Close

De huiveringwekkende arrogantie van een filosoof

Emanuel Rutten
Bron: Emanuel Rutten / CC BY-SA (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)

Als je het oneens bent met iemand, maar geen argumenten meer kunt vinden om de positie van een persoon te bekritiseren, kun je overgaan tot het in diskrediet brengen van diens persoon. Als laatste redmiddel om je eigen geloofwaardigheid te redden. Maar meestal is die geloofwaardigheid dan reddeloos verloren. Filosofisch gesproken is op de persoon spelen een zwaktebod. Een ‘ad hominem’, zoals een dergelijke drogreden genoemd wordt, is dan ook in filosofenland een gotspe.

Het is dus nooit handig om op de persoon te spelen, want meestal keert een dergelijke situatie zich tegen je. Je integriteit wordt er niet sterker van. Is het dan handig om een blogbijdrage te schrijven waarin je een prominente filosoof van ‘huiveringwekkende arrogantie’ beticht? Bega ik geen ‘ad hominem’?

Onlangs publiceerde ik een recensie van het boek Contra Kant van de VU-filosoof Emanuel Rutten. Dit bleek een van de meest gelezen bijdragen te zijn sinds de geschiedenis van mijn weblog (die ik in 2005 begon). Voor de recensie had ik de tijd genomen. Het was een uitgebreide bespreking (een zeer beknopte versie zal in De Volkskrant verschijnen) en, zo meende ik, inhoudelijk van aard.

Ik ging in op de vraag wat Rutten met zijn boek wil bewerkstelligen, de argumenten die hij geeft voor zijn positie, etcetera. Ik stelde vragen bij zijn visie op Kant en bij zijn visie op transcendentie. Behoorlijk terzake, zou ik zeggen. Achteraf werd ik geattendeerd op nog een andere recensie tegen van Ruttens boek (die recensie, van een Kant-expert, was net als ik erg kritisch op Ruttens interpretatie van Kant). Ook een recensie die behoorlijk terzake was, die de kern van Ruttens betoog raakte.

Nu staat het uiteraard een auteur vrij om te reageren op recensies. Soms is het nuttig om te reageren om bijvoorbeeld misverstanden te ontluisteren en kritische argumenten te pareren. Er zijn ook omstandigheden denkbaar waarbij het niet handig is om te reageren. Ik weet dat als zelf auteur maar al te goed. Als een van mijn boeken bijvoorbeeld door een econoom besproken zou worden die klaarblijkelijk geen verstand van zaken heeft, dan heeft het naar mijn idee niet zoveel nut om te gaan reageren om misverstanden te corrigeren (tenzij het een publicatie in een toonaangevend tijdschrift of belangrijk dagblad betreft). Het wordt anders als je expliciet wordt uitgenodigd om te reageren.

Emanuel Rutten hoefde dus niet per se te reageren op de twee recensies van zijn boek. Ik had dat ook niet gevraagd. Maar mijn recensie werd opgepikt in de discussiegroep Geloof & Wetenschap op Facebook. Verschillende mensen die in de Facebookgroep op de recensie reageerden, lieten weten geïnteresseerd te zijn in een repliek van Rutten. Maar Rutten zweeg en bleef maar zwijgen. Totdat één van de moderatoren van de groep, Arjan Klok, Rutten expliciet uitnodigde om te reageren. De reactie van Rutten was verbijsterend, lees even mee:

Rutten schrijft dus dat hij niet wil reageren ‘op bijdragen waarin volgens mij om wat voor reden dan ook geen daadwerkelijk contact wordt gezocht en gemaakt met wat ik in mijn werk naar voren breng.’ De implicatie van zijn woorden is dat mijn recensie op geen enkele manier raakt aan de kern van zijn boek. Niet alleen raakt mijn recensie niet aan zijn boek, maar sterker nog: de recensie (lees: ik) wilde niet eens contact zoeken. Ik heb dus volgens Rutten het filosofische principle of charity niet willen hanteren, de grondregel dat je de positie van iemand zo gunstig en zo sterk mogelijk neerzet alvorens je die bekritiseert. (Ironisch: ik stel in mijn recensie dat Rutten dat principe zelf schendt in zijn interpretatie van Kant.)

Als mogelijk ‘aanvullend criterium’ stelt hij ‘dat een bijdrage in een algemeen toegankelijk of meer specialistisch wijsgerig tijdschrift gepubliceerd moet zijn’. Een weblog-recensie of desnoods een recensie in een krant geldt dus niet.

Vervolgens duwt hij recensenten van zijn werk nog verder in de modder: ‘Wel ligt het uiteraard voor de hand dat een auteur van een filosofisch werk op inhoudelijke replieken reageert die bijvoorbeeld in bepaalde tijdschriften gepubliceerd worden en dus door een adequaat “review” proces zijn gegaan. De kans dat het dan om replieken gaat die voldoende contact maken met de tekst in kwestie is dan ook aanmerkelijk groter’. Krantenrecensies en online besprekingen zijn niet door een proces van ‘peer review’ heen gegaan, en dus is de kans dat ze ‘contact maken’ met zijn werk nihil.

