Close

De werkelijkheid van de mentale ruimte (column)

Af en toe heb je van die vragen die verwondering oproepen. Eerder deze week schoot me ineens deze vraag te binnen:

Bestaat taal?

Kunnen we een bevestigend antwoord op die vraag ontkennen? Natuurlijk bestaat taal! Het is bovendien een rare vraag, want is die vraag niet zelf gesteld in een taal? Een ontkenning van het bestaan van taal, uitgesproken of neergeschreven, komt dan ook neer op een paradox of zelfs een tegenspraak.

En toch…

Waar bestaat taal, als taal al bestaat? En dan bedoel ik niet de in materie neergeslagen uitingen van taal, zoals boeken, gedichten, conversaties, liederen, brieven, etc. Ik bedoel: waar bestaat taal an sich? Nergens, of overal? Bestaat taal in de hoofden van mensen? Als we hersenen ontleden, vinden we daar geen taal. Hooguit zijn we in staat om de hersengebieden te lokaliseren waar taal verwerkt wordt, maar dan nog hebben we niet vastgesteld dat taal bestaat en zo ja, waar dan.

Je zou kunnen zeggen: taal bestaat in een mentale ruimte, dezelfde ruimte waar ook ideeën, doelen, hoop, informatie, verlangens en veel meer zaken verblijven die geen objectieve of materiële realiteit lijken te hebben, maar waarvan we het bestaan ook niet kunnen ontkennen zonder de werkelijkheid om ons heen schade te berokkenen of niet serieus te nemen.

Maar waar bestaat die mentale ruimte dan?

We leven in die ruimte, we zijn in staat om met anderen die ruimte te delen, maar tegelijkertijd zit die ruimte ook in onszelf. Die mentale ruimte is geen materiële werkelijkheid maar omvat en doordringt die materiële werkelijkheid. Misschien dat die materiële werkelijkheid één van de mogelijkheden is van die mentale werkelijkheid. De mentale werkelijkheid is wel degelijk werkelijk, als we ‘werkelijk’ opvatten als: bezield met het vermogen om effect te bewerkstelligen, iets teweeg kunnen brengen in de materiële werkelijkheid van alledag.

Een voorbeeld: alle sprookjesfiguren van Disney zijn ideeën, of personages in een bedachte en dus mentale werkelijkheid. Niettemin is Disneyworld een fysieke ruimte die is gebouwd en gestructureerd om deze mentale werkelijkheid heen. Of als fysiek onderdeel van de mentale ruimte. En voor sommigen bouwt, vormt en structureert die fysieke ruimte van Disneyworld weer hun eigen mentale ruimte: wie kan de sprookjes over Assepoester of Sneeuwwitje nu nog lezen of aanhoren zonder daarbij de karakteristieke Disneyprinsessen voor ogen te houden?

De mentale ruimte heeft dus werkelijkheidsgehalte en is in staat om via ons ook de fysieke ruimte in zich op te nemen en te beïnvloeden. Denk ook aan hypochonders. Hun mentale ruimte bestaat deels uit ideeën omtrent hun fysieke gesteldheid. Ze stellen zich zaken voor, ziekten, kwalen, waaraan ze menen fysiek te lijden, terwijl er in feite niets aan de hand is – totdat ze zich niet alleen ziek voelen maar uiteindelijk ook fysieke symptomen gaan vertonen van de kwaal die ze zich hadden ‘ingebeeld’. De verbeelding heeft dus wel degelijk een causale invloed.

De mentale ruimte laat zich dus niet straffeloos ontkennen of tot fictie verklaren. Ook taal heeft causale kracht: één woord kan een mens op wolken doen zweven of hem doen neerslaan in diepe duisternis. Woorden hebben causale effecten in onze alledaagse werkelijkheid, ze veranderen standen van zaken en scheppen feiten: een gemeentelijke ambtenaar die een man en vrouw ‘tot man en vrouw’ verklaart creëert een nieuwe werkelijkheid die maatschappelijke en juridische gevolgen heeft die zich niet laten ontkennen zonder grote problemen te veroorzaken.

Tegelijkertijd bestaan woorden niet, althans niet in objectieve of materiële zin. Feitelijk zijn woorden die worden uitgesproken slechts klanken, geluiden die worden geproduceerd doordat lucht uit de luchtpijp wordt getransporteerd via het bewegen van de stembanden. Zoals de brul van een leeuw of de geluiden van dolfijnen en walvissen voor ons ‘slechts’ geluiden zijn, zo is onze gesproken taal ‘slechts’ geluid voor diezelfde dieren. Een geluid kan slechts zoiets als ‘woord’ of ‘zin’ genoemd worden of ‘uitspraak’ of ‘gezegde’ wanneer dat geluid voor ons betekenis heeft. Zonder betekenis is een woord slechts betekenisloos geluid.

Maar waar huist die betekenis? Bestaat die betekenis? Bestaat de betekenis los van het gebruik van de woorden? Kunnen we de betekenis opschrijven los van het woord waarop hij betrekking heeft? Of is die vraag misschien zinloos, want betekenisloos?

Oh, en trouwens, wat ik hierboven over taal schreef, kun je ook op God toepassen…

6 thoughts on “De werkelijkheid van de mentale ruimte (column)

  1. De laatste zin is natuurlijk het leukste:
    “Oh, en trouwens, wat ik hierboven over taal schreef, kun je ook op God toepassen…”!
    Ik snap het Taede: God bestaat want die staat meermalen in de Bijbel genoemd!
    En Sneeuwwitje bestaat ook want die staat in het boek Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm. En in verfilmingen. En in een musical. En in de Efteling. En dat staat allemaal in de Wikipedia.

  2. Taede,
    In de filosofie staat dit bekend als The Problem of Negative Singular Existence Statements:
    ” it seems that in order to deny the existence of a given individual, one must assume the existence of that very individual. Thus, it seems that it is impossible to deny the existence of an individual without getting involved in a contradiction.”
    De zin “Pegasus does not exist” (P = a nonexistent flying horse) is betekenisvol ondanks dat P niet bestaat.
    https://plato.stanford.edu/entries/nonexistent-objects/

    Oh, en trouwens, wat ik hierboven over Pegasus schreef, kun je ook op God toepassen:
    “De atheïst zegt: God bestaat niet”.
    Dan zou volgens jouw redenering God bestaan omdat een atheïst het woord God gebruikt?
    Hilarisch & paradoxaal resultaat, maar onvermijdelijk volgens jouw redenering…

  3. Taede,

    Op de volgende link worden de fysieke posities van woorden in het brein aangegeven.
    https://www.scientificamerican.com/article/where-words-are-stored-the-brain-s-meaning-map/
    Uit dit artikel uit 2016 en uit allerlei andere bronnen blijkt dat die plaatsen ongeveer overeen komen met overeenkomstige woorden in verschillende talen, zodat het eigenlijk ook om mentale concepten gaat.
    Het lijkt er dus op dat de verschillende zintuiglijke waarnemingen waardoor die concepten gevormd worden op overeenkomstige wijze veranderingen in het brein veroorzaken. Dat lijkt nogal logisch te zijn omdat hersenen en zintuigen dezelfde anatomische opbouw hebben. Het is dan ook nogal logisch dat de woorden die voor deze concepten staan in de buurt van die opgeslagen concepten terecht komen.
    De betekenis van die woorden is dan gelijk aan de betekenis van die concepten. Omdat die gebaseerd zijn op een zeer rijke verzameling van zintuiglijke ervaringen moet de betekenis gezocht worden in de herinnering van die ervaringen. Dat is wat ervaringen zo rijk maakt en volgens mij is dat ook de verklaring van qualia.
    De kleur rood is voor mensen heel wat meer dan de waarneming van elektromagnetische straling van een zekere golfkengte. Dat kan een blinde zelfs zien.

  4. Excuus, golflengte.
    Uiteraard kunnen alle concepten met een woord geassocieerd worden. Wie ben ik om iemand te veroordelen wanneer die een bepaalde ervaring met het woord God associeert? Niets menselijks is mij vreemd, misscien ken ik eenzelfde soort ervaring en geef die alleen maar een andere naam.

  5. Alweer excuus.. misschien.

    Gert,
    De vraag of iets bestaat kan dus bevestigend beantwoord worden als je voor dat iets een woord hebt. Dat betekent beslist niet dat een woord een intrinsieke betekenis heeft omdat woorden met persoonlijke ervaringen geassocieerd zijn.
    Voor ‘God’ lijkt mij dat wel duidelijk maar als je er even over nadenkt bestaat over de betekenis van veel andere woorden ook nogal eens verschil van mening, met alle gevolgen van dien.
    Dat hangt sterk af van de wijze waarop men begrip voor die woorden heeft gekregen.Voor wie zelf een vliegtuig heeft bestuurd heeft het woord ‘piloot’ een veel rijkere betekenis dan voor anderen.
    Twee piloten weten dat maar of twee gelovigen het over dezelfde God hebben betwijfel ik sterk.

  6. Taede,

    Hoe kun je zeggen dat woorden niet bestaan?
    Daniel Dennett schreef over hoe een schriftelijk Engels ooggetuige-verslag van een verkeersongeluk na vertaling in het Russisch bij een Russische lezer dezelfde mentale voorstelling teweeg bracht als bij die ooggetuige.
    Het lijkt mij onmogelijk dat dit kan zonder dat er woorden bestaan.
    Jouw Engelse versie roept dezelfde vraag op zonder dat dit duidelijk wordt.
    Wat probeer je nu eigenlijk te zeggen?

Comments are closed.

%d bloggers liken dit: