Close

David Halperin, “Intimate Alien”: over ufo’s, aliens en religie (boekbespreking)

Bron illustratie: Stanford University Press
(https://www.sup.org/books/title/?id=30648)

Ufo’s, unidentified flying objects – wetenschappers laten dit onderwerp meestal links liggen, het wordt gezien als voer voor samenzweringsdenkers, geesteszieken kortom: ‘ufo-gekkies’. Toch verschijnen er de laatste jaren regelmatig boeken die het onderwerp serieus benaderen. Eén van die boeken verscheen in de afgelopen week bij Stanford University Press. Het gaat om Intimate Alien: The Hidden Story of the UFO van de Amerikaanse religiewetenschapper David J. Halperin, een expert in jodendom. Halperin gaf les aan de University of North Carolina, Chapel Hill, en publiceerde boeken over joodse mystiek en messianisme. Maar hij is ook al sinds zijn tienerjaren geïnteresseerd in ufo’s.

Verschillende benaderingen

In de ‘ufologie’ zijn er verschillende benaderingen herkenbaar, die je kort gezegd in twee categorieën kunt opsplitsen. Je hebt mensen die van de nuts and bolts benadering zijn. Voor hen zijn ufo’s materiële voertuigen van nog onbekende maar wellicht buitenaardse oorsprong. Dit is de tak van ufo-onderzoek die zich bezighoudt met tastbaar bewijs (foto’s, films, radarbeelden, sporen, etc.). Binnen de andere categorie wordt weliswaar geaccepteerd dat ufo’s materiële effecten kunnen bewerkstelligen, maar toch worden ufo’s vooral als ‘psychosociale entiteiten’ gezien: ze hebben meer te maken met de psyche van degene die de ufo waarneemt of zegt door vreemde wezens ontvoerd te zijn dan dat ze ook werkelijk over objecten in de materiële werkelijkheid gaan.

Halperin kun je in de tweede categorie plaatsen. Tijdens zijn tienerjaren was hij gefascineerd, nee: geobsedeerd door ufo’s. Samen met een schoolvriendje richtte hij een ufoclubje op dat een tijdschrift publiceerde en uiteindelijk naam maakte tot ver overzee. Maar toen Halperin ouder werd, verloor hij langzaam zijn interesse in ufo’s en kwam hij tot het besef dat de nuts and bolts benadering wellicht niet de juiste sleutel is om het ufo-mysterie te ontrafelen.

Nu denkt hij dat ufo’s hallucinaties zijn. Of wat genuanceerder uitgedrukt – want Halperin is echt geen debunker – ufo’s hebben weliswaar veelal een materiële component die als stimulus werkt, maar de echte inhoud van de ufo-waarneming of abductie-ervaring is vooral psychisch van aard. Ufo’s zijn daarmee volgens Halperin geen voertuigen die ruimtereizende aliens bevatten, maar het zijn menselijke fenomenen. Ze zeggen niets over buitenaards leven, maar van alles over de mens en diens verhouding tot de werkelijkheid.

Jungiaanse benadering

Hoewel hij Jacques Vallee noemt als voorganger, ontpopt Halperin zich in het boek gaandeweg vooral als een tamelijk trouwe volgeling van C.G. Jung, die eveneens gefascineerd werd door ufo’s. Ook Jung benadrukte het psychische karakter van ufo’s (ofschoon hij worstelde met ufo-waarnemingen waarbij ook materiële aspecten een rol speelden, zoals sporen van een landingsgestel in de aardbodem). Jung stelde eveneens dat die psychische realiteit van ufo’s weliswaar anders was dan de fysische werkelijkheid, maar dat die psychische realiteit op geen enkele manier inferieur is aan de fysieke realiteit. Een ufo-ervaring is dus volledig werkelijk voor degene die deze meemaakt.

Halperin gaat zover in het volgen van Jung dat hij ufo’s beschouwt als een mythe, gedefinieerd als the emergence and unfolding of something from the shared unconscious, which may be the most profound and terrible of truths (230-231). Of zoals er boven Halperins blog geschreven staat: ‘UFOs are a myth. Myths are real’. Ufo’s hebben volgens Halperin te maken met oeroude, diep verhulde lagen van de menselijke psyche die Jung het ‘collectief onbewuste’ noemde. Vandaar dat de juiste vraag naar de aard en het wezen van ufo’s niet die is naar wat ufo’s zijn en waar ze vandaan komen, maar naar wat ze betekenen. Wat hebben ufo-ervaringen te zeggen aan degene wie ze overkomen?

Er is echter ook een groot verschil met Jung. In zijn boeken – en ook in zijn ufo-boek – suggereert Jung dat het collectief onbewuste zich in bepaalde extreme omstandigheden kan uiten in een objectieve vorm. Er vindt dan een manifestatie plaats, iets psychisch en dus subjectiefs dat zich uit in de objectieve ruimte. Synchroniciteiten zijn hier voorbeelden van. Het verklaart ook Jungs grote belangstelling voor parapsychologie. Halperin lijkt hier niet in mee te gaan. Ufo-waarnemingen hebben weliswaar een objectieve component, namelijk een materiële stimulus die aanleiding geeft tot de ufo-ervaring. Maar vervolgens neemt de psyche het over waardoor de ufo-ervaring uiteindelijk niet meer is dan een hallucinatie die door iets van buitenaf is getriggerd.

Daar ontstaan bij mij dan veel vragen. Want waar komt dat collectief onbewuste vandaan? Hoe is het ontstaan? En hoe wordt het doorgegeven? Via ons DNA? En het mag dan zo zijn dat een ufo-ervaring geen objectieve inhoud heeft, toch erkent Halperin dat de ervaring zelf volledig werkelijk is voor degene die zo’n ervaring beleeft. Maar ditzelfde geldt ook voor psychotische patiënten die in een delirium zitten. Ook hun ervaringen zijn werkelijkheid, zodanig zelfs dat ze ernaar handelen (met gevaar voor eigen of andermans leven). Waarin verschilt een ufo-ervaring dan van een psychose? Halperin geeft daar geen antwoord op.

Slavernijverleden en condoom-ufo’s

Het boek heeft een sterk persoonlijk karakter. Het gaat ook over zijn eigen persoon, over zijn eigen vroegere fascinatie voor ufo’s. Halperin beschrijft eerlijk en kwetsbaar hoe zijn obsessie voor ufo’s in zijn tienerjaren een manier was om om te gaan met de ongeneeslijke ziekte en uiteindelijk dood van zijn moeder. Ufo’s waren voor hem een manier om zin te geven aan een persoonlijk trauma, om met de vreemdheid van de dood om te gaan. Toen hij zich daarvan bewust werd, verloor hij gaandeweg zijn interesse in ufo’s. Halperin laat zien hoe in verschillende ufo-verhalen, zoals die van Betty en Barney Hill en van Whitley Strieber, ufo’s en aliens alles te maken hebben met persoonlijke trauma’s en collectief-onbewuste voorstellingen van dood en lijden.

Hoe interessant ik het boek ook vind, persoonlijk denk ik dat Halperin zich in zijn these vergaloppeert. Zo verklaart hij de klassieke abductie van het echtpaar Betty en Barney Hill als een ‘reenactment’ van het slavernijverleden. Betty was een blanke, Barney was een zwarte man en voelde zich in de jaren ’60 van de vorige eeuw nog altijd een buitenstaander in de Amerikaanse samenleving. Halperin laat zien dat de fysieke martelingen die Barney beschreef in het ruimteschip overeenkomen met de manier waarop slavenhandelaren omgingen met slaven. Barney werd volgens Halperin door de aliens opnieuw tot slaaf gemaakt, en Betty eveneens, ook al bleef zij er als blanke vrouw koelbloediger onder dan Barney.

Een andere voorbeeld van zo’n psychosociale verklaring is Halperins beschrijving van de ufo-flap in België in de periode van 1989-1990. Er werden toen in heel België vliegende driehoeken waargenomen. Halperin geeft als verklaring dat de Belgen een soort collectieve hallucinatie beleefden die te maken had met de verwerking van de toenmalige historische situatie van de NATO (waarvan het hoofdkwartier in Brussel gezeteld was) en de val van de Berlijnse muur en dus de neergang van het communisme.

Een laatste voorbeeld: vier personen in de jaren ’70 zien een ufo. Een ufo-onderzoeker vraagt het viertal afzonderlijk van elkaar een tekening van de ufo te maken. Drie tekenen een zwevende platte schijf, maar de vierde tekent een langwerpig toestel met een schijnwerper op de neus. Iemand die de tekening ziet, zal wellicht opvallen dat die wel heel erg lijkt op een condoom die aan het topje scheurt waardoor het zaad eruit spuit. En inderdaad, schrijft Halperin, twee van de vier waren een stelletje. Het meisje was zwanger van de jongen die de condoom-ufo zag, en dat in een tijd waarin ongehuwd zwanger zijn in de VS nog altijd een taboe was. Ook hier brengt de ufo een verhuld trauma tot uitdrukking.

Ik doe met deze samenvattingen van Halperins casussen geen recht aan de complexiteit en nuance van het boek. Halperin schrijft met warmte en begrip, hij schrijft met milde humor en zelfspot, maar ridiculiseert nergens. Ook is hij er niet op uit om ufo’s te herleiden tot waandenkbeelden. Nogmaals, hij is van mening dat de psychische werkelijkheid net zo’n reële dimensie is als de fysische. De mensen die ufo’s en abducties rapporteren zijn geen geesteszieken, het zijn gewone mensen die leven in het besef dat hun iets uitzonderlijks is overkomen.

Religieus fenomeen

Ook al heb ik moeite met de psychsociale these die Halperin verdedigt – enerzijds omdat het bestaan van een collectief onbewuste al net zo onbewijsbaar is als de these dat ufo’s wél buitenaardse bezoekers zijn, anderzijds omdat er altijd wel een psychologische draai aan ufo-ervaringen te geven valt zodat psychologisering vrijwel nooit falsifieerbaar wordt – ik vind het boek toch meer dan lezenswaardig. Halperin vat in feite de hele ufo-geschiedenis van de twintigste geschiedenis samen. Het gaat niet over bizarre samenzweringstheorieën die met reptielen of nazi’s te maken hebben. Hij schrijft wél over de klassieke gevallen met de ‘men in black’, over ufo’s in de oudheid en de Bijbel, over het ‘Shaver mystery’ (Richard Shaver en Raymond Palmer, de mannen die bijdroegen aan de mythe van de ‘holle aarde’) en over de ufo-crash bij Roswell, waar hij eveneens een psychosociale duiding aan geeft. Het idee dat ufo’s een psychsociale verklaring móeten hebben, gaat mij veel te ver. Maar Halperin beschrijft genoeg details die voor mij overtuigend aangeven dat ufo’s een dimensie bevolken die tussen het materiële en het geestelijke in zit, tussen het objectieve en het subjectieve, waardoor ze zich ook zo lastig laten bestuderen.

Een ufo-waarneming is niet in een hokje te vangen, is altijd een amalgaam van objectieve materialiteit en subjectieve geestelijkheid. Een ‘reenactment’ van het slavernijverleden opperen als voldoende verklaring voor Betty en Barney Hills ufo-ervaring vind ik te kort door de bocht. Maar Halperins beschrijving van die casus geeft wel zodanig veel details dat ze me wel aan het denken zetten.

Ufo’s vallen voor mij in dezelfde categorie als God: of ze bestaan, weet ik niet, maar ik kan me er ook niet los van maken. Halperins boek is wat dat betreft één van de meest opwindende ufo-boeken die ik de afgelopen jaren gelezen heb, iemand die met echt nieuwe inzichten komt, ook al vind ik het moeilijk om ze als allesverklarende thesen te accepteren. Halperins boek had op mij hetzelfde effect als het lezen van Freud. Freuds panseksualiteit is onverteerbaar, maar als je je in zijn boeken verdiept, ga je opeens toch anders tegen de werkelijkheid aankijken en kom je erachter dat het ook niet helemaal onzin is.

Ook Halperin trekt ufo’s en God bij elkaar, want volgens hem draait het bij ufo’s ten diepste om een religieus fenomeen in de zin van: an experience of the numinous that arises – spontaneously, it would seem – from our internal worlds (243). Het draait bij ufo’s om interactions with our shared unconscious, which if not ‘God’ in the traditional sense is psychologically indistinguishable from It (243). Ook bij religie speelt het collectieve onbewuste een centrale rol, ervaringen met het numineuze – met God – zijn eveneens te verklaren met een beroep op het collectieve onbewuste van mensen. Ofschoon Halperin als bijbelgeleerde zichzelf ziet als vriend van religie, schuurt zijn benadering tegen het reductionistisch-atheïstische aan, omdat hij religie lijkt te reduceren tot louter een functie van de psyche van de mens. En dat is me nu eenmaal te simpel.

Kortom: een boek met uiteindelijk een behoorlijk zwakke these, maar sympatiek, fascinerend en onweerstaanbaar geschreven.

Intimate Alien: The Hidden Story of the UFO.
David J. Halperin.
Stanford University Press, 2020. Hardcover. 292 pp.
ISBN 9781503607088. Ongeveer € 26,00 (bij Bol.com)

**

Meer informatie over het boek: https://www.sup.org/books/title/?id=30648.

Blog van David Halperin: https://www.davidhalperin.net/.

Bron illustratie: Bol.com

Halperin schreef eerder al een roman over ufo’s, een coming of age verhaal, Journal of a UFO Investigator, een prachtig boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt zijn. Ook dit boek, dat ik enkele keren heb gelezen, is een aanrader. Het laat net als Intimate Alien zien dat Halperin écht kan schrijven. Het is bij Bol.com alleen als e-book verkrijgbaar.

%d bloggers liken dit: