Close

Jeroen Brouwers, Albert Camus en de kracht van echte literatuur

(Bron illustratie: Bol.com)

Het voordeel van de ‘intelligente lockdown’ die ons is opgelegd vanwege het Corona-virus, is dat ik door gebrek aan ander werk nu ook toe kom aan het lezen van boeken die normaliter tot de vakanties moesten blijven liggen. Zo heb ik de afgelopen week weer eens twee romans gelezen.

Allereerst Jeroen Brouwers’ Cliënt E. Busken, dat ik las in het kader van de Volkskrant Leesclub, waar ik onlangs (op Facebook) lid van ben geworden. Dit boek is het eerste dat in deze Leesclub wordt gelezen. Ofschoon ik het boek al in boekwinkels had zien liggen en er ook het een en ander over gelezen had, was het geen boek dat ikzelf zomaar zou hebben gekocht en gelezen. Dat heeft alles te maken met mijn middelbare schooltijd, waar ik al door anderen werd gewaarschuwd voor het boek Bezonken rood van Brouwers, dat op de leeslijst stond en door degenen die het gelezen hadden verafschuwd werd.

Maar goed, het mooie aan zo’n Leesclub is dat je je open stelt, even uit je comfort zone komt om je te laten verrassen. En dus heb ik het boek van Brouwers gekocht en heb het in een paar dagen gelezen. Don’t worry, ik ga het hier niet uitgebreid bespreken. Literatuur bespreken is een vak, ik voel me daarvoor niet competent. Laat ik zeggen dat het boek me niet meeviel. Niet dat het ingewikkeld is, of moeilijk. Af en toe moest ik zelfs grinniken om een taalgrapje. Nee, heel vervelend was het lezen van Cliënt E. Busken ook niet. Maar toch. In een interview had Brouwers gezegd dat hij een ‘vernieuwend boek’ had willen schrijven. Is hem dat met dit boek gelukt? En waarom boeide het boek mij niet?

Qua taal is het niet onaardig. Brouwers speelt met taal en heeft daar overduidelijk plezier in. De woordgrapjes zijn goed gevonden. Het is duidelijk dat dit een boek is dat niet van de ene op de andere dag geschreven is, maar moest rijpen. Sommige taalgrappen bedenk je niet, die ontdek je, of ze vinden jou. Brouwers schijnt zo’n vier jaar aan dit boek te hebben gewerkt. Hij schreef soms een paar regels per dag, gedurende enkele uren. Al lezende begrijp ik dat.

Maar toch. Dat gemopper van de zwijgende, aan een rolstoel vastgeplakte ‘Cliënt E. Busken’ is vermoeiend en stereotypisch. Alsof oude mensen alleen maar schijten, zeiken en zeuren (letterlijk en figuurlijk). Niets is goed, behalve het verleden. Ook de beschrijvingen van het personeel van het verzorgingshuis waarin de oude man zit is stereotypisch, de maffe psychiaters, de jonge verpleegsters waar de oude man met heimwee naar zijn vroegere wellust naar kijkt, waar kennen we dat niet van? Het zijn clichés. Waar Brouwers origineel is qua taalgebruik, zo vervalt hij tot clichés waar het andere zaken betreft.

Ik vond het boek gaandeweg steeds saaier worden. Busken moppert en fantaseert wat af, maar het boeit niet. Waarom zou ik om die oude man moeten geven die op alles en iedereen afgeeft? Wat is het verhaal dat mij het boek in moet trekken? Er gebeurt niets in het boek. Je zit volledig gevangen in de gedachten van een oude man die totaal niet sympathiek is.

Ook in een boek als De Avonden van Reve gebeurt erg weinig, maar toch wil ik graag ieder jaar rond Kerst dat boek weer lezen. Dat heeft te maken met de personages, en met de manier van vertellen. De Avonden is een mysterie, je probeert bij iedere lezing de essentie van het boek te doorgronden, en dat lukt niet. Maar bij Brouwers heb ik het idee dat er helemaal geen mysterie is. Het boek van Brouwers lokt me niet tot herlezing.

Het boek van Brouwers staat dan ook in schril contrast met een ander boek dat ik de afgelopen dagen gelezen heb, namelijk De pest van Albert Camus. Dat boek stond al een tijd in mijn kast, ongelezen. Ik heb het aangeschaft toen ik ooit De vreemdeling van Camus las. Ook dat is een eigenaardig en absoluut geweldig boek, dat ik tweemaal achter elkaar las, ook omdat ik het wilde doorgronden (met name de handelingsmotieven van de hoofdpersoon). De pest is een stuk dikker, nog boeiender, maar ook beklemmender. Natuurlijk wordt het momenteel veel gelezen en genoemd op Internet vanwege de Corona-crisis. Dat is enerzijds toepasselijk, anderzijds ook echt niet.

(Bron illustratie: Bol.com)

De pest draait om het uitbreken van de pest in het Algerijnse stadje Oran. Het stadje wordt uiteraard hermetisch geïsoleerd, en het boek vertelt hoe de bewoners van het stadje met alle ellende omgaan. Het boek draait om de grote vragen van het leven. Om zingeving en ervaringen van zinloosheid, om goed en kwaad, onschuldig lijden en heiligheid.

Er is nogal wat verschil tussen de pest en het Corona-virus. De twee zijn niet te vergelijken. Maar toch: het gevoel gevangen te zitten terwijl je nog allerlei vrijheden hebt, de reacties van de mensen, de onzichtbare dreiging, ja de sfeer van het boek vond ik toch echt griezelig actueel. Het boek leest alsof het gisteren geschreven werd. Bovendien kun je het boek op verschillende niveaus lezen. Je kunt het boek lezen als een roman, maar ook als een filosofische reflectie over de zin van het leven. Juist die diepgang van het boek maakt het terecht tot een literaire klassieker.

Ik vermoed dat Brouwers’ boek de status van literaire klassieker nimmer zal bereiken (ofschoon ik meteen schrijf: de geschiedenis zal mijn gelijk of ongelijk bevestigen). Voor taalgevoelige lezers is het geen onaardig boek, maar het boek mist verhaal en vooral: urgentie. Er staat niets op het spel. Je leest het boek uit en dan is de wereld nog steeds dezelfde. Dat is bij Camus’ boek wel anders. Dat laat je niet onverschillig. Het blijft je achtervolgen, ook als je het uit hebt. Sommige scènes in het boek, zoals de sterfscène van een kind, zijn even afschuwelijk als onvergetelijk. Als je De pest uit hebt, is de wereld ineens veranderd, want jij bent zélf veranderd. Dat is de kracht van echte literatuur.

Brouwers’ boek is of was een bestseller. Dat zegt in mijn ogen vooral veel over de agressieve marketing van uitgevers. (Juist het feit dat een boek in stapels bij sommige boekwinkels ligt, is voor mij vrijwel altijd een reden om er met een grote boog omheen te lopen.) Tegelijkertijd doen sommige mensen er wat lacherig over dat een boek als De pest van Camus vrijwel vanuit het niets ineens boven komt drijven en een bestseller wordt. Die lacherigheid is onterecht. Het boek is een klassieker. De mensen die het lezen zijn dapper. Want je moet het maar durven, je laten veranderen door een boek. Het verschil is dat Brouwers’ boek door de uitgever moet worden gepusht, terwijl Camus’ boek op eigen kracht komt bovendrijven. Dat verschil zegt genoeg.

Cliënt E. Busken.
Jeroen Brouwers.
Atlas Contact, 2020. Hardcover. 263 pp.
ISBN 9789025455941. € 21,99

De pest.
Albert Camus.
De Bezige Bij, 2019. Paperback. 320 pp.
ISBN 9789403149202. € 15,00

%d bloggers liken dit: