Het laatste KNAW-debat!

Geloof en weten gebroederlijk naast elkaar in laatste KNAW-debat

Moderator Inge Diepman had dinsdagavond grote moeite om de zeven spraaklustige wetenschappers in toom te houden tijdens het slotdebat in de KNAW-debatcyclus “Weten en/of Geloven” in een uitverkochte Beurs van Berlage te Amsterdam. Door middel van een aantal stellingen werd geprobeerd de tegenstellingen tussen een gelovig en ongelovig perspectief nog eens sterk aan te zetten. Maar atheïstische en gelovige wetenschappers waren het vaak met elkaar eens in een wervelend debat.

TAEDE SMEDES

Amsterdam – De avond was opgebouwd rond een zestal stellingen die werden bediscussieerd door de zeven wetenschappers die ook allen een rol hadden gespeeld in de voorgaande vier debatavonden. Alleen Ronald Plasterk liet deze avond verstek gaan.

De eerste stelling, “Wetenschappelijk onderzoek van de Intelligent Design theorie is onwenselijk” werd onder de loep genomen door fysicus Cees Dekker en schrijver Thijs Goldschmidt. Goldschmidt beschuldigde Intelligent Design ervan dat ze gaten in de evolutietheorie wil opvullen op een wijze die niet open is voor wetenschappelijk onderzoek, namelijk met behulp van God. ID is derhalve volgens Goldschmidt geen wetenschappelijk onderzoeksprogramma. Dekker was het met die conclusie van Goldschmidt eens. “ID is inderdaad nog geen onderzoeksprogramma, het kent nog teveel problemen.” Maar Dekker stelde wel dat ID raakt aan de toekomstvragen van de biologie. Dekker voorzag dat een toekomstige biologische onderzoeksrichting best eens ID-achtige trekken zou kunnen vertonen.

De tweede stelling “Wetenschappelijk onderzoek mag niet beperkt worden door ethische grenzen” werd besproken door Henk Jochemsen, directeur van het Lindeboom Instituut voor medische ethiek te Ede, en schrijver Sander Bais. Jochemsen verwierp de stelling radicaal, want “de geschiedenis heeft wel geleerd dat wetenschappelijk onderzoek zonder ethische grenzen bedreigend is voor menselijkheid en samenleving”. Het doen van wetenschap wordt altijd al bepaald door een bepaald mens- en wereldbeeld, dus wetenschap is nooit neutraal. Ook Bais was niet blij met de stelling. Er moeten inderdaad grenzen zijn, zei hij. De vraag is echter of religie de ethische beslissingen mag opeisen.

“De mens is uniek – het enige onderscheidende dat hij bezit is zijn moraal”, was de derde stelling, die eensgezind door theoloog Van de Beek en bioloog Steph Menken werd verworpen. Van de Beek wees erop dat vanuit biologisch oogpunt de mens uniek is, “net als de olifant”. Iedere soort heeft zijn eigen uniciteit. Toch meent Van de Beek dat moraal niet alleen aan de mens is voorbehouden. Ook in bijvoorbeeld groepen chimpansees heersen bepaalde sociale regels waar de leden van de groep zich aan moeten houden. De natuur leert ons niet dat de mens door moraal verschilt van de dieren. Het spreken over de uniciteit van de mens komt volgens Van de Beek primair voort uit godsdienst, aangezien de Bijbel erover spreekt dat de mens in het beeld van God is geschapen. Uniek wil echter niet zeggen dat de mens belangrijk is, want in Genesis 2 wordt de mens gemaakt “uit stof, dat wegwaait op de wind”. Van de Beek sprak over “een zeker cynisme” bij de bijbelschrijvers als het over de mens gaat. We zijn niet belangrijk, maar wel is de mens geroepen om een relatie met God aan te gaan. Steph Menken was het grotendeels met Van de Beek eens. Moraal is niet voorbehouden aan de mens. Menken wilde niet langer de verschillen tussen mens en dier accentueren, maar juist de overeenkomsten.

Na de pauze werd de vierde stelling “Het geloof staat een moslimstudent niet in de weg om een goed bioloog of fysicus te worden” aanleiding tot een fel debat. Antropoloog Wouter van Beek bevestigde de stelling. Verzet tegen evolutie is niet inherent aan de Islam, zei hij. “In de Koran staat weinig over de schepping, want Mohammed zag zichzelf in de joods-christelijke traditie staan. In de Bijbel is er al genoeg over geschreven.” Evolutie is een probleem geworden door de fundamentalisering binnen christendom en Islam. De overheid zou dan ook die fundamentaliseringstendens met beleid onder de loep moeten nemen. Meer evolutieonderwijs op zich haalt weinig uit. Goldschmidt had een radicaal ander idee. Hij stelde een strenge aanpak voor van moslimstudenten. Ook zij die geen bioloog willen worden, zouden de evolutietheorie verplicht onderwezen moeten krijgen. Eigenlijk zou dit ook bij imams moeten, want de meesten zijn creationisten omdat ze nog nooit van evolutie hebben gehoord. Goldschmidt kreeg veel kritiek, zowel van Van Beek (“Wat Goldschmidt doet, roept precies fundamentalisme op!”) als van Cees Dekker (“Ik vind het jammer dat Goldschmidt zo neerbuigend doet over de Islam. Dat zet niet aan tot dialoog”).

Cees Dekker en Sander Bais bogen zich vervolgens over de stelling dat “(natuur)wetenschap de enige bron van kennis over de wereld” is. Dekker verwierp deze stelling door ook autoriteit (ouders, tv, school, etc.) en intuïties als kenbronnen aan te wijzen. Bais meende echter dat de wetenschap een zeer robuuste methode heeft, die kennis blijft genereren. Natuurwetenschap, zo concludeerde Bais, is daarmee wel de belangrijkste bron van kennis geworden. Uiteindelijk, zo haalde Bais nog even uit, zal ook religie uit elkaar vallen in allerlei zaken die natuurwetenschappelijk kunnen worden verklaard. “Wellicht dat er een kleine kern zal overblijven, dat is dan kunst.”

De atheïstische wetenschappers trokken zich volledig terug bij stelling zes: “Een zuiver wetenschappelijke houding kan alleen maar tot atheïsme leiden”. De stelling werd besproken door twee gelovigen: theoloog Van de Beek en ethicus Jochemsen. Beiden verwierpen de stelling, hoewel Van de Beek wel opmerkte een zwak te hebben voor het methodisch atheïsme van de natuurwetenschappen. “Het heeft ons in ieder geval bewaard voor godsdienstoorlogen.” Zowel Van de Beek als Jochemsen concludeerden uiteindelijk wel dat wetenschap een sterk reducerende kijk heeft op de werkelijkheid, en dat zaken als morele oordelen en godsdienstige overtuigingen buiten boord vallen als het methodisch atheïsme van de wetenschap tot levensbeschouwing wordt verheven. Geloof en wetenschap hoeven dus niet met elkaar in conflict te zijn, zo was de conclusie, maar staan naast elkaar.

Vanaf 15 december is een 5-DVD box met daarin alle debatten verzameld verkrijgbaar voor € 17,50, inclusief verzendkosten. De box is te bestellen bij de K.L. Poll Stichting. Voor meer info, zie http://www.klpoll.nl.

Dit artikel is in enigszins gewijzigde vorm gepubliceerd in het Friesch Dagblad van donderdag 30 november 2006. Het debat vond plaats op dinsdag 28 november.

4 thoughts on “Het laatste KNAW-debat!

  1. Taede schrijft: “fysicus Cees Dekker en schrijver Thijs Goldschmidt”. Even een kleine kanttekening. Waarom fysicus voor iemand die artikelen buiten zijn vakgebied schrijft? CD schreeft als niet-theoloog over theologie, als niet-filosofoof over filosofie en als niet-bioloog over biologie. Waarom noem je hem geen schrijver? Is het relevant dat hij fysicus is? Waarom noem je Goldschmidt schrijver en geen bioloog?

  2. Hoi Gert,
    De reden is even simpel als pragmatisch: omdat Goldschmidt zich tijdens de KNAW-debatten (a) voorgesteld is en (b)zichzelf gepresenteerd heeft als schrijver die schrijft over o.a. zijn voormalig wetenschappelijk werk. Hij heeft zelf gezegd geen wetenschappelijk onderzoek meer te doen, maar zich aan schrijven te wijden. Het houdt dus geen waarde-oordeel in. Ik heb gewoon gekeken naar wat de functie is die CD en TG momenteel bekleden.

  3. Taede,
    ik neem aan dat je geen waarde-oordeel wilde introduceren, maar voor de krantelezer die Goldschmidt niet kent, zou het duidelijker zijn om hem evolutiebioloog-schrijver te noemen. Alleen ‘schrijver’ kan alles zijn, ook mensen zonder exacte opleiding en beroep. Voor TG is het relevant dat hij evolutiebioloog is want hij verdedigt evolutie tegen aanvallen van een niet-bioloog. En bij Cees Dekker was ik nog vergeten om te noemen dat hij als niet-historiucs uitspraken doet waarvan hij de historische correctheid niet kan beoordelen en waarschijnlijk niet eens de moeite heeft genomen (Weikart boek). (kom ik nog op terug!). Je noemt Dekker fysicus, wat correct is maar totaal niet relevant als het om zijn wereldbeschouwing gaat. Je introduceert dus een soort ongelijkheid in de beschrijving van beide personen in het voordeel van CD. Als je ze gelijkwaardig wilt typeren zou je CD op z’n minst ‘fysicus-schrijver’ of gewoon schrijver moeten noemen omdat al zijn schrijverij buiten zijn vakgebied is. Eigenlijk dus: amateur-filosoof, amateur-theoloog, amateur-evolutiebioloog, amateur-historicus!

Comments are closed.