Calvijns accommodatieleer als “silver bullet”?

Wat moet je hier nu van denken? Vandaag schrijft Gijsbert van den Brink een artikel in het Nederlands Dagblad in het kader van discussies over het Darwinjaar. Nu ken ik Gijsbert als een integere persoon, een nadenkende Bonder, iemand waarmee ik in Leiden goed kon opschieten. Toch ben ik het veelal met zijn ideeën oneens. Ook het stuk dat hij vandaag in het ND schrijft, lijkt me uiteindelijk een losse flodder te zijn.

In dit stuk schrijft hij over de problemen die veel gelovigen hebben met de evolutietheorie, niet zozeer vanwege een letterlijk nemen van Genesis 1, maar vanwege het “domino-effect”: als je Genesis 1 al niet meer serieus neemt, waar blijf je dan? “Ik vond en vind deze zorg begrijpelijk. Voor je het weet ben je verder van huis dan je doorhebt”, schrijft hij. Maar wat nu als je er toch van overtuigd bent geraakt dat je Genesis 1 niet meer zo kunt lezen, omdat Gods twee boeken – natuur en Bijbel – zich niet kunnen tegenspreken, maar de natuur toch iets heel anders laat zien dan wat in de Genesis-tekst staat?

En dan komt de move: Gijsbert las een boek over Calvijns accommodatieleer – het idee dat God zijn Woord heeft aangepast aan het begripsniveau van stervelingen. Calvijn wist het al: we moeten de Bijbel niet letterlijk nemen, want God heeft het soms niet helemaal zo bedoeld zoals het er staat. En ja, zou dit niet een uitweg zijn uit de impasse omtrent Genesis en evolutie? Gijsbert concludeert het volgende:

Waarom kan God zich ook hier niet aangepast hebben – net als overigens in vers vier met zijn antieke wereldbeeld – aan het voorstellingsvermogen van oud-oosterse Israëlieten, zodat dezen, en wij met hen, goed konden begrijpen waarom het niet vreemd is dat na zes dagen arbeid rust nodig is? Ja, zo moet het zijn: het tekent Gods bijzondere zorg dat Hij zijn volk niet overviel met miljoenen lichtjaren, maar eenvoudig meegaf: voor Mij was de schepping een werk van zo’n zes dagen – en daarna had zelfs Ik rust nodig.

Nou, dit lijkt een prachtige oplossing. Beroep je op zo’n beetje de enige heilige die de protestantse traditie kent, gebruik diens ideeën als legitimatie om de interpretatie van bijbelteksten wat aan te passen, en voilà, je bent uit de penarie en kunt Genesis en evolutie moeiteloos rijmen. Buiten schijnt de zon en fluiten vogeltjes.

Nee, zo makkelijk is het niet. Let wel, ik zeg niets ten nadele van de accommodatieleer. De accommodatieleer is ouder dan Calvijn. Er is een gedegen en zeer lezenswaardig standaardwerk van Stephen Benin dat de geschiedenis van het accommodatie-denken in het joden- en christendom beschrijft (het lijkt erop dat de Islam geen accommodatieleer kent). Het is een oude gedachte en ik vind het een van de belangrijkste theologische ideeën. Waarom? Omdat accommodatie een uiting is van zelfrelativering. Je geeft al aan dat je de teksten niet al te letterlijk moet lezen, dat je je ideeën over de tekst niet moet verabsoluteren, omdat er misschien helemaal niet staat wat er staat. Accommodatie stemt kritisch. Het stemt tot onderzoek van teksten. Het stemt tot Aufklärung. (Liggen de wortels van de Verlichting en de moderne historisch-kritische bijbelwetenschap wellicht in de accommodatieleer? ben ik bijna geneigd te denken.) Het geeft aan dat de mens Gods openbaring nooit in bezit heeft. God overstijgt het menselijk voorstellingsvermogen. Dus moet je je eigen religieuze teksten niet al te serieus nemen. Een zeer verstandige houding.

Waarom dan toch zulke bedenkingen bij Gijsberts move? Het punt is dat hier wat te makkelijk met accommodatie wordt omgegaan, als een silver bullet die alle problemen omtrent schepping en evolutie uit de weg ruimt. Dat is het namelijk niet. Zoals Gijsbert zelf al aangeeft: voor veel gelovigen is het loslaten van de letterlijke lezing van de Genesis-tekst een existentiële zaak. Als je de letterlijke lezing van Genesis loslaat, waar blijf je dan? Wat Gijsbert niet lijkt te zien, is dat deze angst door de accommodatieleer helemaal niet wordt weggenomen. De accommodatieleer stelt dat God zijn Woord heeft aangepast aan ons begripsvermogen en dat de teksten dus niet al te letterlijk moeten worden genomen. Maar wie bepaalt welk deel meer symbolisch moet worden gelezen en welk deel letterlijke en historische waarheid wil communiceren? Juist! Het is de mens die dat bepaalt. God heeft ons de code niet verklapt waarin Hij de Bijbel geschreven heeft. We moeten dus onze eigen weg zoeken. En mensen zijn maar wat geneigd om hun eigen vooroordelen en ideologieën mee te laten spelen in het interpreteren van teksten. En ja, dan zijn we terug bij af, bij het gevaar van relativisme en zelfverheerlijking waar de orthodoxen waar Gijsbert voor schrijft zo bang voor zijn. 

Accommodatie is dus theologisch een fantastisch principe, maar voor orthodoxe gelovigen lost het niets op. Gijsberts silver bullet ketst dus af op de ondoordringbare angst voor de moderniteit die orthodoxe gelovigen beheerst en verlamt…

18 thoughts on “Calvijns accommodatieleer als “silver bullet”?

  1. Hier ben ik het mee eens. Het probleem is ‘vrijzinnigheid’, voor de ‘orthodoxen’ ongeveer nog erger dan atheisme. Relativeren is iets waar de ‘orthodoxen’ niet mee om kunnen gaan.

  2. Het bevreemdt mij dat Van den Brink hier een probleem had. Het is al lang bekend dat Gen. 1 en de Exodusversie van de Decaloog dezelfde auteur(s) hebben. Als het ene niet letterlijk bedoeld is, dan ook het andere niet, en andersom. Maar Van den Brink wil waarschijnlijk niets weten van de consensus in de Bijbelwetenschap.

  3. Taede, een beetje overtrokken kritiek (als je het mij vraagt): “Wat Gijsbert niet lijkt te zien, is dat deze angst door de accommodatieleer helemaal niet wordt weggenomen.”
    Ik denk dat je vd Brink onderschat: hij kent heus de gemoederen binnen de orthodoxie. Het stukje in het ND is dan ook geen uitgebreide theologische exercitie, maar een kort aanstippen van een mogelijke houding t.o.v. een voor orthodoxen lastig vraagstuk.

  4. Taede mag het misschien ietsje minder militant allemaal? Je schijnt niet te (willen?) zien dat dit soort columns juist bijdragen aan de strijd tegen fundamentalisme/creationisme die jij zelf zo ont-zet-tend belangrijk schijnt te vinden. Je zou er dus enthousiast over moeten zijn! Wat je tegenwerpingen betreft: die zijn natuurlijk reëel, maar er valt aanvullend best het een en ander te zeggen over goede criteria aan de hand waarvan je aannemelijk kunt maken waar wel en waar geen sprake is van accomodatie. Maar een column van 800 woorden is natuurlijk te kort om daar allemaal op in te gaan. Jammer dat je om die reden meteen van een “losse flodder” spreekt… Hart. groet,
    Gijsbert

  5. @ Gijsbert,
    Ik hoop dat je begrijpt dat ik mijn weblog-stukjes enigszins polemisch schrijf. Niettemin denk ik dat je bijdrage niet echt iets oplost. Je bent niet de eerste die over accommodatie begint, en blijkbaar landt dat argument niet. Ik geef aan waarom ik denk dat dat argument niet landt. De orthodoxe gelovigen waar jij voor schrijft dwepen met Calvijn, maar zijn accommodatie-argument lusten ze niet (evenmin als Augustinus’ afwijzing van het letterlijk lezen van Genesis). Dus of jouw stellingname werkelijk zoveel bijdraagt aan de “strijd” tegen religieus fundamentalisme en creationisme, waag ik dus te betwijfelen. (Maar ik sta open voor tegenargumenten!)
    Als je tijd hebt, zou ik wel graag van je vernemen welke criteria jij hebt om aannemelijk te maken waar sprake is van accommodatie en waar niet.

  6. Accomodatie is een onmisbaar begrip, maar volgens mij meer systematisch-theologisch / godsdienstfilosofisch van aard dan exegetisch / literair. Ik vraag me af of je op het niveau van de teksten zelf criteria kunt vaststellen wat wel of niet accomodatie is (of meer vs. minder). Het ligt m.i. meer op het niveau van wereldbeelden. ‘Leren’ Gen 1 en Ex 20 een bepaalde kosmologie of niet? Het lijkt mij dat Ex 20 de schepping in zes dagen meer veronderstelt als background belief dan dat het dit zou onderwijzen. Gijsbert verwijst terecht al naar vs. 4 waarvoor hetzelfde geldt.

  7. @ Steven
    Dit lijkt inderdaad het belangrijkste punt: dat Ex 20 de schepping in zes dagen meer veronderstelt als background belief dan dat het dit zou onderwijzen. Zo zijn er veel teksten die een achtergrond veronderstellen. Marcus 10:6 veronderstelt schepping, maar het punt is gelijkheid van man en vrouw. Desondanks kom ik het tegen als ‘bewijs’ voor een schepping in 6 dagen.
    De aan Exodus overeenkomstige passage in Deuteronomiun geeft trouwens geen 6 dagen schepping als argument voor het bestaan van de sabbat.
    Andere vraag: bestond de sabbat werkelijk voor de verwoesting van de tempel?

  8. Ok, één criterium dan: het lijkt mij dat als er over enig onderwerp een (natuur)wetenschappelijke consensus bestaat die in strijd is met de “plain sense” van een bijbeltekst of -passage, gelovige bijbellezers zich terdege af zullen moeten vragen of er in de betreffende tekst sprake kan zijn van accomodatie. Ik besef dat het hier niet om een wet van Meden en Perzen gaat: er is in het verleden wel vaker sprake geweest van een wetenschappelijke consensus (bijv. inzake het bestaan van ether), die achteraf foutief bleek te zijn. Verder is het nog niet zo makkelijk te zeggen wanneer een dergelijke consensus bereikt is en wanneer (nog net) niet. Zou jij bijv. kunnen aangeven, in wélk jaar precies het onzinnig werd om nog langer een geocentrisch wereldbeeld te aanvaarden (en dat eventueel ook uit de bijbel af te leiden)? Maar t.a.v. evolutie denk ik dat nu het stadium bereikt is waarin de consensus zo breed is en er zoveel evidence is, dat christenen niet langer koppig vast moeten houden aan een letterlijke lezing van de bijbeltekst op dit punt. Niet dat ik het heel erg vind wanneer ze dat wel doen, ik respecteer dat (en vind dat anderen dat ook wel wat meer zouden mogen doen). Bovendien is het voor de voortgang van de wetenschap ook veel beter wanneer er twéé paradigma’s zijn op een bepaald veld dan wanneer één een absoluut monopolie heeft. Alleen brengt men er bijv. wel intelligente jongeren mee in de problemen, die zich tijdens hun academische studie voor de vreemde keus gesteld voelen: óf het creationisme aanvaarden, óf het christelijk geloof loslaten… Alsof het éen niet met het ander zou kunnen samengaan. Vandaar ook dat ik zo’n column schrijf, om hen (en anderen) te laten zien dat het, in elk geval in de calvinistische traditie, volkomen legitiem kan zijn om de bijbel te lezen op een manier die niet in strijd is met algemeen aanvaarde natuurwetenschappelijke gegevens.

