Creationisme, Intelligent Design, en skepticisme

Recentelijk kwam ik een krantenartikel tegen uit de Engelse Times, waarin wetenschappers spreken over de legitimiteit om je te vergissen en je mening te wijzigen. Een interessante quote komt van Rupert Sheldrake, de omstreden wetenschapper die de hypothese van "morfogenetische velden" heeft ontworpen. De Times schrijft het volgende:

Rupert Sheldrake
Biologist, London He came to the conclusion that scepticism was a weapon rather than a virtue after watching creationists employ it to denigrate theories on fossils, natural selection and evolution. “Is this because they are seeking truth? No. They believe they already know the truth. Scepticism is a weapon to defend their beliefs by attacking their opponents.”

Deze opmerking zette me aan het denken. ID-aanhangers en creationisten worden door atheïsten nogal eens in de hoek gezet als naïeve, goed-gelovige mensen, die zich gemakkelijk laten misleiden. Sheldrake zit m.i. veel dichter bij de waarheid: creationisten en ID-aanhangers weten precies hoe en wanneer ze scepsis moeten gebruiken, nl. wanneer het tactisch het best uitkomt. En dat is wanneer je je opponent zwart kunt maken. Creationisten en ID-aanhangers zijn helemaal niet naïef en goed-gelovig, maar juist uiterst sceptisch – jegens hun opponenten, de verdedigers van Darwins evolutietheorie.

Scepticisme wordt bij creationisten en ID-aanhangers een ondoordringbaar schild, waar argumenten op afketsen als botte pijlen. Het is dus geen zaak van scherpere of zwaardere pijlen maken – dus niet nog meer argumenten vóór Darwins theorie – maar een kwestie van uitzoeken waar het schild van gemaakt is, en vervolgens proberen een zuur te ontwerpen wat het schild kan oplossen en zo tot het hart van de zaak kan doordringen.


Aanvulling, 03-01-2008: de "conceptuele ingenieur" Koen Vervloesem gaat op zijn interessante weblog ook in op de jaarlijkse vraag van Edge.org, die dit jaar luidde: What have you changed your mind about? Why? Zie HIER.

Verder bedienen m.i. sommige atheïsten zich ook tactisch van scepsis wanneer het hen uitkomt, zie HIER.

Aanvulling, 04-01-2008: inderdaad heb ik in de oorspronkelijke post James Lovelock (van de Gaia-hypothese) en Rupert Sheldrake (van de morfogenetische velden) door elkaar gehusseld. Bedankt Gerdien de Jong, dat je me hier even op gewezen hebt!

8 thoughts on “Creationisme, Intelligent Design, en skepticisme

  1. Een interessante gedachte, Taede. Als je dit combineert met de uitspraak van Daniel Gilbert in hetzelfde artikel, dan stuit je op een sterk psychologisch mechanisme:
    “Six years ago I changed my mind about the benefit of being able to change my mind. The willingness to change one’s mind is a sign of intelligence, but the freedom to do so comes at a cost.”
    Er zijn dus kosten aan verbonden als je je bedenkt of je mening herziet over bepaalde issues. Het is veel efficienter om je eigen denkbeelden als waar te beschouwen en vervolgens tegenstrijdige berichten met scepticisme te ontvangen. Doe dit binnen een groep van gelijkdenkenden en je hebt een overzichtelijk en efficient leven. Georganiseerde religie in een notendop :-)!

  2. Simon,
    Dank voor je interessante reactie!
    Wat ik me afvraag: Lijkt het nu zo, of ben jij je steeds meer aan het afzetten tegen geïnstitutionaliseerde religie, i.c. de (PKN) kerk?

  3. Taede, ik zet me niet af tegen geïnstitutionaliseerde religie, want ik zit er zelf middenin. Ik probeer veranderingen van binnenuit te bewerkstelligen op de zeer kleine schaal van mijn eigen bestaantje en invloedsfeer. Ik vind geïnstitutionaliseerde religie zeer waardevol in sommige aspecten, maar ook uiterst gevaarlijk in andere (de kerkgeschiedenis spreekt boekdelen). Als je de gevaarlijke aspecten kunt elimineren of minimaliseren, dan is de kerk een zegen voor de samenleving waarin individuen zoeken naar richting, zingeving en saamhorigheid. Maar ook voor zaken als benoemen van zonden, verzoening en herstel.
    Ik vind de weerstand van sommige kerkgenootschappen en hun leden tegen wetenschappelijke ontwikkelingen en paradigma’s gevaarlijke vormen aannemen. En ik vind de clowneske hiërarchie binnen de Roomse kerk per definitie gevaarlijk. En zo zijn er nog meer (potentieel) gevaarlijke zaken. Het is het bestrijden waard, maar geen reden om religie als fenomeen of de kerk als instituut te verwerpen.
    En nu ik toch eerlijk ben: ik moet je bekennen dat ik het niet handig vind als theologen zich buiten de kerk plaatsen en niet meer de alledaagse taal van het geloof spreken, om vervolgens dat geloof wel te bekritiseren. Daarom vind ik bijvoorbeeld Klaas Hendrikse helemaal top: in het ND stond vlak voor de publicatie van zijn boek een zeer boeiend artikel over o.a. zijn werk in de gemeente waar hij staat. Deze man weet wat gelovigen bezighoudt en tegelijk breekt hij het godsgeloof bijna helemaal af. Ik ben het niet met zijn stelling eens, maar ik kan wel veel waardering voor hem opbrengen. Mijn kritiek op de kerk en op het gedrag van sommige gelovigen is gebaseerd op een bepaalde liefde voor diezelfde kerk en haar leden. Liefde is het allesdoordringend ‘zuur’ dat schilden kan breken!

  4. Taede, je zegt “Creationisten en ID-aanhangers zijn helemaal niet naïef en goed-gelovig”. Nou, ik denk niet dat de gemiddelde EO-er een natuurwetenschappelijke belangstelling heeft. Dat is natuurlijk het probleem in het evolutie-ID debat: de gewone gelovige weet niet goed raad met die welbespraakte intellectuelen die elkaar argumentatief om de oren slaan. Dekker heeft om die reden ook kritiek gehad uit gelovige hoek: door het aanzwengelen van het debat in Nederland heeft hij het voor eenvoudige gelovigen alleen maar moeilijker gemaakt. Hoe moet een doorsnee gelovige zich staande houden in dit publieke debat? Zie b.v. het debat over de EO “censuur” in de BBC documentaires: zou dat debat ook ontstaan zijn als Dekker c.s. die boeken niet gepubliceerd hadden? Door de populistische en demagogische aanval op de evolutietheorie in die boeken is het pas goed begonnen.

  5. Martin, de gemiddelde EO-er mag dan geen natuurwetenschappelijke belangstelling hebben, de vraag is hoe “de EO-er” met enige wetenschappelijke belangstelling of kennis zich opstelt. Hoewel ik vaak de neiging heb om te denken aan “de EO-er” als aan mijn zeer bejaarde tante, is dat helemaal niet waar. Er zitten wel mensen bij zonder scholing, maar veel hebben ook wel scholing, en het zijn juist de creationisten en ID-aanhangers met enige scholing die helemaal niet naïef en goedgelovig zijn, maar uitermate sceptisch en afwerend. Standaardvoorbeelden zijn Cees Dekker, Ronald Meester, Rene van Woudenberg en Arie van den Beukel. Ze zijn geen van allen te betrappen op het lezen van een biologieboek, maar het boek van Behe hebben althans Dekker en Van den Beukel zonder meer geslikt. En dat terwijl het boek van Behe zo overduidelijk als een propaganda pamflet geschreven is, en iedereen door die stijl gewaarschuwd had kunnen zijn. Van Woudenberg slikt ook zo te zien alles als het anti-evolutie is. Bovendien is het gemakkelijk genoeg om interessante vragen uit de evolutiebiologie als fundamenteel probleem op te werpen.
    (overigens:
    Gaia: James Lovelock;
    Rupert Sheldrake: morfogenetische velden)

  6. Ik geef Smedes volledig gelijk. Niet alleen het scepticisme, maar ook het relativisme wordt veelvuldig gebruikt door creationisten en aanverwanten. Een goed voorbeeld is het gebruik van Kuhn dat ik een paar maanden geleden hoorde op een lezing van ‘gereformeerd filosoof’ Marc de Vries (geparafraseerd):”Vele zaken uit de huidige wetenschap zijn voorlopig en veranderlijk, als iemand met de evolutietheorie afkomt dan zeg je maar dat het allemaal voorlopig is. Er komt best wel een volgend paradigma. Een grote meerderheid van christelijke biologen die de evolutietheorie aanvaarden? Ach, gewoon gezwicht onder de sociale druk.’
    Iets recenter nog wees de Gentse filosoof Johan Braeckman in een besloten discussie aan de Universiteit Antwerpen erop dat de apologeten van het creationisme geen ongeletterde watjes zijn, maar mensen met een uitgekiemde strategie die met vrolijke liedjes en pretparken in de V.S. jonge kinderen indoctrineren. Dit terwijl de tegenpartij wil ze zelf niet indoctrineren zich beperkt weet tot cursussen ‘kritisch denken’ en een genuanceerd wetenschappelijk verhaal op een universiteit.
    Intellectuele eerlijkheid is dikwijls ook ver te zoeken: de evolutionaire standpunten worden al decennia gemanipuleerd, scheef getrokken, de Piltdown-man komt steeds terug naar boven. Met een sceptisch schild winnen ze elk openbaar debat. Volgens Braeckman gaat men dan ook best niet openbaar met een creationist in discussie: je verliest bijna altijd. Zie vb. het misbruik dat een Amerikaanse creationistische cameraploeg ooit van Dawkins heeft gemaakt. Alleen al het feit dat Dawkins moest nadenken over een vraag werd tegen hem gebruikt. Het ‘christelijke’ doel heiligt de (onchristelijke) middelen.
    In Nederland en Vlaanderen wordt het allemaal niet zo hard gespeeld, maar op de onchristelijke praktijken, het misplaatst scepticisme en relativisme, de intellectuele slordigheden kunnen we wel wijzen als ze zich voordoen. En vooral het spel zelf proper blijven spelen, ook al lijken we ons daarmee te ontwapenen.

  7. Eerlijk gezegd is de promotie van het skepticisme door de creationisten best wel een leuk gebeuren.
    Het leert mensen denken voor zichzelf. Als je skepsis leert te hanteren voor wetenschappelijke argumenten te counteren, leer je alvast ook om een discours pikfijn te analyseren.
    Als je in een volgende fase ook nog eens heel de Bijbel en in het biezonder de Evangelies erop naleest en systematisch de Tien Geboden en de Gulden regel gaat toepassen en nog eens probeert de aanbevelen van Jezus op te volgen dan zijn we ineens een hele stap verder.
    Vooral als je vanuit deze elementen voor jezelf gaat nadenken en skeptisch staat tegenover de mening van anderen.
    Ik ben een geloofscrisis ingegaan na het lezen van “Het evangelie van Judas”, Peter Greeneway, 1977, Utrecht: A.W. Bruna, Zwarte Beertjes 1746, 235pag., 18cm, ISBN 90-229-1746-0, vert.van: Judas! (1972), vert.door: Koert de Haan.
    Ik ben er weer uitgeklommen na het besef dat de woorden van Jezus uitermate waardevol zijn of ze nu uitgesproken zijn door een filosoof, een rabijn, een profeet, de Messias of de eniggeboren Zoon van God, de “blijde boodschap” an sich is de moeite waard.
    Treurig is dat velen die zich erop beroepen zo zelden doen wat hij gevraagd heeft die zij zelf nochtans de Zoon van God noemen.
    “Velen zullen roepen, Heer, Heer, wij hebben voor u gewerkt, maar ik zal hun antwoorden: ga weg, ik ken u niet.”
    Tja…
    [NB citaat is niet geheel precies, het is een herwoording, maar ik denk wel de boodschap juist over te brengen.]

  8. Je kaart hier een interessant punt aan: scepsis op zich kan een dialoog niet ten bate zijn. Het kan een ondoordringbaar schild vormen, het is dan m.i. niet zaak om het schild der scipsis op te lossen, maar voor beide partijen zaak om zich bewust te zijn van hun sceptische houding en dit op zijn minst te onderkennen tijdens dialoog.
    Het is spijtig dat mensen zich tijdens een debat aangevallen of zwartgemaakt voelen, want een goed debat zou juist niet om zwartepieten moeten gaan, maar over het poneren van onderbouwde stellingen en de ander juist de gelegenheid geven om deze stelling of de onderliggende aannames te betwisten.
    Ik houd voor mezelf de volgende “dialoogregels” aan:
    – Zodra een van de parijen vermoed dat er spraakverwarring optreed als gevolg van definitiekwesties dient terplekke een eenduidige definitie opgesteld te worden (bijv. evolutie, geloof)
    – Zodra ik een stelling poneer dien ik deze te onderbouwen en te erkennen welke voorvaannames ik maak.
    – Het is uit den boze de ander te betichten van onwetendheid of gebrek aan inzicht; er zijn altijd argumenten voor een beweging te geven, en “jij snapt het niet” is geen argument.
    Vaak werkt de andere partij helaas niet mee aan deze regels, waardoor op een bepaald moment het gesprek stopt.
    Mijn observering is dat ik erken dat ik een stelsel van niet toetsbare premissen aanhang, maar de tegenpartij hier niet toe bereid is.

Comments are closed.