Slotstuk Gerdien de Jong in Ref. Dagblad

Vanochtend staat in het Reformatorisch Dagblad een laatste beschouwing van biologe Gerdien de Jong te lezen. Ze reageert met name op de stukken van Van Bemmel en De Vries die eerder verschenen. Haar centrale punt is dat de huidige biologie heeft vastgesteld dat er onmogelijk twee eerste mensen bestaan kunnen hebben. In dit stuk slaat zij een verzoenende toon aan. Dit is het laatste artikel van de reeks. Eigenlijk jammer…

Over het stuk van De Vries kan ik kort zijn: als hij spreekt over het “betrouwbare en onfeilbare getuigenis van de Schrift”, dan stokt ieder verder gesprek. Dit is, zoals Richard Rorty schrijft, definitief een conversation stopper.

Dan de korte reactie van Van Bemmel. Hij meent dat wetenschap geen uitspraken kan doen over “heel de werkelijkheid”, terwijl het geloof dat “in principe” wel doet, hoewel ook gelovigen slechts “ten dele” kennen. Mijn vraag zou zijn: hoe weet Van Bemmel dan dat een geloofsvisie de hele werkelijkheid omvat? Wie heeft hem deze kennis meegedeeld? Van Bemmel blijft uiteindelijk steken bij een agnosticisme wat betreft oorsprongsvragen.

Van Bemmels conclusie is: “Waarnemingen in de levende natuur versterken alleen maar mijn geloof dat God de hand had en heeft in alles wat bestaat.” Dat is een prachtige conclusie – die ik volledig kan onderschrijven! Echter, een dergelijke conclusie geeft geen reden om de wetenschap een halt toe te roepen of agnostisch te zijn jegens oorsprongsvragen. Ook is er geen reden om dan maar te gaan zoeken naar het causale punt (Austin Farrer noemde dit de causal joint) waar Gods handelen en wereld samenvallen. De conclusie is een expressie van geloof, geen verklaring, en al helemaal geen verklaring die concurreert met wetenschappelijke spanningen.

Er is dus voor een gelovige helemaal geen reden om een agnost jegens oorsprongsvragen te zijn, hoewel het heel gezond is om de huidige antwoorden die de evolutiebiologie ons geeft als voorlopig te beschouwen (helemaal in het licht van de wetenschapsgeschiedenis), die wellicht in de toekomst door betere antwoorden achterhaald zullen worden. Dit is ook de houding van wetenschappers zelf. Mijns inziens kan een gelovige dus zonder enige reserve de resultaten van de evolutiebiologie accepteren.

(P.s. het plaatje vond ik op de site van Creaton – wat een eer voor Gerdien dat er zo’n schitterende cartoon gemaakt is! Het is dus – even om misverstanden te voorkomen – door mij niet bedoeld om de spot met Gerdien te drijven. Ik vind het gewoon reuzegrappig.)

15 thoughts on “Slotstuk Gerdien de Jong in Ref. Dagblad”

  1. Taede, je zegt voorzichtig “hoewel het heel gezond is om de huidige antwoorden die de evolutiebiologie ons geeft als voorlopig te beschouwen”.
    Als je op een schaal van 0 tot 100% zou moeten aangeven wat de geloofwaardigheid van common descent is, wat zou je dan zeggen?

  2. @Martin,
    Ik ben geen bioloog, dus ik ben feitelijk niet bevoegd om die vraag te beantwoorden. Op het moment dat ik als theoloog percentages van zekerheid ga vaststellen over common descent, dan overschrijd ik de grenzen van mijn eigen expertise. Als theoloog ga ik af op wat evolutiebiologen – de experts op het gebied van evolutie – zeggen over common descent. (Net zoals ik aanneem wat kosmologen zeggen over de oorsprong en evolutie van het heelal, en geologen over de oorsprong en evolutie van de aarde, etc.) Ik ken de grenzen van mijn expertise en weet wanneer anderen meer recht van spreken hebben.
    Maar als bijvoorbeeld Francis Collins schrijft dat vrijwel alle evolutiebiologen van mening zijn dat “Darwin’s framework of variation and natural selection is unquestionably correct. In fact, for those like myself working in gentics, it is almost implossible to imagine correlating the vast amounts of data coming forth from the studies of genomes without the foundations of Darwin’s theory” (Language of God, 141), dan accepteer ik dat volledig. En ook Francisco Ayala (Darwin’s Gift, 141v.) schrijft dat evolutie (d.w.z. common descent) een feit is, dan accepteer ik dat.
    Ik zie evolutie als een vaststaand feit, en dus ook common descent. En ik denk persoonlijk ook dat het idee van common descent niet weer zal verdwijnen uit het biologisch discours, ofschoon door toekomstige ontwikkelingen nooit kan worden uitgesloten dat over 100 jaar de evolutietheorie er helemaal anders uit zal zien dan nu. Maar nogmaals, dat is een uitspraak die ik als theoloog niet kan hardmaken – ik ga af op het oordeel van de experts, de evolutiebiologen dus.
    Ik zie dus helemaal geen probleem met het idee van common descent. Ik zie ook geen reden om een goddelijke sturing o.i.d. in het gesprek met biologen binnen te brengen. Er is geen concurrentie tussen God en wereld, dus ook niet tussen Gods handelen en evolutie. God is geen natuurkracht, dus moet je dat er ook niet van maken.
    Sterker nog: zelfs als over 100 jaar Intelligent Design de standaard-theorie zou blijken te zijn (wat me zeer onwaarschijnlijk lijkt), dan nog zou ik zeggen: het is uiterst onwaarschijnlijk dat de ontwerper van ID de God van het christelijk geloof is! God en wetenschap moet je niet verwarren; ze hebben NIETS met elkaar te maken. Wetenschappers zeggen hoe de wereld in elkaar zit, basta.
    Stelt dit antwoord je enigszins tevreden? Of vind je dat ik nog te voorzichtig blijf?

  3. Taede: ja, ik begrijp je antwoord wel. Ik stelde mijn vraag om dit antwoord uit te lokken. Het maakt ook de moeilijkheid van het debat duidelijk. In de wetenschap houd je normaal gesproken je mond over onderwerpen waar je niet genoeg vanaf weet. Met de evolutietheorie is dat echter niet mogelijk. Daarom voelen veel mensen zich gedwongen een positie in te nemen, terwijl ze eigenlijk niet goed op de hoogte zijn van de relevante wetenschap. Als een dominee gevraagd wordt wat hij er van vindt, wat moet hij dan zeggen? Je ziet het aan de reaktie van de Vries: dan maar volhouden dat de bijbel het Woord Gods is, de andere optie zou suicidaal zijn. Om echt wetenschappelijke kritiek te kunnen hebben op evolutietheorie, neurologie, etc. moet je heel wat bestudeerd hebben, wat voor de meeste mensen een brug te ver is.

  4. @Martin,
    Het hoeft niet per se een probleem te zijn. Ik ben juist blij dat ik niet alles hoef te weten en me alleen bij mijn expertise kan houden. Toch is het denk ik wel degelijk mogelijk om kritiek te leveren – bijvoorbeeld wanneer wetenschappers hun grenzen overschrijden, zoals Dawkins doet wanneer hij evolutie en atheïsme in één zin noemt, of wanneer Victor Stenger onzinnige claims doet zoals dat de wetenschap zou hebben aangetoond dat God zeer onwaarschijnljk is (“God” is namelijk helemaal geen wetenschappelijk bruikbaar begrip). Daar kan een theoloog of (godsdienst)filosoof wel degelijk vraagtekens stellen bij wat er gebeurt.
    Ik ben het ook met je eens wat betreft de onwetendheid wat betreft wetenschap. Inderdaad komt veel angst voor de evolutietheorie voort uit onwetendheid. Enerzijds is dat onwetendheid over wetenschap, maar anderzijds is het ook onwetendheid over theologische zaken, zoals het ontstaan van de Bijbel, kerkgeschiedenis etc. Want veel gelovigen die zich tegen de evolutietheorie verzetten hebben ook geen flauw benul van theologie. Ze lezen de Bijbel zonder enig historisch besef.
    Ik heb er dan ook bij verschillende gelegenheden al voor gepleit dat theologen tijdens hun theologiestudie verplicht een aantal colleges zouden moeten volgen bij de Faculteiten Natuurwetenschap, simpelweg om kennis op te doen van wat natuurwetenschap zegt over de werkelijkheid (over de evolutie van kosmos en leven). Dat is altijd positief opgepakt (zelfs door theologen), maar er wordt tot nu toe nooit iets mee gedaan. Theologiestudie richt zich traditioneel veel meer op de menswetenschappen. Dat is begrijpelijk, maar in onze huidige, door de natuurwetenschappen in hoge mate bepaalde samenleving ook zeer eenzijdig.

  5. Van Bemmel vond mijn opmerkingen kennelijk toch niet zo leuk. Ik begrijp zijn positie niet echt. Het is me niet duidelijk of Van Bemmel denkt dat het een gewone geloof-wetenschap discussie is, en zich dan min of meer laat misbruiken, of inderdaad anti-evolutie, maar dat weigert te zeggen.

  6. @ Taede
    Dat God en wetenschap niets met elkaar te maken hebben geloof ik niets van. Volgens christenen is de christelijke God een interveniërende God, en elke God die intervenieert in deze wereld betreedt het domein van de wetenschap. Biologen, geologen en kosmologen hebben wat te zeggen over een God als schepper, archeologen hebben wat te zeggen over een God die zich manifesteert in de geschiedenis (zoals de uittocht uit Egypte), medici hebben wat te zeggen over een God die wonderbaarlijke genezingen verricht en psychologen/neurowetenschappers hebben wat te zeggen over een God die zich openbaart in religieuze ervaringen.

  7. @ Bart Klink
    De intervenierende God als wetenschappelijke verklaring van wat er gebeurt is onmogelijk – dat had moeten blijken nl; zodat dat ‘intervenierend’ een geloofsconstructie wordt, en daarmee uit het domein van de wetenschap verdwijnt.
    Religieuze ervaringen zijn weliswaar in de hersenen gelocaliseerd, en hebben een biologische basis, maar toch blijft de ervaring zelf. Net als esthetische ervaring, schoonheid van kunst of natuur.
    Hoewel er een stroming is die de nadruk legt op de christelijke God als interveniërende God, is dit niet de enige stroming. God als troostende of behoedende God is zeker even veel vertegenwoordigd.
    Cees Dekker in NRC 14 december schrijft of onderschrijft dat zowel wetenschap als geloof naar waarheid zoeken. Het stuk is verder ook bagger, maar de stelling is nonsens. Geloof zoekt niet naar waarheid. Als Dekker dat serieus neemt, is hij bezig met een hoogst ongelovig ingenieursgeloof.

  8. Geloof zoekt niet naar waarheid, aldus mevrouw De Jong. Laat nu Jezus (Ik ben de Waarheid) en de bijbel precies het tegenovergestelde beweren. De waarheid over de dingen na de dood bijvoorbeeld staat klip en klaar (hemel en hel) in de bijbel. Wie dergelijke aanspraken van de bijbel wil ontkennen kan beter atheïst worden. Wat dat betreft hebben Philipse cs het grootste gelijk van de wereld.

