André Aleman, “De ziel van het brein” (boekrecensie) – update, 09/12/2025

De neurowetenschappen zijn een fascinerend vakgebied, ook al kan ik niet precies verwoorden waarom ik er zo door geboeid word. Deels heeft het te maken met de complexiteit van ons brein en het feit dat er een verband is tussen ons bewustzijn, onze ervaringen, ons dagelijks functioneren en de werking van ons brein – maar hoe dat verband precies in zijn werk gaat, dus hoe ons bewustzijn samenhangt met ons brein, is op dit moment nog een mysterie. Komt ons bewustzijn voort uit ons brein (wordt het erdoor geproduceerd, zoals onze nieren urine produceren, zoals Dick Swaab het ooit verwoordde)? Of ligt het toch allemaal genuanceerder? En hoe zit het met religie?

Vanuit die fascinatie besloot ik om het recente boek van André Aleman, De ziel van het brein aan te schaffen. Zoveel boeken over neurowetenschap en religie zijn er niet in het Nederlands taalgebied voorhanden. Dit boek leek veelbelovend. Voordat ik echter iets inhoudelijks over Alemans boek zeg, moet me daarbij wel iets van het hart.

Beroerde papierkwaliteit

Want eerlijk gezegd heb ik me voorgenomen geen boeken van uitgeverij KokBoekencentrum meer te kopen. Dat heeft een simpele reden: de papierkwaliteit. Die is zo belabberd dat pagina’s van boeken die amper een maand geleden zijn verschenen soms al verkleuringen aan de randen vertonen, terwijl ze de boekwinkel nog niet verlaten hebben. Het verbaast me dat je hier niemand over hoort, recensenten niet en al helemaal niet de schrijvers!

Ook het boek van Aleman is op dat beroerde papier gedrukt: de lucht van mijn kamer op de faculteit is vrij droog, en dat resulteert erin dat wanneer ik het boek open, de bladzijden al na enkele seconden lichtjes beginnen om te krullen.

Ik was me ervan bewust toen ik het boek kocht, maar gezien het onderwerp kon ik het niet laten liggen. Aleman is hoogleraar in de neurowetenschappen maar bovendien gelovig. Ik was benieuwd hoe hij beide aspecten – geloof en wetenschap – in dit boek verwerkt. De achterflap suggereert bovendien dat we hier met een baanbrekend boek te maken hebben: “Een onthullend boek over wat hersenwetenschap ons leert over spiritualiteit”. Laat ik echter maar meteen de illusie doorprikken: het lezen van dit boek werd een grote deceptie.

Waardevolle inzichten

Want wat dit boek ons vertelt wat de hersenwetenschap ons leert over spiritualiteit is: niets! Aleman zelf geeft dit schuifelend toe in het laatste hoofdstuk van het boek. Hij schrijft: ‘Neurowetenschappelijk onderzoek wijst erop dat spirituele ervaringen een neurologische basis hebben. Onze hersenen maken deze ervaringen mogelijk, ook al zijn ze voor een deel cultureel aangeleerd, want die culturele context en dat leerproces hebben effect op onze hersenen’ (157).

Het spreken over een ‘neurologische basis’ suggereert dat spirituele ervaringen voortkomen uit de hersenen. Maar enkele pagina’s later maakt Aleman een andere claim: ‘Hersenonderzoek levert onschatbare inzichten in de fysieke voorwaarden van de menselijke geest, maar kan de geest zelf – in zijn volheid als drager van betekenis, waarden en persoonlijke beleving – niet volledig verklaren’ (160). Hij verwijst met instemming naar Thomas Nagel, die in Mind and Cosmos de beperkingen van het naturalistische wereldbeeld blootlegt en concludeert ‘dat ons mentale leven – onze gedachten, gevoelens, belevingen – een fundamentele rol speelt en niet zomaar te herleiden is tot hersenprocessen of moleculaire interacties’ (162). En dat gaat dus ook op voor religie en spiritualiteit.

Wat is dan de waarde van neurowetenschappelijke inzichten voor spiritualiteit en religie? Hooguit dat neurowetenschap ‘waardevolle inzichten kan bieden, maar dat haar voorlopige status vraagt om terughoudendheid’ (163). Deze conclusie is op zijn zachtst gezegd underwhelming en hoewel ik prima snap dat Aleman hier de nodige academische nuance probeert aan te brengen, kan ik me voorstellen dat de lezer (in casu: ikzelf) hier toch iets meer verwacht.

De vraag is immers op zijn minst wat die ‘waardevolle inzichten’ zijn die de neurowetenschap biedt. En je verwacht dat het boek daar antwoord op geeft. Inderdaad beschrijft Aleman allerlei inzichten in dit boek, onderzoeken die te maken hebben met religie, spiritualiteit en het functioneren van ons brein. Dat klinkt interessant en precies dat is de reden dat ik dit boek heb gekocht.

Helaas leest dit boek grotendeels als een langgerekt, academisch artikel dat het ene na het andere onderzoek opsomt. Talloze neurowetenschappelijke studies over onze (geloofs)overtuigingen en hersenfunctie, spirituele ervaring, neurodiversiteit en de rol van religie en spiritualiteit op (hersen-)gezondheid passeren de revue, maar zonder al teveel duiding. Voortdurend vroeg ik me af: prima, maar wat impliceert dit dan voor religie en spiritualiteit? Aleman laat zich zelden tot nooit verleiden tot duiding. Met als gevolg dat wanneer je het boek uit hebt, de lezer weinig meer weet dan voorheen.

Cingulaire schors en ventrale mediale PFC

Maar niet alleen dat, daarbij is ook de schrijfstijl nog eens beroerd. Aleman mag dan academicus pur sang zijn, in dit boek toont hij zich verre van een bekwame schrijver. Of dit aan Alemans schrijfkunst ligt, of aan een beroerde redactie van de uitgever, is als lezer niet te beantwoorden. Als zou blijken dat KokBoekencentrum per ongeluk de kladversie heeft uitgegeven, in plaats van de geredigeerde versie, zou dit veel verklaren.

Laat ik één alinea geven als voorbeeld voor de schrijfstijl die karakteristiek is voor met name de eerste helft van het boek:

Er zijn ook studies die verschillen in hersenactivatiepatronen voor religieuze en niet-religieuze overtuigingen rapporteren. Religieuze uitspraken activeren gebieden die betrokken zijn bij emotie, motivatie en conflict, terwijl niet-religieuze uitspraken gebieden activeren die betrokken zijn bij geheugenverwerking. Er is ook verschil in de mate van zekerheid waarmee iemand ergens van overtuigd is en in hoeverre er weerstand is tegen bewijs of argumenten die de overtuiging in twijfel trekken. Wanneer een overtuiging uitgedaagd wordt, is er activatie van de anterieure insula en anterieure cingulaire schors – dit wordt ook gevonden in onderzoek naar conflictdetectie. Religieuze overtuigingen zijn vaak minder vatbaar voor aanpassing na uitdaging, mogelijk als gevolg van een sterkere emotionele betrokkenheid en koppeling aan de eigen identiteit. In hersenactiviteit wordt dit weerspiegeld in sterkere activatie van emotiegerelateerde gebieden zoals de amygdala en anterieure insula. Koppeling aan het Zelf (iemands identiteit) is zichtbaar in betrokkenheid van het standaardnetwerk van de hersenen (met name ventrale mediale PFC, insula en achterste cingulaire schors). Het standaardnetwerk is een netwerk van hersengebieden dat vooral actief is tijdens rust. Een sterkere activering van de anterieure insula (emotionele betrokkenheid en identiteit) kan de hersengebieden die van belang zijn voor rationele heroverwegingen (de DLPFC) remmen.
(p. 65-66).

Wat gaat hier mis? Allereerst het jargon: dat wordt niet uitgelegd. Wat is een ‘anterieure cingulaire schors’ of een ‘insula’? Dat het hier natuurlijk om gebiedjes in de hersenen gaat, die een bepaalde functie hebben, moge duidelijk zijn. Wat hier vooral ontbreekt, is duiding: prima dat hier van alles wordt opgesomd, maar wat is de betekenis van dit alles?

Neem alleen deze zin: ‘Wanneer een overtuiging uitgedaagd wordt, is er activatie van de anterieure insula en anterieure cingulaire schors – dit wordt ook gevonden in onderzoek naar conflictdetectie.’ Prima, maar wat betekent hetdat die gebiedjes actief worden? En wat heeft dit precies te maken met conflictdetectie? En wat betekent het in hemelsnaam dat een overtuiging wordt ‘uitgedaagd’?

