauw op de vingers wordt getikt. Als andere wetenschappers of wetenschapsfilosofen (zoals David Hull) dat doen, wordt er lang zo fel niet gereageerd. Daarom denk ik dat er iets veel diepers onder die reacties jegens gelovigen schuil gaat. Maar goed, misschien denk je daar toch anders over – dat mag natuurlijk.”
    Bij David Hull wordt er niet gedacht aan een dubbele agenda. Ook niet bij Michael Ruse. Maar het Discovery Institute heeft wel een dubbele agenda.
    Aan de andere kant, niet iedereen is gelukking met het atheisme van Dawkins. Voor een debat over de excessen van atheisme, zie Panda’s Thumb (blog), naar aanleiding van een lezing van Kenneth Miller.

Comments are closed.