  9. @ Gijsbert,
    Ik ben niet van plan om je via mijn weblog het hemd van je lijf te discussiëren, wees niet bang, en ik waardeer het dat je de moeite neemt om nogmaals te reageren. Toch heb ik twee vragen die denk ik voor de bezoekers interessant kunnen zijn, ook t.a.v. jouw positie.
    Ten eerste: je schrijft

    Maar t.a.v. evolutie denk ik dat nu het stadium bereikt is waarin de consensus zo breed is en er zoveel evidence is, dat christenen niet langer koppig vast moeten houden aan een letterlijke lezing van de bijbeltekst op dit punt.

    Ik vind dit een fier en verstandig standpunt. Echter, het roept wel een aantal vragen bij mij wakker als ik nadenk over je artikel in Dekkers Worm-boek, waarin je toch een pleidooi houdt voor de historiciteit van Adam, Eva en de Zondeval. Betekent je hiervoor geciteerde uitspraak dat je sinds je artikel in het Worm-boek van mening hierover bent veranderd? En zo niet, waar ligt dan voor jou de grens waar het symbolische van de tekst in het meer letterlijke overgaat?
    En ten tweede, je schrijft

    Niet dat ik het heel erg vind wanneer ze dat wel doen, ik respecteer dat (en vind dat anderen dat ook wel wat meer zouden mogen doen).

    Maar waarom vind je dat niet “heel erg” wanneer christenen “koppig” (jouw woord) vasthouden aan de letterlijke lezing van de bijbeltekst? Waarom respecteer je het, als je, zoals je zelf zegt, zoveel evidence is voor evolutie? Want hoever gaat dat respect? Zoals ik al meldde zijn de Urker foldermakers bezig met het schrijven van creationistisch materiaal voor het onderwijs. Moeten we dat respecteren?
    Ik begrijp ook je opmerking over die twee paradigma’s, maar kun je werkelijk – als er zo overweldigend veel evidence voor het ene paradigma – nog volhouden dat het andere paradigma een claim op wetenschappelijkheid kan maken (wat je wel suggereert door over twee paradigma’s te spreken, alsof het hier gelijkwaardige alternatieven betrof)? (Sorry, dit is toch nog een derde vraag.)
    Ik moet je gelijk geven in je verzet tegen het in mijn ogen ook valse dilemma van óf geloven (en dan ook consequent creationist zijn) of evolutie accepteren (en dan ook consequent atheïst worden). Helaas is het bij zowel vastgeroeste atheïsten als bij “koppige” creationisten moeilijk om het inzicht te laten dagen dat het hier een vals dilemma betreft. Er heerst zoveel onbegrip en gebrek aan kennis (zowel van theologie als van evolutie)…

  10. @ Gijsbert van den Brink:
    Als mensen in een schepping in 6 dagen 6000 jaar geleden willen geloven, dan is dat hun eigen zaak. Als ze werkelijk consequent zijn zouden ze dan alle wetenschap moeten verwerpen, inclusief medische wetenschap en mobiele telefoons. De redeneringsmethoden zijn immers identiek voor alle typen wetenschap. Sommigen gaan misschien zover.
    Maar waar de grote moeilijkheid ligt, is het uitgeven van 6 dagen 6000 jaar geleden voor wetenschap. Dat kan niet, en moet ook bestreden worden. Weerlegd zou een minder militant woord zijn, maar het hele creationisme is honderden keren weerlegd zonder dat de aanhangers luisteren. Ook heeft creationisme cq ID nooit een samenhangend ‘paradigma’ opgeleverd: het is en blijft bij ad hoc kritiek op alles wat de diverse vormen van evolutiebiologen vinden.

  11. Wat Taede’s eerste vraag betreft: nee, ik ben sinds mijn art. in het Worm-boek niet van inzicht veranderd – in dat artikel probeer ik juist uit te leggen hoe ik bijbel en evolutie met elkaar verbind. Waar voor mij de grens ligt tussen het symbolische en het letterlijke (en waarom), is precies wat ik in dat art. probeer aan te geven. Voor een min of meer vergelijkbare beschouwing (zij het dat hij helaas zonder veel argumentatie de “polyfylogenetische hypothese” lijkt te onderschrijven), zie het echt uitstekend geschreven boek van René Fransen “Gevormd uit sterrenstof” (morgen bespreek ik het in het ND).
    Wat de tweede vraag betreft: waarom zouden mensen niet koppig mogen zijn? Dat heeft toch ook iets moois? Juist koppige mensen hebben de wetenschap bovendien in het verleden vaak vooruit geholpen… Wel ben ik het eens met wat jij en Gerdien (de Jong?) schrijven, dat het creationisme er niet in is geslaagd een alternatief paradigma te ontvouwen. Ik hoop nog steeds dat dat ID uiteindelijk wel gaat lukken – want twee paradigma’s is nu eenmaal aardiger, en volgens wetenschapsfilosoof Lakatos ook minder gevaarlijk, dan een. Daar komt bij dat creationisten etc. over het algemeen mensen zijn die werkelijk geen vlieg kwaad doen – dus waarom winden jullie je toch zo over hen op? De wetenschap is toch geen kerk ofzo waar ieder ongeveer hetzelfde geacht wordt te geloven?Nog afgezien van het feit dat jullie militante aanpak volgens mij pas echt averechts werkt, want die maakt hen van de weeromstuit alleen maar assertiever… Vlg. de (zichzelf overschreeuwende) toon die momenteel in het Ref. Dagblad volop aangeslagen wordt…

  12. De wetenschap is weliswaar geen kerk waar je geacht wordt min of meer hetzelfde te geloven, maar er zijn binnen elk vakgebied geldende afspraken wat als argumentatie beschouwd kan worden. Die argumentatie technieken worden in de loop van de tijd ingewikkelder en verfijnder, met ontwikkeling van onderzoekstechnieken. Dit vergt allemaal geduldig en hard werk, ook bij evolutiebiologie. Maar alles wordt met een beroep op een letterlijke bijbelopvatting van tafel gegooid. Meestal zonder enig idee.
    Het is de moeite waard je op te winden over zinnig redeneren, of tenminste gebrek daaraan: dat is onze voornaamste taak om zinnig redeneren uit te venten, als alle onderwijsgevenden.
    Ook merk ik dat werkelijk alles over evolutie, hoe gematigd ook gebracht, op een site als eo/darwin fel en onkundig verzet oplevert.
    Ik ben niet militanter in het Refdag dan ik meneer van Helden en de verslaggeving daarover ervaar. Ik heb er wat bezwaren tegen als evolutie zonder argumentatie gelijk gesteld wordt aan ongeloof.

  13. @ Gijsbert
    ID heeft zich nog niet anders laten zien dan als creationisme: alleen ad hoc kritiek. Als ID had gepoogd in de afgelopen 10?, 15? jaar iets aan wetenschap te doen had ID zelf met de eerste vraag moeten komen: ‘hoe werkt intelligent ontwerp dan?’ ‘hoe ontstaat intelligent ontwerp?’ In plaats dat er enige aandacht daaraan gegeven wordt wordt er op evolutie afgegeven.
    Wat is “polyfylogenetische hypothese”? Ik ken het woord niet, wel fylogenetisch en polyfyletisch. Als ‘fylogenetisch’ of ‘polyfyletisch’ met het woord hypothese verbonden worden, gaat het altijd om een bewering over een systematische groep. Letterlijk genomen kan ‘polyfylogenetisch’ ook slaan op Horizontal Gene Transfer, maar dat topic staat toch niet in Fransens boek?

  14. @Gijsbert
    het lijkt mij dat als er over enig onderwerp een (natuur)wetenschappelijke consensus bestaat die in strijd is met de “plain sense” van een bijbeltekst of -passage, gelovige bijbellezers zich terdege af zullen moeten vragen of er in de betreffende tekst sprake kan zijn van accomodatie.
    Dit betekent dat een letterlijke Adam en Eva een kandidaat zijn voor accommodatie.

  15. vd Brink schrijft: “in dat artikel probeer ik juist uit te leggen hoe ik bijbel en evolutie met elkaar verbind (…) zie het echt uitstekend geschreven boek van René Fransen “Gevormd uit sterrenstof””. Juist de accomodatieleer zou ons ervoor moeten behoeden om natuurwetenschap en tekstuitleg star met elkaar te verbinden. Je krijgt dat echt niet dichtgetimmerd. Daarom is het ook zo jammer dat hier en daar wel zaken dichtgetimmerd worden (bijv. Assen ’26). Ik vind dat ook Fransen daarin veel te ver gaat (met de beste bedoelingen, dat wel).
    Het is net als in de bouw (mijn vakgebied): door een balk aan twee zijden in te klemmen neemt de faalkans door de starheid toe. Als je de balk aan één zijde inklemt en de andere zijde loslaat, dan faalt de balk niet, maar swiept ze wel oncontroleerbaar. Door een scharnier aan de ene kant en een losse oplegging aan de andere kant toe te passen is de balk stabiel en beschikt zij over de nodige vrijheidsgraden om belastingen te kunnen afdragen. Ik zie de pneumatologische benadering van de Bijbel als scharnier en de toets aan de werkelijkheid als de losse oplegging. Alles wat daartussenin gebeurt zijn m.i. toegestane vervormingen. Dat geldt niet alleen voor Genesis, maar ook voor Exodus, Jona, de Evangelien en de brieven van Paulus (ergo: de hele Bijbel).

  16. Ik neem aan dat Gijsbert doelt op het polygenisme (de afstamming van de hele mensheid van meerdere ouderparen) i.t.t. het monogenisme (de afstamming van de mensheid van een enkel ouderpaar).
    Dan kan ik gelijk mededelen dat het monogenisme wetenschappelijk gezien een onhoudbare stelling lijkt vanwege 1) het sterke bewijs van gemeenschappelijke afstamming van mens en chimpansee en 2) de grote hoeveelheid gedeelde genetische variatie van mens en chimpansee, die onmogelijk bewaard gebleven kan zijn als de menselijke lijn een populatie-bottleneck van twee personen ondergaan zou hebben.
    Zie Ayala et al., Proc. Natl. Acad. Sci. 91: 6787-6794, 1994. The point here is that there are several genes of which there are many variants among humans that also exist among chimpanzees, and must have been inherited from the same common ancestor. The DRB1 locus studied by Ayala et al. has sixty variants shared between humans and chimps. As any individual can only carry one variant of the gene, many individuals are needed to carry all these gene variants through the generations. There has been some discussion in the scientific literature about the details of this calculcations and the evolutionary scenario leading to the variation (Bergström et al., Nat. Gen. 18: 237-242, 1998), so the minimal population size of two or three thousand could actually be reduced to a somewhat lower number. However, a bottleneck of two individuals, which would be necessary for monogenism, is absolutely unthinkable.

  17. @Marnix
    Ja, dat begrijp ik nu ook uit de boekbespreking in het Nederlands Dagblad.
    Daar staat ‘monofylogenetische hypothese’ als afstamming van 1 mensenpaar.
    Gaat echt niet.
    Ik heb prof Jan van Bemmel na mijn tweede artikel in RefDag een lijstje artikelen hierover meegegeven. De hoeveelheid genetische variatie wijst op een populatiegrootte van een 10000. Nog steeds een zeldzame soort, voor Afrika.
    @Gijsbert
    Misschien is het het beste hierover contact op te nemen met Wil Roebroeks van Archelologie in Leiden. Specialist aan dezelfde universiteit, waarom niet raadplegen?
    Is een zondeval theologisch nodig, aangezien zowel zonde als zondebesef waar te nemen grootheden zijn?
    Ook aan de hand van de boekbespreking in het Nederlands Dagblad: De bespreking van Sterrenstof in het Reformatorisch Dagblad laat zien dat discussie daar onmogelijk is.

Comments are closed.