ChatGPT

Een ander voorbeeld van onbegrijpelijk taalgebruik beslaat de hele sectie van pagina 53 tot en met 55. Eén kleine alinea daaruit: ‘Geloof in God houdt volgens sommige wetenschappers verband met verzwakte hersenreacties op fouten, waardoor foutdetectie verminderd is. Ook zouden gelovigen minder oog hebben voor tegenstrijdigheden of informatie die niet past in iemands wereldbeeld. Op die manier zouden religieuze overtuigingen een buffer kunnen vormen tegen angst’ (53).

Signaalwoorden als ‘ook’ en ‘op die manier’ suggereren dat de drie zinnen op elkaar bouwen en dat er een verband is. Maar het logische verband ertussen is niet duidelijk, en Aleman legt het niet uit. De vraag die mij daarbij bekroop was: heeft AI hier misschien een rol in gespeeld? Want wie de eindnoten bekijkt, zal ontdekken dat Aleman toegeeft dat hij voor verschillende zaken AI gebruikt heeft.

Zo viel me op dat bijvoorbeeld de passages waarin hij ‘dualisme’, ‘eliminatief materialisme’, ‘epifenomenalisme’ en ‘dual-aspectmonisme’ uitlegt (p. 23-29) frustrerend want onbegrijpelijk proza opleveren. Pas later las ik (p. 166): ‘Ik heb ChatGPT gebruikt bij de samenvatting van dualisme, epifenomenalisme en eliminatief materialisme’. Dit verklaarde voor mij een en ander.

De talloze andere onbegrijpelijke stukken tekst in dit boek doen mij eerlijk gezegd vermoeden dat ChatGPT ook is gebruikt op plekken waar dat onvermeld is gebleven. Als docent Theologie die ook Academische Vaardigheden doceert, viel me op dat er nogal wat stijlwisselingen in het boek zijn aan te wijzen die eerlijk gezegd nogal te denken geven. Eenzelfde vermoeden rees bij mij ook wat betreft de bronnenlijst, die ik niet volledig heb gecheckt, maar die qua opmaak nogal wat inconsistenties te zien geeft.

Het boek blijkt uiteindelijk niet meer dan een lange opsomming van onderzoeken die cirkelen rond neurowetenschap en religie en/of spiritualiteit. Maar een loutere opsomming of samenvatting van onderzoeken maakt nog geen boeiend boek. Een auteur – en met name een academicus – moet verbanden aangeven en met name ook duiding geven aan de data, moet zeggen wat ze betekenen en wat de (wetenschappelijke, filosofische, metafysische, religieus-theologische, etc.) implicaties ervan zijn. Dat alles ontbreekt in het boek van Aleman. De stijl maakt het lezen van dit boek bovendien een bijzonder frustrerende aangelegenheid. Wat een interessant boek leek, voelt nadien aan als een miskoop.

André Aleman, De ziel van het brein: Een neurowetenschappelijke zoektocht naar spiritualiteit
Uitgeverij KokBoekencentrum, 2025, 183 pp.
ISBN 9789043538589, €21,99 (paperback met flappen)
Meer info: https://www.kokboekencentrum.nl/boek/de-ziel-van-het-brein/.

UPDATE, 9 december 2025: Ondertussen heb ik een vriendelijke e-mail ontvangen van de auteur, prof. André Aleman. Daarin betreurt hij het uiteraard dat ik zo negatief over het boek oordeel, maar geeft hij ook aan dat hij inziet dat het boek voor een algemeen publiek bedoeld is en dat een en ander daarom beter uitgelegd had moeten worden. Hij belooft om bij een eventuele herdruk van het boek met de uitgever rond de tafel te gaan om te kijken of een herziening van de tekst tot de mogelijkheden behoort. Naar aanleiding van Alemans e-mail heb ik besloten om één zin uit de bespreking te verwijderen, een ingreep die de strekking van mijn betoog verder niet aantast. Deze zin kon bij nader inzien de suggestie wekken dat ik bij de auteur fraude vermoed, en dat was niet mijn bedoeling.