  9. O, dus Prediker was een atheist? Zie Pred. 3,18vv.. Een vreemde reactie. Lees eerst het geheel van de Bijbel. Het doorlopende getuigenis is zonneklaar. De bijbel wil ons waarheid aanreiken. Of we het daar nu mee eens zijn of niet, maar zo ligt het bij onbevangen lezing natuurlijk wel. En als we die hoofdlijn te pakken hebben dan kunnen we daarna over exegetische details, zoals de betekenis van Pred. 3:18 ev. stoeien. Vergeet daarbij het karakter van dit boek overigens niet. En let ook even op vers 21. kennelijk zit er voor de Pred een nogal fundamenteel verschil tussen mensen en beesten. Iets waar moderne wetenschap nu weer zo moeilijk over doet….

  10. “Ik zei tegen mezelf dat God de mensen heeft bevoorrecht: ze beseffen [!] dat ze als de dieren zijn. Niet meer dan de dieren zijn ze, want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof. Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt naar de aarde? Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets laten genieten na zijn dood?”
    Prediker 3: 18-22 (NBV).

  11. “Het doorlopende getuigenis is zonneklaar.”
    Dat is onzin. In het OT is er geen sprake van hemel en hel. In het NT ook nauwelijks.

  12. Dat is onzin. In het OT is er geen sprake van hemel en hel. In het NT ook nauwelijks.
    Dus de kerk der eeuwen heeft in haar belijdenis (credo) maar wat zitten fantaseren? Jammer voor al die mensen die maar proberen om de bijbel op de maat te snijden van de moderne wetenschap, maar de overgrote meerderheid van alle christenen om aarde gelooft In God de Vader de Almachtige schepper van de hemel en de aarde. etc. En dat heel eenvoudig omdat de Bijbel dit als een rostvaste zekerheid en waarheid naar voren brengt. Waarheid en zekerheid, dat is de kern van de christelijke religie.

  13. wv: “Dus de kerk der eeuwen heeft in haar belijdenis (credo) maar wat zitten fantaseren?”
    Deze manier van redeneren is een drogreden. De kerk der eeuwen heeft vanaf heel vroeg (ten laatste 100 n.C.) beleden dat de kerk in plaats van Israël is gekomen. Nu hoor je daar niemand meer over. Blijkbaar is het dan opeens wel mogelijk het geloof van de kerk der eeuwen op te geven.
    Wat betreft het ‘hiernamaals’: In het OT geloofde men doorgaans dat men na dit leven in de onderwereld terechtkwam en daar een niet al te plezierig schaduwachtig bestaan leidde. In de hellenistische tijd komen er twee manieren om toch de prangende vraag van de lijdende rechtvaardige (Ps. 73) op te lossen. Dat is enerzijds de opstanding ten laatste dage, anderzijds onder invloed van Griekse filosofie de gedachte aan de onsterfelijke ziel die verder bij God leeft.
    De vroegste kerk geloofde in een zeer spoedige komst van Christus en hing daarom zeer aan de opstandingsgedachte. Later, toen de wederkomst uitbleef, verschoof dat naar de leer van de onsterfelijke ziel. De concepties waar wij meestal ‘hemel en hel’ mee associëren, zijn ontstaan in de middeleeuwen.
    Conclusie: of de kerk der eeuwen heeft zitten fantaseren is niet de vraag. Feit is dat de gedachten over het ‘hiernamaals’ steeds in beweging zijn geweest.

  14. @ Gerdien
    Een God als troostende en behoedende God is een interveniërende God, Hij grijpt namelijk in in deze wereld om mensen te troosten en te behoeden. Ook een God die zieken geneest, die doden opwekt en zeeën splijt is een interveniërende God. Ook een Schepper is een interveniërende God. Een God die religieuze ervaringen veroorzaakt doet dat eveneens door in deze wereld in te grijpen (deze vermeende goddelijke oorzaak van een religieuze ervaring is dan ook met verschil met een esthetische ervaring). Een God die dergelijke kenmerken heeft –en dat heeft o.a. de God van de joden, christenen en moslims-, begeeft zich in het domein van de wetenschap en is daarom vatbaar voor wetenschappelijke kritiek. Dat God en wetenschap niets met elkaar te maken hebben is dan ook manifest bezijden de waarheid.

Comments are closed.