Close

“Theo Hobsons gelovig humanisme” (boekbespreking)

Bron: Uitgeverij Skandalon

Uitgeverij Skandalon lijkt de huisuitgeverij te worden van de vrijzinnige flank van het christelijk geloof in Nederland. De afgelopen jaren verschenen bij deze uitgeverij bijvoorbeeld Liberaal christendom (red. Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob), Geloof zonder zekerheid van Paul Rasor, Hopeloos hoopvol van John Caputo en de inleiding in het denken van de Amerikaanse theologen Catherine Keller, Catherine Keller’s constructieve theologie door Rick Benjamins (inderdaad: inclusief de typefout in de titel).

Ik vind dat Skandalon dat goed doet: ze zetten boeken in de markt die vermoedelijk bij meer commercieel denkende uitgeverijen niet uitgegeven zouden worden en laten zien dat er wel degelijk een publiek is voor zulke boeken. Wat je inhoudelijk ook van deze boeken mag denken, ze vullen wel degelijk een niche én zijn de moeite waard om te lezen (opnieuw: ook al ben je het er wellicht inhoudelijk niet mee eens).

Dat zo’n uitgeverij wel eens een misser maakt, is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend. Het recent verschenen boek Theo Hobsons gelovig humanisme is in mijn ogen zo’n misser. Het boek is uitgegeven omdat Hobson op 15 maart a.s. de Vrijzinnige Lezing uitspreekt (zie http://www.devrijzinnigelezing.nl/). Het  moet een soort inleiding op zijn denken geven. Het is echter geen vertaling van een monografie. Nee, toen Rick Benjamins (de redacteur van het boek) aan Hobson vroeg welk werk zijn denken het best representeert, gaf Hobson als antwoord dat hij maar het beste naar zijn opiniestukken kon kijken: ‘Dit dekt mijn thema’s en weerspiegelt mijn stijl’.

Aldus geschiedde. Dit boek brengt dus allereerst twintig opiniestukken van Hobson in Nederlandse vertaling (door verschillende vertalers), uit de periode 2005-2018. Uit die stukken wordt enerzijds duidelijk hoe Hobsons interesses zich hebben ontwikkeld. Thema’s zijn bijvoorbeeld reageren op het nieuwe atheïsme, John Milton en seculier humanisme, het belang van rituelen en de rol van geloof (faith). De opiniestukken zijn op zijn kortst drie pagina’s, de langste is dertien pagina’s. Het zijn gelegenheidstukken, ze gaan over de verkiezing van Obama of van Trump of hij reageert op stukken van andere opiniemakers.

Het grote probleem bij opiniestukken is echter het feit dat ze in kranten zijn verschenen. En in een krant schrijf je voor iedereen en dus feitelijk voor niemand. Het theologisch gehalte is dan ook zodanig verdund, dat het eigenlijk tamelijk nietszeggende stukken zijn. Je leest ze uit en vervolgens ga je klakkeloos door naar de volgende. Er blijft weinig hangen, want de stukken zijn tamelijk oppervlakkig. Eerlijk gezegd vond ik het lezen van de opiniestukken op den duur ronduit saai, want ik kan niet zeggen dat hij een schitterende schrijfstijl heeft. Aan het einde van deel 1 van het boek kwam de vraag dan ook bij mij boven: wie is deze Theo Hobson dat we hem in Nederland zouden moeten kennen?

Ik hoopte dat die vraag in deel 2 van het boek beantwoord zou worden. Daarin geeft Rick Benjamins namelijk een bijna 30 pagina’s tellende inleiding in het denken van Hobson aan de hand van zijn boeken. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit deel erg saai en academisch geschreven is. Ik ken Benjamins als een goede verteller en uitlegger, maar dat komt in deze samenvattende tekst niet uit de verf. Het is bovendien ook niet meer dan een samenvatting, nergens gaat Benjamins met hem  in gesprek of geeft hij aan waar eventueel theologische problemen zitten.

Ook uit dit tweede deel wordt niet duidelijk waarom Hobson een ‘vooraanstaand Brits theoloog’ is (zoals de achterflap van het boek vermeldt). Het theologisch gehalte van zijn positie is toch tamelijk minimalistisch, hij is heel anders dan andere ‘post-theïstische’ denkers als Caputo en Keller (wat Benjamins ook toegeeft), en lijkt ook minder geïnteresseerd te zijn in een eigen constructief-theologische bijdrage.

Wat is bijvoorbeeld de impact van zijn boeken geweest? Ik kende Hobsons boekje Faith (wat niet onaardig is, maar ook niet diepgravend en zelfs bij vlagen ronduit oppervlakkig), maar verder ben ik bij mijn weten nog nooit een verwijzing naar Hobsons boeken tegen gekomen in theologische literatuur. Misschien komt dat omdat Hobson niet aan een universiteit werkzaam is (hij is freelance journalist en kunstenaar), maar hoe dan ook wordt uit het feit dat hij enkele boeken heeft geschreven niet duidelijk hoe ‘vooraanstaand’ deze theoloog is.

De laatste twaalf pagina’s van het boek zijn gereserveerd voor een interview tussen Benjamins en Hobson. Hier wordt het allemaal iets persoonlijker, maar opnieuw worden de thema’s die Hobson van belang vindt weliswaar herhaald, maar niet verder uitgediept. Duidelijk wordt dat Hobson totaal geen interesse lijkt te hebben in post-theïstische denkers (hij geeft toe dat hij een boekje van Caputo heeft gelezen, Keller en Kearney kent hij niet). Zijn toon is af en toe zelfs wat arrogant en ongeïnteresseerd (of zou dat door de vertaling komen?).

Hobsons denken lijkt een synthese van Wittgenstein, Kierkegaard, Luther en Barth, maar het blijven – net als de opiniestukken in dit boek – losse elementen. Hij gebruikt dus tamelijk orthodoxe denkers, terwijl de uitgave van dit boek suggereert dat het een vrijzinnige denker betreft. Ben je al vrijzinnig als je het opneemt voor seculier humanisme? Het blijft allemaal erg oppervlakkig – Hobson is inderdaad iemand van de ‘brede penseelstreek’ zoals Benjamins hem in het tweede deel van het boek karakteriseert, maar ik vind dat in dit geval geen opsteker.

Theo Hobsons gelovig humanisme is een boek waar ik me gaandeweg steeds meer aan ging ergeren. Hobson mag dan misschien in Engeland een bekende opiniemaker zijn, door de oppervlakkigheid en het weinig originele van zijn theologische denkbeelden zoals die in dit boek naar voren komen vraag ik me af wat de rationale is geweest om Hobson uit te nodigen voor de Vrijzinnige Lezing en hem met dit boek zo in de spotlights te zetten. Misschien is er een goede rationale, maar ik kon hem in dit helaas toch wat saaie boek niet vinden.

Wat ik in het hele boek vooral mis, bedacht ik me achteraf, is bevlogenheid. Waar wordt hij warm van? Wat inspireert Hobson, niet alleen persoonlijk maar ook theologisch? Uit dit boek word je daarover niet wijzer. Als introductie van Theo Hobsons denken voor het Nederlands publiek vind ik dit boekje dan ook helaas mislukt.

Theo Hobsons gelovig humanisme: Christelijk geloof en seculier denken.
Rick Benjamins (red.) & Theo Hobson.
Skandalon, 2018. Paperback. 160 pp.
ISBN 9789492183835. € 17,50

%d bloggers liken dit: