Arnold Ziegelaar: Oorspronkelijk bewustzijn (boekbespreking)

In 2015 verraste de filosoof Arnold Ziegelaar met zijn mystiek-filosofische boek Aardse mystiek: Inleiding in de filosofie van de verwondering. (Ik besprak dat boek voor Nieuwwij.nl,)

Nu is Ziegelaar terug, met een boek dat zo mogelijk een nog indrukwekkender boek: Oorspronkelijk bewustzijn. In dit boek pakt Ziegelaar het raadsel van het bewustzijn op met een gretigheid die in Nederland ongekend is. Wat is bewustzijn? Hoe is er doorheen de geschiedenis over bewustzijn gedacht? En kunnen we bewustzijn natuurwetenschappelijk doorgronden?

In het voorwoord van dit boek beschrijft Ziegelaar hoe deze beide boeken eigenlijk deel uitmaken van een geplande trilogie:

In Aardse mystiek (2015) ben ik begonnen met de filosofische exploratie van een religiositeit die binnen de kosmische werkelijkheid blijft (immanent) en die de natuurwetenschappelijke kennis van die werkelijkheid volkomen serieus neemt. Complementair aan die kennis is een mysticiteit mogelijk die ik daar vooral existentieel heb beschreven. Aan het einde van het boek introduceerde ik het onderscheid tussen het bestaansmysterie, het mysterie dat er überhaupt iets is, en het zijnsmysterie, dat dat wat toegankelijk is, er voor mij is, als gecentreerd bewustzijn in ruimte en tijd. Over het zijnsmysterie, het mysterie van bewust er zijn, gaat dit boek. Over het bestaansmysterie handelt hopelijk het volgende. (p. 15)

Oorspronkelijk bewustzijn omvat 15 hoofdstukken en valt grofweg uiteen in twee grote delen. In het eerste deel beschrijft Ziegelaar de geschiedenis van de bewustzijnsfilosofie vanaf de Oudheid tot nu, en komt hij via Gilbert Ryle en Heideggers begrip van Lichtung alsmede een uitgebreide fenomenologische analyse tot een originele en bruikbare definitie van bewustzijn. De kern van Ziegelaars opvatting van bewustzijn is ‘de aanwezigheid van iets voor mij’.

Bewustzijn is het ‘oerlicht waarin de dingen zichtbaar, hoorbaar, voelbaar worden’ (p. 313). Samen met ruimte en tijd vormt bewustzijn een ‘triniteit’ (Ziegelaars term), wat dus laat zien dat bewustzijn, ruimte en tijd innig samenhangen zodat wat zich in ruimte en tijd manifesteert in bewustzijn aan het licht kan komen. Bewustzijn kan dan ook weer ‘ziel’ genoemd worden: ‘Mijn ziel is het meest nabije niet materiële aspect van mijn ervaringswereld bestaande uit nabije verschijningen’ (p. 314). En wellicht het meest controversiële aspect: net zoals ruimte en tijd oorspronkelijke dimensies van onze werkelijkheid vormen, zo is ook bewustzijn een oorspronkelijke, ‘grondeloze’ dimensie van de werkelijkheid. Bewustzijn is net zo fundamenteel als ruimte en tijd.

Dit klinkt bijzonder abstract, en ik geef ook toe dat ik moeite blijf hebben om Ziegelaars idee van bewustzijn te doorgronden. De complexiteit en nuance maken samenvatten bijzonder moeilijk. Zijn fenomenologische analyse is ongelooflijk gedetailleerd, en tegelijkertijd eenvoudig omdat ze direct aansluit bij onze alledaagse belevingswereld.

In het tweede deel behandelt Ziegelaar de vraag waardoor of waaruit we het bestaan en de aard van bewustzijn kunnen verklaren. Een heel scala aan fysicalistische en non-fysicalistische verklaringen van bewustzijn komt voorbij. Fysicalistische verklaringen menen dat bewustzijn op basis van iets fundamentelers, zoals de materiële werking van de hersenen, verklaard kan worden. (Fysicalisme wordt vaak ook plat materialisme genoemd, wat te kort door te bocht is.) De meeste denkers in de bewustzijnsfilosofie hangen een vorm van fysicalisme aan, zoals eliminatietheorieën, identiteitstheorieën, emergentiethesen of zelfs ‘agnostisch fysicalisme’ (Colin McGinn). Maar Ziegelaar geeft gedetailleerd aan dat fysicalisme geen verklaring voor het bewustzijn kan geven. Moet bewustzijn dan non-fysicalistisch verklaard worden? Ziegelaar bespreekt epifenomenalistische ideeën evenals neutraal monisme en panpsychisme. Maar ook deze ideeën falen in het verklaren van bewustzijn.

Ziegelaars ontwikkelt voorzichtig en met het nodige voorbehoud een eigen (tussen)positie van ‘naturalistisch dualisme’, waarin bewustzijn gezien wordt als een oorspronkelijk fenomeen in het universum: anti-fysicalisme zonder iets bovennatuurlijks. Naturalistisch dualisme is géén substantiedualisme zoals dat door Descartes het meest pregnant werd verdedigd. Maar wel:

Deze vorm van dualisme neemt enerzijds de anti-fysicalistische argumentatie serieus, maar impliceert tegelijk geen metafysica van het bovennatuurlijke. Het is een dualisme dat eerder aristotelisch dan platoons is omdat de verwevenheid tussen ‘lichaam’ en ‘bewustzijn’ erkend wordt zodanig dat er geen scheidbaarheid wordt voorondersteld. De positie is dualistisch omdat zij stelt dat de fysica (van ruimte, tijd en materie) niet in staat is om alle aspecten van de natuur te begrijpen. Bewustzijn is een natuurlijk verschijnsel, maar niet louter uit het fysische te begrijpen en is dus oorspronkelijk. (p. 463)

Het boek is complex en hoewel Ziegelaar ongelooflijk helder en pakkend schrijft, is het bij tijd en wijle toch echt een bijzonder moeilijk boek. Dat je toch door blijft lezen komt omdat Ziegelaar als een volleerd docent zijn betoog regelmatig samenvat, zodat je precies weet waar je bent. Ook al begrijp je sommige stukken niet of ontgaan je nuances, Ziegelaar houdt je bij de les. Wat wel jammer is, maar misschien ook wel onontkoombaar bij zo’n groot boek als dit, is dat de uitgave ontsierd wordt door talloze type- en zetfouten. Ik hoop werkelijk dat de uitgever voor een tweede druk de hele tekst nog eens minutieus door zal werken.

Hoe dan ook: dit boek is voor filosofisch geïnteresseerden een must. Zelden heb ik een boek gelezen dat zo naadloos en probleemloos Continentaal-fenemenologische benaderingen weet te combineren met de Angelsaksisch-analytische philosophy of mind. En terwijl het boek grondig en diepgravend is – niet alleen wordt de geschiedenis van het denken over bewustzijn van de Oudheid tot nu beschreven, maar bovendien geeft Ziegelaar een overzicht van vrijwel alle stromingen binnen de philosophy of mind – weet Ziegelaar tegelijkertijd het boek overzichtelijk te houden door zich tot de kern van de problematiek te beperken. Een on-Nederlands diepgravend werk dat het in zich heeft een standaardwerk te worden.

Arnold Ziegelaar, Oorspronkelijk bewustzijn.
Leusden: ISVW Uitgevers 2017, 575 pagina’s, paperback
ISBN 978-94-91693-85-4, 27,50 euro

1 thought on “Arnold Ziegelaar: Oorspronkelijk bewustzijn (boekbespreking)

Comments are closed.