Close

De morele verantwoordelijkheid van de journalist: het ‘pardonkinderen’-artikel van Rik Smits geanalyseerd.

Rik Smits (bron: Wikipedia)

Wie als journalist opereert, heeft een ongehoord grote verantwoordelijkheid.

Ik weet dat veel mensen die bewering gniffelend zullen lezen. Als je immers de sociale media moet geloven bestaat er geen beroepsgroep die méér bevooroordeeld is dan het journaille. En journalisten komen bovendien in verschillende smaken, met name “linksig” dan wel “rechtsig”. 

Maar zo denk ik niet. Noem me idealist, maar ik heb nog altijd vertrouwen in de journalistiek. Inderdaad, neutrale of objectieve journalistiek bestaat niet. Journalistiek wordt altijd vanuit een bepaald perspectief bedreven. Is dat erg? Op zich niet. Maar juist dat feit zou de journalist ervan bewust moeten maken van de gevaren die de door haar of hem gehanteerde taal met zich meebrengt.

Er wordt momenteel weer volop gediscussieerd over de taak die journalisten in onze samenleving hebben. Ik herinner me een uitspraak van de theoloog Miskotte: dat preken een waagstuk is. Daarmee wilde hij zeggen dat predikanten die op de kansel het Woord van God verkondigen daar nooit te licht over mochten denken, juist vanwege de aard van de heilige zaak waar ze voor stonden. (Misschien dat de Nashville-aanhangers Miskotte er nog eens op moeten naslaan.)

Zo zie ik ook de journalistiek. Als een heilige zaak. Een zaak die het waard is om voor op te komen. Maar ook een zaak die bevuild kan raken.

Toen ik in Groningen theologie studeerde, was bij de godsdienstfilosofen en dogmatici van die faculteit Wittgenstein de toonaangevende denker. Ik ben dus met het meer Angelsaksisch-analytische idee vertrouwd dat taal ‘performatief’ is, dat wil zeggen: iets doet. Taaluitingen hebben effecten in de wereld. Ze zijn niet onschuldig.

Taal speelt in de journalistiek een cruciale rol. Voor de schrijvende journalist is taal het instrument waarvan hij/zij zich bedient om iets voor het voetlicht te brengen. Taal gebruiken is een waagstuk. Want taal laat zich gemakkelijk verkeerd begrijpen. We laten ons gemakkelijk door taal ‘betoveren’. En taal kan maar al te makkelijk tot een instrument van manipulatie worden.

Gisteren las ik het artikel ‘Waarom versoepeling van het kinderpardon een bar slecht idee is’ van Rik Smits. Het is een artikel naar aanleiding van de discussie omtrent een ruimer kinderpardon. Het stuk stond op het onafhankelijke journalistenblog Reporters Online. Smits is taalkundige, schrijver (van o.a. een boek over de evolutionaire invloed van taal op de wording van de mens) en hij werkt als journalist en als opleider van journalisten (als ik tenminste Wikipedia mag geloven).

Toen ik Smits’ stuk las, kon ik een gevoel van afschuw niet onderdrukken. Toen ik Smits hierover aansprak op Twitter, wilde hij alleen over de feiten discussiëren maar niet over de toon waarop hij het stuk geschreven had. Mij gaat het echter vooral om de toon, dus om het gebruik van woorden en de motivatie die achter die woorden zit. Woorden die immers de gedachten van mensen in een bepaalde richting buigen en emoties oproepen.

Om mijn analyse hieronder van Smits artikel te volgen, raad ik de lezer aan eerst het artikel van Smits ‘Waarom versoepeling van het kinderpardon een bar slecht idee is’ te lezen: https://reportersonline.nl/waarom-versoepeling-van-het-kinderpardon-een-bar-slecht-idee-is/.

Rol van ouders

Smits betoogt om te beginnen dat een verruimd kinderpardon een slecht idee is. Maar waarom vindt hij dat? Hij geeft nergens een expliciet antwoord. Om erachter te komen zullen we dus zijn tekst moeten analyseren. Ik zal daarbij in wat volgt vooral de nadruk leggen op Smits gebruik van bepaalde metaforen en beelden, dus op de taal waarvan hij zich bedient.

Smits begint ermee te beschrijven dat Myrthe Hilkens’ tweet illustratief is

voor de gemakzuchtige, sentimentele oppervlakkigheid waarmee er over het kinderpardon en de gevolgen ervan wordt gedacht. Want het gaat natuurlijk niet over een handvol zielige kindertjes. Het gaat zoals altijd over hun ouders en andere volwassenen – dat is nu eenmaal het lot van kinderen.

Oké, Smits wil dus de aandacht vragen voor de rol die de ouders van ‘pardonkinderen’ spelen. Die deugt namelijk in zijn ogen niet.

Maar eerst staat hij nog stil bij de kinderen waar het om gaat:

Wat hen bedreigt, is dat ze met hun allang uitgeprocedeerde en afgewezen ouders mee moeten naar een land waar ze weinig meer mee hebben of dat ze in het geheel niet kennen. Een land ook waar de dingen over het algemeen minder luxueus geregeld zijn dan hier. Ze spreken de taal van dat land vaak niet goed of helemaal niet, en ze moeten er helemaal opnieuw een vriendenkring opbouwen met alles wat daar bij hoort. Hun vertrouwde wereldje en hun vrienden hier raken ze kwijt.

Let op hoe hij de opsomming begint. Hij begint ermee dat ze met hun ‘allang uitgeprocedeerde en afgewezen ouders’ mee moeten naar een voor hun onbekend land. De kinderen zijn allereerst het slachtoffer van de vasthoudendheid en de illusies die de ouders koesteren. Het tweede aspect is dat dat een land is ‘waar de dingen over het algemeen minder luxueus geregeld zijn dan hier’. Daarna pas verwijst Smits naar de rol van taal en vrienden.

Goed lezen dus. Want het beeld dat Smits creëert is dat het voornaamste aspect dat van luxe, rijkdom, weelde is. De kinderen vinden het vooral erg dat ze de luxe die we in Nederland genieten moeten missen. Pas daarna komt het probleem van taal en vriendjes. ‘Tendentieus’ kan men zo’n opsomming noemen, feitelijk zeker niet.

Expats-kinderen

Smits stelt vervolgens: ‘Dat is natuurlijk niet niks. Maar het verschilt ook weer niet zo heel veel van wat veel expats-kinderen en alle emigrantenkinderen overkomt.’ Hij gaat daar nog een tijdje op door. Het is een rare vergelijking. Worden kinderen van expats gedwongen om mee te gaan naar het buitenland? Tot op zekere hoogte: ze hebben geen keus zolang ze minderjarig zijn.

Maar expats worden niet in het holst van de nacht door agenten van hun bed gelicht, in auto’s gezet, naar het vliegveld gereden en op een vliegtuig naar het buitenland gezet. Expats en Nederlanders die een bed-and-breakfast willen beginnen in het buitenland hebben vaak al maandenlang met hun kinderen over die toekomstplannen gesproken. De kinderen weten precies waar ze aan toe zijn. Dat ze het misschien niet leuk vinden, is tot daar aan toe. Maar hun leven wordt zeker niet van het ene op het andere moment ontwricht zoals dat bij een uitzetting van asielzoekers alsof het criminelen betrof wél gebeurt.

Het kwalijke is dat Smits hier weer tussen neus en lippen door een tendentieuze vergelijking maakt. De suggestie die hij wekt met zijn vergelijking tussen ouders van asielkinderen en mensen die een bed-and-breakfast in pak ‘em beet Frankrijk willen beginnen is dat ouders van asielkinderen hier eigenlijk als een soort gelukszoekers komen.

Maar Smits ziet dit aankomen en riposteert:

Nu hoor ik al iemand tegenwerpen dat het wél anders is, omdat de ouders van pardonkinderen, om ze zo maar even te noemen, zo getraumatiseerd zijn. Dat zal wel, maar de vraag is dan toch hoe zwaar dat weegt . Een zorgelijk groot aantal “gewone” Nederlandse kinderen heeft akelig slecht functionerende ouders.

Hier verschuift hij simpelweg het probleem. Hij begint ineens over iets anders, namelijk over het feit dat veel kinderen in Nederland leven met psychisch verwarde ouders. Welk punt Smits precies wil maken, is mij niet duidelijk. Relevant lijkt het me niet. Het punt wat hij hoe dan ook mist is dat de traumatisering van ‘pardonkinderen’ veroorzaakt wordt door de uitzetting. Het punt van psychisch verwarde ouders heeft hier niets mee te maken.

Naïeve kinderen

Vervolgens gaat hij in op de rol van vriendjes. Ik citeer hier even een wat langere passage. Let opnieuw op de taal en de talrijke vergelijkingen:

Kinderen zijn uit hun aard naïef, bereidwillig, gauw verontwaardigd en aartsconservatief. Zoals het nu is, zo hoort het en anders niet. Het is voor belanghebbende volwassenen dan ook doodgemakkelijk om ze voor het karretje van een willekeurige “goede zaak” te spannen, of het nu gaat om paddenstoelen verzamelen, kinderpostzegels slijten, asbakken kleien voor Vaderdag of een anti-rookactie. Dat gaat nog beter als hun eigen belang in het geding is, zoals het verlies van een bevriend en zielig klasgenootje. Zo zien we op het journaal geregeld door bescheiden op de achtergrond blijvende zaakwaarnemers en mediamensen opgejutte kinderscharen joelen dat Ahmed en Aisa dan wel Howick en Lili moeten blijven. Of modieus gekapte mediahelden stoppen een arm joch van een jaar of tien een microfoon in zijn handen en sturen hem zo in het gebouw van de Tweede Kamer op allerhande politici af – over traumatiseren gesproken.

Wat zijn kinderen toch eigenlijk monsters, is het niet? Dom, naïef, egoïstisch en makkelijk te manipuleren door volwassenen. Maar gaat het hier om een opsomming van feiten? Of gaat het om het creëren van een bepaald beeld? Is dit een neutrale beschrijving van zaken, of tendentieus taalgebruik dat vooral uit is op het oproepen van bepaalde emoties?

Egoïstisch

Het voorgaande loopt uit op een beschrijving van de situatie van Lili en Howick, waarbij Smits focust op de rol van de moeder. Let op hoe hij die moeder beschrijft:

Howick en Lili waren het slachtoffer van een liegende en bedriegende, allang uitgewezen en zelfs daadwerkelijk uitgezette moeder, die haar gezin in een mum van tijd in Armenië had kunnen herenigen, maar in plaats daarvan door roeien en ruiten bleef gaan om zichzelf alsnog een verblijfstitel in Nederland te bezorgen en dat uiteindelijk over de rug van haar kinderen inderdaad voor elkaar bokste: Haar kinderen kregen via de discretionaire bevoegdheid van een bange staatssecretaris Harbers op het laatste moment tóch een verblijfsvergunning en de gezinshereniging deed volautomatisch de rest.

VVD’er Harbers wordt hier ineens een slachtoffer van intimidatie, een stakkerd. De moeder wordt neergezet als een kwaadaardig wezen, dat de mentale gezondheid van haar kinderen moedwillig op het spel heeft gezet om er vooral zelf beter van te worden. De moeder is een enorme egoïst, een verschrikkelijk mens. De mogelijkheid dat die moeder wellicht een betere toekomst voor haar kinderen voor ogen heeft gehad dan de uitzichtsloze armoede waar ze in Albanië aan zouden zijn overgeleverd, ontgaat Smits ten enenmale.

Gedraaid en gelogen

Vervolgens schrijft Smits over de mogelijkheden die de Nederlandse wet biedt om in beroep te gaan als een uitspraak negatief is. Ook hier graait hij weer stevig in zijn retorische trukendoos, want kijk eens hoe hij ‘asielvragers’ beschrijft:

Asielvragers doen dat [nl. zich voegen naar het oordeel van de rechter] zonder uitzondering graag als de rechter ( of eerder al de IND) in hun voordeel beslist, en aarzelen daarna ook niet om van hun zo verworven rechten ten volle gebruik te maken. En waarom ook niet, het is letterlijk hun goed recht. Maar voor sommigen van hen blijkt dat ineens heel anders te liggen als het uiteindelijke oordeel niet het gewenste is. Waar “ja” steevast als een rotsvast “ja” omarmd wordt, kijken ze tegen een “nee” aan als Harvey Weinstein tegen de gemurmelde protestjes van een onzeker starletje. Dan beginnen ze gewoon opnieuw, zo lang er maar beroep mogelijk is. En als ook dat niet het verlangde resultaat heeft, dan rest nog altijd morele chantage om toch te proberen je zin door te drijven, zoals de moeder van Lili en Howick overduidelijk deed.

Waar gewone Nederlanders uiteindelijk zouden berusten bij een ‘nee’ van de rechter, aarzelen asielvragers niet om van hun zo verworven rechten ten volle gebruik te maken. Daarbij deinzen ze zelfs niet terug voor morele chantage, aldus Smits. En hij gaat nog verder, namelijk: ‘dat asielvragers er zelf vaak alles aan doen om het proces te frustreren. Papieren worden zoekgemaakt, er word gedraaid en gelogen, alles om ook een kansloos tijdelijk verblijf maar zo lang mogelijk te rekken. Hoe magerder de claim, hoe groter die verleiding is.’

Asielvragers worden hier gewoon neergezet als opportunisten en bedriegers, als halve criminelen. Een hele groep mensen wordt hier zonder pardon weggezet als uitschot. Hier worden monsters gemaakt. Er wordt een heel zwart-wit beeld geschetst, volstrekt ongenuanceerd, en beschreven met enorm sensatievertoon.

Ik zal de rest van Smits artikel wat korter analyseren, want het punt is duidelijk. Smits gaat verder in op wat hij noemt de ‘Nederlandse asielindustrie’, dat ‘dat conglomeraat van politici, advocaten, hulpverleners, mediafiguren, activisten als Myrthe Hilkens, NGO’s en welmenende, door al die menselijke narigheid geroerde burgers, dat al decennialang elke poging tot verkorting, verduidelijking en verbetering van de wet en de uitvoering daarvan heeft geprobeerd te dwarsbomen.’

Hij beschrijft ‘de nu al vele weken voortgaande kerkasieldienst in de Haagse Bethelkerk, waar een treurig gezin feitelijk gegijzeld gehouden wordt door andermans goede bedoelingen’. Ook hier weer zet Smits de situatie op scherp door te stellen dat de kinderen het slachtoffer zijn van het ongebreidelde egoïsme van de ouders. De asielindustrie zou gewezen moeten worden op ‘hun verantwoordelijkheid voor het onsmakelijke uitbuiten van kinderen die in de verdrukking zitten ten gerieve van hun ouders, hun verdere familie en de sentimenten van de zaakwaarnemers zelf.’

Waarom wil Smits dus geen ruimer kinderpardon? Omdat dit niet zozeer in het belang is van de kinderen, maar vooral van de ouders die over de ruggen van hun kinderen heen, heel egoïstisch, hier willen blijven. En de ‘asielindustrie’ houdt die misstanden gewoon in stand en is daarom net zo verwerpelijk bezig.

Besluit: monsters maken

Ik rond af. Om te beginnen: een ieder is uiteraard vrij om haar of zijn mening te verkondigen. Maar het stuk van Smits staat op een website van een onafhankelijk journalistiek medium. Daardoor krijgt het de pretentie een journalistieke bijdrage te zijn. Ik zie het daarentegen meer als een opiniestuk, een mening die verkondigd wordt. Op Twitter beschreef ik het artikel als ‘Telegraaf-fähig’. De manier van schrijven is weinig verheffend, er wordt een beeld geschetst, de taal wordt niet zozeer gebruikt om een stand van zaken op zo’n neutraal mogelijke manier neer te zetten, maar om juist beelden op te roepen die op hun beurt weer emoties oproepen. Om die emoties draait het, niet om de feiten.

Smits speelt duidelijk op de onderbuik. Het gaat hem niet om argumenten of om feiten, maar de retorisch geladen taal waarvan hij zich bedient moet mensen ertoe brengen hun kijk op ‘pardonkinderen’ te veranderen. Hij beoogt dus een alternatieve framing van de problematiek, één waarbij de focus niet langer is op de kinderen maar vooral op de egoïstische belangen van de opportunistische en bedrieglijke ouders. Dat Smits daarbij vrijwel zonder nuance een hele groep mensen neerzet als gelukszoekers die over de ruggen van hun kinderen koste wat kost een beter leven willen, vind ik moreel verwerpelijk en een journalist onwaardig. Maar dat is mijn persoonlijke mening.

Hoe dan ook blijft het een wonderlijk verschijnsel dat intelligente mensen zoals Smits het nodig blijven vinden om groepen mensen tot monsters te verklaren en te ontmenselijken, al is het op virtueel papier. Dergelijke intelligente mensen vinden religie vaak verwerpelijk en een levend anachronisme vanwege de Neanderthal-logica met behulp waarvan gelovigen zich staande houden in de wereld. Maar ze zien vervolgens niet hoe hun eigen denken ten prooi valt aan de agressieve denkneigingen op basis van ‘wij-zij’ dichotomieën, en die behoren tot het denkarsenaal waarmee onze savanne-bewonende voorouders tot bloedvergieten overgingen – denkneigingen die door religie vaak juist onder kritiek worden gesteld. Zelfreflectie blijft een schaars goed in deze samenleving en blijkt niet automatisch met het intellect gegeven.

Ten slotte: misschien vindt de bloglezer die het tot zover heeft volgehouden, dat ik met dit artikel teveel op de man – op Rik Smits zelf – speel. Dat is ook zo. Het punt is dat het ook niet anders kan. Dit is namelijk geen artikel dat draait om de analyse en beschrijving van bepaalde feiten, maar het is een analyse van de manier waarop een bepaalde journalist – Rik Smits zelf – een kwestie beschrijft, hoe hij dus de zaken heeft opgeschreven, een analyse dus van de taal die hij gekozen heeft om zijn boodschap over te brengen.

Het gaat mij er echter niet om Rik Smits in diskrediet te brengen. Mijn punt is een ander. De journalistiek in Nederland verkeert momenteel in zwaar weer. De druk is hoog, het vertrouwen in de journalistiek is laag. Dan is het van des te meer belang dat journalisten zich consciëntieus van hun taak kwijten. Dat ze de journalistiek niet verder in diskrediet brengen door tendentieus taalgebruik en holle retoriek te gebruiken om een te verkondigen mening die voortkomt uit en gericht is op de onderbuik.

De journalist is nooit neutraal, dat klopt. Om Miskotte te parafraseren: ieder journalistiek artikel is een waagstuk. Kritische zelfreflectie blijkt dan een deugd te zijn, want journalist-zijn brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee voor het gesproken of geschreven woord. Dat betekent vervolgens wél dat de journalist daar op kan en mag (en moet) worden aangesproken.

Waarvan hierbij akte.

2 thoughts on “De morele verantwoordelijkheid van de journalist: het ‘pardonkinderen’-artikel van Rik Smits geanalyseerd.

  1. U stelt dat de traumatisering wordt veroorzaakt door de uitzetting: politie die ze van hun bed licht, enz. Nu worden er meestal andere argumenten gebruikt ten faveure van een kinderpardon, nl. het feit dat ze al lang in Nederland zijn – soms zelfs hier geboren, en dat het land van herkomst van hun ouders voor hen een vreemd land is. Blijkbaar heeft Rik Smits voor u toch die argumenten ontkracht, want u tovert plotseling een nieuw argument uit de hoge hoed, namelijk dat de uitzetting traumatiserend is. Dat nieuwe argument heeft wel veel consequenties, want het doet er dan niet meer toe of de kinderen lang of kort in Nederland zijn. Gedwongen uitzetting is altijd zeer indrukwekkend, vooral voor kinderen, of ze nu tien dagen of tien jaar in Nederland zijn geweest. De uiterste consequentie van uw argumentatie is dan ook, dat gezinnen met kinderen nooit gedwongen uitgezet mogen worden.

    De vraag is dan wel wie de oorzaak is van die dwang. Als ik te horen krijg, dat ik op een bepaalde plek onwettig aanwezig ben, dan heb ik de keuze: of zelf vertrekken, of gedwongen verwijderd worden. In het laatste geval ben ik zelf degene die de dwang veroorzaakt. Als afgewezen asielzoekers zelf met hun kinderen zouden vertrekken, was er geen traumatische uitzetting. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt hoe dan ook bij de ouders, hoe begrijpelijk het ook is dat ze hier willen blijven.

    Als we de lijn nog iets verder doortrekken en de overheid mag niets doen wat voor de kinderen traumatiserend kan zijn, dan moet de politie ook stoppen met criminelen ’s nachts van hun bed te lichten, als er kinderen in huis zijn. Dat is ook traumatiserend. Uw standpunt heeft gewoon onaanvaardbare consequenties. Het grotere belang van de rechtstaat, die uiteindelijk recht moet verschaffen aan iedereen, wordt opgeofferd aan het individuele belang van mensen die de rechtstaat niet respecteren.

    Dan volgt: “De mogelijkheid dat die moeder wellicht een betere toekomst voor haar kinderen voor ogen heeft gehad dan de uitzichtsloze armoede waar ze in Albanië (sic) aan zouden zijn overgeleverd, ontgaat Smits ten enenmale.”
    Het internationaal recht doet er blijkbaar niet toe. Economische motieven zijn volgens de Conventie van Genève geen grond voor asiel. Uiteraard is iedereen vrij ervoor te pleiten dat dat verandert, maar dat moet dan wel langs democratische weg. Vooralsnog laat het asielrecht deze redenering niet toe. Bovendien is migratie geen oplossing voor armoede. Daarvoor zijn er helaas te veel armen in de wereld. Als we hun willen helpen, zullen we dat moeten doen waar ze zich bevinden (in hun eigen land dus), maar niet ze hier naartoe halen. Als we dat ongebreideld toelaten, is het eindresultaat dat we hun ook niet meer kunnen helpen in hun eigen land. Hoe rijk we ook zijn, onze economie kan dat niet dragen. Hun eigen economie moet groeien, zodat ze zichzelf kunnen dragen.

    @”Asielvragers worden hier gewoon neergezet als opportunisten en bedriegers” – nee, Smits zegt ook “Hoe magerder de claim, hoe groter die verleiding is.” Het gaat alleen om diegenen die evident geen asielgrond hebben (en de moeder van Howick en Lili is zo iemand). Ik heb ervaring met asielzoekers en vooral bij degenen die nuchter gezien geen reden voor asiel hebben, is het vaak zoals Smits beschrijft. Een voorbeeld: Een Rus uit St. Petersburg, die beweerde om zijn christelijk geloof vervolgd te zijn – toen toch al meer dan 10 jaar na het einde van de Sovjet Unie, die steeds zijn verhaal veranderde en uiteindelijk zijn kinderen inzette om verblijf (met succes) af te dwingen. Na jaren illegaliteit en zwart werk werden ze maar geaccepteerd. In al die tijd probeerde hij onze plaatselijke kerk te manipuleren met zieligheid om het gezin te ‘verzorgen’, wat leidde tot grote interne spanningen tussen hen die erin trapten en hen die dat niet deden. Het eindresultaat was een gemeentescheuring. Dit is niet het enige geval.

    @”Hoe dan ook blijft het een wonderlijk verschijnsel dat intelligente mensen zoals Smits het nodig blijven vinden om groepen mensen tot monsters te verklaren en te ontmenselijken” – over framing gesproken. Het is inderdaad een opiniestuk. Dat kan niemand ontgaan en ook opiniestukken zijn deel van de journalistiek.

    Mijn eigen mening is dat de procedures inderdaad te lang zijn. Maar dat is niet alles. Als de procedures korter worden, dan komt het moment waarop iemand is uitgeprocedeerd eerder. Dat is het enige verschil, want wat gebeurt er dan? We hebben dan nog steeds de problematiek van herkomstlanden die niet meewerken aan de uitzetting. Of mensen die hun paspoort niet meer hebben en hun nationaliteit niet kunnen aantonen. Sommigen zullen van de radar verdwijnen, de schimmige illegaliteit in. Hun kinderen zullen dan vaak niet meer naar school gaan. Het zijn stuk voor stuk redenen voor velen om te concluderen dat er een pardon moet zijn. Als we de wetgeving rond asiel serieus nemen en rechterlijke uitspraken respecteren, dan is er maar één conclusie mogelijk: ze moeten vertrekken naar hun eigen land. Als ze dat niet doen, maar het herkomstland accepteert ze wel, dan is het hun eigen verantwoordelijkheid en zijn zij het zelf die hun kinderen in een nadelige positie brengen. Op dat moment moet dit door de kinderbescherming worden beoordeeld, net zoals bij Nederlander die hun kinderen in een probleemsituatie brengen.
    Een tirade over de toon van een artikel, met kritiek over gebrek aan feitelijkheid, terwijl je reactie ook vrijwel geen feiten bevat, vind ik eerlijk gezegd niet zo relevant. Het gaat niets oplossen, net zoals een kinderpardon uiteindelijk niets oplost.

  2. Beste Peter,

    Ik ga niet met je in discussie over het kinderpardon, omdat dat niet de optiek was van mijn stuk (het ging daarin over de toon waarop een journalist schrijft en hoe hij taal gebruikt). Wat betreft het traumatiseren van kinderen, lees eens dit: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/12/05/uitzetten-van-gewortelde-kinderen-is-onverantwoord-a3059679.

    En wat het opiniestuk betreft: inderdaad is dat onderdeel van de journalistiek. Maar ik denk dat journalisten, gezien de verantwoordelijkheid die ze hebben, zich eens moeten afvragen of polariseren en groepen mensen tot monsters verklaren werkelijk de manier is waarop we een debat zouden willen voeren. Dat was mijn punt.

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: