Jesse Bering – "The God / Belief Instinct" (deel 2)

Bestaat God echt, of is God een illusie die door ons brein wordt geproduceerd?

Dat is de kwestie die in het nieuwe en buitengewoon fascinerende boek van Jesse Bering, The God Instinct (in Amerika: The Belief Instinct) aan de orde is. In de komende dagen ga ik in een aantal lange blogbijdragen dit hele boek door en geef ik mijn visie erop.

Gisteren was een interessante dag. Ik had nog maar amper mijn eerste bijdrage geplaatst, of Bering verwees op Twitter naar mijn blog. Dit zorgde voor een grote internationale belangstelling en een piek in het aantal bezoekers (die nog altijd doorgaat). En er is een leuk contact met Bering uitgekomen. Ik heb er nu een beetje spijt van dat ik deze bijdragen in het Nederlands heb geschreven, maar dat zij zo. Er zijn genoeg mogelijkheden om de tekst ook in het Engels te laten vertalen door bijvoorbeeld de vertaalsoftware van Google (ook al zal die niet perfect zijn). Ik zit er wel aan te denken om de kritische evaluatie de komende dagen nog te bewerken tot een Engelse tekst, maar daarover later. Vandaag plaats ik het tweede deel, waarin ik begin aan een bespreking-per-hoofdstuk. Vandaag ga ik in op de Introduction van het boek en Chapter 1.


Jesse Bering, The God Instinct: The Psychology of Souls, Destiny, and the Meaning of Life. London: Nicholas Brealey / New York: W.W. Norton 2011. xiii, 252 pp. 


Introduction[1]

 

In deze inleiding tot het boek laat Bering zien waar zijn interesse in godsdienst vandaan komt. Van kindsaf aan is hij al atheïst geweest, zo vertelt hij. Sterker nog, het lijkt bijna onvermijdelijk dat hij atheïst moest worden. Hij schrijft dat zijn ouders hadden geen Bijbel in huis hadden. Hij had een geseculariseerde joodse moeder, die hem vertelde hoe onnozel het christelijk geloof wel was. Zijn vader was een “shoulder-shrugging Lutheran” (3). Zijn moeder is vroegtijdig aan kanker gestorven – een episode die in het boek nog meermalen ter sprake komt. En bovendien is Bering open over zijn homoseksuele geaardheid (die hij ook al op achtjarige leeftijd onderkende), maar spreekt hij schande van de religieuze houding ten opzichte hiervan die hij aan den lijve heeft ondervonden.

Centraal in dit boek, zo vertelt Bering, staat het idee dat God een adaptieve illusie is, dat net als bijgeloof uitgaat van causale relaties die er in werkelijkheid niet zijn (6) – een stelling die in hoofdstuk 6 helemaal wordt uitgewerkt. Bering wil in dit boek zijn uitgangspunt nemen in de cognitiewetenschappen, maar tegelijkertijd beschouwt hij dit boek als een psychologische studie; blijkbaar is de grens tussen beide niet zo helder. Zoals hij in de rest van het boek meermaals laat zien, maar toch nergens zo expliciet beschrijft, is Bering tevens een reductionist en een die-hard materialist. Zijn motto, dat meermaals in het boek herhaald wordt (113, 130, 204) is: The mind is what the brain does. De menselijke geest (mijn vertaling van mind) komt voort uit de hersenen en kan tot hersenactiviteit gereduceerd worden. Maar wat doet het brein voornamelijk? Zoals de rest van het boek laat zien, is volgens Bering het brein druk bezig met het scheppen van allerlei illusies. Welke illusies dat zijn en hoe die onstaan, daarover gaan de volgende hoofdstukken.

 

1. The History of an Illusion

In het eerste hoofdstuk introduceert Bering het idee van een theory of mind (ToM) die Bering verantwoordelijk houdt voor alle vragen die de mens maar kan hebben omtrent zingeving. De ToM is die cognitieve vaardigheid waarbij je er simpelweg van uitgaat dat andere mensen een geest (mind) hebben, net als jijzelf. Als mensen iets doen, ga je er bijvoorbeeld automatisch vanuit dat ze dat doen met een bepaald doel (dus intentioneel), waarover ze hebben nagedacht, etcetera. Filosofisch gesproken is het idee dat andere mensen een geest hebben een theoretische veronderstelling die onbewijsbaar is. Maar Bering meent dat het redelijk is (13v.) om te veronderstellen dat andere mensen net zo bewust zijn als jijzelf. Sterker nog, de intentional stance (een idee van Dennett, 18) die we vaak spontaan innemen ten opzichte van onze medemens is volledig natuurlijk en te vergelijken met een instinctieve respons. We kunnen gewoon niet anders; we kunnen onze ToM ook niet uitzetten (24). Volgens Bering is deze ToM hetgeen ons uniek maakt ten opzichte van andere dieren (33). Bering verdedigt dus de uniciteit van de menselijke soort door naar de ToM te wijzen. Toch beseft hij dat dit een controversiële stelling is. Bering beschrijft uitgebreid de controverse over de aan- of afwezigheid van een ToM bij chimpansees. Hij neigt uiteindelijk voorzichtig naar een agnostische oplossing: het lijkt alsof er aanzetten tot een ToM bij chimpansees aanwezig zijn, zeker niet bij andere dieren, maar hoe dan ook: in ieder geval is de ToM bij de mens uitgewerkt op een wijze die we verder nergens zo in het dierenrijk tegenkomen.

We zijn ook geneigd om onze ToM toe te passen op categorieën waarop die theorie helemaal niet van toepassing is (24). Zo verwijst Bering naar de film Le Ballon Rouge van Albert Lamorisse uit 1956, waarin een jongetje een rode ballon als een persoon behandeld. Ik ken die film niet. Ikzelf moest bij het lezen voortdurend denken aan de film Cast Away van Robert Zemeckis, met Tom Hanks, waarin Hanks gestrand is op een onbewoond eiland en een honkbal met daarop een gezichtje getekend als vriend beschouwt en zo behandelt (hetgeen er uiteindelijk voor zorgt dat hij niet aan krankzinnigheid ten prooi valt).

Maar niet alleen in films worden de “categoriefouten” van onze ToM zichtbaar gemaakt, ook in het dagelijks leven passen we onze ToM feilloos toe op allerlei misplaatste manieren: zo foeteren we op onze computer als die iets doet wat we niet willen, alsof het een intentionele actor is, en schoppen we tegen de bumper van de auto als hij niet wil starten. Het is echter een illusie te denken dat deze dingen personen zijn. Toch doen we het intuïtief, we kunnen niet anders. Het zijn illusies die door ons brein worden gecreëerd. Bering meent nu dat God ook zo’n illusie is (37). God is een mentale toestand, een psychologische illusie, een bijproduct van cognitieve capaciteiten die ooit selectief-evolutionair voordeel had, maar nu totaal overbodig is geworden. God bestaat gewoon niet:

It may feel as if there is something grander out there… watching, knowing, caring. Perhaps even judging. But, in fact, that’s just your overactive theory of mind. In reality, there is only the air you breathe. (37)

Hier gaat mijns inziens met Berings argumentatie iets cruciaal mis, maar dat punt bewaar ik tot mijn kritische evaluatie.

 


14 thoughts on “Jesse Bering – "The God / Belief Instinct" (deel 2)

  1. Dus wat zijn we nou eigenlijk als mens? als je dat kleine beetje lucht niet hebt dan wordt je vanzelf weer gelijk met het stof der aarde. ashes to ashes. maar de grote vraag blijft ,waarom leef ik?
    waarom doet eigenlijk de hele mensheid eraan mee (op een paar atheïsten na) dat er meer is? wie weet heeft die god ons zo gemaakt dat het niet uit te roeien valt om te denken dat er meer is, ook al heb je die god nooit gezien.

  2. there is only the air you breathe, ach wat schattig.
    Zou zo’n man dat nou echt geloven? En ziet ie dan niet dat ie met deze uitspraak de lucht vergoddelijkt? Maar goed, laat ik even wachten tot je klaar bent met je betoog.
    Taede, weet je wat mij zo opvalt, er zijn ook steeds meer theologen die alleen nog maar over atheïsme schrijven. Is dat dan allemaal marktwerking?
    Wat vind je van de volgende stelling:
    Nieuwe God-bevestigende (of zo je wilt: belijdende) boeken zijn aan de straatstenen niet te slijten. God-ontkennende (zo je wilt: atheïstische) boeken gaan daarentegen als warme broodjes over de toonbank.

  3. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  4. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  5. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  6. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  7. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  8. Interessant punt, Lucas. Maar ik ben alvast blij dat Taede hier weer eens gewoon met zijn vak bezig is, en we later mogelijk zelfs een discussie met de auteur tegemoet kunnen zien, al is het dan in het Engels.
    Maar misschien kun je, juist nu je nog in het beginstadium van de bespreking bent al naar het Engels overgaan, Taede? Dat scheelt je een hoop werk. (Al je lezers beheersen voldoende Engels toch, of betwijfel je dat?)
    Bovendien, als er nu al contact is met de auteur kan die misschien zelfs meteen reageren? Of is wat meer afstand nemen in tijd toch beter? Waarschijnlijk.

  9. Lucas,
    Jij formuleert het wat negatief, alsof theologen eigenlijk dat atheïsme links zouden moeten laten liggen. Geloof me: er zijn genoeg theologen die dat doen (het grootste deel van de club theologen van de Protestantse Theologische Universiteit, de universiteit van de PKN, doet dat; die schrijven alleen leuke boekjes over gemeenteopbouw, kerkewerk, preekvoorbereiding etc.). Maar theologen die vinden dat theologie ook maatschappelijk relevant is en iets kan of zelfs moet bijdragen aan maatschappelijke debatten – en ik ben daar een van – die proberen erachter te komen waar dat atheïsme vandaan komt, wat de wortels ervan zijn, etc. Niet om atheïsten vervolgens te kunnen bekeren, maar gewoon om te begrijpen wat er speelt. En tsja, die boeken zijn inderdaad beter zichtbaar dan de binnen-kerkelijke theologische werkjes, en dat is inderdaad een kwestie van marktwerking. Maar dat theologen over atheïsme schrijven is van alle tijden en plaatsen – De Lubac deed dat, Rahner deed dat, Tillich deed dat, Ricoeur deed dat, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

  10. Theo S,
    Er zijn een aantal redenen om niet in het Engels te schrijven. Ten eerste omdat ik dit blog toch richt op voornamelijk een Nederlandstalig publiek. Ik heb er ooit wel over zitten denken om een Engelstalig blog te beginnen, maar die zijn er al zoveel. In het Nederlands is er over geloof en wetenschap bijna niets. Ten tweede omdat ik de samenvatting al geschreven had (in het kader van een voorbereiding voor een projectvoorstel – dat ik de samenvatting en evaluatie op mijn blog plaats, komt omdat ik naderhand dacht dat deze samenvatting wellicht ook interessant is voor anderen, met name omdat het boek nog niet in het Nederlands verkrijgbaar is). Om nu alles in het Engels te gaan vertalen, is me teveel werk, maar voor de kritiek op het boek wordt dat anders.
    Ik zal Bering vragen om repliek te geven op mijn kritiek. Maar ik weet wel dat hij het momenteel druk heeft met zijn toernee door de VS. Over een tijdje komt hij vermoedelijk naar Nederland om de Nederlandse vertaling te promoten. Stay tuned, zou ik zeggen…

  11. Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.
    Moest ik even aan denken toen ik dit las

  12. Elisha,
    Jij schrijft: “waarom doet eigenlijk de hele mensheid eraan mee (op een paar atheïsten na) dat er meer is? wie weet heeft die god ons zo gemaakt dat het niet uit te roeien valt om te denken dat er meer is, ook al heb je die god nooit gezien.”
    Dat is precies de vraag waar het Bering (en andere wetenschappers binnen de CSR) om gaat: Geloven mensen in God omdat God bestaat, of omdat bijv. via evolutie de mens zich zodanig ontwikkeld heeft dat geloof in God universeel is omdat we allemaal dezelfde hersenen hebben? Het antwoord dat jij lijkt te geven (“God heeft ervoor gezorgd dat de mens zo is, en daarom geloven we in God”), is het antwoord dat een andere wetenschapper binnen de CSR, Justin Barrett, geeft. Barrett en Bering beroepen zich allebei op dezelfde data, maar komen tot radicaal tegengestelde levensbeschouwelijke conclusies. Ik kom daar nog op terug.

  13. @Taede: …die schrijven alleen leuke boekjes over gemeenteopbouw, kerkewerk, preekvoorbereiding etc.
    Taede, ik heb niks tegen theologische boeken over atheïsme, het lijkt immers momenteel het grootste geloof in de Westerse wereld. Wat ik jammer vind is dat er nauwelijks nog theologen van formaat zijn die de andere kant belichten, los van kerk en preek. Ik zie ze niet. En ik vraag mij af (omdat de pijp ook moet roken) of de marktwerking hierin een rol speelt. Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat er gewoon niemand meer gelooft in het bestaan van God.

  14. Beste taede,
    Dat is toch niet verwonderlijk, een mens schrijft toch vanuit zijn visie, zijn gezichtspunt, vanuit zijn geloofsbeleving, zijn bronnen die hij belangrijk vindt. Anders verloochen je jezelf toch? tenzij je zelf verandert .het heeft toch gevolgen als je een ander kijk krijgt, voor alles wat je doet.
    Wat is je bron? de bijbel, god, darwin, zoet, zout, levend

Comments are closed.