Nieuw boek: Wonderlijk Weefsel – Mystiek in digitale en religieuze kunst (Stedelijk Museum Breda)

Omslag van het boek
Omslag van “Wonderlijk weefsel”

Afgelopen zaterdag, 17 juni 2017, opende het totaal vernieuwde Stedelijk Museum Breda haar deuren voor het publiek. Eén van de tentoonstellingen die daar momenteel te zien zijn, is Wonderlijk weefsel, een tentoonstelling waarin mystiek de verbindende factor is tussen barokke, religieuze kunst en hedendaagse, digitale kunst.

Op uitnodiging van het Museum schreef ik een essay waarin ik de tentoonstelling probeer te duiden en toegankelijk te maken. Het essay is als een mooi boekje uitgegeven (met prachtige foto’s van de tentoonstelling door Jeroen Jongeneelen (StudioRAW)).

Een essay dus over kunst en mystiek – iets heel anders dan geloof en wetenschap, een onderwerp dus dat mij uit mijn comfortzone haalde en dat is iets waar ik dankbaar voor ben. Ik ben heel tevreden met het eindresultaat en met name de zeer enthousiaste manier waarop de mensen van het Museum op het essay reageerden, hebben me het vertrouwen gegeven dat ik in mijn opdracht geslaagd ben.

Hiermee verschijnt dus het eerste boek van de drie die dit jaar zullen verschijnen (over de andere twee volgt binnenkort meer informatie). Om een indruk te geven, volgt hieronder integraal de inleiding van het essay Wonderlijk weefsel. Voor wie daardoor nieuwsgierig is geworden naar de rest: kom naar de tentoonstelling en/of koop of bestel het essay (de gegevens staan onderaan deze blogpost).

 

Wonderlijk Weefsel. Mystiek in digitale en religieuze kunst – een essay

Door Taede A. Smedes

Kunst en religie hebben vanouds iets met elkaar. Kunst heeft in de geschiedenis veelal in dienst van religie gestaan. Maar vanaf pakweg de negentiende eeuw heeft de kunst zich geëmancipeerd. Veel kunst wil vandaag niet langer in dienst staan van iets anders, maar wil op zichzelf serieus genomen worden. En net als bij veel andere aspecten van de westerse cultuur het geval was, zo heeft ook de kunst zich afgewend van godsdienst en zich er bij tijd en wijle zelfs expliciet en stevig tegen afgezet.

En toch.

In de kunst bleef iets van het religieuze bewaard. Kunstenaars bleven zeer spirituele ideeën koesteren, ook als ze van de religieuze instituten en gevestigde religies niets moesten hebben. Verder betekent secularisatie weliswaar dat godsdienst minder prominent wordt of dat traditionele godsdienstigheid afneemt. Maar afstand nemen van godsdienst is nog iets anders dan afstand nemen van het heilige. Volgens veel denkers – en ook de schrijver van dit essay rekent zich hiertoe – is het heilige nog volop in onze cultuur aanwezig. Denk aan de kunstenaars die zichzelf als mediums beschouwen, als bemiddelaars of een ‘doorgeefluik’ van iets hogers. Hun werk is ‘geïnspireerd’. Of zoals Harry Mulisch het ooit verwoordde: ‘Niet ik schrijf een boek, maar het schrijft in mij’. Je hoeft niet gelovig te zijn of in het paranormale of bovennatuurlijke te geloven om dit te kunnen ervaren.

Maar daarmee komt wel een aantal vragen op tafel te liggen. Hebben kunst en mystiek iets met elkaar te maken? Kan eigentijdse kunst de plaats worden waar het heilige in onze samenleving wordt ervaren? En kan een museum een ruimte worden waarin kunst en het heilige elkaar ontmoeten, confronteren en bevragen? Hoe kan een museum – net als een klooster – het heilige en een gevoel voor mystiek tastbaar maken?

***

In een artikel over het heilige in de hedendaagse kunst verwijst de katholieke theoloog Erik Borgman naar de Italiaanse filosoof Gianni Vattimo. Kunst biedt volgens Vattimo onthullingen van het zijn die op een bepaalde manier de werkelijkheid aan het licht brengen en zo waarheid onthullen. Vattimo meent echter, kort door de bocht gesteld, dat hedendaagse kunst vooral museumkunst is geworden. De onthullingen die kunst brengen zijn niet langer dwingend. Mensen moeten zelf een museum binnengaan om de confrontatie op te zoeken die het kunstwerk wil uitlokken. De onthullingen zijn dus geheel vrijblijvend en moeten vrijwillig gezocht worden.

Aldus is het museum volgens Vattimo een heterotopie geworden, een term die hij aan de Franse denker Foucault ontleent en die verwijst naar ‘plaatsen waar de homogeniteit van de ruimte doorbroken wordt en andere mogelijkheden aan het licht komen dan deze die in de heersende cultuur zijn gerealiseerd’. Een heterotopie is een ruimtelijke plek die de eenvormigheid verbreekt en in zekere zin schrijnt en verbindt; een plek waar meerdere betekenislagen verstopt liggen en die soms meerdere plekken met elkaar verknoopt en zo bemiddelt. Een plek die oplicht in het landschap.

Heterotopieën worden door ‘andersheid’ gekarakteriseerd. Zo is een kerkhof een heterotopie: een plek waar de dood van wie we koesteren als het ware zichtbaar wordt gemaakt terwijl die elders in de samenleving (liefst) zoveel mogelijk onzichtbaar blijft. Een plek die bemiddelt tussen de levenden en de doden. In onze samenleving zijn musea volgens Vattimo ook heterotopieën geworden. Wat nu opvalt is dat juist heterotope plekken vaak ook iets van heiligheid bevatten. Het zijn plekken waar het heilige samenspel van aantrekking en afstoting, van fascinatie en het angstaanjagende, de dynamiek bepalen.

Borgman meent dat ook een klooster in onze samenleving zo’n heterotopie is geworden. Een klooster belichaamt en openbaart een dimensie van onze samenleving die verder meestal verborgen blijft: het religieuze. In een klooster trekken mensen zich terug, voor even of een leven lang, om zich open te stellen voor ervaringen van het heilige en het transcendente. Net zoals mensen in een museum op zoek zijn naar een ontmoeting, dialoog of zelfs een regelrechte confrontatie met een kunstwerk, zo bezoeken mensen een klooster als plaats van transformatie en toewijding. Borgman stelt dan ook: ‘Wie het San Marcoklooster in Florence voor ogen heeft, kan het hedendaagse museum zien als een open en tijdelijk klooster met tal van cellen die tot meditatie en toewijding uitnodigen. Toewijding uiteindelijk niet aan de werken die er te vinden zijn, maar aan de mogelijkheden die zij aan het licht brengen en die zij, door ze aan het licht te brengen, openen’.

***

Flaptekst van het boek
Flaptekst van het boek

Het zijn de spannende vragen over het heilige in de hedendaagse kunst die de samenstellers van de tentoonstelling Wonderlijk weefsel: Mystiek in digitale en religieuze kunst geïnspireerd hebben. Een tentoonstelling waar traditionele religieuze kunst de ontmoeting of de confrontatie aangaat met hedendaagse, digitale kunstvormen. Die ontmoeting lijkt niet makkelijk. Wat hebben achttiende-eeuwse kazuifels, reliekhouders, devotieprenten en votiefvoorstellingen te maken met digitale werken van, zeg, Rosa Menkman (Xilitla), Egor Tsvetkov, Coop Himmelb(l)au en met Clement Valla’s project Postcards from Google Earth? Voor de hand ligt het allemaal niet. Het gaat erom verder te kijken en te tasten dan de oppervlakte. Je moet de diepte in.

Het doel van dit essay is om die diepte een beetje te peilen en om een aantal lijnen te schetsen. Ik verwijs daarbij naar enkele van de kunstwerken die de tentoonstelling rijk is. Daarbij is het van belang om te beseffen dat iedere kunstvorm multi-interpretabel is. En met name hedendaagse digitale kunst speelt veelal met de verschillende betekenislagen. De lijnen die ik in dit essay schets zijn dan ook mijn eigen zoekende interpretaties, die nergens pretenderen volledig of absoluut te zijn. En de lezer die dit essay leest en de tentoonstelling bezoekt mag het ook gerust met mij oneens zijn. Graag zelfs! Het laatste woord dat erover gezegd kan worden, laat zich hier niet vinden.

Met dit essay wil ik wél laten zien hoe ook hedendaagse en digitale kunst een manier is om de transcendente en mystieke dimensie van onze werkelijkheid op het spoor te komen, doordat deze kunstvormen spelen met de grenzen van alledaagsheid en banaliteit en juist daardoor iets van het mystieke en het heilige in en van die alledaagsheid laat oplichten. Wat die kunst ‘zegt’ is niet altijd of vaak niet in woorden uit te drukken, althans niet in de lineaire woorden van een betoog of van proza.

Kunst is wat dat betreft eerder verwant aan poëzie, die de meerduidigheid van de taal tot speels uitgangspunt neemt. Poëzie is speelse en bezielde taal, ze roept werkelijkheden op, is associatief, laat je zelf verbindingen ontdekken zonder ze op te dringen en geeft je zo een andere kijk op de werkelijkheid. Poëzie roept betekenissen op en vernietigt betekenissen, ze is een schepper en vernietiger van werelden. Poëzie is zelf een kunstvorm en goede kunst is als poëzie: als je ermee in aanraking komt, verandert je kijk op jezelf en op de werkelijkheid. Het is precies daar dat het mystieke en het heilige je kunnen aangrijpen. De tentoonstelling Wonderlijk weefsel is een oefenschool die je daar gevoelig voor maakt. 

De tentoonstelling Wonderlijk weefsel: Mystiek in digitale en religieuze kunst is nog tot en met 31 december te zien in het Stedelijk Museum Breda. 

 

Wonderlijk weefsel. Mystiek in digitale en religieuze kunst. Een essay.

Door Taede A. Smedes

Foto’s: Jeroen Jongeneelen (StudioRAW)

56 pagina’s, € 23,- inclusief verzendkosten (€ 19,90 in het museum)

ISBN 9789072637321

Bestellen mogelijk via info@stedelijkmuseumbreda.nl.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *