Close

Mijn reis door hel en hemel – de Nijmeegse Vierdaagse, een persoonlijk retrospectief

De afgelopen vier dagen heb ik de Nijmeegse Vierdaagse gelopen. Dat het halen van de Vierdaagse niet makkelijk zou zijn, daar was ik me heel goed bewust van. Ik schreef eerder al dat ik wist dat het lopen van de Vierdaagse het zwaarste zou worden dat ik ooit gedaan heb. Dat heb ik geweten.

Op dinsdag ging ik vol goede moed maar toch nerveus ’s ochtends vroeg van start. Het was de langste dag, ruim 52 kilometer. Het was zwaar, ik had me voorgenomen om pakweg drie keer te rusten, ongeveer na iedere 16 kilometer. Dat bleek niet makkelijk. Ik ging voortvarend van start, maar de 16 kilometers waren zware stukken. Ik liep in flink tempo door, het weer was prima, niet te warm. Zo rond 15.30 uur kwam ik aan de finish om uit te scannen en mijn nieuwe startkaart voor de volgende dag op te halen. Ik was bekaf, zelfs de pakweg honderd meter lopen naar de fietsenstalling was zwaar. Maar toen ik op de fiets zat om terug naar huis te fietsen, voelde ik dat de pijn grotendeels verdween als ik op de fiets zat, als dus het gewicht van mijn voeten werd gehaald. Dat gaf hoop. Thuis inspecteerde ik mijn voeten. Ik had alleen sokken gedragen, ook al had ik mijn voeten vooraf ingesmeerd met de podologische creme van Gehwol. Mijn voeten zagen er goed uit. Dat gaf hoop voor de volgende dag.

De tweede dag is vanouds de zwaarste. Voor velen. Het zwaarste stuk zit in het einde: als je Weurt uitloopt, richting sluis, en Nijmegen aan de overkant van het water ziet liggen. Je denkt dan dat je er bijna bent, maar dan staat er ineens een bord dat het nog 3,8 kilometer naar de finish is. Je gaat bij Nijmegen over een stuk doods industrieterrein, daarna kringel je straatje na straatje door een volksbuurtje, dan moet je de hele Waalkade langs, omhoog naar de Hertogstraat en dan richting finish. De straatjes zijn smal, mijn gemiddelde snelheid van zo’n 5,4 km/uur zou ik niet kunnen halen.

Voor 50-kilometerlopers is de tweede dag met iets meer dan 48 km de kortste. Voor mij begonnen echter de problemen al rond de 22 kilometer, toen ik wat irritatie aan mijn rechterhak voelde. Ik kwam toevallig langs een Rode Kruispost, dus besloot er naartoe te gaan om een stukje Fixomul of tape. Ik moest zo’n drie kwartier wachten, het was nog niet zo druk. Wel zaten de eersten er al die hun knieën hadden verzwikt, enorme blauwe opgezwollen voeten hadden, door de enkel waren gegaan, etc. Het voelde als een oorlogsgebied: je zit in een strijd gewikkeld en hier worden de lichtgewonden opgevangen. Maar al aan het begin van de tweede dag, geeft dit aan hoe zwaar de strijd is. Ik wist toen nog niet hoeveel zwaarder die nog zou worden.

Mijn irritatie bleek een beginnende blaar te zijn. Die werd vakkundig geprikt en mijn hele hiel werd voor de zekerheid afgeplakt (geen overbodige luxe, zo bleek later). De rest van de dag kon ik goed verder. Mijn voeten deden verschrikkelijk veel pijn, maar die pijn zat vooral in de voet, het was een soort spierpijn die – zo wist ik uit ervaring – grotendeels de volgende dag aan het begin van de dag weer verdwenen zou zijn. Mits je goed sliep. Mijn tocht naar Nijmegen ging door. Ik kwam rond 15.45 uur bij de finish aan. De tweede dag bleek zwaar, maar zou niet de zwaarste zijn.

Toch was ik fysiek en mentaal aangeslagen. Ik was erg moe, en naast de beginnende blaar op mijn hak, bleek ik onder mijn grote teen een joekel van een blaar te hebben ontwikkeld. Daarnaast bleek de Vierdaagse zich in mijn hoofd te nestelen. Had ik de eerste dag nog goed geslapen, de tweede avond kon ik niet in slaap komen. Ik had het voortdurend bloedheet – Jolanda zei dat het voelde alsof ik koorts had, en dat voelde zelf ook zo. Zoals iedere dag start je om 04.00 uur, wat betekende dat ik om 01.30 uur opstond om te eten, mijn rugzak klaar te maken en uitgebreid mijn voeten te inspecteren, om dan rond 03.15 uur op de fiets te vertrekken. Om toch een paar uur slaap te krijgen, moest ik rond 18.00-19.00 uur in bed liggen. Ik heb daar normaliter geen probleem mee. Maar na de tweede dag maalde ik. Ik hallucineerde. Ik kon niet in slaap komen en juist het besef dat ik maar een paar uurtjes had om wat te slapen, maakte me nog wanhopiger. Uiteindelijk ging ik voor de laatste keer om 23.45 uur naar beneden voor een glas water. Daarna viel ik in een droomloze slaap totdat een dikke twee uur later de wekker ging.

De laatste twee dagen tellen iets meer dan 50 kilometer. Voor mij begon de derde dag prima. Ik kwam DJ Frank van ’t Hof (van NPO Radio2) al kort na de start tegen en samen liepen we een paar kilometer, af en toe babbelend. Hij zat in zijn radio-uitzending (dagelijks van 04.00-06.00 uur), en zo interviewde hij ook mij even (rond 04.52 uur, anderhalve minuut, terug te luisteren op internet). Ik was vol goede moed. De derde dag is traditioneel de dag van de Zevenheuvelenweg. Een mooie dag vol bossen, natuur en feestende menigten met een wrange twist aan het eind in de vorm van een paar pittige heuvels. Maar ik voelde me verbazingwekkend goed. Het weer was prima. Ik was optimistisch. Ik had de blaar onder mijn grote teen goed doorgeprikt en met een pleister afgeplakt. De rest van mijn voeten begonnen rode plekken te vertonen die een beetje schrijnden. Maar geen open wonden of signalen van komende problemen. Ik voelde weinig echte pijn. Ik stapte door.

Gaandeweg de dag sloeg mijn stemming om. Ik at en dronk die dag te weinig (ook omdat ik uiteindelijk geen speeksel meer had om mijn brood weg te kunnen krijgen). Op de weg naar Groesbeek – die al een flinke klim is – was het erg benauwd, ik voelde me verschrikkelijk. Het was de hel. Ik wilde eten, maar wist niet hoe ik het naar binnen moest krijgen. Mijn water was lauw en stilde mijn dorst niet meer. Als ik teveel dronk, voelde ik me misselijk worden. Er was geen vers water binnen bereik. Ik wilde naar de KNWB-tent om te eten en te drinken, ik wist dat die op de Zevenheuvelenweg stond, maar ik had onderschat hoever dat nog was door al die nauwe straatjes van het feestelijke Groesbeek. Ik kon van de feestelijkheden amper genieten. Mijn voeten deden echt verschrikkelijk pijn, ik was ervan overtuigd dat er nieuwe blaren bij waren gekomen, maar ik durfde niet te checken om me niet nog beroerder te voelen. De zon brandde onbarmhartig, ik had het verschrikkelijk warm. Maar ik wilde me niet laten kennen, ik wist dat het nog een paar kilometer was naar de KNWB-tent en wilde door. Daarna zou het immers nog minder dan 10 kilometer zijn naar de finish.

Eindelijk bij de KNWB-tent smaakte het eten mij niet. In de tent was het zo heet dat ik op een gegeven moment het gevoel had dat ik flauw zou vallen en ik haastte me met mijn spullen de tent uit. Ik at een paar reepjes en na een rust van zo’n twintig minuten – te kort – ging ik verder. Ik heb alle goden talloze keren uit de hoge hemel daarboven gevloekt, en schold op alles wat op aarde heilig is. Ik had zoveel pijn. Van het laatste stuk door Nijmegen weet ik nog heel weinig, ik liep in een roes. Ik haalde de finish, maar ik was een wrak, helemaal kapot. Toen ik thuiskwam stortte ik mentaal en lichamelijk in. Aan de keukentafel heb ik gehuild als een klein kind. Dat had ik niet meer gedaan had sinds mijn moeder overleed toen ik 11 was.

Maar nog steeds was er het besef dat opgeven geen optie was. Ik moest door. Als je de derde dag gehaald heb, laat je de laatste dag en het Vierdaagsekruisje niet schieten. Omdat ik zo bekaf was, viel ik om 18.00 uur als een blok in slaap. Om 01.00 uur ging de wekker. Vroeger dan de vorige dagen omdat ik mijn voeten grondig wilde inspecteren. Ik moest de zaken zo afplakken dat ik deze laatste dag zou kunnen halen. De blaar onder mijn grote rechterteen bleek op de derde dag groter te zijn geworden, ernaast hadden zich nog twee blaren gevormd. Ik dacht dat ik op mijn linkervoet – die aan het einde van de derde dag verschrikkelijk pijn had gedaan – ook blaren had, maar dat bleek verrassend niet het geval te zijn. Er waren veel schrijnende plekken, maar geen blaren. Ik had tijdens de tocht deelnemers meegemaakt die met behulp van bloederige telefoonfoto’s elkaar probeerden af te troeven hoe zwaar ze het hadden. Ik wist dat ik eigenlijk nog geluk had. Uiteindelijk had ik twee blaren: eigenlijk één grote onder mijn kleine teen en een nu onschadelijk gemaakte kleine blaar op mijn hak. Ik moest door.

Ik prikte de blaren door, plakte ze stevig af met pleisters, met daaroverheen nog een laag Fixomul. De schrijnende plekken op mijn voeten en bovenop mijn tenen plakte ik eveneens af met lagen Fixomul. Mijn voeten waren patchwork geworden. Maar als ik zo de finale dag zou halen: fuck it! Ik merkte dat mijn voeten ook van binnen steeds meer pijn begonnen te doen. Een nacht goed slapen hielp niet meer. Ik had last van spontane pijnscheuten in mijn voeten. Ook in mijn rug had ik de vorige avond iets verrekt toen ik mijn rugzak opende, daar stak het nu ook af en toe alsof iemand ineens een mes in mijn rug plantte.

Ondanks alle ongemakken was de vierde dag een feest. Mijn voeten deden verschrikkelijk pijn, maar ik voelde het niet. Hoewel ik besef dat lichaam en geest elkaar nodig hebben, was dit voor mij wel een heel sterk staaltje mind over matter. Als universitair geschoold stond ik erbij en keek ernaar. Je neemt deel maar neemt tegelijkertijd al observerend ook afstand. En zo ging ik van wrak, de hel doorgesleept, nu ineens door naar de hemel. Ik gaf mezelf eraan over. Ik had voortdurend het gevoel dat ik de rest van de route zelfs hardlopend zou kunnen doen, ook al deden mijn voeten helse pijn. In Malden lukte het me zelfs om enkele keren een dansje te doen. Ik was high. Onderweg had ik talloze lege strips paracetamol zien liggen, ook ikzelf had die ochtend pijnstillers genomen, bij de KNWB-tent in Malden nam ik nog twee, en daarna zweefde ik over de finish. Als ik stil stond, voelde ik mijn voeten kloppen. Maar ik was extatisch. En ik kreeg mijn kruisje.

Een heerlijke nacht later zit ik met een gigantisch opgezwollen rechtervoet en een hoofd vol herinneringen, die ik nu snel uittyp. Het beginnende blaartje op mijn hak bleek zich onder de tape te hebben ontwikkeld tot een fikse blaar van zo’n drie centimeter in doorsnee. Toen ik gisteravond voor het douchen de tape eraf trok, waande ik me even in een scene uit Alien, toen ik met de tape ook een slijmerig stuk huid eraf trok. Maar de huid eronder bleek gaaf, ook onder het douchen deed die geen pijn. Maar mijn voeten zijn opgezwollen, de rechtervoet heeft zelfs geen enkel meer. Ik heb veel vocht vastgehouden. Ik loop op blote voeten door het huis, ik kan mijn slippers niet aan omdat ik ze niet meer uitkrijg. Ik ben heel diep gegaan, maar ik heb volgens de weegschaal geen gram gewicht verloren, wat vrijwel onmogelijk is, omdat je mijn ribben nu kunt tellen. Ik zal tijd nodig hebben om te herstellen maar er zal geen blijvend letsel zijn, vermoed ik. De pijn zal uiteindelijk vervagen tot een herinnering.

Als je mij nu vraagt: doe je volgend jaar weer mee, dan zeg ik nu ‘Nee!’. Dit was eenmalig. Niets kan deze ervaring nog overtreffen. Deze ervaring was eenmalig. Zoals Kierkegaard al wist is een herhaling van hetzelfde altijd anders. Toch heb ik met genoeg mensen gesproken die ieder jaar weer meedoen. Ik kwam op de derde dag een jonge vent tegen die helemaal kapot was en er zelfs bij ging liggen. ‘Ik zeg nu al drie jaar achter elkaar altijd op hetzelfde punt dat dit de laatste keer is’, zei hij zuchtend. ‘Maar dan krijg je in februari dat mailtje dat je je weer kunt inschrijven, en dan begint het toch weer te kriebelen’. Toen ik gisteravond op TV een samenvatting van de Vierdaagse bekeek, voelde ik het ook weer kriebelen. Ik sluit niets uit, we zien wel.

Ik ben bijzonder dankbaar dat ik dit heb mogen ervaren. Ik ben dieper gegaan dan ik ooit in mijn leven gegaan ben. Ik heb gehuild en extatisch gedanst. Het was bijzonder emotioneel, ook het hele gebeuren om de Vierdaagse heen is niet in woorden te vangen. Het moment dat je in Cuijk een hoekje omgaat en dan ineens vele tienduizenden mensen ziet staan op de route naar de befaamde pontonbrug is onbeschrijfelijk, een vrouw naast mij barstte spontaan in huilen uit.

Is de Vierdaagse religieus? Ja. De Vierdaagse is iets transcendents dat weliswaar bestaat uit materiële elementen zoals deelnemers, een fysieke route en feestvierende omstanders. Maar het gekke is, je kunt de Vierdaagse niet tot die materiële elementen reduceren. De saamhorigheid die er is, tussen deelnemers onderling, maar ook tussen deelnemers en omstanders is onbeschrijfelijk, je bent allen één in alle verscheidenheid. Je haalt ook niet een kruisje. Je haalt de Vierdaagse. Maar die Vierdaagse is niet iets wat je kunt aanraken. Het Vierdaagsekruisje is slechts een symbool. De Vierdaagse an sich blijft ongrijpbaar.

Ik had eigenlijk verwacht dat het moment waarop je het Vierdaagsekruisje in handen krijgt het meest emotionele moment zou zijn. Dat bleek niet zo te zijn. Het meest emotionele moment was toen ik besefte hoe diep ik gegaan was en instortte, dat gebeurde op donderdagmiddag. Het kruisje bleek slechts een formeel element. Wat overigens niet wegneemt dat ik ongelooflijk trots ben op mijn Vierdaagsekruisje, omdat het mij voor altijd zal herinneren aan wat ik heb doorgemaakt om dit te bereiken. De talloze emotionele momenten waren mengelingen van verwondering, dankbaarheid, vermengd met pijn. Ik ben mezelf tegengekomen op een manier die uniek is, die ik nooit meer zo zal meemaken. Ik had dit voor geen goud willen missen.

Overigens heeft Leonie met haar 12 jaar haar tweede Vierdaagse gelopen. Zij heeft dus haar Vierdaagsekruisje mét kroontje. Ze liep vrijwel moeiteloos de 30 kilometer en heeft nu gezegd dit volgend jaar gewoon weer te gaan doen…

6 thoughts on “Mijn reis door hel en hemel – de Nijmeegse Vierdaagse, een persoonlijk retrospectief

  1. Taede, gefeliciteerd!
    Begreep ik het goed, dat mensen afval langs de route gooien (verpakkingen, etc)? Wat is dat voor mentaliteit. Wie ruimt dat op? Als honderden mensen dat doen, wat moet dat op het eind van de dag voor een smeerboel zijn!
    De route gaat ieder jaar ook over een kaal industrieterrein? Is er al die tientallen jaren van al die duizenden deelnemers nooit iemand op het idee gekomen om daar beplanting (bomen, struiken, bloeiende planten) neer te zetten langs die route? en langs andere kale stukken op de route?

  2. Hoi Gert,

    Langs de route van de Vierdaagse zag je echt amper afval, dat verbaasde me, want let wel: het gaat om zo’n 44.000 wandelaars. De organisatie heeft voor veel afvalzakken en emmers langs de route gezorgd, dat was prima in orde. De strips paracetamol zullen vermoedelijk bij toeval uit zakken gevallen zijn. De feestvierders in de binnenstad maakten een veel grotere puinzooi (de gemeente Nijmegen zorgt voor het opruimen), de lopers waren – uitzonderingen uiteraard daargelaten – buitengewoon netjes.

  3. Dit is pas het eerste kruisje. Het schijnt dat de kruisjes in latere fasen toegang bieden tot de zalige vierdaagse feesten, blijf vooral erover schrijven. En veel wandelen.

  4. Taede, bedankt voor je antwoord. Wat ik me afvraag vraag over de route: is daar alleen belangstelling voor tijdens die 4 dagen of heb je iets gemerkt dat de gemeente iets doet aan beplanting langs die route om die route ook de rest van het jaar een hogere natuurwaarde/biodiversiteit te geven? (Denk ook aan de schaduwwerking op warme dagen.)

  5. Ach, wat is nou vier dagen wandelen? Mozes en zijn uitverkoren volk marcheerden veertig jaar door de woestijn, bij veel hogere temperaturen en niet over strak geplaveide wegen.

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: