Oxford: God, nature and design (3 – slot)

Ondertussen ben ik al weer thuis en is de conferentie voorbij. Gisteren was de laatste dag, die begon met een knallende lezing van de historicus en creationisme-expert Ron Numbers, waarin hij de geschiedenis schetste van de ID-beweging, voortkomend uit het creationisme. Hij hamerde erop dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen creationisme en ID, hoewel hij toegaf dat er een zekere verwantschap is. ID is volgens Numbers een anti-evolutionaire beweging, maar het is ook anti-creationisme. ID wil immers geen enkele referentie naar de Bijbel, of in Numbers’ woorden: “they want to set the Bible aside”. Dit werd door Paul Nelson nog eens bevestigt, die vanuit de zaal zei: “ID does not start with Revelation”. Verder is ID tegen het jonge-aarde creationisme gekant (en, zo bevestigden zowel Nelson als Numbers, is het jonge-aarde creationisme over het algemeen een fel tegenstander van ID).

Een van de verbanden die Numbers tussen ID en creationisme waarnam, was dat de ID-beweging in de jaren ’90 een campagne ondernam om alle niet-jonge-aarde-creationisten te vangen. Veel ID-aanhangers vonden dat de discussies over de wetenschappelijke uitleg van Genesis 1 niet productief waren en slechts verdeeldheid zaaiden. Zoals gezegd wilde het jonge-aarde-creationisme niet met ID meegaan, met als gevolg dat deze groep nog verder marginaliseerde. Hoewel ze nu hard roepen in de VS is het een zeer kleine minderheid.

Voor mij was veel van wat Numbers zei al bekend, hoewel er ook nieuwe feitjes in zaten. Zo bleek bijvoorbeeld –ik moet het nog nazoeken – dat ID de term ‘methodologisch naturalisme’ heeft groot gemaakt. Die term bestond eigenlijk niet voordat Phillip Johnson die in zijn Darwin on Trial gebruikte. Dat klopt echter niet helemaal, want volgens Paul Nelson reageerde Johnson op een artikel of boek van de evangelicale theoloog Paul DeVries, die juist het methodologisch naturalisme omarmde. Johnson ergerde zich hier zo aan, dat hij zijn eigen campagne tegen die vorm van naturalisme is begonnen. Met andere woorden: ID is feitelijk begonnen als een binnen-evangelicale stroming, die langzaam bredere respons heeft gevonden.

Een ander feitje dat Numbers noemde en dat ik nog niet kende, was dat de Republikeinse presidentscandidaat McCain heeft aangekondigd een open door policy met betrekking tot ID aan te houden, dus positief ten aanzien van ID, terwijl Obama al heeft gezegd dat ID religie is en geen wetenschap en dus absoluut geen plaats heeft in het schoolcurriculum.

Het werd in de lezing en de discussie achteraf goed duidelijk dat Numbers – die net als Ruse een atheïst is – zich stoorde aan de houding die wetenschappers in het debat aannemen. Hijzelf gaf het voorbeeld van de ACLU, die hem ooit voor een lezing had uitgenodigd, maar toen de ACLU merkte hoe genuanceerd Numbers’ positie was, hoefde hij niet meer te verschijnen. Hij was toen plotseling niet meer interessant. Het debat wordt door dogmatisme gekenmerkt, zei Numbers. In plaats ervan dat wetenschappers kritisch denken aanmoedigen, verschansen ze zich heel dogmatisch achter stellingen als ‘evolutie is een feit’ en dergelijke. Numbers vond dat contraproductief en een sterk staaltje van anti-wetenschappelijk denken.

In de discussie werd ook nog eens verwezen naar de doelstellingen van ID. Paul Nelson reageerde in dat debat, door erop te wijzen dat hij vindt dat ID verre van succesvol moet zijn. Dat klinkt heel paradoxaal, en hij gaf ook toe dat zijn mening niet door iedereen bij het Discovery Institute wordt gedeeld. Toch zei hij: “It would be a disaster if ID would be taught in schools. ID needs to stay a rebel”. Als voorbeeld noemde hij Zweden, een land dat een staatsgodsdienst kent, maar waar op zondag geen mens meer in de kerk zit. Wil je een idee om zeep helpen, dan moet je het vooral institutionaliseren. Interessante stelling.

Na Numbers’ lezing kwam in de gang Paul Nelson op me af, die me nog herkende van het Images of Science congres uit 2005, waar ik de laatste avond met hem gedineerd had. We praatten even, en je kunt zeggen wat je wilt, maar Nelson is echt een supersympathieke vent en eerlijk. Ook Ron Numbers zei naderhand, toen ik even met hem sprak, dat Nelson een goudeerlijke vent is, die bovendien een behoorlijk liberale minderheidspositie in het Discovery Institute inneemt. Neemt niet weg dat hij een jonge-aarde-creationist is (één van de zeer weinigen in de ID-beweging, volgens Numbers), en in mijn ogen toch duidelijk aan een bepaalde vorm van schizofrenie lijdt. Niettemin was het gesprek met Nelson aangenaam, waarbij hij me bovendien vroeg of ik een bioloog kende, een zekere Kurt Korthof. Ik kon hem inderdaad verzekeren dat ik Gert kende, waarna hij begon met complimentjes te strooien over Korthofs website, die hij regelmatig bezocht. Hij vond Gert iemand die zeer eerlijke en gedegen recensies schrijft, wat voor mij nog maar weer eens onderstreepte hoe eerlijk en aimabel Nelson is, want wie Gert kent, die weet dat Gert uitgesproken anti-ID is en dat niet onder stoelen of banken schuift. Dat een ID-coryfee als Paul Nelson zo positief is over Gerts site, siert Nelson.Eerlijk is eerlijk.

Na de pauze was het tijd voor de tweede ronde van short papers. Ik bezocht kort de lezing van Robert Pennock, de beroemde bioloog (schrijver van Tower of Babel) en held van de Dover-zaak. Ik heb slechts een kort deel van zijn presentatie (die als titel droeg Does Design require a Designer?) bijgewoond, omdat ik zelf erna in een andere zaal een presentatie moest geven (die erg goed ging, mag ik wel zeggen). Na mijn presentatie bleef ik zitten voor de presentatie van Christopher Stewart die inging op een aantal aspecten van de ID-beweging (wetenschap, apologetiek, en de hervorming van de samenleving) en deze aspecten bekritiseerde. Hij besloot echter met de constatering dat ID een goed “heuristisch instrument” was. Immers, als je wetenschap gaat bedrijven, maakt het in eerste instantie niet uit vanuit welk uitgangspunt je dat doet. Dus ook ID als uitgangspunt is prima, zo meende Stewart. Ik vond het een zwak verhaal. Dat werd nog eens ondersteund door een fysicus die, toen Stewart over een wetenschappelijke theorie sprak, schamperend opmerkte: “je bent een filosoof, zeker?” De laatste presentatie die ik bijwoonde was die van Thomas Möllenbeck, die de kwestie Schönborn aankaartte. Hij was echter veel te positief over Schönborn en probeerde Schönborns biologische onwetendheid en theologische naïviteit te vergoeilijken, en ik heb tijdens de discussie hem dan ook stevig gewezen op de naar creationisme tenderende uitspraken die Schönborn in zijn artikelen en boeken aan de dag heeft gelegd.

De middag was vrij, en ik heb de vrijheid genomen om mijn laatste boekeninkopen bij de enorme Blackwell-boekhandel te doen. Om 16.30 begon het laatste deel van de conferentie: een ronde-tafel-discussie, die werd gedomineerd door Numbers en Ruse. Veel was echter tijdens de conferentie al besproken, dus vlammen deed het nergens meer. Op één momentje na, toen ik vroeg of Ruse en Numbers niet wat te positief waren over ID wat betreft de drang naar culturele hervorming. Ik zei dat ik door mijn onderzoek steeds meer de neiging kreeg de ID-beweging te zien als een beweging die naar een nieuwe theocratie streeft. Numbers voelde zich met deze opmerking duidelijk ongemakkelijk, ook omdat hij toch ook vrienden met de ID-beweging wil blijven, en schipperde een beetje: zijn antwoord was ja en nee.

Ruse was uitgesprokener en erkende “I’m going to lose all my friends now”. Ruse zei dat hij het met Numbers oneens was wat betreft de duiding van het hervormingsidee binnen de ID-beweging. Ruse zei dat je de afgelopen jaren duidelijk een trend ziet ontstaan, met name na de Dover-zaak, waarbij het accent van de ID-beweging verschuift van de nadruk op wetenschap naar een nadruk op de verderfelijke werking van het darwinisme in de cultuur. Ook de stap naar Hitler werd wat al te snel gemaakt volgens hem. Ruse steunde dus meer mijn intuïtie en onderkende het gevaar van de ID-beweging. Bovendien werd er door Robert Pennock in een opmerking nog een schep bovenop gedaan, omdat ook Pennock van mening was dat de ID-beweging door en door ideologisch gekleurd was. Numbers bleef uiteindelijk zwijgen. Hier zag je de grenzen van historici: als het aankomt op meningen, kunnen ze zich makkelijk verschuilen achter een muur door te zeggen dat ze slechts descriptief bezig zijn.

Ik heb met Robert Pennock gezellig zitten dineren, waarbij we diepgaand over de ID-beweging en mijn onderzoek daarnaar hebben gesproken. Dat gesprek zal nog wel een vervolg krijgen, denk ik zo…

Dit was een fantastisch congres, waarvan ik een schriftje aan ideeën heb overgehouden, en het enthousiasme tot het verder werken aan mijn onderzoek. Volgend jaar wordt door het Ian Ramsey Centre in Oxford opnieuw een congres georganiseerd, ditmaal over de religieuze reacties op het Darwinisme, 1859-2009, uiteraard naar aanleiding van het Darwinjaar. Ik zal alvast beginnen met sparen voor dat congres…

3 thoughts on “Oxford: God, nature and design (3 – slot)

  1. “een zekere Kurt Korthof”: ik moet mij kennelijk wat harder tegen ID opstellen: eerst de complimenten van Michael Behe in zijn amazonblog, en nu weer van Paul Nelson, die ik notabene in het boek ‘Why Intelligent Design Fails’ heb aangevallen, pardon bekritiseerd!

  2. “Neemt niet weg dat hij [Paul Nelson] een jonge-aarde-creationist is”.
    Om precies te zijn, in Why Intelligent Design Fails, paperback op pagina 33 staat het plaatje van de zgn ‘basic types’ dat Nelson overgenomen heeft van Junker en Scherer . Het houdt in dat bv de fazanten familie, honden familie, katten familie, etc apart geschapen zijn, en dat de soorten binnen die families ge-evolueerd zijn. Nelson houdt er een biologisch totaal onhoudbare theorie op na. Daar is niets moderns aan. Het is jammer, maar het helpt weinig dat “Nelson is echt een supersympathieke vent en eerlijk”.

Comments are closed.