Let wel: hier spreekt een filosoof die werkzaam is aan de VU, die dus betaald wordt van publiek geld, een godvrezend man die boeken publiceert bij algemene Nederlandse uitgeverijen (in plaats van academische uitgeverijen), maar die vervolgens niet op inhoudelijke opmerkingen op zijn boeken wil reageren als hem daar netjes om gevraagd wordt. Een door belastinggeld betaalde filosoof die dus deels wegloopt voor zijn maatschappelijke taak om bij te dragen aan het wetenschappelijk wijsgerig debat in Nederland. Voor hem heeft dit ‘geen prioriteit’.

Ook moderator Arjan Klok reageerde nogal verrast:

Die laatste zin is tekenend. Rutte leurt op zijn website uitgebreid met alle aandacht die de pers voor zijn boek heeft gehad. Maar als er kritische vragen gesteld worden, geeft hij niet thuis. Ik ben gewoon verbijsterd door de respons van Rutten. Natuurlijk, Rutten had van mij helemaal niet hóeven reageren. Maar als ex-collega van Rutten (ik heb vorig jaar ruim een jaar als onderzoeker aan de VU gewerkt, bij de Faculteit Theologie) had ik het wel aardig gevonden áls hij had gereageerd. Bovendien vind ik het behoren tot het takenpakket van een filosoof die door belastinggeld betaald wordt om ook iets aan de gemeenschap terug te doen als daar expliciet om gevraagd wordt.

Maar het meest wrange: in zijn respons zit impliciet een waardeoordeel over hoe hij mij en mijn (ook academische) werk beschouwt: ik ben voor hem geen ‘peer’. Rutten begaat daarmee in zijn respons impliciet een ‘ad hominem’. In plaats van op de argumenten in te gaan – lees: de recensie – velt hij een oordeel over de recensent als persoon. Een oordeel dat dus niet gunstig uitvalt en voor hem reden genoeg is om niet op de recensies in te gaan. Hij had er beter aan gedaan om überhaupt te zwijgen in plaats van deze redenen te geven voor zijn weigering.

De boeken die ik van Rutten in de kast heb staan, geef ik vanavond dan ook over aan het haardvuur, Hume indachtig.

5 thoughts on “De huiveringwekkende arrogantie van een filosoof

  1. Als niet-(academisch)-filosoof kijk ik weer eens met verbazing hoe publieke discussies tussen filosofen er aan toe gaan: vernederingen, boekverbrandingen (al neem ik aan dat dit laatste niet letterlijk te nemen is)… En dit moeten liefhebbers van de wijsheid zijn?

  2. Taede, je trekt het je allemaal te persoonlijk aan. Je loopt hier wat te hard van stapel. De foto van ER is te groot afgebeeld. Mijn indruk is dat je een kritisch maar goed review hebt geschreven. Emanuel Rutten behoort tot de categorie Yung Earth Creatonist / Climate Denier / Erich von Däniken aanhanger /… : met dat soort schrijvers kun je moeilijk een volwassen discussie voeren. Probeer maar eens met Paas en Peels over het probleem van het kwaad te discussiëren… dan gaan ze opeens in lockdown…

  3. Ik heb eens naar die andere recensie gekeken. Het is een volledig triviaal onderwerp; een object bestaat in onze geest alleen in een vorm die door ons kenvermogen wordt bepaald. Dus ik zie geen atomen als ik naar een object kijk, ook al zijn ze er wel. Ik zie met mijn ogen ook geen radiostraling. In die zin zien wij het Ding an Sich niet, omdat onze waarnemingsmethoden nu eenmaal beperkt zijn. Maar de fenomelogie wordt wel door een object veroorzaakt omdat de fenomelogie gewoon het fysische beeld is waarin de hogere frequenties uitgemiddeld dan wel niet gedetecteerd zijn omdat onze oogjes zo werken. Dat is alles. Dat epistemologische geleuter is iets van heel lang geleden. Waarom leven die filosofen nog in de 18e eeuw?

  4. De argumentatie dat je niet op kritiek op je werk hoeft te reageren, omdat die niet in peer reviewed journals is verschenen, maar ‘slechts’ op weblogs, kende ik tot nu toe alleen van pseudowetenschappers en complotdenkers. Het bekritiseerde werk is dan ironisch genoeg meestal ook niet peer reviewed of gepubliceerd in journals, waar dat proces nauwelijks iets voorstelt.
    Voor positieve recensies, hoe oppervlakkig ook, hanteert de bekritiseerde auteur natuurlijk andere criteria…

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: