Atheïsme & dominee?

Gaat dominee en atheïst zijn samen? Op 1 juli j.l. stond er een interview in Trouw – en ik kon het niet laten er een reactie op te schrijven. Hieronder staat de reactie, die ik naar Trouw gestuurd heb, integraal afgedrukt.

Horen, maar niet verstaan

Reactie op het interview met Klaas Hendrikse in Trouw van 1 juli 2006

(De Verdieping, p. 10)

Door Dr. Taede A. Smedes, Hillegom

Kan iemand predikant zijn én atheïst? Ik heb me dat wel eens afgevraagd, en het interview met dominee Klaas Hendrikse uit Middelburg in Trouw (“Dominee én overtuigd atheïst”) van zaterdag 1 juli j.l. heeft mij daarop in ieder geval van een antwoord voorzien: het kan en toch ook weer niet. Laat ik dit uitleggen.

Hendrikse doet in dit interview rake uitspraken die er niet om liegen. De ouderwetse kerkelijke taal jaagt mensen de kerk uit; post van de PKN gaat meestal direct de prullenbak in, behalve als het post betreft over zijn rechtspositie als predikant; Op Goed Gerucht is een opwekkingsbeweging; God is geen wezen, hij bestaat niet; een collectief aanspreekbare God, dat gelooft toch geen mens meer?; en Hendrikse luistert de woorden van een stervende man die zijn vertrouwen in God onder woorden brengt aan, maar zegt in het interview dat hij het natuurlijk onzin vindt. Dit is slechts een selectie van uitspraken die door de schrijver van het artikel (Lodewijk Dros) aan Hendrikse worden toegeschreven.

Ik zal niet ingaan op de integriteit van Hendrikse. Ik ga ervan uit dat het een integere man is, maar twijfelen aan zijn motieven doe ik wel. Met name rijst bij mij de vraag: neemt hij de mensen, zijn gemeenteleden, wel echt serieus? Krijgt zo’n stervende man die zijn geloof open en bloot op tafel legt niet een schop na door zijn uitspraak als ‘onzin’ te betitelen? Is dat integer? Of is Hendrikse, ondanks wat hij met zijn positie van ‘zuiver atheïsme’ (die naam alleen al!) wil bewerkstelligen, toch iemand die zich aanmaant het beter te weten? Hoe wéét je dat de uitspraak van die stervende man onzin is?

Hier kom ik direct bij een centraal punt: Hendrikses ‘zuivere atheïsme’. In de inzet van het artikel wordt het omschreven als een verzet tegen het theïsme dat in God-als-persoon gelooft. Laat ik meteen hiermee beginnen: het theïsme ‘gelooft’ nergens in. Theïsme is een filosofische constructie van een rationeel beredeneerbaar godsbegrip, dat mede onder invloed van het Verlichtingsdenken van de 18de eeuw is ontstaan. Filosofisch gesproken is een theïst niet iemand die gelooft, maar iemand die het zeker weet en het door middel van rationele argumentatie nog kan aantonen ook. Maar de meeste gelovigen die zondags (al dan niet bij Hendrikse) in de kerk zitten, zijn geen theïsten. Zij hebben (meestal) geen rationele argumenten om in God te geloven. Zij geloven omdat ze niet anders kunnen.

Dan over de inhoud van Hendrikses atheïsme: Dros schrijft “Volgens Hendrikse is God geen wezen, hij bestaat niet, en daar moet je je taal aan aanpassen. Zonder concessies”. Hendrikse heeft hier helemaal gelijk. God is inderdaad geen wezen en God bestaat ook helemaal niet. Een appeltaart bestaat, een koe in de wei is een wezen dat bestaat – maar van God wordt in de christelijke traditie uitgesproken dat hij (zij? het?) niet bestaat op de manier van een appeltaart of een koe. Dat zijn namelijk dingen die in ons universum voorkomen. Maar van God wordt gezegd dat hij als Schepper ten grondslag ligt aan het universum en als zodanig transcendent is: God overstijgt het universum en is er geen onderdeel van. Dus inderdaad, God is geen wezen zoals een koe een wezen is, en God bestaat niet op de wijze waarop een appeltaart of een koe bestaan.

Het heeft inderdaad ook alles met taal te maken, maar niet op de wijze die Hendrikse bedoelt. Hendrikse meent dat omdat God geen wezen is en niet bestaat, dat taal waarmee gesproken wordt alsof God een wezen is en bestaat het raam uitgekieperd moet worden. Flauwekul natuurlijk! Hendrikse is hier niet de progressieveling die hij voordoet te zijn. Nee, hij is verstrikt in een visie op taal die aan het begin van de twintigste eeuw prominent was en die vaak de ‘plaatjestheorie’ van taal wordt genoemd. De woorden die we gebruiken, moeten een één-op-één relatie hebben met de dingen waarnaar ze verwijzen. Of een uitspraak klopt, aldus die visie, dat kunnen we controleren door te gaan kijken. Dus als ik zeg “De koe staat in de wei”, dan kan die uitspraak op juistheid gecontroleerd worden door te kijken of de koe ook werkelijk in de wei staat. Of God dus bestaat, dat kan worden gecontroleerd door te kijken of God bestaat, dat wil zeggen, door te kijken naar empirische aanwijzingen die erop wijzen dat God bestaat. Welnu, niemand heeft God ooit gezien, dus bestaat hij niet. Zo simpel of liever gezegd naïef is het.

Zoals ik recentelijk in mijn boek “God en de Menselijke Maat: Gods Handelen en het Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld” (Zoetermeer: Meinema) heb uitgelegd, geloof ook ik niet dat God bestaat op de manier waarop een koe of een appeltaart bestaat, en ook niet dat God een wezen is zoals een koe of mijn kat wezens zijn. Ben ik daarmee een mannenbroeder in de atheïstische kerk van Hendrikse? Ik meen van niet. Hendrikses atheïsme vat ‘geloof’ op als het aannemen van een onbewezen hypothese. Gods bestaan, omdat het (nog) niet te controleren valt, is een onbewezen hypothese. Hendrikse meent dat geen mens dat meer gelooft en gooit daarmee de taal over God overboord. Wat houdt hij over? Niets. Zijn atheïsme kan nog slechts tegenspreken, afbreken, maar iets opbouwen gaat niet meer. Vandaar dat, zoals Hendrikse zelf zegt, het zweet hem soms over de rug tijdens pastorale gesprekken. Vind je het gek, hij heeft gelovigen niets meer te zeggen. Dat komt omdat hij eigenlijk helemaal niet begrijpt waarover het in geloof gaat! Hij hoort en begrijpt wel wat er gezegd wordt als er gesproken wordt over God als ‘Schepper van hemel en aarde’, maar hij verstaat het niet. Komt het misschien door zijn atheïstische opvoeding dat hij de antenne voor de meerduidigheid van geloofstaal mist?

Hendrikse kan formeel dominee zijn. Het is een beroep, net als computerprogrammeur of fietsenmaker. Maar een goede programmeur of fietsenmaker heeft meer dan alleen een maandelijks salarisstrookje waar op staat waar hij zijn geld vandaan krijgt en wat hij doet. Zij hebben ook kunde van waar ze mee bezig zijn. De kunde die nodig is om dominee te zijn, die mist Hendrikse. Vandaar dat het niet verwondert dat Hendrikse de post over zijn rechtspositie goed in de gaten houdt. Immers, een programmeur die teveel fouten maakt omdat hij eigenlijk niet weet waar hij mee bezig is, zal gauw worden weggesaneerd. Dat zijn toko gesloten wordt, dat zou Hendrikse op een dag ook best eens kunnen overkomen.

(1096 woorden)

   

Edit, 29 juli: Ik heb van Trouw bericht terug ontvangen dat ze geen ruimte hadden om het artikel te plaatsen.

2 thoughts on “Atheïsme & dominee?

  1. Beste Taede,
    Mooi artikel!
    Moet ‘onbewezen hypothese’ eigenlijk niet zijn ‘onbewijsbare hypothese’, aangezien je over God spreekt als van een andere orde?
    Hartelijke groet,
    Arton van Harten

  2. Hallo Anton,
    Dank voor je reactie! Ik spreek idd. over God als zijnde van een andere orde dan de geschapen orde. Echter, ik gebruik de term ‘onbewezen hypothese’ om aan te geven hoe ik denk dat Hendrikse over de aard van geloof denkt. Volgens mij ziet hij geloof in God als het aannemen van een onbewezen hypothese.
    Ik denk niet dat geloof in God een onbewijsbare hypothese is. Of beter gezegd: ik denk dat spreken over geloof in God als een ‘onbewijsbare hypothese’ niet adequaat uitdrukt waar geloof over gaat. Geloof heeft mijns inziens namelijk niets met hypotheses te maken. Hypotheses hebben hun plaats in de wetenschap, maar niet in religie – hoewel ik toegeef dat onder de invloed van de Verlichtingsfilosofie wel veelal over God is (en nog altijd vaak wordt) geschreven en gedacht als zijnde een onbewijsbare entiteit.
    Wellicht dat Hendrikse de visie van geloof in God als onbewezen of onbewijsbare hypothese zou onderschrijven (en ook op grond van zijn atheïsme onzin vindt), maar ik zou dan repliceren dat hij altijd nog een inadequate visie op religieus geloof heeft.
    Meer over hoe ik religieus geloof en het spreken over God zie, kun je vinden in mijn boek “God en de Menselijke Maat”…

Comments are closed.